archiveren

Maandelijks archief: november 2010

dbff498aa6a635a593671435351444341587343

Het werd tijd om eens wat van Dostojewski in huis te halen. Dat werden de Verzamelde Werken van de Russische Bibliotheek. Niets logischer om dan maar te beginnen met Deel 1: Romans en verhalen.

Na ruim 550 pagina’s, twee romans en wat novellen verder weet ik dat ik opgewekt aan de andere 10 delen verder kan gaan. Ik heb een flinke dosis Russische melancholie tot me genomen en er valt iets van een lijn in de verhalen te ontdekken. Het gaat veelal over eenzame, arme en/of verwarde zielen. Rondom dat gegeven weet Dostjewski een mooie sfeer te scheppen.

Het eerste verhaal heet dan ook Arme Mensen en is een briefroman tussen een arme ambtenaar en een weesmeisje. Zij schrijven elkaar hartstochtelijke brieven waarin ze elkaars vriendschap bezingen. Uiteindelijk vertrekt het meisje met een landheer voor een huwelijk waar ze geen nee tegen kan zeggen. Dat leidt prompt tot een verscheurde Russische ziel bij de achterblijver:

Mijn hart is zo vol, zo vol van tranen…Zij verstikken mij, verscheuren mij!…Vergeet mij niet, vergeet niet uw arme Warenka!…Ach, ik had liever dat ze mijn hart uit mijn borst rukten, dan dat ze jou meenamen!…Langzaam zul je wegkwijnen van heimwee. Je zult daar sterven, ze zullen je in de koude aarde begraven en er zal niemand zijn die tranen om je vergiet daarginds!

En dat gaat twee-en-een-halve pagina lang zo door. Toch houd ik daar van. Ik verwacht bij de Russische klassieker emoties, zwaar aangezet zoals hun tongval, hun muziek, hun klimaat. Soms schrijnt het en wringt het, soms jubelt en straalt het.

Een mooie vondst is De Dubbelganger. Iemand komt een getrouwe kopie van zichzelf tegen. Deze dubbelganger intrigeert in zijn leven en neemt het langzaam over, tot wanhoop van de hoofdpersoon. Uiteindelijk moet iemand het veld ruimen en gehoorzamen aan een onvermijdelijk vonnis. Alsof je Kafka opnieuw leest…

Naast deze twee romans staan er nog acht kortere verhalen in het boek. Een terugkerend thema is het feit dat een schijnbaar futiele gebeurtenis opgeblazen wordt tot grote proporties, waardoor de hoofdpersonen moeizame discussies met elkaar aangaan. Een roman in negen brieven geeft daar een fraai voorbeeld van. Twee bekenden proberen af te spreken maar lopen elkaar telkens mis. De verhoudingen worden er niet beter op:

Mijn beste geachte vriend Iwan Petrowitsj, Uw brief heeft mij tot in het diepst van mijn ziel bedroefd. En schaamt u zich eigenlijk niet, mijn dierbare, maar onrechtvaardige vriend, mij zoiets te schrijven, mij, die u meer dan iemand anders altijd het beste toewenst, mij zo haastig te beoordelen…

“Tot in het diepst van mijn ziel”, “dierbaar maar onrechtvaardig”; grote emoties, ook hier weer. Zo hoort het. Subtiliteiten overboord, ruim baan voor de lyriek. Dat geldt ook voor het prachtige verhaal Een schuchter hart. De relatie tussen twee vrienden wordt op de proef gesteld als één van de twee aankondigt te gaan trouwen. Dostojewski trekt alle registers open en wat mij het meest trof hierin was zijn beschrijving van de stad en de rivier. Zo stelde ik mij de Russische klassiekers voor:

Het was reeds laat in het schemeruur, toen Arkadi naar huis terugkeerde. Bij de Newa aangekomen, bleef hij een ogenblik staan en, langs de rivier turend, boorde hij zijn blik in de nevelige, vorstkoude verte, die plotseling dieprood was getint door de laatste, purperen weerschijn van het bloedende avondrood dat aan de mistige horizont wegstierf. De nacht daalde over de stad en heel het onmetelijke, door de bevroren sneeuw bobbelig geworden oppervlak van de Newa werd in de laatste stralen van de zon als bezaaid door ontelbare miriaden fonkelende ijsnaalden. Het vroor twintig graden…Een witte damp sloeg van de afgejakkerde paarden en van de zich voortspoedende mensen…

Hoe mooi ook, Dostojewski heeft ook zijn burleske kanten zoals het laatste verhaal laat zien, De vrouw van een ander en de man onder het bed. Het is wat het is, een man en vrouw liggen op bed, onder het bed liggen twee mannen die nog worden aangevallen ook door het kleine keffertje van mevrouw. Keffertje wordt gewurgd, de heren komen er mee weg.

Om mijzelf en de lezer voor een overdosis te behoeden zal ik niet alle delen achter elkaar lezen. Ik zal mij beheersen. Toch kijk ik uit naar het volgende deel en doe geen beloften. Ik pak snel een ander boek.

Advertenties

big-read

Vooruit, ik ben de beroerdste niet. Laat ik en plein public eens laten zien hoeveel boeken ik gelezen heb die er werkelijk toe doen. Ik word hiertoe aangezet geïnspireerd door de dames Van Gelderen en Boekenwijs. Volgens de BBC heeft de gemiddelde Brit van onderstaande lijst er slechts zes gelezen. Met slechts 20 titels zit ik daar gelukkig nog even boven…

Dit is het idee:

    • Maak de boeken die je hebt gelezen vetgedrukt.
    • Maak de boeken die je van plan te lezen schuingedrukt
    • Onderstreep je favorieten
    • Krijg andere boekengekken zo gek dat ze ook meedoen

1 Pride and Prejudice – Jane Austen
2 The Lord of the Rings – JRR Tolkien
3 Jane Eyre – Charlotte Bronte
4 Harry Potter series – JK Rowling
5 To Kill a Mockingbird – Harper Lee
6 The Bible
7 Wuthering Heights – Emily Bronte
8 Nineteen Eighty Four – George Orwell
9 His Dark Materials – Philip Pullman
10 Great Expectations – Charles Dickens
11 Little Women – Louisa M Alcott
12 Tess of the D’Urbervilles – Thomas Hardy
13 Catch 22 – Joseph Heller
14 Complete Works of Shakespeare
15 Rebecca – Daphne Du Maurier
16 The Hobbit – JRR Tolkien
17 Birdsong – Sebastian Faulks
18 Catcher in the Rye – JD Salinger
19 The Time Traveller’s Wife – Audrey Niffenegger
20 Middlemarch – George Eliot
21 Gone With The Wind – Margaret Mitchell
22 The Great Gatsby – F Scott Fitzgerald
23 Bleak House – Charles Dickens
24 War and Peace – Leo Tolstoy
25 The Hitch Hiker’s Guide to the Galaxy – Douglas Adams
26 Brideshead Revisited – Evelyn Waugh
27 Crime and Punishment – Fyodor Dostoyevsky
28 Grapes of Wrath – John Steinbeck
29 Alice in Wonderland – Lewis Carroll
30 The Wind in the Willows – Kenneth Grahame
31 Anna Karenina – Leo Tolstoy
32 David Copperfield – Charles Dickens
33 Chronicles of Narnia – CS Lewis
34 Emma – Jane Austen
35 Persuasion – Jane Austen
36 The Lion, The Witch and The Wardrobe – CS Lewis
37 The Kite Runner – Khaled Hosseini
38 Captain Corelli’s Mandolin – Louis De Bernieres
39 Memoirs of a Geisha – Arthur Golden
40 Winnie the Pooh – AA Milne
41 Animal Farm – George Orwell
42 The Da Vinci Code – Dan Brown
43 One Hundred Years of Solitude – Gabriel Garcia Marquez
44 A Prayer for Owen Meaney – John Irving
45 The Woman in White – Wilkie Collins
46 Anne of Green Gables – LM Montgomery
47 Far From The Madding Crowd – Thomas Hardy
48 The Handmaid’s Tale – Margaret Atwood
49 Lord of the Flies – William Golding
50 Atonement – Ian McEwan
51 Life of Pi – Yann Martel
52 Dune – Frank Herbert
53 Cold Comfort Farm – Stella Gibbons
54 Sense and Sensibility – Jane Austen
55 A Suitable Boy – Vikram Seth
56 The Shadow of the Wind – Carlos Ruiz Zafon
57 A Tale Of Two Cities – Charles Dickens
58 Brave New World – Aldous Huxley
59 The Curious Incident of the Dog in the Night-time – Mark Haddon
60 Love In The Time Of Cholera – Gabriel Garcia Marquez
61 Of Mice and Men – John Steinbeck
62 Lolita – Vladimir Nabokov
63 The Secret History – Donna Tartt
64 The Lovely Bones – Alice Sebold
65 Count of Monte Cristo – Alexandre Dumas
66 On The Road – Jack Kerouac
67 Jude the Obscure – Thomas Hardy
68 Bridget Jones’ Diary – Helen Fielding
69 Midnight’s Children – Salman Rushdie
70 Moby Dick – Herman Melville
71 Oliver Twist – Charles Dickens
72 Dracula – Bram Stoker
73 The Secret Garden – Frances Hodgson Burnett
74 Notes From A Small Island – Bill Bryson
75 Ulysses – James Joyce
76 The Bell Jar – Sylvia Plath
77 Swallows and Amazons – Arthur Ransome
78 Germinal – Emile Zola
79 Vanity Fair – William Makepeace Thackeray
80 Possession – AS Byatt
81 A Christmas Carol – Charles Dickens
82 Cloud Atlas – David Mitchell
83 The Color Purple – Alice Walker
84 The Remains of the Day – Kazuo Ishiguro
85 Madame Bovary – Gustave Flaubert
86 A Fine Balance – Rohinton Mistry
87 Charlotte’s Web – EB White
88 The Five People You Meet In Heaven – Mitch Albom
89 Adventures of Sherlock Holmes – Sir Arthur Conan Doyle
90 The Faraway Tree Collection – Enid Blyton
91 Heart of Darkness – Joseph Conrad
92 The Little Prince – Antoine De Saint-Exupery
93 The Wasp Factory – Iain Banks
94 Watership Down – Richard Adams
95 A Confederacy of Dunces – John Kennedy Toole
96 A Town Like Alice – Nevil Shute
97 The Three Musketeers – Alexandre Dumas
98 Hamlet – William Shakespeare
99 Charlie and the Chocolate Factory – Roald Dahl
100 Les Miserables – Victor Hugo

Al met al 20 titels dus, waarbij met Shakespeare een beetje wordt gesmokkeld omdat Hamlet bij het complete werk hoort. De Bijbel heb ik ongemoeid gelaten. Ik ken de strekking grotendeels, maar helemaal gelezen, nou nee. Ik heb er veel ‘te lezen’ aangemerkt waar er nog meer bij zouden kunnen komen omdat ik niet van alle boeken de strekking ken. Ook merk ik dat ik titels heb aangemerkt als ‘gelezen’ maar die niet in mijn bezit zijn. Die zullen er ooit komen en dan lees ik ze opnieuw, zoals Madame Bovary van Flaubert. Zo blijft een mens aan de gang.

50c15465fd1e6555935536b5551444341587343

Ik ben niet jaren op zoek geweest naar het boekje Niet te geloven van Gerrit Komrij, maar heb het besteld samen met een ander boek van hem. Het kwam toevallig op mijn pad. Het is een essay van 64 pagina’s waarin een relimaan, een relifiel en een relifoob bijeenkomen in een prieel om zich te buigen over de vraag of er in onze tijd sprake is van een opleving van het geloof. En zo niet, wat stelt de nieuwe gelovigheid dan voor?

Vreemond is gelovig. Hij geeft aan dat de mens zonder God geen inhoud heeft en stuurloos is. Grijphart is schrijver, en herkent zich deels in wat Vreemond zegt, maar is meer zoekend. Hij wil wel geloven maar houdt alle opties open. Boksvoet gelooft niet. Hij is de initiator van het prieelgesprek en zoekt naar het waarom. Hij wil slechts duidelijkheid over de gesignaleerde heropleving van de godsdienst. Na een eerste gespreksronde recapituleert hij:

Beiden beweren jullie dat er in onze tijd en vooral bij jongere generaties iets van een geestelijke nood is ontstaan, of althans iets van een desoriëntatie. Er zou sprake zijn van een roep naar geborgenheid, naar normen, naar een nieuw houvast. Beiden zijn jullie van mening dat religie een antwoord biedt op dat complex.

Boksvoet is nog niet overtuigd. Nood kan voor religieuze bloei zorgen, maar wellicht zorgt religie ook voor nieuwe nood; waarschijnlijk stimuleren ze elkaar. Hij stelt daarbij als snel de vraag wat het geloof nu eigenlijk is, waarom geloven mensen überhaupt? Dat heeft waarschijnlijk te maken met de vier zaken waarbij God nauw betrokken schijnt te zijn, de Big Bang, de schepping, de moraal en het hiernamaals.

Deze zaken worden beurtelings belicht waarbij de relifoob Boksvoet doortastend optreedt. Als Vreemond zich afvraagt wat het ongeloof dan te bieden heeft moet Grijphart passeren maar illustreert Boksvoet dit aan de hand van de moraal:

De mens blijft zowel zonder als met geloof tot kwaad en goed in staat. Geloof biedt geen garantie voor goeiigheid. Ongeloof leidt niet vanzelf tot duivels gedrag. We kunnen moraal en normen ook verklaren vanuit een soort pragmatisme. Veel regels blijven er vanzelf wel in…Gij zult niet stelen, om een ander voorbeeld te noemen. Onze economie leeft van zo’n gebod. Als geen mens iets aan bezit heeft wordt het zinloos iets aan te schaffen.

Er wordt gefilosofeerd over het Christendom in relatie tot criminaliteit, over de almacht van God en de vrijheid van de mens. Boksvoet heeft de overhand met zijn argumenten, waar Vreemond blijft steken in zijn geloof en Grijphart heen en weer schippert. Grijphart probeert het nog met de troost als rechtvaardiging voor het geloof. Boksvoet pareert:

Ik vreesde al dat je troost zou associëren met momenten waarop de mens in een panfluitachtige stemming is. Ik zal je…een sterker argument geven voor de noodzaak van je samenhang en je gemeenschappelijk gedragen ideaal. Zo’n ideaal kon wel eens nuttig zijn in dienst van ons maatschappelijk stelsel…Onze overleving zou er van af kunnen hangen…Zingeving, kortom, niet als troost maar als sterkte.

Fundamentalisme en het geloof, de dood en het geloof, blasfemie, God en literatuur, het blijft allemaal niet onbesproken. Het trio praat door tot het donker wordt in het prieel…

Een paar aardige gedachten in kort bestek geschreven door Komrij, in het kader van de Boekenweek 1997 waarin het thema ‘Mijn God’ was. Ongeveer wat je van een boekenweekessay mag verwachten.

80db14193762dde59382f365241444341587343

De ivoren kooi van Edmond en Jules de Goncourt is een vervolg op het Privé-domeindeel Dagboek van de gebroeders De Goncourt. Dat dagboek had ik al eens gelezen en daar was ik erg enthousiast over. Dit deel moest dus ook gelezen.

Nu is dit een wat schlemielig boekje. Nog geen 60 pagina’s leesstof, de afmeting is kleiner dan een volwaardig Privé-domeindeel dus het is een beetje een vreemde eend in de bijt. Maar goed, compleetheidsdrang is een gekte dus aan de slag.

Het zijn, net als in het Dagboek, fragmenten. De gebroeders hielden salon in het midden van de 19e eeuw in Parijs en frequenteerden alle belangrijke salons in de omgeving. Tout bekend Parijs maakt er zijn opwachting en er wordt naar hartelust geroddeld en achtergeklapt. Wat niemand wist, was dat de broers De Goncourt alles minutieus optekenden in een dagboek, waarmee een uniek tijdsdocument is ontstaan.

De broers wisten heel goed waar ze mee bezig waren en dat dit ze niet door eenieder in dank afgenomen zou worden:

11 augustus 1864
Hoe verder ik kom, des te meer loop ik rond met een onbedwingbare trots op onszelf, en wel door wat ik aan laagheden bij anderen zie en door wat deze me nog doen vermoeden.

Dat is ook het aantrekkelijke aan het Dagboek en De ivoren kooi, het zijn inkijkjes in de levens van illustere schrijvers en hun tijdgenoten. Je vergeet wel eens dat ze echt hebben geleefd en hun discussies hebben gevoerd. In zo’n document komen die mensen tot leven:

6 mei 1866
Flaubert zei gisteren tegen me: ‘Er zijn twee mensen in me verenigd. De een, moet u weten, is iemand met een smalle borst, een achterwerk van lood, een man gemaakt om over een tafel gebogen te zitten; de ander een handelsreiziger op reis en een voorkeur voor inspannende lichamelijke oefeningen!…’

Zo leren we Prins Napoléon, zoon van koning Jérôme Bonaparte, ook wat beter kennen:

24 augustus 1867
Ongetwijfeld de ergste vrek die er is, prins Napoleon! Feydau vertelde ons dat hij na de breuk met Anna Deslions een knecht stuurde om bij haar een dekkleed van poolvos weg te halen dat hij haar gegeven had. Feydau was daarbij aanwezig. Hij zei tegen Anna dat hij het verachtelijk van haar zou vinden als ze het teruggaf. De Prins gaf zich niet gewonnen: hij wilde Anna door de prefect van politie, Boitelle, laten dwingen het kleed ‘weer uit te spuwen’.

RTL Boulevard is er niks bij. Ik ben een groot fan van dit soort documenten, zij het dat dit deel veel te beknopt is. Het had makkelijk bij het originele dagboek bijgevoegd kunnen worden en als je al een vervolg wilt maken wegens groot succes, doe het dan serieus. Ergo: inhoud prima, uitvoering onvoldoende.

22e1fca3f8e3e46592b57385877444341587343

Aan mijn voormalig vaderland van Michaël Zeeman bevat een caleidoscopisch overzicht van essays en kritieken. Bijna 700 pagina’s van beschouwingen over de kunsten, met de nadruk op literatuur, poëzie en schilderkunst. Hoe ga je daar een recensie over schrijven?

 

Allereerst was ik niet erg bekend met Zeeman. Zijn boekenprogramma miste ik doorgaans wegens een voor mij onhandig tijdstip van uitzenden. Ik wist van zijn immense bibliotheek en ik wist dat hij in Rome resideerde. Dat was het dan wel. Toen kreeg ik dit boek in handen en een blik op de inhoudsopgave deed mij het ogenblikkelijk aanschaffen, wetend dat mijn wensenlijst er weer aardig door zou groeien.

 

Dat klopt dan ook. Er trekt een bonte stoet schrijvers voorbij die ik nog niet aan mijn pantheon heb toegevoegd. Marcel Reich-Ranicki, Saul Bellow, Mike Dash, Antjie Krog en Paul Celan zijn zo maar een paar namen waarvan ik de boeken ooit eens zal aanschaffen.

 

Veel van de stukken verschenen als recensies in de Volkskrant in de periode 1990-2009. De stukken zijn kort en bondig en dat is de reden dat er zeer veel beschreven wordt.  Vaak positief, niet altijd. Zo krijgt hij een roman van de Amerikaanse anglist en filosoof Bruce Duffy in handen getiteld De wereld die ik aantrof:

 

Zijn held is Ludwig Wittgenstein: dan zit je goed, want die is inmiddels al twintig jaar in de mode, moet hij gedacht hebben. Wittgensteins levensgeschiedenis en de levensverhalen van een touringcar vol tijdgenoten vormden de stof voor Duffy’s roman…Vijfhonderd bladzijden Wittgenstein en zijn vrienden, met veel filosofische dialogen…dat is alsof je met generaal Norman Schwarzkopf en zijn kornuiten een schoolplein aandoet en dan vraagt of er nog iemand zin had in een robbertje vechten.

 

Exit Duffy. Maar een paar besprekingen later zitten we in de lucide gedichten van
J.W. Oerlemans. Nooit van gehoord, maar o zo intrigerend:

 

Schrijven tegen de dood in

vliegers oplaten voor later

foto’s maken van dierbare gezichten

de maan passeren in gewichtloze kano’s.

 

Bruckner, Virginia Woolf, Georges de la Tour. Van de laatste is er in 1997 een overzichtstentoonstelling in Parijs waar Zeeman zich in heeft verdiept. Het zijn de aangrijpendste schilderijen die hij kent, zoals La Madeleine Fabius. Maria Magdalena kijkt reikhalzend uit naar de dood, haar hand op een schedel, verlicht door een kaarsvlam. Dat maakt nieuwsgierig en de zegeningen van internet toveren die schilderijen in een oogwenk op het scherm. Onderaan dit stuk staat een afbeelding.

 

Het is niet alleen literatuur en schilderkunst. De Meccanotentoonstelling mag rekenen op een serieus essay, hij bespreekt de onvrede na de moord op Pim Fortuyn, hij gaat tekeer tegen de Italiaanse hypocrisie ten opzichte van de prostitutie in dat land en hij belicht een onderzoek naar de bevolking van zijn geboortegrond Marken.

 

De hoofdmoot is de literatuur. Hij heeft het over zijn eigen vakgebied en het referentiekader van waaruit hij werken beoordeelt. Een roman over India lees je anders als je er bent geweest. Het Lelietheater van Lulu Wang valt zo tegen omdat het ons geeft wat wij van China verwachten. Dat dit niet klopt zie je pas als je in China bent geweest, je referentiekader verandert. Hij heeft het over de literaire canon en het ontstaan en gebruik ervan. Natuurlijk is die canon aan verandering onderhevig en in feite non-existent. Geen limitatieve lijst van meesterwerken maar hooguit een pedagogisch hulpmiddel.

 

Zeeman schrijft regelmatig met humor en ironie, zoals in zijn stuk Verloren generatie kiest voor zakelijkheid:

 

Zelfontplooiing, dat was het sleutelwoord van de hoppende hippen, de hiephiephoeraënde hippies, de thans niet zo vaak meer soppende sippen. Oi, wat hebben ze zich heerlijk kunnen ontplooien. En nog. Bob Dylan, de held van hun onbezonnen tijd, moet de Nobelprijs krijgen, geeft niet waarvoor…In Amsterdam is aan hun oude universiteit al een heuse professor benoemd om in kaart te brengen naar welke onbenullige herrie ze indertijd hebben zitten luisteren.

 

Nog mooier is de verhandeling over de vrijmoedige vertaling van Les fleurs du mal van Baudelaire door Peter Verstegen. Zeeman schrijft:

 

In het sonnet ‘Le possédé’, uit de afdeling ‘Spleen et idéal’ van Baudelaires Les fleurs du mal, laat de dichter alle vezels van zijn bevende lijf in een collectieve schreeuw uitbarsten..’O mon cher Belzébuth, je t’adore!’, staat er in het Frans…In zijn vertaling…maakt Peter Verstegen van die uitroep: ‘O Beëlzebub, mijn teerbeminde!’
‘Teerbeminde’: zou ‘t? Daar zou Beëlzebub vermoedelijk toch even van staan te kijken. Want je kan hem desgewenst liefhebben, vereren of adoreren – maar hem met ‘teerbeminde’ aanspreken?

 

Zo zijn er talloze voorbeelden. Ik heb veel nagezocht naar aanleiding van zijn besprekingen. Achtergrondinformatie, verkrijgbaarheid van uitgaven, schilderijen, noem maar op. Het is een boek waar ik regelmatig naar zal terugkeren.

 

 la-tour-georges-de-la-madeleine-fabius

     

    La Madeleine Fabius

3836519410.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Soms is het niet nodig om een recensie te schrijven. Soms spreken de beelden voor zich. In het boek 20th Century Travel: 100 Years of Globe-Trotting Ads van Allison Silver en Jim Heimann wordt een schitterend overzicht gegeven van advertenties uit het reiswezen van de 20e eeuw.

De focus ligt op advertenties uit het begin en midden van de 20e eeuw en wat mij betreft terecht. De platen zijn prachtig. Via deze link kan je het boek bekijken.