archiveren

Drukkerij

9035131290.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het boek Goud en koper in de boekenwereld van Frans A. Janssen brengt 19 opstellen bij elkaar in 233 pagina’s. Opstellen over de boekdrukkunst, typografie, drukkerijen, bibliotheken en wat meer specialistische verhandelingen over de Gutenbergbijbel, Copernicus, Vesalius en de verzamelaars Popper en Abrams.

Die opstellen vond ik lang niet allemaal de moeite waard. Ik ben niet zeer geïnteresseerd in typografie dus verhandelingen over de rechthoek van de zetspiegel en de vrije regelval konden mij maar matig boeien. Maar, er valt zeker ook veel te genieten. Toelichtingen op de boekdrukkunst zelf interesseren mij wel. Hoewel het een uitvinding van jewelste was waren er ook verklaarde tegenstanders van gedrukt werk, daar had ik nooit zo bij stilgestaan;

Een andere bestrijder van de boekdrukkunst was monnik en kopiist Filippo da Strada…, die er in 1473-1474 over klaagt dat de Venetiaanse drukkers (van Duitse afkomst) zich rijk drukken aan zondige lectuur als Ovidius, en daarmee vooral jongeren van het rechte pad brengen: de drukkunst, roept hij uit, is een prostituee, de schrijfkunst een maagd.

Ook boeiend is het verhaal over dat beroemde boek, de Gutenbergbijbel. Er zijn er ongeveer 180 van gedrukt en er zijn er nog 48 over. Janssen geeft aan hoe die exemplaren op hun huidige plaats terecht zijn gekomen. Er zijn er nog 2 in particuliere handen, de overige exemplaren bevinden zich bij instanties als bibliotheken.

Een apart verhaal gaat over alcohol in de drukkerij. Hij duikt hiervoor in de Plantijnse archieven van Antwerpen en haalt er allerlei gegevens uit over arbeidstijden, schafttijden en arbeidsverhoudingen. Zo ook over het gebruik van alcohol;

Niemant wie hy si, en sal hem moghen vervoorderen [proberen] Wijn oft Sterck Bier te halen, oft te doen halen, op eenighen werchdach, oft elders gaen drincken tot schade van den wercke, meer dan een pinte voor noen, voor elck hooft, ende na noen, also [even] vele, (sonder expres consent van den Meester).

Voor wie terugverlangt naar die goede oude tijd, men zat wel op stukloon, er werd niets verdiend onder het drinken…

Een boek dus wat lekker doorleest met over het algemeen interessante opstellen. De auteur ontkomt niet aan een kleine mate van zelfingenomenheid. Waar hij drukker Johannes Enschedé en lettersnijder Johann Fleischmann beticht van onbescheidenheid, vertelt hij op dezelfde pagina dat het handschrift, waarin Fleischmann zichzelf roemt, na omzwervingen zich thans in het bezit van de auteur zelf bevindt. Dat vind ik dan weer leuk.

Advertenties