archiveren

Engelse literatuur

9029092963.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Utopia Avenue van David Mitchell is een boek over het succes van een Britse band in de jaren zestig. Een dik boek van bijna 650 pagina’s over die muzikale periode kan ik onmogelijk laten liggen, zeker als er zoveel lovende woorden over gesproken worden. Of ik mij daarbij aansluit gaan we zien.

Dean is een bassist zonder band en die wordt door een manager, Levon, samengebracht met folkzangeres en toetseniste Elf, met de gitarist Jasper en met drummer Griff. Zo wordt de band Utopia Avenue geboren. Ze schrijven bijna allemaal nummers voor de band en boeken al snel hun eerste successen. Dan begint er een werkelijk duizelingwekkend verhaal waar alle ingrediënten van een band uit de jaren zestig wel in zitten.

In grote lijnen dan; vroeg succes, maar de tweede single doet weinig. Er is een grote afhankelijkheid van de platenmaatschappij die botst met de eigen wil van de bandleden;

‘Nee, nou moet jíj eens fokkin goed luisteren!’ Griff boog zich naar voren. ‘Wie reizen d’r midden in de nacht stad en fokkin land af terwijl jij knus in je bedje ligt te pitten? Wij…Dus als jij die dertienduizend pietermannen terug wilt zien, laat je óns die fokkin single uitkiezen. Óns. En “Abandon Hope” is de volgende single.’
…’Dus waar jullie mee dreigen,’ vatte Günther samen, ‘is het volgende. “Doe wat wij zeggen, anders saboteren we onze eigen carrière”?’

Dan gaat het lopen en volgen er optredens, ook internationaal. Er komt een optreden bij het programma Fenklup bij de AVRO, met een interview door Henk Teuling (hier weeft Mitchell mooie dingen door elkaar; een bestaand programma, andere omroep, niet bestaande presentator). Tijdens een reis naar Italië wordt Dean gearresteerd voor drugsbezit en belandt in de cel. Het komt hun populariteit allen maar ten goede.

Ze worden zo groot dat ze in de Verenigde Staten belanden. Uiteraard logeren ze in het beroemde Chelsea Hotel in New York en ontmoeten ze alle grote artiesten van die tijd. Hun optredens zijn een belevenis en waar dit eindigt zult u echt zelf moeten lezen.

Dat lijkt het verhaal, maar er is zoveel meer te vertellen. Allereerst de talloze verhalen die naast die grote hoofdlijn bestaan. Het auto-ongeluk van Griff en de relatie tussen Dean en zijn gewelddadige en alcoholistische vader. Het neefje van zangeres Elf en de relaties die zij aangaat. Een belangrijk verhaal is Klop Klop, die in het hoofd van gitarist Jasper de Zoet bestaat, samen met de Mongoliër die hem in eerste instantie voor de dood behoedt.

Mitchell-lezers kijken op van de naam De Zoet en dat klopt, de auteur gebruikt personages uit andere romans in Utopia Avenue, in dit geval een nazaat van Jacob de Zoet uit zijn roman De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Ik zag de term ‘Cloud Atlas’ ook voorbij komen en Crispin, de zoon van actrice Tiffany Hershey waar Dean het bed mee deelt, komt weer voor in de roman Tijdmeters.

Mitchell doet nog meer, hij trekt alle registers open. Crispin is een onhebbelijk ventje en op een feest met allerlei beroemdheden schiet hij denkbeeldig Jimi Hendrix, Brian Jones en Keith Moon dood. Inderdaad artiesten die iets te snel het tijdige met het eeuwige verwisselden. Het is mooi gevonden om David Bowie op de trap naar boven tegen te komen, als diens carrière in de lift zit. Uiteraard komen we hem tegen op de trap naar beneden bij tegenslag in zijn leven. Mitchell weeft al die bekende artiesten knap door zijn verhaal, maar soms wordt het iets teveel uitgemolken. Elf komt in het Chelsea Hotel ene Lenny tegen, die haar uitnodigt voor het feest van Janet. Wat had het subtiel geweest om het daarbij te laten…liefhebbers zijn immers bekend met de affaire van Leonard Cohen en Janis Joplin in dat hotel wat tot een prachtige songtekst leidde…Mitchell legt het echter helemaal uit en we maken het hele feest mee.

Daar is het dus soms wat teveel van het goede. Dat geldt ook voor de krantenartikelen die in het boek zijn opgenomen, zoals over Dean’s arrestatie in Italië. Via dat artikel lezen we alles voor de tweede keer. Verder bekroop mij af en toe het gevoel dat alles wat ik in muzikanten-biografiën heb gelezen over die tijd in dit verhaal geperst moesten worden. De werkelijkheid is juist soms fantastischer dan de roman zelf.

Dat neemt niet weg dat het verhaal met vaart geschreven is en dat ik het met plezier gelezen heb.. Mitchell springt heen en weer in de tijd, maar je raakt nooit de draad kwijt, alles is helder. Niet zo helder als de onvermijdelijke lsd-trip die zo bij die tijd hoort en die Dean bij Jerry Garcia van The Grateful Dead ondergaat;

Het broodje is een echt, zacht sponzig broodje dat in- en uitademt, in- en uitademt. ‘Jouw grote misvatting,’ zegt het broodje tegen Dean, ‘is dat je ervan uitgaat dat je brein een bubbel van bewustzijn genereert die je “ik” noemt…In de schaduw van een muziektent plast Dean diamanten…

Vertaling; Harm Damsma en Niek Miedema

 

9046827577.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Shuggie Bain is de debuutroman van de Schots-Amerikaanse schrijver Douglas Stuart die hem direct de prestigieuze Booker Prize 2020 opleverde (niet te verwarren met de International Booker Prize van dat jaar die Marieke Lucas Rijneveld won). Het boek gaat over het jongetje Hugh ‘Shuggie’ Bain, die in de jaren tachtig zijn jeugd doorbrengt in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow.

Zijn vader is Shuggie senior, een taxichauffeur die nachtdiensten draait en iedere vrouw probeert te versieren die hij kan. Zijn moeder, Agnes, is verslaafd aan alcohol. Verder heeft hij een zus Catherine en een broer Leek. Wat Stuart meteen goed doet is de sfeer en het tijdsbeeld van Glasgow beschrijven waarin het gezin woont. Het is een prettige constante in dit boek;

Shug drukte het gaspedaal dieper in. De stad was aan het veranderen, hij zag het aan de gezichten. Glasgow was zijn bestemming kwijt…Hij hoorde zijn klanten klagen over Thatcher, die neerkeek op eerlijke arbeid en meer zag in technologie, kernenergie en particuliere gezondheidszorg. De tijd van industrie was voorbij en de geraamtes van Clyde Shipworks en Springburn Railworks lagen als rottende dinosuarussen verspreid over de stad.

Shug senior is zijn gezin en vooral zijn vrouw zat en laat ze achter in een kleine huurwoning aan de rand van Glasgow. De sociale controle is er groot en het nieuwe gezin ligt er onder een vergrootglas. De kleine Shuggie heeft het moeilijk want de buurtkinderen komen er al snel achter dat hij ‘anders’ is. Zijn moeder Agnes verliest zich in de drank. Zus Catherine vertrekt naar Zuid-Afrika en zijn grotere broer Leek verdwijnt meestal en gaat zijn eigen gang.

Door het wegvallen van de taxi-inkomsten is er armoede. Het gezin leeft van de bijstand en leert al snel om te sjoemelen met de electriciteitsmeter; met een haarspeld het kastje openwrikken om de muntjes terug te pakken die je er voor de electriciteit in moet gooien.

Agnes heeft het moeilijk als alleenstaande moeder. Haar geld maakt ze direct op aan de drank. Toch moet ze keer op keer haar buurtbewoners onder ogen komen en dan zorgt ze dat ze er tiptop uitziet. Shuggie wordt tegen wil en dank haar steun en toeverlaat en draait op voor de incasso van de bijstand. Hij staat haar bij waar hij kan;

Haar lichaam hing over de rand van het bed en aan de rare kromming zag Shuggie dat ze de hele nacht had liggen tollen van de drank…Shuggie zette drie mokken op een rij: één met kraanwater om de barstjes in haar keel te verzachten, één met melk als beschermlaagje voor haar zure maag en de derde met alle verschaalde restjes Special Brew en Sweetheart Stout die hij bij elkaar had gesprokkeld en met een vork had opgeschuimd.

Agnes bezoekt AA-bijeenkomsten en het lukt haar om een tijdje van de drank af te blijven. Ze krijgt een relatie met Eugene, maar vervalt uiteindelijk weer in oude gewoonten. Shuggie heeft zijn eigen problemen. Hij valt op jongens en dat helpt niet in de macho-cultuur waarin hij opgroeit. Hij wordt regelmatig in elkaar geslagen en opgejaagd.

Het gezin blijft niets bespaard. Agnes doet een zelfmoordpoging en Shuggie gaat tijdelijk bij zijn vader wonen en diens nieuwe gezin. Een plek waar hij ook niet welkom is. Als Agnes weer op de been is besluit ze tot een huizenruil. Ze wil terug naar de stad om een nieuw begin te maken met Shuggie. Zijn broer Leek is dan al naar Glasgow vertrokken. Of dat nieuwe begin er komt moet u vooral zelf gaan lezen.

Het is een rauw verhaal met een sterk autobiografische inslag. De auteur is zelf opgegroeid in armoede in Glasgow en is homoseksueel. Hij kent de sfeer daar dus als geen ander, maar je moet het wel kunnen verwoorden en dat kan hij. Het boek is zeer vlot leesbaar en alles wordt beeldend beschreven. Interieurs, de stad, maar dus ook het tijdsbeeld van de jaren tachtig met de regering-Thatcher en de tegenstellingen tussen katholieken en protestanten. Het is een boek over verval en armoede, alcoholisme en het achterlaten van mensen, met af en toe een lichtpuntje van liefde en genegenheid. De moeite waard wat mij betreft.

Vertaling; Inger Limburg en Lucie van Rooijen

9059367855.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Vrouw of vos van David Garnett is een prachtige korte roman van 125 pagina’s. Het is een sprookje, waarmee Garnett debuteerde en dat hem in één klap beroemd maakte. Hoog tijd dat het vertaald werd.

Het is 1880 en Richard en Silvia Tebrick maken een wandeling op hun landgoed nabij Oxford. Het is het jachtseizoen en Richard houdt daarvan. Hj moest Silvia een beetje overhalen om mee te gaan, maar ze waren verliefd en altijd samen, dus ze ging mee. Plotseling trekt ze haar hand terug en schreeuwt;

Waar een moment eerder zijn vrouw had gestaan stond nu een kleine, felrode vos.

Dat is een wonder en Richard snapt er niets van. Wij ook niet en de verteller, waarvan later blijkt dat het de auteur is, ook niet. Sterker, hij had ons al verteld dat hij zich nauwkeurig aan de feiten zou houden en betrekt de lezers bij het verhaal;

Toch wil ik geen van mijn lezers ontmoedigen een poging te wagen dit schijnbare wonder te verklaren, want tot nu toe is er nog geen echt bevredigende uitleg gevonden.

Richard neemt de vos mee naar huis en dat is het begin van een wonderlijke verstandhouding. Zijn vrouw is zichtbaar in verwarring in haar nieuwe gedaante en wil haar kleren nog aan. Ze eten en drinken samen, maar heel subtiel komen er veranderingen in haar gedrag. De duif in zijn kooi voelt zich ook ineens gevangen in haar gefixeerde blik.

Richard hoopt dat de metamorfose tijdelijk is, maar heeft voor de zekerheid wel zijn honden gedood en zijn personeel naar huis gestuurd. Alleen de oude Nanny weet wat er gebeurd is. Richard houdt van zijn vrouw maar voelt ook verdriet, zoals wanneer zij niet naast hem meer slaapt, maar opgekruld aan het voeteneind. Het gaat een stap verder als hij haar ziet knagen aan de botten van een kip. Hij ziet haar nog als zijn vrouw, maar ze is een vos.

In de buurt gaan er verhalen rond dat zijn vrouw hem heeft verlaten en dat hij krankzinnig geworden is. Hij besluit te verhuizen naar het huisje van Nanny, waar ze meer rust hebben. Ze komen er aan en het zijn die subtiele spelingen tussen zijn vrouw en het wilde dier die dit verhaal zo mooi maken;

Toen opende hij de mand en liet zijn vrouw eruit.

Zijn vrouw wordt meer en meer een wild dier en hij merkt dat ze weg wil. Ze haalt er zelfs sluwe streken voor uit en uiteindelijk geeft hij toe. Hij laat haar gaan. Ze blijft lang weg en Richard verwaarloost zichzelf in zijn verdriet. Het wonderlijke is dat hij niet zozeer aan zijn vrouw denkt, maar juist de vos mist.

Als zij terug is blijkt ze een nestje welpen te hebben. Weer gaan Richard’s emoties overhoop. Moet hij nu jaloers zijn, of boos? Moet hij zelf nog trouw zijn als zijn vrouw dat ook niet is?

Kon hij nu nog wel van haar houden? Maar dit zat hem niet eens zo dwars. Want in zijn hart was hij er nu van overtuigd dat het niet meer eerlijk was om een oordeel over haar te vellen als een vrouw – enkel nog als een vos.

De afloop van sprookjes verklap je niet, dus dat doe ik ook niet. Er staat nog een interessant nawoord in het boek van de vertaler. Dat gaat over de auteur, over voorlopers en navolgers van dit boek. De Metamorphosen van Ovidius en De gedaanteverwisseling van Kafka zijn logische referentiepunten, maar ik moest ook denken aan Kafka op het strand van Haruki Murakami. Ook daar worden ongeloofwaardige gebeurtenissen (een sprekende kat) volstrekt geloofwaardig verteld. Dit boek blinkt uit door een heldere verteltrant, het perspectief vanuit de auteur en de subtiliteiten die overal in het verhaal zitten (natuurlijk is de meisjesnaam van Silvia Tebrick juist “Fox”). In een bespreking elders las ik dat de Nederlandse titel Vrouw of vos nog meer recht aan het verhaal doet dan de oorspronkelijke titel, Lady into fox en daar ben ik het helemaal mee eens.

Vertaling; Irwan Droog

5b79f05a019d2db5930554f5877444341587343
Ik heb Solar van Ian McEwan ooit gekocht naar aanleiding van een bespreking van Anna, maar dat is al even terug. Geen idee dus wat mij te wachten stond bij dit boek. Het was niet voor iets, ik heb me er goed mee vermaakt.

Michael Beard is natuurkundige en voormalig Nobelprijswinnaar. Dat feit gebruikt hij nu voornamelijk nog om overal goedbetaalde lezingen te geven. Privé verslijt hij vijf huwelijken, in het verhaal is hij toe aan de laatste. Ofschoon hij zelf talloze affaires heeft gehad, moet hij met lede ogen aanzien dat zijn vrouw er met de klusjesman vandoor gaat.

Hij verbindt zijn naam aan een overheidsinstituut dat van alles doet met zonne-energie. Het grote doel is natuurlijk de klimaatverandering tegen te gaan. Als de briljante Tom Aldous onder hem komt werken in het instituut beginnen de problemen. Aldous begint een verhouding met Michael’s vrouw, komt te overlijden in zijn huis en Michael, die toch om nieuwe ideeën verlegen zat, gaat aan de haal met het werk van Tom. Hij verkondigt de wereld te zullen redden door middel van het kopiëren van het fotosyntheseproces der planten.

Is van zo’n wetenschappelijk onderwerp nu een prettig boek te maken? Laat dat maar aan McEwan over. Je komt de ene hilarische na de andere hilarische situatie tegen. Zo moet je geen plasje doen bij strenge vorst in Noorwegen;

His mistake was to wait a few seconds at the end…For when his business was done he discovered that his penis had attached itself to the zip of his snowmobile suit, had frozen in hard along its length, the way only living flesh can do on sub-zero metal.

Als hij later een ijsbeer tegenkomt, ziet hij natuurlijk de lichtschakelaar aan voor een startknop en moet hij ontzet worden. Als hij zijn twijfels uitspreekt tegenover een ice carver uit Mallorca (!) stelt deze laatste hem gerust door te zeggen dat hij zijn beste pinguïns ook pas na twee jaar maakte. Dat werk dus, het leest allemaal lekker weg.

Het verhaal springt verder in de tijd. Michael heeft inmiddels een dochter en zet in de Verenigde Staten een project op met de ideeën van wijlen Tom. Hij dijt steeds meer uit, houdt er een vriendin op na en voelt zich een tikje boven de massa verheven;

An avenue of ads for banking and office services, weakly humorous, effortfully eye-catching – clearly, advertising was an industry for third-raters – increased his irritation in the unventilated, overlit corridors. He knew it too well, the special kind of mental suffocation that came from contact with aggressive low intelligence. Now, planetary stupidity was his business.

Hij blijft geloven in zijn plannen maar krijgt zijn trekken thuis, tot zijn dochter waarschijnlijk de enige nog is die in haar vader gelooft;

“Sweetheart, can I speak to your daddy?”…
“My daddy’s saving the world in Lordsburg.”

Een vlot geschreven, bij tijd en wijlen dus erg grappig boek over klimaatverandering, ik had het van tevoren niet bedacht.

9026134894.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Zes families, ruwweg zevenhonderd jaar en een wereldstad. “Meer” heeft Edward Rutherfurd niet nodig om een grote roman over Parijs te schrijven. Het boek telt bijna 800 pagina’s en ik heb mij geen seconde verveeld.

Het verhaal begint in het jaar 1875, maar de periode die wordt beschreven loopt van 1261 tot 1968. Als ik mijn aantekeningen teruglees duizelt het af en toe nog steeds, want Rutherford legt erg veel lijntjes door de geschiedenis heen. Waar te beginnen? Misschien met de aristocratische familie De Cygne. Roland de Cygne wandelt rond in de 19e eeuw en stamt waarschijnlijk af van de hoofdpersoon uit het Chanson de Roland. Een voorvader was natuurlijk ook d’Artagnan, van die musketiers. Zijn vader, de Vicomte, heeft Communards laten executeren, waaronder Jean le Sourd. Zijn zoon, Jacques le Sourd, zweert om Roland de Cygne hiervoor om te brengen. Voilà, spanning alom.

We maken kennis met de familie Gascon. Luc Gascon is een sjoemelaar en cocaïnedealer. Hij heeft erg veel contacten in Parijs maar ergens gaat hem dit opbreken. Zijn broer Thomas is arbeider en werkt voor monsieur Eiffel eerst aan het Vrijheidsbeeld en later aan de Eiffeltoren. Hij is ook voorman als het art nouveau ijzerwerk wordt aangebracht in het warenhuis van de familie Blanchard. Jules Blanchard heeft dit warenhuis opgezet en dit wordt voortgezet door zijn zoon Gerard. Andere zoon Marc is schilder en voelt aanvankelijk niets voor het zakenleven. Hij voelt wel voor de dames en krijgt een kind bij één van zijn modellen. Dat kind zal later één van de beroemdste bordelen van Parijs gaan leiden en een rol in de Tweede Wereldoorlog gaan spelen. Overigens krijgt zij een kind met Charlie de Cygne, zoon van Roland. Zus Marie Blanchard zal uiteindelijk het warenhuis gaan leiden. Zij trouwde met James Fox, oorspronkelijk uit het Franse geslacht Renard, hoewel ze verliefd was op de Amerikaan Hadley. Gelukkig trouwt haar dochter Claire met Hadley junior. Marie vindt geluk na het overlijden van haar man bij Roland de Cygne. Volgt u het nog? Precies. Een tijdslijn met de familielijnen is redelijk essentieel en die staat gelukkig voor in het boek, zo blijft alles goed te volgen.

Er gebeurt ontzettend veel in het boek. We komen aan het Franse hof in Versailles, maken de beide wereldoorlogen mee, de Franse Revolutie, de Dreyfus-affaire, ontmoeten kardinaal De Richelieu, de schilder Monet, we horen de guillotine zoeven, zijn we bij de begrafenis van Victor Hugo én bij de wild-west show van Buffalo Bill. Ook de Bartholomeusnacht ontbreekt niet. Het boek is net zo opgebouwd als dat ik het hier neer zet. We stuiteren op en neer door de geschiedenis. Reden te meer waarom die tijdlijn onontbeerlijk is, al was het maar omdat men de kinderen graag vernoemde en er alleen al drie Rolands in het boek rondlopen.

Misschien is dat een beetje de makke van het boek. Er gebeurt zoveel, dat de personages een beetje aan de oppervlakte blijven. Aan de andere kant heb ik het gevoel dat ik bovenop de historie zit. Passages als deze, over de bouw van de Eiffeltoren, vind ik heerlijk:

Thomas Gascon was nog nooit in paniek geweest. Hij had nooit gedacht dat het werk aan de binnenrand van de toren anders zou zijn dan dat aan de buitenrand. Maar tot de dag tevoren had hij het netwerk van dwarsbalken onder zijn voeten gehad. Vandaag was er niets. Niets dan veertig meter lege ruimte…Toen realiseerde hij zich dat er twee mannen naar hem omhoogkeken. Monsieur Eiffel glimlachte. Maar aan het oog van Jean Compagnon ontging niets, en hij glimlachte niet.

Er zijn wat losse eindjes en wat toevalligheden in het boek. De Canadees die neerstort bij het kasteel van de familie De Cygne blijkt een nazaat van Alain de Cygne, die door koning Hendrik IV naar Canada is gestuurd. Soit, het zijn maar wat kanttekeningen in een erg onderhoudend boek dat ik achter elkaar uit las. Ik ben benieuwd naar de boeken van Rutherford over New York en Londen.

Vertaling: Kees van Weele

Afbeelding
De duivelsverzen van Salman Rushdie is zo’n boek waarvan ik benieuwd ben hoeveel mensen het nu echt hebben gelezen. Ik was nieuwsgierig naar het boek, maar zag er wat tegenop door de magisch-realistische stijl, gecombineerd met mogelijke Islam-technische termen waar ik weinig van af weet. Toen las ik ook wat besprekingen van lieden die niet of moeilijk door het boek kwamen, afijn…het boek heeft even in de kast staan wachten.

Het kan allemaal op een hoop. Ik heb er van genoten. Ik had er geen moeite mee. Ik snap ook dat niet iedere vrome Moslim het een aardig boek vindt. Een doodvonnis aan schrijver en vertalers snap ik nooit.

Het begint ook vreemd. Het vliegtuig van Djibriel Farisjta en Saladin Chamcha wordt door terroristen opgeblazen en de acteurs storten naar beneden. Ze overleven echter wonderwel een val van negen kilometer. Maar…na de val veranderen ze. Saladin transformeert geleidelijk aan in een duivel, compleet met hoorns en stinkende adem en Djibriel krijgt een prachtig aureool, hij waant zich de aartsengel Gabriël.

Het boek kent geen chronologische volgorde, want we gaan mee met de wanen van beide heren. Zo fluistert Djibriel als aartsengel ene Mahoen (lees: Mohammed) de do’s and don’ts in van de Islam. Daar zit hem meteen de kneep. Mahoen is er na een worstelpartij met de Engel van overtuigd dat hij eerst met de Duivel heeft gevochten en dus Duivelsverzen heeft gehoord in plaats van Goddelijke openbaringen. Dat wil hij graag rechtzetten, maar…:

Djibriel, die vanuit zijn hoogste camerastandpunt zweeft-toekijkt, kent één klein detail, zo’n heel klein kleinigheidje dat toch een beetje een probleem is, namelijk dat ik het alle twee die keren zelf was, baba, eerst ik en toen nog eens ik. Uit mijn mond: zowel verklaring als herroeping, verzen en controverzen, perversie en conversie, de hele troep…

Daar zou zo maar eens een Ayatollah over kunnen vallen. Saladin heeft zo zijn eigen besognes. Hij kampt met een afschuwelijk uiterlijk, is gruwelijk door Djibriel in de steek gelaten en zij komen elkaar later uiteraard tegen. Ook wordt er geflashbacked naar de goddelijke Aisja (die ook als vrouw van Mahoen voorkomt en als prostituee in het boek) die een Indiaas dorp meetroont op een voettocht naar Mekka, in de overtuiging dat de zeeën voor hen zullen splijten. Gevolgd door een veelkleurige vlinderzwerm is het een meesterlijk beschreven tocht:

Dat de toeschouwers de vlinders niet zagen, of wat die vervolgens deden, was wèl vreemd. Niettemin zag mirza Saïd duidelijk dat de grote glanzende wolk tot boven de zee vloog; weifelde; bleef hangen; en zich modelleerde tot de gedaante van een kolossus, een stralende reus die volledig was opgetrokken uit fladderende vleugeltjes en die zich uitstrekte van de ene horizon tot de andere, en de hemel vulde.
‘De engel!’ riep Aisja naar de pelgrims. ‘Zien jullie nu wel! Hij is de hele weg al bij ons. Geloven jullie me nu?’

Kortom, geen boek om haarfijn na te vertellen maar ik had geen enkele moeite met het verhaal of om het te volgen. Rushdie geeft een prachtige kijk op de Engelse samenleving, op de Islam en de migrantenproblematiek. Alleen het opnemen van de Profeet in zijn fictie en een man met waanbeelden tot aartsengel bombarderen leidde tot een nooit voorziene ophef in de literaire wereld.

Vertaling: Marijke Emeis

Image
Harvest van Jim Crace is voor mij een boek dat vooral over sfeer gaat. Het verhaal speelt zich af in een klein Engels dorpje, waarschijnlijk ergens in de 16e eeuw.

Er komen drie vreemdelingen wonen die niet goed door de lokale bevolking geplaatst kunnen worden. Ze worden vijandig begroet door hen. Dat de vrouw een exotische air over zich heeft, helpt ook niet, dat is men niet gewend. Vervolgens komt er een man al het land in kaart brengen. Het blijkt de bedoeling om van de vertrouwde oogstcyclus af te stappen en de schapenteelt te introduceren. Dat brengt ook al geen rust in de tent, want daar gaat de lokale bevolking niet van profiteren, zo snappen zij.

Het broeit en gist dus overal, openlijk, maar ook onderhuids. De verteller, Walter Thirsk, ziet het allemaal met lede ogen aan. Hij is zelf ook ‘van buiten’, zijn overleden vrouw kwam uit het dorp. Dat vond ik wat minder aan het boek. Walter vertelt, maar wat hij voelt, hoe het bij hem broeit, dat wilde niet gaan leven.

Dat was het ook een beetje met dit boek, ik moest er sowieso even inkomen, het modderde een beetje aan. De schrijfstijl van Crace is wel prima Hoewel tijd en plaats een beetje vaag blijven zet hij wel een sfeervolle gemeenschap neer die in ‘no time’ zichzelf zo jammerlijk verliest. Een herfstig boek, te genieten in lage zonnestralen met een bokbier in de knuist.

Lees ook de besprekingen van Anna, Bettina en Hella.

9023476069.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het voorstel voor de eerstvolgende boekbloggersbijeenkomst was, om De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry te lezen van Rachel Joyce. Geen straf, het is een mooi boek.

Eigenlijk moet ik helemaal niet zoveel over dit boek vertellen. Niet omdat ik niets wil weggeven, maar het is een op het oog simpel verhaal. Harold, een eenvoudig man met een eenvoudig bestaan, krijgt op een dag een brief van een oud-collega. Ze woont aan de andere kant van Engeland en schrijft dat ze terminaal ziek is. Harold schrijft haar een brief en wil deze posten. Alleen loopt hij de brievenbus voorbij. En hij blijft lopen. Naar de andere kant van het land, naar zijn oud-collega.

Voilà, dit is het gegeven. Dan ontvouwt zich een mooi verhaal over Harold. Het gaat over zijn leven met zijn vrouw, Maureen, en hun zoon, David. Het gaat over zijn leven. Geen groots leven, alles leek slechts marginaal. Het gaat over zijn oud-collega Queenie en zijn baas op de brouwerij waar hij heeft gewerkt. En Harold loopt. Op bootschoenen en met stropdas. Geen telefoon, geen kaart, maar hij loopt.Harold denkt na en realiseert zich iets:

Hij begreep dat hij niet alleen wandelde om te boeten voor zijn fouten, maar dat het ook zijn missie was om de vreemdheid van anderen te aanvaarden. Voor hem als passant lag alles open, niet alleen het landschap. De mensen zouden zich vrij voelen om te praten, en hij was vrij om te luisteren. En om een stukje mee te dragen op zijn tocht.

Ja hoor, een boek met “lagen”. Toch houd ik er van. Je kan onbekommerd met Harold meelopen en hopen dat hij zijn doel haalt. Je kan het ook naar een ander plan trekken en nadenken over begrip voor anderen, acceptatie, bewondering en volharding. U doet maar. Harold krijgt te maken met begrip, maar ook met scepsis. Hij krijgt volgelingen die hij ook weer verliest, er zijn pieken en dalen.

Tussendoor volgen we zijn vrouw, Maureen, die thuis zit. Met haar gevoelens over de man waar ze al jaren langsheen heeft geleefd, maar die nu iets presteert. Uiteindelijk gaat ze hem met buurman Rex opzoeken:

De kilometers schoten voorbij, maar ze zag ze nauwelijks. Ze wist dat ze onsamenhangend aan het praten was, alsof de woorden die ze uitsprak slechts het topje van de enorme ijsberg van gevoelens eronder waren. Stel dat Harold haar niet wilde zien…
‘Maar als je het nu eens mis hebt, Rex?’ zei ze…’Kan ik hem niet beter schrijven? Wat vind jij?…’
Toen er geen antwoord volgde, wierp ze een blik op Rex en vond hem er nogal bleekjes uitzien. ‘Voel je je wel lekker?’ Hij knikte kort, alsof hij zich niet durfde te bewegen. ‘Je hebt drie vrachtwagencombinaties en een bus ingehaald,’ zei hij. ‘Op een eenbaansweg.’

De echtelieden ontmoeten elkaar inderdaad. Of dat goed afloopt laat ik in het midden. Of Harold zijn wandeling afmaakt ook, maar het boek is de moeite waard. Loop eens een stuk mee met Harold, maar laat hem een beetje. Dat is het beste.

Vertaling: Janneke Zwart

9045019655.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Op 17 maart 2012 houden we een bloggersbijeenkomst in Zwolle en daarvoor lezen we Alsof het voorbij is van Julian Barnes. Dat was bepaald geen straf. Het is geen dik boek, 158 pagina’s en het leest als een trein.

Maar wat zeg je over zo’n boek? Waarom is het een goed boek? Dat heeft een beetje met balans te maken. Het boek bestaat uit twee delen. Deel één gaat over de jeugd van Tony Webster. Hij zit op school, heeft vrienden en een vriendin, Veronica. Zij gaat er vandoor met een vriend van hem, Adrian. Niet leuk, kan gebeuren, maar dan pleegt Adrian zelfmoord. Adrian Finn, de slimme, intelligente student die met zijn leraren de discussie aandurfde:

‘Finn?’
‘”Geschiedenis is de zekerheid die ontstaat op het punt waar de gebreken van de herinnering en de onvoomenheden van de documentatie samenkomen.”‘
‘Is dat zo? Van wie heb je dat?’
‘Van Lagrange meneer. Patrick Lagrange. Een Fransman.’
‘Dat vernoedde ik al. Zou je een voorbeeld willen geven?’
‘De zelfmoord van Robson, meneer’
‘Wat heeft die er mee te maken?’
‘Het is een historische gebeurtenis meneer, zij het van ondergeschikt belang. Maar wel recent. Dus zou ze gemakkelijk door de geschiedenis moeten kunnen worden begrepen. We weten dat hij dood is, we weten dat hij een vriendin had, we weten dat ze zwanger is – of was. Wat hebben we nog meer? Een enkel stukje documentatie…Bestaat dat briefje nog? Is het vernietigd?…Had Robson nog andere motieven of redenen…Hoe was zijn gemoedstoestand? We kunnen het niet weten, meneer, zelfs zo vlak erna niet. Dus hoe zou iemand over vijftig jaar het verhaal van Robson kunnen schrijven…Ziet u het probleem, meneer?’

Een lang citaat, maar hier ligt wel de essentie van het boek. Geschiedenis en herinneringen en daar gaat het tweede deel over. We zien Tony Webster ineens veel verder in zijn leven. Gescheiden, een volwassen dochter, hij is kalm verder gegaan met zijn leven. Tot hij wordt geconfronteerd met een nalatenschap uit het verleden, die direct te maken heeft met de zelfmoord van Adrian Finn en met Veronica. Uiteindelijk blijkt de geschiedenis toch even anders dan gedacht. Zijn hernieuwde confrontaties met Veronica doen je verlangen naar hoe het afloopt, je voelt dat er iets is. Dat wordt gevoed door Veronica’s herhalende zin:

‘Je begrijpt het gewoon niet hè? Je hebt het nooit begrepen en je zult het nooit begrijpen.’

Dus naast mijmeringen en bespiegelingen over herinneringen wil je ook gewoon weten hoe het afloopt. En dat komen we te weten en Webster ook. Webster in zijn jonge jaren en Webster in zijn oude jaren, die twee verbonden door een legaat en zijn herinneringen. Dat bedoelde ik met balans. Een verrassend boek.

Vertaling: Ronald Vlek

3d2c71414378c7b5938727a5941444341587343

Wolf Hall van Hilary Mantel is een nogal lijvig werk over een bewogen periode in de Engelse geschiedenis. Het is het verhaal van koning Hendrik VIII, getrouwd met Catharina van Aragon. Zij kan hem geen troonopvolger schenken en hij wil van haar scheiden om te trouwen met Anne Boleyn.

 

Dat stuit op bezwaren van de katholieke kerk en Hendrik wil zich daarom van Rome losmaken. Daar heeft hij hulp bij nodig en hij vindt die in de eigenlijke hoofdpersoon van dit boek, Thomas Cromwell. Deze illustere figuur is van eenvoudige komaf maar weet zich op te werken tot één van de machtigste mannen aan de hofhouding van Hendrik.

 

Cromwell treedt in dienst bij kardinaal Wolsey en als deze in ongenade valt weet hij snel de gunst van Hendrik VIII te verkrijgen. Zijn invloed groeit maar hoe groot zijn macht werkelijk is, is ook voor zijn schoonzus niet duidelijk:

 

‘Ze zeggen dat je van plan bent…dat je de bisschoppen wilt breken en de koning hoofd van de Kerk wilt maken en dat je de inkomsten van de Heilige Vader wilt afpakken en aan Henry geven, dan kan Henry de wet voorschrijven zoals het hem belieft en zijn vrouw aan de kant zetten zoals het hem belieft en met lady Anne trouwen, en dan bepaalt hij wat zondig is en wat niet en wie er mogen trouwen. En prinses Mary, moge God haar bijstaan, wordt een bastaard, en het kind dat die vrouw hem schenkt, komt na Henry op de troon.’

 

Dit vat de inhoud van het boek wel zo’n beetje samen. Mantel werkt veel met dialogen en het is niet altijd duidelijk wie er aan het woord is. Meestal gaat het om Cromwell omdat het boek vanuit zijn perspectief wordt geschreven. Wat fascinerend is dat er zo verschillende kanten van hem aan het licht komen. We zien dat hij door zijn vader werd mishandeld, we maken hem mee als ‘family man’ die treurt over de dood van zijn vrouw, die anderen onder zijn hoede neemt en we zien hem als trouwe dienaar van Wolsey en later van Hendrik VIII. Maar met vriendelijkheid alleen red je het niet aan het hof dus heeft hij ook een andere kant. Als Harry Percy rechten denkt te doen gelden op Anne Boleyn, wordt hij door Cromwell hardhandig uit de droom geholpen:

 

‘Jullie hebben nooit onder een huwelijkseed verkeerd’, zegt hij. ‘Welke onzinnige beloften u ook hebt gedaan, ze betekenen niets voor de wet. Welke afspraak u ook meende te hebben, u had hem niet. En er is nog iets, mijnheer. Als u ooit nog met één woord rept over lady Annes vrijheid’ – een wereld van walging in dat ene woord – ‘dan krijgt u met mij, de Howards en de Boleyns te maken, en George Rochford zal niet zacht met u omspringen, mijnheer van Wiltshire zal u door het slijk halen en wat de hertog van Norfolk betreft, als hij ook maar de geringste insinuatie hoort tegen de eer van zijn nichtje, sleurt hij u uit het hol waarin u bent weggekropen en bijt hij uw kloten eraf.’

 

Exit Harry. Cromwell blijft een ongrijpbaar fenomeen en dat zal hij zelf gecultiveerd hebben. Zelfs zijn tegenstander Thomas More zei over hem,

 

Sluit Cromwell ’s morgens op in de diepste kerker, en als je dan ’s avonds terugkomt, zit hij op dikke kussens leeuwerikentongetjes te eten en zijn alle wachters hem geld schuldig.’

 

Voor iedereen met een beetje interesse voor de geschiedenis van Engeland, of voor eenieder die de serie The Tudors nog vers in het geheugen heeft biedt dit boek een prachtige inkijk in het leven aan het hof van Hendrik VIII. Naast Hendrik VIII en Thomas Cromwell geeft Mantel mooie portretten van de humanist Thomas More en Hendriks tweede vrouw Anne Boleyn.

Vertaling: Ine Willems