archiveren

Maandelijks archief: maart 2011

3c3485af612331b597838575977444341587343

Het Boekenweekgeschenk De Kraai van Kader Abdolah krijgt niet de beste recensies. Ik heb er een aantal gelezen en wat er in staat snijdt soms hout. Dat neemt niet weg dat ik het met plezier gelezen heb.

 

Het verhaal is niet uniek, het is zelfs De reis van de lege flessen revisited. Een vluchteling uit Iran komt naar Nederland en klimt uiteindelijk op tot makelaar in koffie.  Makelaar in…? Ja, die dus. Het boek begint er zelfs mee en dan blaas je meteen hoog van de toren. Van mij mag hij. Abdolah heeft in zijn media-optredens altijd iets zelfvoldaans en hier is dat niet anders. Het is eigen aan hem.

 

Makelaar in koffie dus, maar eigenlijk schrijver. Schrijver van een aantal manuscripten die niemand wil publiceren. Maar hij is er van overtuigd dat zijn tijd zal komen, zelfs de koningin zal hem lezen. Zelfvoldaan? Jazeker.

 

In zijn verhaal kijkt hij terug op hoe hij in Nederland is gekomen. Hij beschrijft in vogelvlucht zijn jeugd en hoe hij in Ispahan is gekomen, de stad die hij bezingt via een gedicht van Herman Gorter. Dat doet wat gekunsteld aan, ik hoor hem liever zelf:

 

Iedereen moet Ispahan bezoeken. Wie dat doet, zegt tot zichzelf: deze stad behoort aan mij. Ik wil hier blijven. Er hangt daar iets vreemds in de lucht, een tijdloosheid. Het voelt alsof je er ooit een deel van jezelf achtergelaten hebt. Je wordt gek van de geheimzinnige schoonheid, de blauwe moskeeën, de oude pleinen, de historische Zayandeh Rud-rivier, die betoverend mooi door de stad stroomt, de oude Si-o-se-brug die als een oeroud versteend gedicht de twee delen van de stad met elkaar verbindt.

 

De hoofdpersoon komt in Teheran terecht en is getuige van de geschiedenis. De coup van de Amerikanen en de bezetting van de ambassade. Hij vertrekt naar Koerdistan om er de verhalen op te tekenen van de gewone mens. Uiteindelijk vlucht hij via Istanboel naar Nederland.

 

Na de opvang in een asielzoekerscentrum en op een boerderij in de polder vindt hij werk in een koffiefabriek. Hij maakt zich het Nederlands eigen en weet uiteindelijk koffiemakelaar te worden.

 

Nee, het is niet nieuw. Het is het verhaal van Abdolah zoals hij het vaker verteld heeft. Hij weeft citaten van bekende Nederlandse schrijvers door zijn verhaal. Soms werkt dat, soms niet. Toch leest het boek prettig en er komen mooie passages in voor, zoals wanneer hij het over de Ramadan heeft:

 

Op dat moment verscheen de muezzin van de moskee op het dak en begon met zijn azan. Hij kondigde de heilige maand ramadan aan. In die heilige maand komen de engelen heel dicht bij de aarde en neemt God in de zevende hemel bij het raam plaats om zijn schepping te bewonderen.

 

Ook het beeld van de alomaanwezige kraai vind ik mooi gevonden, luisterend vanaf de minaretten in Iran, maar net zo goed vanuit de bomen in Nederland. Dat daar dan direct de beroemdste kastanjeboom ter wereld voor wordt genomen, die van Anne Frank, dat is ook Abdolah.

 

En de kritiek? Klopt, Zarathustra zal geen Pers zijn maar een Bactriër. De schrijvers waarvan gesuggereerd wordt dat deze de hoofdpersoon hebben beïnvloed staan bekend om hun meerduidigheid waar De Kraai lineair verteld wordt. Klopt ook niet helemaal. De sneer naar de shoarma-bakker had misschien niet nodig geweest, het zijn spijkers op laag water. Het Boekenweekgeschenk Duel van vorig jaar wordt niet overtroffen, maar De Kraai mag gewoon in mijn kast blijven staan.

 

Kijk hier voor de recensies op Boeklog en Boekenwijs

 

images

De Si-o-se-brug in Ispahan

Advertenties

f93f94c50f505c4592b44705377444341587343

Scheepsberichten van E. Annie Proulx is een boek over de zee. Het is een boek over de ruige kust van Newfoundland en haar bewoners. Stoere vissers, getaande en geharde mensen. Niet direct het decor waar de hoofdpersoon in lijkt te passen, maar hij heeft er een verleden.

Quoyle is een wat onhandige man met zeer overspelige vrouw. Ze hebben twee dochters, Bunny en Sunshine waar moeder niet naar omkijkt. Als Quoyle’s vrouw omkomt gaat hij terug naar zijn roots, naar Newfoundland. Zijn voorvaderen hebben daar als piraten huisgehouden op de eilanden en er staat nog een familiehuis. Dat schijnt de woeste familie eens over het ijs naar de kust te hebben gesleept. Hij gaat er samen met een tante naar toe, die daar iets wil opzetten in de stoffering van scheepsinterieurs.

Quoyle is journalist en maakt niet echt een carrièresprong als hij voor het lokale suffertje de Gammy Bird de scheepsberichten en lokale auto-ongelukken mag verslaan. Met zijn collega’s kan hij redelijk goed opschieten en hij ontmoet een dame, Wavey Prowse, waarmee iets van een voorzichtige romance ontstaat. Gebeurt er nog wat spannends in die uithoek? Niet echt. Er komt een Hollandse botter aan, voormalig eigendom van Hitler. De eigenaar wordt later dood gevonden door Quoyle. Zijn dochter Bunny wordt geplaagd door nachtmerries en weet zeker dat er een witte hond op haar loert. Het familiehuis wordt opgeknapt en tante wordt opgelicht in een bekledingsklus.

Het meest enerverend is nog als Quoyle zelf omslaat in zijn aangeschafte boot en als het voorouderlijk huis een storm het hoofd moet bieden. Ook het uit de hand gelopen feestje bij een collega hakt erin. Maar veel meer dan dat gebeurt er niet. Dat hoeft ook niet. Het is een mooi verhaal waarin de sfeer van Newfoundland goed tot zijn recht komt:

In januari was het altijd al winter geweest, leek wel. De lucht vloeide onmerkbaar over in het kleurloze ijs, dat de oceaan bedekte, langs de kust compact, vijftig mijl buitengaats schotsen die als puzzelstukken in elkaar schoven en meedeinden met de golven. Iedere dag viel er sneeuw, soms in trage vlokken, alsof ze tussen de stormen door even uitrustten Steeds hoger steeg de sneeuw, een, twee, vier meter hoog…en om de tien dagen of zo, volgens Quoyles schatting, een nieuwe storm.

Het heeft af en toe de zoutwatersfeer van Moby Dick hoewel het verhaal minder enerverend is. Het schijnt ook geschreven te zijn als oefening voor een happy end. Dat is gelukt, want zelfs de verdrinkingsdood van Quoyles baas is niet wat het lijkt. Punten van kritiek? Ja, toch wel. Ik wist af en toe niet waar het verhaal naar toe ging. Quoyle vindt een lijk en het lijkt ineens een thriller te worden. Niets van dat. De nachtmerries van Bunny en haar angsten zullen iets te maken hebben met de dood van haar moeder maar het komt er niet helemaal uit. Verder iets te veel van:

– een lichaam als een groot en vochtig brood
– een gezicht als een ongeschoren kadetje
een snor als een streepjescode
– knipoogde als een kalkoen met bindvliesontsteking
– praatte zo snel als een nietpistool

Maar soit, het verhaal loopt goed, de hoofdstukken worden voorafgegaan door illustraties en uitleg van steeds ingewikkelder knopen uit Het Knopenboek van Ashley. Newfoundland? Ik weet nu dat ik er niet wil wonen, maar dat ik het graag eens zou bezoeken.

Vertaling: Regina Willemse

23a7be243ee7816593256735967444341587343

Het boek Viktor Kaisiëpo Msn, Een Perspectief voor Papoea is opgetekend door Willem Campschreur en heeft als ondertitel Het verhaal van mijn leven en mijn strijd. Het is het verhaal van een charismatisch man, een leider voor zowel Papoea’s in Nederland als in Papoea zelf, overleden in 2010.

Viktor Kaisiëpo werd geboren in 1948, in het toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Zijn vader, Markus Kaisëpo werkte in Nederlandse dienst en was direct betrokken bij de ontwikkelingen die snel zouden volgen. Nederland bedacht dat de Papoea’s in sneltreinvaart opgeleid moesten worden om zelfstandig het land te kunnen besturen en Markus Kaisiëpo moest de bevolking hierover inlichten.

Dat liep anders. Nederland stond internationaal zwak en er kwam een dwingend voorstel van de Amerikanen; een tijdelijke overname van het bestuur door de Verenigde Naties, dan een interim-periode onder Indonesië en vervolgens een algemene volksraadpleging in 1969. Hierin kon gekozen worden tussen onafhankelijkheid of aansluiting bij Indonesië. Die volksraadpleging is er nooit geweest. Er werden door Indonesië kiesmannen aangewezen die delen van het volk zouden moeten vertegenwoordigen. Die kiesmannen waren al pro-Indonesië of werden met de dood bedreigd. Het gevolg: bijna 100% kiest voor aansluiting bij Indonesië. Een farce dus en wat erger is, omdat de Verenigde Naties zich niet kunnen veroorloven dat Indonesië het heil bij Rusland gaat zoeken, wordt het geaccepteerd. De papoea ondervindt er tot op vandaag de gevolgen van en dat is het kader van de strijd van Viktor Kaisiëpo.

Het gezin waarin Viktor opgroeit moet naar Nederland verhuizen. Hier gaat hij naar school en groeit hij op. Hij vindt een baan maar uiteindelijk krijgt hij politieke aspiraties. Hij neemt ontslag en besteedt al zijn tijd aan de zaak Papoea. Belangrijk hierin is zijn deelname aan het Russel-Tribunaal. Dit tribunaal bood een platform voor inheemse volken om op te komen voor hun recht. Kaisiëpo leerde breder te kijken dan alleen naar Papoea en zag dat er parallellen te trekken waren tussen de Papoea-problematiek en de Indianen in Amerika en de Inuit in Groenland. Hij opereert steeds meer internationaal en loopt bij de Verenigde Naties de deur plat om aandacht te vragen voor Papoea en de rechten van de bevolking.

In Nederland is hij actief met demonstraties (legendarisch is zijn bestorming van de VARA-studio, gekleed in niets dan een peniskoker) terwijl hij internationaal verschillende stichtingen en overlegorganen opricht. Op Fiji houdt hij zich 3 jaar lang bezig met het klimaat en ziet in dat ook dit onlosmakelijk is verbonden met de leefomstandigheden van inheemse volken.

Deze houding maakt de man Viktor Kaisiëpo zo belangrijk voor de belangen van Papoea en dat komt mooi naar voren in dit boek. Het uiteindelijke doel mag dan een onafhankelijke staat zijn, hij beseft dat dit in een breed verband aangepakt moet worden en er in tijdspannes gedacht moet worden van misschien wel 40 of 50 jaar, of nog langer. Directe onafhankelijkheid leidt nergens toe.

Er moet een kader worden opgebouwd van opgeleide mensen die een land kunnen besturen. Er moet een dialoog komen met Indonesië, waarin gesproken wordt over mensenrechten en gezondheidszorg. Als dat op orde is, en Indonesië hééft daartoe al een verdrag ondertekend, dan is er een basis om op voort te bouwen. Het land moet “ruggengraat’ krijgen. Kaisiëpo over zijn werkwijze:

Iedere Papoea heeft het recht om op te komen voor onafhankelijkheid  en ik heb het recht niet om dat te veroordelen. De Indonesiërs weten dat van mij. Anderzijds zal ik in mijn huidige positie niet moedwillig of provocerend met de Papoeavlag rondlopen want dat is een signaal dat je wilt vechten, de bekende rode lap om de stier mee uit te dagen. Ik moet het principe van de dialoog niet confronterend maar constructief bij de Indonesiërs op tafel leggen en verder praktisch en pragmatisch zijn in mijn uitlatingen.

Dit tekent de man en zijn handelswijze. Hij heeft het over de ontwikkeling van een visie, hoe de Papoea’s als volk en als cultuur kunnen overleven, want daar gaat het om. Er moet een cultuuromslag komen, Papoea’s moeten van passief toekijken actief gaan handelen. Toen duidelijk werd dat Kaisiëpo ongeneeslijk ziek was, kwamen er mensen naar hem toe met de vraag hoe ze nu verder moesten zonder leider. Zijn antwoord: wordt actief, ga wat doen.

De mogelijkheden liggen er namelijk. De hele wereld heeft zich gecommiteerd aan het recht op zelfbeschikking van de Papoea’s. Indonesië heeft de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken ondertekend, waarin staat dat ‘inheemse volken hebben geleden onder historisch onrecht als gevolg van, onder andere, hun kolonisatie en onteigening van hun land, gebieden en middelen’.

Voor de toekomst is er dan ook een Papua Road Map, opgesteld door de (Indonesische!) wetenschapper Muridan Widjojo. Kaisiëpo heeft hier zijn bijdrage aan geleverd en het document geeft aan wat er nodig is om een toekomst voor Papoea op te bouwen. Niet onbelangrijk, het document eindigt met het hoofdstuk Verzoening:

Voor een proces van dialoog en verzoening heb je een aantal voorwaarden nodig. Rust en stabiliteit zijn onontbeerlijk maar daarnaast heb je bijvoorbeeld niet-corrupte rechtbanken nodig…Aan beide zijden moet het besef gaan leven dat er open en eerlijk gepraat moet worden en dat betekent dat de Papoea’s er mee akkoord moeten gaan dat ook aan hen eisen worden gesteld. Ze zijn niet heilig in dat proces. Eén eis zal zijn dat ze niet de hele tijd om onafhankelijkheid vragen terwijl het over verzoening gaat.

Kaisiëpo vraagt hiermee nogal wat van zijn volk maar hij heeft het ook over een kanteling in het denken. Kom vanuit de slachtofferrol en ga aan de slag. Dat kan ook zonder Viktor Kaisiëpo, de mogelijkheden zijn er.

Het is een wat lange bespreking maar het geeft misschien een beetje mijn betrokkenheid aan bij het onderwerp. Ik ben een aantal malen in West-Papoea geweest en heb Viktor Kaisiëpo gesproken en heb hem horen spreken. In dit boek komt goed naar voren wie hij was als activist en als mens en wat zijn visie is. Het is jammer dat hem niet de tijd vergund was om zelf zijn verhaal op te tekenen, ik denk dat het boek dikker was geworden en nog meer aan verdieping had gewonnen. Het is niet anders. Het is een prachtig portret van een inspirerende man die alles in het werk heeft gesteld om de weg te banen voor een prachtige toekomst van een fantastisch land, West-Papoea.

Voor meer informatie over West-Papoea en zijn achtergronden verwijs ik naar:

– Mijn artikel over het boek Een daad van vrije keuze van P.J. Drooglever
– de website van de Stichting Hulp aan Papua’s in nood of HAPIN
– de website van de Stichting Papoea Cultureel Erfgoed of PACE
– de Facebookpagina van de Stichting Pro Papua
– onderstaand filmfragment. Interview met Viktor Kaisiëpo door Evelien Veenhuizen op de
Conferentie Papua Pride 2009 in Utrecht
– fragmenten op youtube over de uitvaartdienst van Viktor Kaisiëpo, o.m. hier

En Viktor? Viktor is er nog. Ik laat hem nog één maal spreken, even voor zijn overlijden:

Het paradijselijk verlangen naar een betere wereld…heeft mij mijn hele leven richting gegeven en ook nu put ik daar kracht uit. Mijn zekerheden komen voort uit de wetenschap dat die wisseling gaat plaatsvinden en dat je daar niet onrustig over hoeft te zijn. We leggen het oude af voor het nieuwe en ik ben er van overtuigd dat die nieuwe wereld komt.

f81497eca8306f3593549315867444341587343

Het zingende gras van Doris Lessing is geen dik boek, ruim 200 pagina’s, maar ik heb veel aantekeningen gemaakt voor het aanhalen van citaten.Om de paar pagina’s vond ik wel een passage die de moeite waard was.

 

Zegt dat iets over hoe ik het boek vond? Ja en nee. Het is een prachtig verhaal, maar af en toe bekroop mij ook een naargeestig gevoel. Ik had zin om eens wat hoofdpersonen een ferme trap onder het achterste te geven.
 

Hoe komt dat zo? Het is het verhaal van Mary Turner om te beginnen. Ze wordt aan het begin van het verhaal gevonden. Vermoord, aangetroffen op de voorwarande van haar huis op het Zuid-Afrikaanse platteland. Mozes, de zwarte huisbediende wordt gearresteerd.

 

Het verhaal is de voorbode tot die moord en start met de jeugd van Mary. Ze is de dochter van een altijd dronken stationschef en een verbitterde moeder. Dat leven weet ze te ontvluchten door naar de stad te trekken. Ze krijgt een degelijke baan en bouwt een vriendinnenclub op. Trouwen doet ze niet. Als ze merkt dat haar vriendinnen hierover achter haar rug om verhalen over vertellen is ze teleurgesteld en stort ze zich bijna hals-over-kop in een huwelijk met Dick Turner.

 

Dick is een boer die keihard werkt om een stukje land rendabel te maken. Mary zegt haar baan op en vertrekt met hem naar zijn eenvoudige huis om daar het geluk te zoeken. Het valt haar niet mee. Feitelijk wordt ze teruggeworpen op het eenvoudig bestaan van haar ouders. Ze moet leren omgaan met de zwarte huisbedienden. Ze leert de bediendentaal ‘keukenkaffers’ maar snapt het spel niet. De ene na de andere bediende vertrekt. Dick ziet het met lede ogen aan.

 

Het is een gecompliceerde relatie tussen die twee. Mary is verveeld, kaffert de inboorlingen uit, verspilt water. Dick wordt hier kwaad over bindt weer in en betuigt spijt, wat Mary weer voldoening schenkt. Dat alles onder de genadeloze zon die zowat door het boek heen brandt:

 

Langzamerhand werd de hitte een obsessie voor haar. De hittegolven, die van het ijzeren dak op haar neersloegen, matten haar genadeloos af – ondermijnden haar weerstand. Zelfs de honden, die het niet zo gauw te kwaad kregen, lagen bewegingloos op de warande…toen zij zich er van overtuigd had, dat de inboorling niet thuis was, kleedde zij zich uit en goot het water over zich uit…De neerstortende druppels vielen op de poreuze stenen en verdampten met een sissend geluid.

 

Ook het gestel van Dick wordt ondermijnd. Hij loopt malaria op en heeft af en toe zware koorts. Mary moet noodgedwongen het land op om de inboorlingen aan het werk te houden. Ze neemt de sjambok mee een gebruikt hem zelfs een keer. Zij verwondt een sterke werker die het voorval niet zal vergeten.

 

De zaken gaan slecht. Dick doet niet aan verantwoord beleid maar stort zich van het ene probeersel in het andere. Mary ziet dat, confronteert hem er mee maar Dick is koppig. Mary ziet een welvarende toekomst in rook opgaan. Ze loopt zelfs weg maar wordt door Dick teruggehaald. Niemand wil haar overigens nog hebben in de stad.

 

De relatie blijft moeizaam. Het stel bemoeit zich ook niet met hun omgeving dus populair zijn ze niet. De ruzies blijven en Mary blijft moeite hebben met de bedienden. Op een dag haalt Dick maar een landsman naar huis die moet bedienen. Niemand anders wil nog. U raadt het, het is de man die door Mary met de zweep is bewerkt. Het is echter een harde en correcte werker. Hoewel Mary niets van hem moet hebben en hem steeds schoffeert, laat hij zich niet van de wijs brengen. Ze merkt dat er wat verandert als ze hem ziet als hij zichzelf wast:

 

De herinnering aan die zwarte, dikke nek met al dat witte schuim, de machtige zwarte rug, die zich over de emmer boog, prikkelde haar en wond haar op. Zij wilde niet overwegen, dat haar woede, haar hysterie in iets wortelden wat zij zelf niet begreep. Neen, zij besefte alleen, dat het formele patroon van de verhouding tussen blank en zwart, tussen mevrouw en bediende, hier verbroken en doorkruist werd door een persoonlijke relatie.

 

Uiteindelijk houden Dick en Mary het niet vol. Charlie Slatter, de rijke buurman aast op het land van Dick. Hij stelt voor om het te kopen, en Dick als opzichter aan te stellen. Niet zozeer uit liefdadigheid maar

 

Hij gehoorzaamde de levenswet van de blanken in Zuid-Afrika en deze wet luidt als volgt: Gij zult niet toestaan, dat de levensstandaard der blanken beneden een zeker punt daalt, opdat de neger niet bemerke, dat hij niet minder dan de blanke is.

 

Helaas, de uitkomst van het verhaal is al bekend. Mozes is niets vergeten…

 

Het is een prachtig boek. De armoede en wanhoop van het stel wordt sterk neergezet en het verval van beiden is schrijnend om te zien. Zoals gezegd, je zou ze eens bij de lurven willen pakken om ze op het juiste spoor te zetten. De omgang met de inboorling (ik laat deze weinig vleiende term staan omdat ze consequent zo gebruikt wordt) is tenenkrommend maar tekenend voor die tijd en plaats. Een zondoorstoofde vertelling.

 

Vertaling: Paul van Kampen

 

Zie voor andere besprekingen Boekenwijs en Anna’s Leesreis

6d5d5dc4bbc9b03592b426d5877444341587343

Met Bonita Avenue heeft Peter Buwalda een behoorlijke page-turner afgeleverd van 543 pagina’s.

  

Het verhaal draait om Siem Sigerius, de eminente rector-magnificus van de Tubantia universiteit. Hij heeft twee stiefdochters, Joni en Janis en een zoon, Wilbert. Joni is bloedmooi en verdient samen met haar vriend Aaron bakken met geld door de exploitatie van een sexsite. Aaron is fotograaf en Joni het model waarvoor mannen graag betalen om haar te zien. Janis speelt een kleinere rol in het geheel maar Wilbert niet. Hij is veroordeeld voor doodslag, zit vast en komt gedurende het verhaal op vrije voeten.

 

Maar het draait om Siem. Hij is een wiskundig genie en ex-topjudoka die net de Olympische spelen heeft misgelopen. Siem heeft een avontuurtje met een eerstejaars en in zijn wellust belandt hij ook op verschillende sexsites. Daar ziet hij een dame die verdacht veel op zijn stiefdochter lijkt, maar hij is er niet zeker van. In een Chinese hotelkamer peinst hij:

 

Die ogen, ziet hij met vertraging, zijn blauw. De ogen zijn staalblauw. Een golf van geluk stroomt door zijn lijf, Joni’s ogen zijn; donkerbruin!…Nog steeds opgelucht gooit hij zijn badjas uit en loopt naakt naar de minibar…Hij zet de televisie aan en neemt grote slokken bier. Hij zapt langs een Chinese opera, een film met Kevin Kostner en Whitney Houston, een kickbokswedstrijd…Dan gaat het over een ongeluk in een of ander buitenland. Hij ziet een Europees aandoende woonwijk op klaarlichte dag, vuurwerk boven huizen. God in de hemel, wat een opluchting. Het geknetter en geplof op de televisie neemt toe, het beeld wordt schokkerig…

 

Zo introduceert Buwalda bijna terloops de grote ramp in Enschede, de ontploffing van de vuurwerkfabriek. Het huis van Aaron is getroffen en hij kan tijdelijk zijn huis niet in. Die ramp is meteen het daverende startschot voor een maalstroom aan gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot de dood van de rector, die inmiddels Minister van Onderwijs is.

 

Geef ik hiermee het plot weg? Niet echt. Het wordt al vrij snel in het boek duidelijk dat Siem het niet overleeft en dat heeft te maken met de verteltrant. Het heden en verleden lopen door elkaar heen. Voor in het verhaal komt Aaron in de trein Tineke tegen, de vrouw van Siem. Zij vertelt hem dat Siem dood is. Aaron woont dan in een Belgisch dorpje en is schoolfotograaf zonder ambities. Hij lijdt aan depressies, verwaarloost zichzelf en probeert in contact te komen met Joni. Zij woont inmiddels  in de Verenigde Staten en verdient veel geld in de sexindustrie.

 

Het feit dat heden en verleden door elkaar lopen stoort niet, het is een kunstig in elkaar vervlochten geheel. Buwalda laat via kleine uitstapjes zien hoe het gezin bij elkaar is gekomen. Toch vertonen de familiebanden grote rafelranden en ook Siem vraagt zich af: waarom is Wilbert zo ontspoort? Waarom moet Joni, een vrouw die alles mee heeft, haar geld verdienen in de porno-industrie? Er zijn een hoop geheimen in de familie. Luister mee met Siem en Aaron tijdens een partij judo:

 

‘Aaron,’ opende hij uiteindelijk zelf, ‘wat denk je, komt het nog goed met Joni?’…’Heb jij haar nog gesproken?’ ‘ Nee, ik mag haar niet bellen. En je kent Joni.’

Ken ik Joni? Laat me niet lachen. ‘Ik vind het verschrikkelijk, Siem.’
Ze zwegen even Aaron leek ergens over te twijfelen, waarna hij vertelde dat ze Wilbert ging ontmoeten. Dat had hij haar nog tijdens de laatste ruzie ontfutseld. ‘Maar Siem, alsjeblieft,’ zei hij met zijn stem als een vod, ‘je hebt het niet van mij.’

 

Die geheimen moeten wel leiden tot een zinderend slot. Dat komt er. De publiekelijk zelfverzekerde Siem is privé onzeker en belandt uiteindelijk in situaties waarin een minister zich niet wenst te bevinden. Het verhaal wordt verteld tegen de achtergrond van de vuurwerkramp, het opkomend internet, judo en jazzmuziek, wiskunde en porno én de EK-wedstrijd tussen Frankrijk en Nederland. Het gaat over verraad, geheimen, woede, afpersing, vaderliefde en generatiekloven. Geen idee waarom je het niet zou lezen.

 

Vers van de pers: Bonita Avenue staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Kijk hier voor het bericht.

6773ada70b52eae59776e685967444341587343

Kaas is het eerste werk dat ik las van Willem Elsschot. Het is een korte novelle van nog geen honderd pagina’s met een eenvoudige verhaallijn. Het gaat over de brave burger Frans Laarmans, klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company. Deze Laarmans leert via zijn broer, die huisarts, is ene mijnheer Van Schoonbeke kennen en hij gaat er regelmatig op bezoek. Nu heeft deze Van Schoonbeke veel vrinden in goede doen en Laarmans kan eigenlijk niet goed aan de gesprekken deelnemen. Hij frequenteert nu eenmaal geen restaurants door heel Frankrijk.

Plots krijgt Laarmans een aanbieding van Van Schoonbeke om vertegenwoordiger in kaas te worden voor een Nederlandse onderneming. Vertegenwoordiger van volvette Edammers voor België en Luxemburg. Hij heeft er oren naar, dat zal zijn positie in de kring van Van Schoonbeke opvijzelen. Hij gaat op gesprek bij de heer Hornstra in Nederland en een contract is snel getekend. Toch had hij even niet op zijn vrouw gerekend, die hem kritisch op een puntje in het contract wijst:

En even daarop vroeg zij waarom ik in het contract had gezet dat ze mij te allen tijden ‘aan de deur konden smijten’. Mijn vrouw is dat zo gewoon. Die noemt kaas tenminste kaas…’Wat betekent “Op initiatief van de heer Hornstra”,’ vroeg zij nu, steeds maar met die vinger op de wond. Initiatief is een van die woorden die mijn vrouw niet verstaat. Initiatief, constructief, en objectief is voor haar precies hetzelfde. En leg nu maar eens uit wat zo’n woord betekent.

Dit tekent Laarmans wel een beetje als tragikomisch karakter. Hij is hals-over-kop een avontuur aangegaan waarvan hij de portee niet overziet. Zijn vrouw is niet gek en zorgt ervoor dat hij zijn betrekking aan de werf aanhoudt tijdens zijn koopmansavontuur. Via zijn broer wendt hij voor ‘de zenuwen’ te hebben en is drie maanden afwezig.

Kort en goed. Er wordt twintig ton aan kaas geleverd en hij moet het zien te verkopen. Hij gaat hard aan de slag. Kantoor inrichten, briefpapier drukken en een naam verzinnen voor zijn onderneming: General Antwerp Feeding Products Association, ofwel GAFPA. O ja, verkopen, het lijkt bijna bijzaak. Hij stelt agenten aan in het land om de kaas kwijt te raken, hij wordt zelfs tot vice-voorzitter van de vakbond gebombardeerd en dan belt Hornstra. Hij komt afrekenen…

Ik verraad niet te veel als ik hier zeg dat het verstandig is dat hij zijn betrekking aan de werf heeft aangehouden, je kan het ook op de achterkant van het boek lezen. Het laatste hoofdstuk is een mooi stukje berusting en geef ik toch maar integraal weer:

Thuis wordt nooit meer over kaas gesproken. Zelfs Jan heeft geen woord meer gerept over de kist die hij zo schitterend verkocht had en Ida is stom als een vis. Misschien wordt de sukkel op ’t gymnasium nog steeds kaasboerin genoemd.
Wat mijn vrouw betreft, die zorgt ervoor, dat geen kaas meer op tafel komt. Pas maanden later heeft zij mij een Petit Suisse voorgezet, van die witte, platte kaas, die niet méér op Edammer lijkt dan een vlinder op een slang.
Brave, beste kinderen.
Lieve, lieve vrouw.

Het is een boek over het opzetten van een onderneming waarin je kan slagen of falen. Geschreven in 1933 maar verrassend actueel. Met vaart en humor geschreven. Voorin staat een uitgebreide opdracht aan Jan Greshoff, die Elsschot indertijd aanmoedigde vooral verder te schrijven na een periode van literaire stilte. Het leek me geen slecht advies.

7a0626c010d395d593734325867444341587343

Congo een geschiedenis van David van Reybrouck is een monumentaal verhaal van een kleine 600 pagina’s over de roerige geschiedenis van een Centraal-Afrikaans land.

 

De inleiding begint al sterk, waarin de schrijver Papa Nkasi ontmoet, de man die de omslag siert. In een land waarin de gemiddelde levensverwachting 45 jaar is, lijkt het er sterk op dat deze man meer dan 120 jaar oud is. De gesprekken met hem zijn een feest om te lezen.

 

Na wat beelden van Congo door de eeuwen heen begint de beschrijving in het eerste hoofdstuk in het jaar 1870. Sir Morton Stanley maakt een heroïsche doorsteek van oost naar west over de rivier de Congo en wordt later door de Belgische koning Leopold gevraagd om nogmaals een reis te maken in zijn dienst. De koning is ambitieus en is uit op een kolonie. Dit resulteert uiteindelijk in de stichting van de Vrijstaat Congo.


Er worden enorme winsten gemaakt met rubber, maar door wanbeleid wordt de koning gedwongen de Vrijstaat op te geven en gaat het Belgisch parlement de regie overnemen. Belgisch Congo is dan een feit. Van Reybrouck geeft een fascinerend beeld van die jaren, maar maakt het bijna tastbaar door zijn verhaal te larderen met verslagen van zijn bezoeken aan Congo:

 

Na een eind stappen zag ik in het gras een hoogst merkwaardig postmodern kunstwerk liggen…In een roestige stalen boot lag op zijn buik een bronzen mansfiguur van wel vier meter hoog. Het beeld herkende ik meteen: het was het triomfantelijke standbeeld van Stanley dat decennialang vanaf de heuvel van Ngaliema manhaftig over de rivier had uitgekeken…Het brede armgebaar waarmee hij eertijds de Congo omvademde, wees nergens meer naar. De vingers steunden enkel tegen de roestig stoomketel van het bootje.

 

De boten van Stanley liggen er nog. Tastbaarder kan geschiedenis niet zijn. Die geschiedenis omvat ook de exploitatie van Congo. Het land is rijk aan grondstoffen en er worden winsten gemaakt. De bevolking blijft arm. De wereldoorlogen hebben impact omdat grote mogendheden elkaar bestrijden. Mooi detail: de enige stem van een soldaat uit het Belgische leger uit de Eerste Wereldoorlog die bewaard is gebleven is van een Congolees.

 

Vanaf 1955 wordt de roep om onafhankelijkheid sterker. Er komen verkiezingen maar de onafhankelijkheid komt te snel. Belgen ontvluchten massaal het land en Congo blijft vleugellam achter. De president Kasavubu en eerste minister Patrice Lumumba zijn te onervaren. Even daarvoor heeft Van Reybrouck dan al een prachtige cliffhanger geschreven:

 

Dat beeld houden we even vast: Mobutu en Lumumba, samen op de brommer, twee nieuwe vrienden, de journalist en de bierverkoper, de een is 28, de ander 33. Lumumba zit achterop. Ze rijden door de warme lucht en praten luid om het geknetter van de uitlaat te overstemmen. Twee jaar later zal de een de ander mee helpen vermoorden.

 

Mobutu komt via een staatsgreep aan de macht. Hij blijkt een wreed dictator die geen problemen heeft met het ophangen van vier politici. Mobutu wist lang aan de macht te blijven. Hij wijzigde de naam van het land in Zaïre, schafte het meerpartijenstelsel af en eigende zich miljarden toe.

 

Uiteindelijk greep de rebellenleider Laurent-Désiré Kabila met zijn kindsoldaten de macht. Kabila, die in het verleden nog in de leer kon bij Che Guevara, maar door Che werd afgedaan als lui en omgemotiveerd. Kabila werd later vermoord door één van zijn kindsoldaten waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon, Joseph Kabila.

 

Van Reybrouck vertelt een duidelijk verhaal en wat zo aantrekkelijk is zijn de talloze feiten waarmee hij zijn verhaal kleurt. Che Guevara in Afrika, waarom Cubaanse muziek zo populair is en waarom het Belgisch kolonialisme heeft bijgedragen aan de spirituele dimensie van de reggae. Het staat er allemaal in en ik heb menig artiest opgezocht op youtube.

 

Een mooi moment is als hij zijn vader introduceert die ook in Congo heeft gewerkt. Zijn vader is getuige van de moord op de vrouw van een Belgische mijnwerker, waarvan de beelden later in Time Magazine hebben gestaan, een aangrijpend verhaal.

 

De geschiedenis van Congo wordt doorgetrokken tot het heden. China heeft grote invloed in Congo en sluit grote contracten af met Congo. Er wonen Chinezen in Congo en andersom eveneens. De auteur vliegt mee met een aantal Congolezen naar Guangzhou in China. Zij kopen daar hun waar om het in eigen land met winst te verkopen. Zo eindigt het boek ook, met twee Congolese dames die zelfbewust over het verbrokkelde asfalt van de luchthaven hun land weer binnenstappen, voldaan over de lucratieve reis.

 

Het boek heeft al diverse prijzen in de wacht gesleept, zoals de AKO-literatuurprijs 2010, de Libris Geschiedenisprijs 2010, de Jan Greshoffprijs 2010 en onlangs nog de prijs voor ‘De Mooiste Boekomslag’. Ik kan mij er zeer wel in vinden.

 

Laatste update, vers van de pers: Van Reybrouck is met zijn boek Congo een geschiedenis ook genomineerd voor de M.J. Brusseprijs, een prijs die het beste Nederlandstalige journalistieke boek bekroont. 


mobutu3 

Mobutu Sese Seko (1930-1997)