archiveren

Drukkerij

9045034999.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De boekhandel van de wereld van de historici Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen draagt als ondertitel Drukkers, boekverkopers en lezers in de Gouden Eeuw. Op de achterflap staat nog als toevoeging Nederland als centrum van het gedrukte woord. Als lezer, geschiedenisliefhebber en liefhebber van boeken over boeken een onmogelijkheid om dit niet te lezen.

Het interessante aan dit boek is dat het gaat over drukwerk in de dagelijkse praktijk. Boeken, pamfletten, kaarten; er zijn prachtige exemplaren bewaard gebleven en aan sommigen topstukken worden hele boeken of tentoonstellingen gewijd, maar al die stukgelezen boeken voor het dagelijks gebruik, gemeentelijke aankondigingen en kranten uit het verleden zijn veel meer onderbelicht en daar gaat dit boek over. De auteurs zeggen hierover;

In de zeventiende eeuw werden er in de Republiek per hoofd van de bevolking meer boeken uitgegeven dan in enig ander boekenproducerend land…Het was een land waar boeken en lezen ten diepste verbonden waren met het functioneren van de maatschappij…Het is dus des te eigenaardiger dat al die boeken op een of andere manier onder tafel zijn gewerkt in het klassieke succesverhaal van de Nederlandse Gouden Eeuw. Blijkbaar zijn we altijd zo diep onder de indruk geweest van de grote Nederlandse schilders…dat we de stille revolutie die zich afspeelde in de huiskamers van de burgerij over het hoofd hebben gezien.

In de zeventiende eeuw waren er al een aantal grote drukkers. Families die vanuit Vlaanderen vanwege het geloof naar het noorden waren gevlucht, maar ook drukkers als Elzevier, Blaeu (u weet wel, van die grote atlas) en Claesz. De laatste zette de toon voor het Nederlandse boekenbedrijf door zich te richten op een klantenkring uit de middenklasse naast de traditionele elite van boekenkopers.

Er wordt aandacht besteedt aan het drukwerk voor pamfletten. Dat was een niet te onderschatten bron van inkomsten én die pamfletten waren van groot belang voor de polemieken tussen remonstranten en contraremonstranten. Ook raadspensionaris Van Oldebarnevelt was slecht voorbereid op de felheid van de aanvallen tegen hem die in talloze pamfletten werden afgedrukt.

Het boek belicht veel dagelijkse kanten van het drukwerk. Psalmenboeken en catechismussen werden vaak gebruikt en stukgelezen, dus werden steeds opnieuw gedrukt. Atlassen en kaarten waren belangrijk voor de scheepvaart, maar ook de publicaties over de handelsreizen zelf waren van grote invloed op toekomstige investeringen en de handel. Een belangrijk werk is het boek Cijfferinghe van Gerrit Bartjens. Het gold jarenlang als standaardwerk voor de rekenkunst, met honderden voorbeelden van elementaire rekensommen en complexere berekeningen over rentetarieven en wisselkoersen. Mooi dat er ook voorbeelden in het boek zijn opgenomen;

Een schip ten oorlogh zijnde voorsien met 250 koppen, is ghevictualiseert voor 1 jaer; nae 3 maenden worden 50 man overgeset in een ander schip. Vrage, hoe veel langer konnen sy met selve victualie toe-komen?

Omdat Leiden een academisch centrum was vanwege de universiteit was het ook van belang voor de drukkerswereld. Alle oraties werden gedrukt en ik werd getriggerd door het fenomeen van de prijsboeken, een boek dat de beste leerlingen van de Latijnse school ontvingen van hun rector, veelal Latijnse klassiekers, voorzien van een band met gemeentewapen en handgeschreven inscriptie. Ik heb de studie daarover van J. Spoelder meteen maar in huis gehaald.

Andere vormen van drukkunst betreffen liedboeken en toneelwerken en er vindt een verschuiving plaats in de klassieke letteren. Het Latijn maakt plaats voor moderne talen. Er wordt gedicht in de volkstaal met Vondel als grote exponent daarvan. Hij verwerkt kritieken in zijn treurspelen en bereikt daarmee het volk. Datzelfde volk moest ook door de gemeente op de hoogte gehouden geworden van allerhande zaken en dat ging via de stadsomroeper, maar ook via plakkaten. Die plakkaten werden vaak weer van de muren gerukt door de bevolking (zoals door vrienden van een corrupte belastingontvanger die via een plakkaat gezocht werd), waardoor er zelfs plakkaten verschenen die de burgers ervan verwittigden dat het verboden was om plakkaten af te scheuren. Je blijft lezen in zo’n boek.

Het boek maakt ook duidelijk dat de Nederlanders zeer bedreven waren in de drukkunst én in de boekhandel. Ze hadden al talloze veilingen opgezet en dit fenomeen eigenlijk uitgevonden, maar ze bedienden ook de buitenlandse markt. Waar hun forte niet lag, daar kocht men in en verkocht men met winst. Het belang van gedrukte catalogi wordt zo ook duidelijk. Die waren voor geïnteresseerden in binnen- en buitenland van belang om te weten wat er op de markt was om zo de verzameling uit te breiden.

Het is een boek van ruim 500 pagina’s en ik heb er veel uitgehaald. Het geeft inzicht in de ontwikkeling en het gebruik van het drukwerk in Nederland. Dagelijks gebruik, maar ook verzamelingen als die van Johannes Thysius ontbreken niet in dit boek. Voor dit boek is er uitvoering onderzoek gedaan in talloze archieven wereldwijd en dat geeft een hoop informatie. Daarnaast houd ik erg van anekdotes die ook niet worden geschuwd, zoals dat van de predikant die vond dat hij te weinig verdiende én dat op schrift stelde, wat nog prima werd verkocht ook. De auteurs wijzen er op dat hij zich wel de luxe van boter veroorloofde en komen daar later in het boek nog eens fijntjes op terug.

De conclusie is ook een mooie, en wellicht een logische. Indrukwekkende bibliotheekcollecties zijn prachtig, maar;

Uiteindelijk ligt het ware verhaal van de Nederlandse boekenwereld misschien eerder in de alomtegenwoordigheid: boeken die te koop lagen in winkels, die werden gelezen op trekschuiten, die werden uitgedeeld aan gasten bij brouwerijen en promoties van studenten, die lagen te verschimmelen in de vochtige hitte van Oost-Indië, en die voorzichtig uit de boekenkist van Hugo de Groot werden gehaald zodat de staatsman zich daarin kon verstoppen.

Vertaling; Frits van der Waa

9035131290.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het boek Goud en koper in de boekenwereld van Frans A. Janssen brengt 19 opstellen bij elkaar in 233 pagina’s. Opstellen over de boekdrukkunst, typografie, drukkerijen, bibliotheken en wat meer specialistische verhandelingen over de Gutenbergbijbel, Copernicus, Vesalius en de verzamelaars Popper en Abrams.

Die opstellen vond ik lang niet allemaal de moeite waard. Ik ben niet zeer geïnteresseerd in typografie dus verhandelingen over de rechthoek van de zetspiegel en de vrije regelval konden mij maar matig boeien. Maar, er valt zeker ook veel te genieten. Toelichtingen op de boekdrukkunst zelf interesseren mij wel. Hoewel het een uitvinding van jewelste was waren er ook verklaarde tegenstanders van gedrukt werk, daar had ik nooit zo bij stilgestaan;

Een andere bestrijder van de boekdrukkunst was monnik en kopiist Filippo da Strada…, die er in 1473-1474 over klaagt dat de Venetiaanse drukkers (van Duitse afkomst) zich rijk drukken aan zondige lectuur als Ovidius, en daarmee vooral jongeren van het rechte pad brengen: de drukkunst, roept hij uit, is een prostituee, de schrijfkunst een maagd.

Ook boeiend is het verhaal over dat beroemde boek, de Gutenbergbijbel. Er zijn er ongeveer 180 van gedrukt en er zijn er nog 48 over. Janssen geeft aan hoe die exemplaren op hun huidige plaats terecht zijn gekomen. Er zijn er nog 2 in particuliere handen, de overige exemplaren bevinden zich bij instanties als bibliotheken.

Een apart verhaal gaat over alcohol in de drukkerij. Hij duikt hiervoor in de Plantijnse archieven van Antwerpen en haalt er allerlei gegevens uit over arbeidstijden, schafttijden en arbeidsverhoudingen. Zo ook over het gebruik van alcohol;

Niemant wie hy si, en sal hem moghen vervoorderen [proberen] Wijn oft Sterck Bier te halen, oft te doen halen, op eenighen werchdach, oft elders gaen drincken tot schade van den wercke, meer dan een pinte voor noen, voor elck hooft, ende na noen, also [even] vele, (sonder expres consent van den Meester).

Voor wie terugverlangt naar die goede oude tijd, men zat wel op stukloon, er werd niets verdiend onder het drinken…

Een boek dus wat lekker doorleest met over het algemeen interessante opstellen. De auteur ontkomt niet aan een kleine mate van zelfingenomenheid. Waar hij drukker Johannes Enschedé en lettersnijder Johann Fleischmann beticht van onbescheidenheid, vertelt hij op dezelfde pagina dat het handschrift, waarin Fleischmann zichzelf roemt, na omzwervingen zich thans in het bezit van de auteur zelf bevindt. Dat vind ik dan weer leuk.