archiveren

Maandelijks archief: augustus 2014

74843d176fdd560593167786167437641414141
Ik Jan Cremer van (uiteraard) Jan Cremer is een boek dat ik gelezen wilde hebben. Waarom? Goede vraag. Het is een bekende titel, het heeft nogal wat stof doen opwaaien bij de publicatie en uit doodgewone nieuwsgierigheid.

Het is een gefingeerde autobiografie die speelt vanaf de Tweede Wereldoorlog tot in de vroege jaren zestig. Centraal staat natuurlijk de schrijver zelf. Hij groeit op in verschillende inrichtingen en is uitermate tegendraads. Hij gaat op dertienjarige leeftijd voor het eerst naar bed met een vrouw en vanaf dat moment profileert hij zichzelf als een grote vrouwenversierder. Hij gaat op jonge leeftijd op de grote vaart naar Leningrad, Ceylon en talloze andere oorden. Hij is smokkelaar van koffie, drank en wapens. Wordt marinier en dient bij het Vreemdenlingenlegioen. Hij ontdekt de kunst en gaat schilderen. Periodes van grote rijkdom en grote armoede wisselen elkaar af. Hij woont bijvoorbeeld in een groot pand in hartje Amsterdam en op Ibiza, maar moet ook bij vrienden op de grond slapen. Als Cremer iemand niet moet, schroomt hij fors geweld niet. Sterker, hij vermoordt de directeur van een inrichting waarin hij heeft gezeten.

Eigenlijk, is dit het wel. De rode draden zijn benoemd. Sex, geweld, drank en tomeloze avonturen. Ik vond het boek zo plat als een dubbeltje, want meer is het niet. Ik snap dat het veel stof deed opwaaien. Alles wordt expliciet benoemd. Nu schrikken we daar niet meer van, maar de verhalen zijn zo over de top en volgen elkaar in zo’n hoog tempo op, dat ik er al snel klaar mee was. Weer een ‘wijf genaaid’, weer iemand genadeloos in elkaar geslagen, weer aanbiedingen van beroemde regisseurs (namen worden niet genoemd), het zal allemaal wel. Als het onweert, weet Jan te vertellen dat de bliksem eens vlak naast hem is ingeslagen én dat hij heeft gezien dat twee boeren door de bliksem gedood werden toen de bliksem in hun zeisen op hun rug insloeg. Zelfs onweer wordt zo ‘larger than life’.

Waar het bij mij wringt is het volgende. Expliciete seks en geweld kan allemaal best, ik snap dat avonturen vreselijk aangedikt of verzonnen worden en als daar een goedlopend verhaal van gebrouwen wordt kan het zomaar eens wat worden. Dat gebeurt hier niet. Het is een chronologisch opratelen van tegendraads gedrag, waarbij het expliciete geweld het meest stoort. Omdat het nergens toe dient. Omdat Cremer iedereen die hem niet bevalt of die hem tegenspreekt naar eigen goeddunken een paar klappen verkoopt. Het wordt gepropageerd. Als een vriend een schampschot krijgt, willen ze de kogelwond verdoezelen om geen gedoe te krijgen. Verdoezelen is in dit geval met een mes groter maken en daarvoor moet de ‘patiënt’ even verdoofd worden;

Henri werd ongedurig en vroeg met een bleek en iel stemmetje: ‘Brengen jullie me vlug naar de dokter, alsjeblieft’…Henri, steunend op Barry en Rick, schoof met een hinkende poot naar de deur, toen ze vlak bij de deur waren, greep ik Henri van achteren en gaf hem een verschrikkelijke vuistslag op z’n kop. Maar hij ging niet out, draaide zich om en wilde zich losrukken…Hij begon heel hard te gillen van ‘politie’ en ‘help’, maar wij, hoewel nog half lazerus…gingen met z’n drieën op hem los.

In die trant dus. Een boek vol. Ik houd er niet van. Er zijn ook nog delen 2 en 3. Die laat ik maar even aan mij voorbij gaan. 

Advertenties

9043911879.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het Merlot Mysterie van Ilja Gort was precies het boek dat ik op een vakantie in Zuid-Frankrijk wilde lezen. Dat speelt wel mee in de hoge waardering die ik het boek op Librarything heb gegeven. Geen hogere literatuur, maar een erg vermakelijk boek over een goedmoedige Franse wijnboer en zijn superwijn.

Harold Wechter is een succesvolle reclamemaker die een goedlopend wijnchâteau in Frankrijk heeft. Zijn buurman is de sympathieke Régis. Die verbouwt ook wijn, maar op zijn gevoel. Toch heeft hij ieder jaar er altijd een paar vaten wijn tussen zitten die uitzonderlijk lekker zijn. Het is zijn “meilleur vin”. Dat valt Harold ook op en hij wil er achter komen van welke wijnstokken die bijzondere wijn komt. Toch moet Régis er verder bovenop geholpen worden en Harold raadt hem een “camping à la ferme” aan. Régis gaat hier op in en het wordt een groot succes. De broer van Régis, Bernard de boekhouder, wil er eerst niets mee te maken hebben, maar als hij geld ruikt gaat hij er in mee. Het leidt allemaal tot hilarische situaties. Een Alpenkreuzer vol met gier, naaktlopers die biodansen, bezoekers vallen door de poepdoos of vinden een hazelworm in de wasbak, zen-raften in een roeiboot. Het kan allemaal niet authentiek genoeg en dat is het geheim van het succes. 

Toen Bernard, na een lange kantoordag, zijn Renault voor de zoveelste keer weer eens niet op zijn vaste plek kon parkeren, ging het mis. Bij thuiskomst had hij zijn keurig onderhouden eenpersoonsprivéparkeerplaats bezet gevonden door een grote, enigszins gehavende caravan met een slordig opgezette partytent ervoor. Voor de tentopening stond een dikke man in een lawaai-overhemd, worstjes om te draaien op een barbecue…Over Bernards strakgeknipte buxushaagje was een rij vrolijk-gekleurd wasgoed te drogen gehangen en op de binnenplaats was een drietal kinderen joelend aan het voetballen met een kapot plastic emmertje…’En nou is het afgelopen!’..’Wat jij doet, moet jij weten, maar ik wil dat zigeunergajes van jou niet voor m’n deur hebben!’
‘Oké, oké, rustig maar’, suste Régis. ‘Dat zijn gasten, hoor. Maar goed, pas de problème, ik vraag wel of ze ergens anders gaan staan’.

Het knettert nogal eens tussen de broers. Zeker als de familiebegraafplaats moet wijken voor bungalows. Régis wil er niets van weten. Moeder wordt niet gecremeerd zoals Bernard wil, maar gewoon begraven en Régis timmert persoonlijk een mooie kist van de oude, gezamenlijke keukentafel. Het boek heeft zo zijn mooie momenten. Ondertussen wordt zijn wijn door Harold wereldberoemd en zelfs hogelijk geprezen door dé wijnkenner Robert Parker. Hoe dat afloopt, lees het bij een lekker glas wijn.

Het is een dun verhaal, Gort grossiert weer in bonte vergelijkingen (de wijn tijgert traag als magma, een balzak als een rimpelige bruine sok met twee papegaaieneieren erin enzovoort) maar voor mij viel alles op zijn plaats op mijn vakantiestek tussen de wijnstokken. Dat Gort zelf een succesvolle ex-reclamemaker en wijnboer is en ene Régis als wijnreus in dienst heeft draagt volledig bij aan de herkenning natuurlijk.

9400502273.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ter voorbereiding op een vakantie in Frankrijk heb ik Château Slurp van Ilja Gort gelezen. Nou ja, meer gekeken. Het recept is vrijwel identiek aan de andere Slurp-boeken. Het leven van een wijnboer in Frankrijk in beeld gebracht en beschreven. Tegenwoordig lardeert Gort het ook met eigen verzonnen verhaaltjes over waarom “wijn een vrouw is”, hoe hij zijn geliefde vindt op een IKEA-bed of over de losgemaakte endorfine na een goed glas wijn.

Maar het meest wordt het leven van alledag beschreven. Een bezoek van Chinese gasten, de jaarlijkse druivenpluk, bezoekjes aan concullega’s op andere chateau’s en zijn bezoek aan het chateau van Cliff Richard. Nog een kleine proeve van Gort’s schrijfstijl, over het resultaat na het samenstellen van een prachtige wijn;

Het druivenbloed dat na afloop van dit stukje diabolische natuurkunde in je glas walst, is verschrikkelijk. Neem één slok en je smaakpapillen slaan allemaal tegelijk aan het gangbangen. Het is alsof je de Amazone opdrinkt: een machtige oerwoudrivier van lekkerte stroomt door je borst. Paardenzweet, knallende zwepen, voorbijstampende kuddes grizzlyberen. Hartverwarmend en zielsgelukkig. Maar pas op! Deze wijn glijdt naar binnen als een pianoglissando, maar verborgen achter die streelzachte smaakomhelzing loert een alcoholkaliber van zo’n 16%. Dus wees op je hoede: je bedrijft de liefde met een nymfomane non…

Leuk zijn de 14 afbeeldingen achterin met een QR-code. Die kan je scannen en de filmpjes op je mobiel bekijken. Filmpjes over het maken van tonnen, zoeken van paddenstoelen, het rollen van de tonnen enzovoort. De commerciële handigheid om het eerste hoofdstuk van zijn laatste roman te plaatsen hoeft voor mij dan weer niet. De boekjes hebben niet veel om het lijf, maar voor een vakantie in die regionen vormt dit toch een erg prettige opmaat.

1ba387783b517df596757786651437641414141
Het geheim van de Wallenburg van Willem van Pijkeren is een onvervalst jeugdboek. Een jongensclub die avonturen beleeft op de Wallenburg, een aarden wal van zo’n twee meter hoogte, die in een cirkel om een kruising van twee bospaden ligt.

Paul en Dik zijn de aanvoerders van de club en er wordt een gat gegraven voor hun spel van Germanen en Romeinen. Zo stuiten zij op een onderaards gangenstelsel dat nodig verkend moet worden. Dat is spannend, want aardedonker en zij zien een kamer met een persoon erin, een soort kapitein. Deze krijgt het aan de stok met een bekende uit het dorp, ene Barend. De jongens overhoren hen en komen te weten dat er een ondergronds wapenarsenaal is en dat er nog meer bendeleden zijn, waarvan Brown en de Chinees nogal belangrijk zijn.

Barend verdwijnt spoorloos, agenten verschijnen en er wordt geschoten. De jongens sluiten de kapitein op. So far, so good. Maar dan…verschijnt er een vliegende schotel in beeld. Er heeft zich publiek verzameld en Wang-Li, de pindaman, verdwijnt in de schotel. Een eau-de-cologne-vrouwtje in het publiek blijkt Brown, een bendelid, en wordt gevangen genomen.

Dit alles klinkt zeer onwaarschijnlijk en dat is het ook. Brown wordt als lokaas gebruikt voor de vliegende schotels. De politie probeert zo’n ding te overmeesteren en dat wil niet echt lukken;

Tot hun grote verbazing zagen de politiemannen echter dat hun kogels de schotel helemaal niet raakten, maar een meter of tien ervoor recht de lucht invlogen…”Schiet laag over de grond,” commandeerde hij. “Het vuur ketst af. Schiet die beschuitbus aan flarden.”

De spoiler kan ik rustig weggeven, dit boek is op heel het internet niet meer te vinden. Dankzij een scherpzinnige inspecteur en de wakkere leiders Paul en Dik wordt de boevenbende ingerekend. Een bende die niets minder wilde dan met geavanceerde wapens en helikopters (de vliegende schotels) een grootscheepse aanval op Europa uitvoeren met Nederland als startpunt.

Het verhaal is met 150 bladzijden verteld en wordt in een aangenaam ouderwetse stijl neergezet.

Aan de overkant van de straat stond een jonge man in een beige regenjas en met een bruine gleufhoed op.
Onopvallend volgde hij Brown.
Zou Brown een ontvluchtingspoging wagen?
Zou er nogmaals een vliegende schotel landen?
Zou de list gelukken en de inspecteur de gelegenheid krijgen de bende alsnog te arresteren?
Dit waren de vragen, die door het hoofd van de jonge man gingen.

Er zit geen woord Chinees bij. Kritisch gezien staan er wat naïviteiten in het boek. Geen idee waarom het nummer van de vliegende schotel in iemand’s zakdoek genaaid staat. Opzichtig vuurpijlen voor Brown klaarleggen zodat hij ze mee kan nemen als hij “vrij” wordt gelaten, ach. Tegelijkertijd maalt de jeugd daar volgens mij niet om en is het boek voor mij sowieso boven alle kritiek verheven. Mijn opa heeft het immers geschreven.

dabe20a15310fcd593356346167437641414141

Ik had nog niks van Philip Roth gelezen en Portnoy’s klacht is een aangename eerste kennismaking. Het gaat over de klaagzang van Alexander Portnoy, die bij zijn psychiater Spielvogel op de bank ligt.

Die klaagzang betreft voornamelijk zijn seksuele obsessie, zijn hele leven lang. Zijn jeugd wordt bepaald door zijn dominant aanwezige moeder en zijn aan constipatie lijdende vader. Hilarische momenten levert dit soms op. Alexander zit weer eens op het toilet te masturberen en zijn vader wil er weer een gevecht met zijn opstopping aangaan, meesterlijk. Het Joodse milieu waarin Alexander opgroeit geeft ook een mooi decor, hij heeft er met name conflicten over, zoals met zijn zus Hannah;

Weet je, vraagt ze me, waar je nu zou zijn als je in Europa geboren was in plaats van Amerika?
Daar gaat het helemaal niet om, Hannah.
Dood, zegt ze.
Daar gaat het helemaal niet om!
Dood. Vergast of doodgeschoten, verbrand of aan moten gehakt of levend begraven…En je moeder en vader waren dood geweest.
Maar waarom moet je zo nodig aan hun kant staan!
Ik sta aan niemands kant, zegt ze. Ik vertel je alleen dat hij niet zo onnozel is als jij denkt…
En zij zeker ook niet! De Nazi’s maken zeker ook dat alles wat zij zegt en doet even intelligent en briljant is! De Nazi’s zijn zeker een excuus voor alles wat er hier in huis gebeurt!
O, ik weet niet, zegt mijn zusje, misschien wel, misschien is dat wel zo en nu begint zij ook te huilen en wat voel ik me afgrijselijk, want zij vergiet haar tranen voor zes miljoen, dat denk ik tenminste, terwijl ik de mijne alleen voor mezelf vergiet. Dat denk ik tenminste.

Het draait ook allemaal wel om Alexander en vooral om zijn seksuele fantasieën. Zijn vriendin, bijgenaamd ‘de Aap’ spoort ook niet helemaal. Dominant aanwezig en belt hem graag op zijn werk, maar ook dat geeft weer fijne leesstof. Uiteindelijk wordt het Alexander allemaal een tikkeltje teveel. Hij beeldt zich allerlei geslachtsziektes in, ‘de Aap’ is suïcidaal en al zijn leeftijdsgenoten zitten braaf met de koters thuis. Waarom hij niet? Afijn, hij zit niet voor niets op de bank bij Spielvogel.

Het boek leest als een trein en ik ben blij dat ik nog een paar boeken van Roth te lezen heb.

Vertaling: Else Hoog