archiveren

Portugese literatuur

f89bec82d1121e1593837765241444341587343
Via August Willemsen ben ik dan beland bij Fernando Pessoa en zijn magnum opus, Het boek der rusteloosheid. Pessoa heeft het grootste deel van zijn leven aan dit boek gewerkt, zonder het ooit te voltooien. Na Pessoa’s dood in 1935 werden uit 27.000 vel manuscripten in totaal 520 fragmenten geselecteerd die naar alle waarschijnlijkheid deel hadden moeten uitmaken van Het boek der rusteloosheid. Toch zou het nog tot 1982 duren voor het tot een eerste uitgave komt.

Het boek der rusteloosheid is het dagboek van een hulpboekhouder in Lissabon, Bernardo Soares. Dit is geen heteroniem zoals beschreven in het essay van Willemsen, maar een semi-heteroniem. Pessoa zelf zegt daarover;

Het is een semi-heteroniem omdat het een ander is dan ik, maar een ander die niet zozeer verschillend is van mij, dan wel een verminking van mijn persoonlijkheid. Ik ben het, zonder het verstand en de affectiviteit.

Het is de reden dat ik het boek wel onder de autobiografieën zet in mijn overzicht. De overeenkomsten zijn ook legio. Pessoa en Soares leven alleen, op een kamer en hebben praktisch hetzelfde beroep. Beiden komen hun leven lang niet tot nauwelijks buiten Lissabon en zijn weinig sociaal. Overdag werken ze in hun monotone baan en ’s avonds schrijven ze. Daar begint de magie, want dit boek biedt een ongekende rijkdom aan ideeën, gedachten en gevoelens.

Ik geef toe, ik moest er even inkomen, maar ik werd al snel meegenomen in de mijmeringen en overpeinzingen van de hulpboekhouder;

De eentonigheid, de doffe gelijkheid van alle dagen…moge ik die altijd behouden, met een wakkere ziel om te genieten van de vlieg die mij verstrooit doordat ze toevallig voor mijn ogen langsvliegt, van de schaterlach die in golven opstijgt uit de vage straat, van de grootse bevrijding dat het kantoor dichtgaat, van de eindeloze rust van de vrije dag.

Je gaat ineens heel anders naar je werk. Die gave om de kleine dingen te waarderen komt overal weer terug. De hulpboekhouder (ik blijf maar even bij Soares die toch ook Pessoa is) wordt zowat poëtisch als hij betoogt dat het evenveel waard is liefde te geven aan de geringe verschijning van een inktpotje als aan de grote onverschilligheid van de sterren.

Toch worden er ook meer concrete zaken beschreven. Zo beschrijft hij de zelfmoord van de bediende uit de tabakszaak. Hij was hem nooit opgevallen, tot zijn dood. Daardoor gaat hij over hem nadenken;

Arme stakker, hij bestond dus toch! Dat waren wij allen vergeten, wij allen die hem hadden gekend op dezelfde manier als allen die hem niet hebben gekend…Maar hij had een ziel, welzeker, want hij pleegde zelfmoord. Hartstochten? Angsten? Ongetwijfeld…En ineens besef ik dat de kassier van de tabakszaak op een bepaalde manier, met zijn scheefhangende jas en alles, de gehele mensheid was.

In het boek komen, naarmate je vordert, steeds meer gedachten voorbij die naar poëzie gaan. Het helpt als je van dat genre houdt en het lijkt me een compliment aan de vertaler, want het is allemaal glashelder te volgen;

Sporen van beter uren, ergens beleefd in lanen…Uitgedraaide lamp wier goud in het donker glanst door de herinnering aan het gedoofde licht…Woorden gericht tot de grond en niet gesproken in de wind, door de gespreide vingers gegleden als dorre bladeren uit een onzichtbaar eindeloze boom…

Dat werk dus en ik kan nog talloze citaten opnoemen die ik heb aangetekend, na mijn eerste kennismaking met dit boek. Dit is namelijk een boek wat niet na één maal lezen opzij moet worden gelegd, het moet herlezen worden. Al is het maar om dit soort prachtige zinnen, waar ik er vast nog een paar van heb gemist:

Het houdt op met regenen en heel even dwarrelt er een atmosferische stof van kleine diamanten neer, alsof hoog boven een groot blauw tafelkleed wordt leeggeschud om het te ontdoen van die kruimeltjes.

Vertaling: Harrie Lemmens

ed010a8a88cef1c59324b695467444341587343

Memoriaal van het klooster van José Saramago is de veel vertaalde roman van een Portugese nobelprijswinaar. Nu is dat voor mij geen garantie voor succes, zeker niet als ik vooraf lees dat het hier om een magisch-realistische roman gaat. Maar het verhaal op de achterkant trok mij aan dus ik toog enthousiast aan het lezen.

Het verhaal is eenvoudig. De koning van Portugal en zijn gemalin krijgen maar geen nageslacht en de koning belooft de bouw van een groot klooster als hij een troonopvolger krijgt. Die komt er, het klooster dus ook. In dit verhaal spelen er twee een hoofdrol. Baltasar, een soldaat die in de oorlog zijn linkerhand is verloren, ontmoet Blimunda, op het moment dat haar moeder wordt verbannen naar Angola. Zij is een bijzondere vrouw, zij kan door mensen heen zien en ziet wat hen mankeert.

De twee ontmoeten een pater, Bartolomeo Lourenço Gusmão, en die pater werkt aan een grote vogel van metaal en rijshout. Hij is er van overtuigd dat hij kan vliegen en Baltasar en Blimunda gaan hem daar bij helpen. Om te vliegen is er ether nodig, maar hoe kom je daar aan en wat is dat? De pater legt het hen uit:

…ik dacht ook dat ether uiteindelijk werd gevormd door de zielen die door de dood werden bevrijd van het lichaam, voordat zij op het einde der tijden en van het heelal worden beoordeeld, maar ether bestaat niet uit de zielen der doden, hij bestaat, jawel, jullie horen het goed, uit de willen der levenden.

Magisch-realistischer wordt het niet. Blimunda trekt er op uit om willen te verzamelen en het lukt. Er wordt gevlogen en het klooster wordt gebouwd. De pater overlijdt uiteindelijk, de grote vogel staat vleugellam en Baltasar knapt hem langzaam op. Tot hij verdwijnt en Blimunda naar hem op zoek gaat.

Er zitten veel elementen in dit verhaal. Het is een mooie liefdesgeschiedenis, de erotiek druipt er soms vanaf. Het is ook een historisch verhaal. Het klooster bestaat nog steeds in Mafra.Ook de vliegende vogel is niet uit de duim gezogen. Er bestaat wel degelijk een verhaal over een Braziliaanse geestelijke, Bartolomeo de Gusmão, die lang voor de broertjes Montgolfière al met een luchtschip aan de gang was. Niemand weet hier echter het fijne van. De schrijvers Monaldi & Sorti gebruiken dit gegeven ook in hun boek Veritas. Last but not least is het ook een kritiek. De kerk en haar inquisitie worden meedogenloos aan de kaak gesteld.

Wat verder opviel was de droge humor die her en der de kop opstak, zoals bij een opsomming van een aantal gestraften:

…en deze halfbloed uit Caparica, die Manuel Mateus heet…en als bijnaam Saramago heeft, god weet wat voor nakomeling hij ooit nog zal krijgen, die bestraft werd omdat hij een eminent toverkunstenaar was…

Blijft over de prachtige, barokke stijl van Saramago. Het zijn soms lange zinnen, maar dat heeft mij niet gestoord en dat is dan meteen een compliment voor de vertaling.

Vertaling: Harrie Lemmens