archiveren

Amerikaanse literatuur

9088030537.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het geheim van Penumbra’s boekwinkel van Robert Sloan is een roman van 300 pagina’s. Het gaat over oude boeken en nieuwe technologie, op de achterkant staat dat Oude Kennis en nieuwe Kennis gecombineerd worden. Het intrigeerde mij en boeken over boeken hebben altijd een streepje voor hier.

Het bleek een aangename leeservaring. Clay Jannon verliest zijn baan als webdesigner en vindt werk in de boekwinkel van Penumbra. De winkel is dag en nacht open en kent een vreemd interieur;

Stel je de vorm en omvang voor van een normale boekwinkel die op zijn kant is gezet. De ruimte was absurd smal en duizelingwekkend hoog en alle boekenkasten reikten tot aan het plafond. Drie verdiepingen met boeken, en misschien nog wel meer. Ik legde mijn hoofd in mijn nek…en zag de planken langzaam in de schaduwen verdwijnen alsof ze eindeloos ver doorliepen.

Er worden boeken verkocht, maar niet veel. Gangbare titels staan voorin de winkel, achterin staan heel oude boeken. Daar komt een speciaal publiek voor. Niet om ze te kopen, om ze te lenen. Het blijken gecodeerde boeken en de belangstellenden trachten fanatiek een puzzel op te lossen. Het is Clay verboden om in de boeken te kijken. Hij moet wel een logboek bijhouden, wie wat koopt of leent, hoe die persoon eruit zag, hoe de sfeer of het weer was, alles.

Clay heeft weinig te doen en maakt in zijn computer een visualisatie van de winkel. Wat blijkt, hij kan de puzzel oplossen. Als hij de punten van de plekken van alle uitgeleende boeken met elkaar verbindt, ontstaat er een gezicht. Het gezicht van de oprichter van een genootschap, die zoekt naar het geheim van onsterfelijkheid.

Clay wordt hierbij geholpen door Kat, een slimme meid die bij Google werkt. Zij zet nieuwe technologie in bij hun speurtocht en zo komen ze bij het hoofdkantoor van het genootschap in New York. Daar draait alles om één boek, de Codex Vitae ofwel het levensboek van ene Aldus Manutius. Een gecodeerd boek met de sleutel tot het eeuwig leven. Manutius gaf de sleutel maar aan één iemand door, zijn vriend en partner Griffo Gerritszoon. Die laatste was de uitvinder van een lettertype, dat alom tegenwoordig is als standaardlettertype of font, zowel in print als op de computer (let wel, in de roman).

Het is fascinerend om te lezen hoe een enorme hoeveelheid computers verbonden wordt om de sleutel te kraken;

Een geheim genootschap van geleerden werkt hier al vijf eeuwen aan. Nu zetten we het voor een vrijdagochtend in de agenda.

Het is nog spannend om te lezen ook en het is of je er bij bent;

De schermen komen tot leven in een blizkrieg van datavisualisaties en dataonderzoek. Het woord MANVTIVS knippert fel en onregelmatig in de hoekige letters van de programmeertaal en het bedieningspaneel….Spreidings- en staafdiagrammen verschijnen op de schermen. Op Kats bevel kraken en herkraken de Google-apparaten de data op negenhonderd verschillende manieren. Negenduizend. Nog geen resultaat.

Ik ga niet alles weggeven en er zit natuurlijk een twist aan het verhaal. De auteur heeft knap feiten met fictie vermengd. Het font van Gerritszoon bestaat niet, Manutius bestaat wel. Er wordt verhaald over een Accession Table waarin alle voorwerpen uit alle musea ter wereld gedocumenteerd staan. Er bestaat een research tool voor wetenschappers die zo heet, maar alle voorwerpen gedocumenteerd? Ze zouden het willen. Dat maakt het voor mij een erg aantrekkelijk boek. Oude boeken en een snuif mysterie gecombineerd met moderne technieken, ik houd ervan.

Lees ook de besprekingen van Anna en Bettina vooral.

Vertaling; Jacques Meerman

3aa3e6e08988d86597952685651437641414141
Het complot tegen Amerika van Philip Roth is geschreven in 2004, handelt over de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog en is ineens weer zeer actueel. Het is ook een verrassend boek, want het mengt historische feiten met fictie. Een onvervalst wat als? boek.

In de Verenigde Staten wordt namelijk niet Franklin Delano Roosevelt, maar de pionier-vliegenier Charles A. Lindbergh gekozen tot de 42e president (fictie). Dat is erg, want deze man staat bekend om zijn fascistische en anti-semitische denkbeelden (feit). Daar gaan we dus al, maar geen vrees. Het verhaal wordt vlot verteld en wel door de ogen van de jonge Philip Roth zelf.

Deze groeit op in een joods gezin met broer Sandy en pleegbroer Alvin. Deze laatste is het niet eens met de denkbeelden van president Lindbergh. Die staat voor een neutraal Amerika en bemoeit zich niet met de oorlog in Europa. Hij heeft zelfs op IJsland een verdrag gesloten met Hitler ten behoeve van wederzijdse vreedzame betrekkingen. Ook heeft hij een pracht van een Orde van de IJzeren Adelaar gekregen (Lindbergh kreeg daadwerkelijk een Duitse onderscheiding). Alvin gaat vechten in Europa, verliest een been en komt verbitterd terug.

Het anti-semitisme neemt toe en er komen initiatieven om joodse families te verspreiden over het land. Ook de familie Roth wordt intern verdeeld. Tante Evelyne trouwt een rabbijn die achter Lindbergh staat en wordt verketterd door Philip’s ouders, helemaal als tante en haar rabbijn bij Lindbergh en Von Ribbentrop in het Witte Huis mogen aanschuiven. Vader Roth ziet het in de bioscoop op het journaal;

‘Maar waarom ging je dan kijken,’ vroeg mijn moeder hem, ‘als je wist dat het je zo van streek zou maken?’ ‘Ik ging kijken,’ antwoordde hij, ‘omdat ik mezelf elke dag dezelfde dag dezelfde vraag stel: hoe is het mogelijk dat dit in Amerika gebeurt? Hoe is het mogelijk dat zulke mensen het in ons land voor het zeggen hebben? Als ik het niet met mijn eigen ogen zou zien, zou ik denken dat ik hallucineerde.’

De link met de actualiteit hoef ik niet meer uit te leggen en dat maakt het razend interessant. Er is tegenstand in de vorm van oud-cabaretier Walter Winchell (feit) die om zijn tegenstem wordt vermoord (fictie). De grote hervormingen worden persoonlijk als de moeder van het vriendje van Philip omgebracht wordt door anti-joods geweld. President Lindbergh vliegt het land door en pakt de bevolking in met een simpele boodschap;

‘Ons land is in vrede. Onze mensen zijn aan het werk. Onze kinderen gaan naar school. Ik ben hierheen komen vliegen om jullie daaraan te herinneren. Ik ga nu terug naar Washington om ervoor te zorgen dat het zo blijft.’ Een allesbehalve opzienbarende reeks zinnetjes, maar voor die tienduizenden Kentuckianen…alsof hij hun het einde van alle aardse moeite en verdriet heeft aangekondigd.

Toch verdwijnt Lindbergh van het toneel en zijn tegenstander Roosevelt wordt zijn opvolger. Pearl Harbor wordt aangevallen, waarna de geschiedenis zijn normale loop weer herneemt.

Het is een knap geschreven boek en het feit dat feit en fictie door elkaar heen lopen stoort geen moment. Achter in het boek wordt aan de hand van de hoofdpersonen keurig uitgelegd wat de juiste chronologie is van hun levens én staat de toespraak die Charles Lindbergh heeft gehouden op 11 september 1944 in Des Moines, Iowa. De titel was ‘Wie zijn de oorlogsstokers?’. De bijeenkomst was van het America First Committee. America First? Ik hoef die actualiteit ook niet uit te leggen geloof ik.

Vertaling; Ko Kooman

9026338090.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik kocht Catch-22 van Joseph Heller eigenlijk een beetje in een opwelling. Het boek viel op door de helgroene kaft, het is een bekende titel en levendige dialogen op de eerste pagina. De achterkant leerde mij dat dit de oorlogsroman is die alle andere overbodig maakt, dus dan schiet je meteen een eind op.

En dan ga je lezen…en wordt alles weer anders. Jazeker, het is een oorlogsroman. Het gaat over een luchtmachtbasis op het (niet bestaande) eilandje Pianosa voor de Italiaanse kust. Hoofdpersoon is Yossarian, de bommenrichter die er vast van overtuigd is dat de vijand en wellicht vele anderen er op uit zijn om hem te vermoorden. Goed, de term absurd staat op de achterkant, maar dit verwachtte ik ook niet;

‘Ze proberen me te doden,’ zei Yossarian kalm.
‘Niemand probeert jou te doden!’ schreeuwde Clevinger.
‘En waarom schieten ze dan op me?’ vroeg Yossarian.
‘Ze schieten op iederéén,’ antwoordde Clevinger…Clevinger dacht echt dat hij gelijk had, maar Yossarian had de bewijzen, omdat vreemdelingen die hij niet eens kende, telkens als hij de lucht inging om bommen op hen te laten vallen, met kanonnen op hem schoten, en dat was allesbehalve grappig.

Met stijgende verbazing en geamuseerd las ik door en snorde wat achtergrondinformatie op. Satire en absurdisme dus. Prima, daar kan ik ook mee uit de voeten. Yossarian denkt ook dat zijn eigen superieuren op zijn dood uit zijn. Het aantal gevechtsmissies dat hij moet vliegen om op lang verlof te gaan wordt telkens verhoogd. Hij verzint uitvluchten, wendt ziekte voor maar bevindt zich uiteindelijk in een catch-22 situatie. De dokter legt het uit;

‘Natuurlijk is er een catch,’ antwoordde doc Daneeka. ‘Catch-22. Iemand die geen gevechtsmissies meer wil vliegen is zo gek nog niet.’…iemand die…een bezorgdheid over zijn eigen veiligheid aan de dag legde, bewees daarmee dat hij geestelijk normaal was. Orr was gek en kon worden afgekeurd. Hij hoefde er maar om te vragen, maar zodra hij dat deed, zou hij niet gek meer zijn en zou hij meer gevechtsmissies moeten vliegen.

Het is dus een oorlogsroman, maar de vijand is niet aanwezig, hoogstens op de missies die worden gevlogen. Het boek is verdeeld in hoofdstukken die handelen over de personages op de luchtmachtbasis of over de plaatsen die worden bezocht, zoals Rome op verlof. Het zijn er veel, er trekken zo’n 50 personages in totaal voorbij en het boek telt ook goed 500 pagina’s. Boeklog vond het wat té veel, ik had er geen last van en heb mij uitstekend vermaakt. Een sterk karakter is Milo Minderbinder, die groot wordt in de zwarte handel. Hij gaat zover, hoezo absurdisme,  dat hij zelfs zijn eigen basis bombardeert;

Hij had weer een contract afgesloten met de Duitsers, ditmaal om zijn eigen onderdeel te bombarderen…Zijn bemanningen spaarden de landingsbaan en de messrooms, zodat ze netjes konden landen na hun opdracht te hebben uitgevoerd en nog een warm hapje konden eten voordat ze gingen slapen.

Er vallen talloze citaten te geven, over de legerpredikant, over de volledig ingezwachtelde soldaat in het wit (Misschien zit er niemand in), over Nately’s hoer die een grotere rol speelt dan aanvankelijk gedacht, over Majoor Major Major Major (geen tikfout) en ga zo maar door. Lees het vooral zelf.

Het is een absurdistische oorlogsroman maar ook meer dan dat. Er is aandacht voor oorlogstrauma’s en er vallen wel degelijk slachtoffers. Daarmee is het ook een anti-oorlogsroman én een aanklacht tegen het kapitalisme, in de vorm van de ongebreidelde hebzucht en expansiedrift van Milo Minderbinder. Het boek verscheen in dezelfde tijd als Norman Mailers The Naked and the Dead en Kurt Vonneguts Slaughterhouse Five en bevindt zich daarmee in een illuster gezelschap van oorlogsromans.

Achter in het boek staan een aantal documenten opgenomen die de achtergronden van het boek toelichten, onder meer één door de auteur zelf. Zo leer ik dat de titel eerst Catch-18 was, maar omdat de auteur Leon Uris een oorlogsroman uitbracht met de titel Mila-18, moest de titel aangepast worden. Het werd Catch-22 en deze term is inmiddels toegevoegd aan de Engelse woordenschat. Veel meer erkenning is er niet lijkt me.

Vertaling; J.F. Kliphuis

 

9025303560.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik zag De ballade van het treurige café van Carson McCullers toevallig liggen in de boekenweek. Opnieuw vertaald, vriendelijk geprijsd en hij stond op de verlanglijst dus die was snel aangeschaft. Daar heb ik geen spijt van.

Honderdtwaalf pagina’s, maar wat een prachtig boek. Ik word al blij van de eerste zinnen;

Het plaatsje zelf is saai. Het heeft niet veel te bieden, afgezien van een katoenfabriek, de huisjes waar de arbeiders wonen, wat perzikbomen, een kerk met twee gebrandschilderde ramen en een troosteloze hoofdstraat van nog geen honderd meter lang. Op zaterdag komen de pachters van de nabijgelegen boerderijen een dagje buurten voor een praatje. Voor de rest is het een godverlaten oord, ver weg en vervreemd van alle andere plaatsen op de wereld…Op zulke middagen in augustus, als het werk erop zit, is er helemaal niets te doen. Je kunt net zo goed naar de Forks Falls Road lopen om te luisteren naar de dwangarbeiders.

Een lang citaat om te beginnen maar het zet direct de sfeer neer waarin dit verhaal zich afspeelt. Langzaam wordt het grote, dichtgetimmerde huis geïntroduceerd, half geschilderd en verzakt, waar wellicht toch nog iemand woont.

Ooit was dat huis van Miss Amelia. Een lange, rijke, stuurse vrouw die een winkel drijft. Ooit was ze tien dagen getrouwd, maar ze heeft haar man al snel de deur gewezen. Dan komt haar neef Lymon langs. Deze gebochelde dwerg maakt iets in haar los. Ze ontdooit wat en Lymon mag bij haar intrekken. De winkel wordt langzaam omgetoverd tot een café met Lymon als stralend maar intrigerend (in letterlijke zin) middelpunt. McCullers wist mij hier te pakken met haar schrijfstijl;

Uiteraard waren ze elke ochtend in het café en vaak zaten ze uren samen bij het haardvuur boven in de woonkamer. Want ’s nachts voelde de gebochelde zich niet lekker en was bang als hij in het donker lag te staren. Hij had een diepe angst voor de dood. Daarom wilde Miss Amelia hem niet alleen onder die angst laten lijden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het succes van het café voornamelijk aan hem te danken was. Het verschafte hem gezelschap en plezier, en het hielp hem de avond door te komen. Stel dan aan de hand van die vluchtige impressies een totaalbeeld van die jaren samen. En laat het maar even betijen.

Het maakt mij direct benieuwd naar het vervolg. Ik zal er niet teveel over weggeven. De ex van Miss Amelia verschijnt weer en dat is geen goed nieuws. Uiteindelijk verwordt het populaire café tot het dichtgetimmerde huis aan het begin van het verhaal. Dan hebben we verraad, liefde, jaloezie en geweld achter de kiezen in een ijzersterk verhaal. En het einde? Het laatste hoofdstuk heet “De twaalf stervelingen” en gaat over de dwangarbeiders op Forks Falls Road, die zingend hun werk verrichten. Wellicht zitten er wat van de hoofdpersonen tussen, misschien niet. Maar ze werden niet voor niets al genoemd aan het begin van het boek en dat maakt het verhaal prachtig rond.

Vertaling: Molly van Gelder

Overigens heeft Suzanne Vega muziek geschreven bij het werk van en over Carson McCullers, zoals Twelve Mortal Men.

ba073eee04ebead59765a6d6e77444341587343
Twee jaar voordat F. Scott Fitzgerald zijn roman Teder is de nacht uitbracht, met veel autobiografisch materiaal, had zijn vrouw Zelda Fitzgerald al een portret gemaakt van haar leven met Scott in de, eveneens autobiografische, roman Mag ik de wals?

Zij had dat boek geschreven als werktherapie toen ze voor de tweede keer wegens mentale labiliteit was opgenomen in een kliniek in Baltimore. Haar man reageerde woedend toen ze het manuscript naar zijn uitgever stuurde. Zijn beschuldigingen waren dat Zelda hetzelfde materiaal gebruikte als waar hij mee werkte voor zijn roman, iets met gras voor de voeten wegmaaien dus. Scott beschouwde Zelda’s leven als privé-materiaal, waarop hij, als vakman, het alleenrecht bezat. Dat liep anders, het boek kwam er en de uitgever kon er wat voorschotten mee terug verdienen die al aan Scott waren uitgekeerd.

Het is een autobiografische roman, maar het was toch een wat ander boek dan ik mij had voorgesteld. Dat heeft te maken met het feit dat er toch een wat beperkter deel van hun leven wordt beschreven als dat ik in Fitzgerald’s biografie heb gelezen, ik was te verwend. Scott en Zelda worden beschreven als Alabama en David Knight. Alabama’s jeugd, hun ontmoeting en huwelijk, hun verblijf in Frankrijk, het mislukken van hun relatie en haar ineenstorting komen allemaal wel voorbij, hoewel in aangepaste vorm. Zo wordt Alabama niet wegens geestelijke ineenstorting opgenomen, maar wegens een bloedvergiftiging. Er wordt vrij lang stilgestaan bij de pogingen van Alabama/Zelda om balletdanseres te worden. Alabama zou zelfs in Napels optreden, iets dat Zelda nooit heeft gedaan.

Hoe is het boek geschreven dan? Daar is wel iets over te zeggen, de kwaliteit wisselde namelijk nogal. Allereerst, het is geen hogere wiskunde. Het is een keurig, chronologisch verteld verhaal. De tijdsprongen die er voorkomen zijn lineair, recht naar voren dus. Wat mij vooral opviel waren enkele draken van zinnen tegenover een paar prachtige vondsten en dat naast weer veel meer onbegrijpelijke (althans, voor mij) vergelijkingen. Ik wil graag vanaf het begin meegenomen worden door een verhaal. Dan helpt zin 4 van dit boek niet echt;

De meeste mensen bouwen de kantelen van hun leven met compromissen, trekken hun onneembare forten op uit verstandige toegeeflijkheid en timmeren hun filosofische ophaalbruggen met behulp van een emotioneel opportunisme en verschroeiende strooptochten in de kokende olie van zure druiven.

En dan moet je nog 230 pagina’s. Maar zet door, er komen ook mooie dingen. De volgende zin, met name het laatste deel, is prachtig:

Alabama droeg roze en gebleekt linnen en samen met David zat ze onder de vinnen van de plafondventilator die de zomer aan draaglijke stukjes sloeg.

Wauw. Dat op pagina 46 en ik ging er nog eens goed voor zitten. Zo fijn zag ik ze niet meer, maar wat ik wel veel zag waren vergelijkingen. Zo veel dat het ging opvallen. Vergelijkingen dienen een doel, ter beschrijving van een plaats of situatie, maar het moet wel hout snijden. Wellicht snap ik het niet, maar wat te denken van:

  • haar moeder verrichtte haar werk als een kasteelvrouwe die zich met een arme boer bemoeit
  • Lady Sylvia fladderde door de zaal als een ondoorschijnende massa protoplasma die over een zandbank beweegt
  • haar armen deden haar denken aan een zijlijn van de Siberische spoorwegen
  • ze werkte tot ze zich voelde als een opengereten paard in de arena dat zijn ingewanden achter zich aansleept

Geloof me, er zijn er meer, tot en met het Nederlandse jongetje dat de dijken redde. Al met al is het best een vermakelijk boek, waarvan de meerwaarde voor mij er vooral in schuilde dat er, na het lezen van de romans en biografie van F. Scott Fitzgerald, herkenbare patronen verschenen, maar nu verteld door Zelda.

Waar Scott op 44-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, kwam Zelda op 47-jarige leeftijd om door een brand in de kliniek waar zij toen verbleef. Tijd voor andere boeken, maar het was aangenaam vertoeven met die twee.

Vertaling; Keith Kanger Snell en Geerten Maria Meijsing

 

013d4514cd3ebfe597052696e77444341587343
Omdat ik mij wat aan het verdiepen ben in het echtpaar F. Scott Fitzgerald en zijn vrouw Zelda, mag de biografie over Fitzgerald, The Far Side of Paradise van Arthur Mizener niet ontbreken. Het boek kwam uit in 1951, dus 11 jaar na de dood van Fitzgerald. Dat heeft voor- en nadelen. Het boek kan wat gedateerd overkomen, aan de andere kant is het redelijk heet van de naald, want de primaire bronnen (zoals Ernest Hemingway) kunnen allemaal nog geraadpleegd worden.

Wat dit boek zo interessant maakt is het kijkje in de keuken van een wereldberoemd schrijver. De chronologische levensloop staat er ook in, maar die kunt u op het internet makkelijk zelf terugvinden. Wat daar niet op staat is hoe hij zijn leven van alledag terug liet komen in zijn werk. Mizener maakt veelvuldig gebruik van citaten uit het werk van Fitzgerald, om te laten zien hoe gebeurtenissen uit zijn leven omgezet werden in proza;

The code of the Southern gentleman which his father taught him at this time – the belief in good manners and right instincts – stayed with him as an ideal all his life. Nick Carraway, the narrator in The Great Gatsby who is from St. Paul, Minnesota, has been told by his father to remember, when he is tempted to criticize others, that “a sense of the fundamental decencies is parcelled out unequally at birth”. In Tender Is the Night Dick Diver’s father…has taught him the need for ‘good instincts, honor, courtesy, and courage…

Zijn verhouding en later zijn huwelijk met Zelda is een complex verhaal. Beiden zijn ze jaloers, Scott wordt een steeds grotere alcoholist en Zelda wordt gediagnosticeerd met schizofrenie. Ook met de verdiensten gaat het op en neer. Hij schrijft grote romans en veel korte verhalen maar het geld wordt er doorheen gejaagd in de periodes waarin hij niet actief is. Ze verblijven zowel in Europa, voornamelijk in Frankrijk, als in de Verenigde Staten. Hij wisselt periodes af van grote productiviteit, vaak ingegeven door geldnood, met periodes van nietsdoen. Dat is wel eens lastig toegeven:

It was a brave show, and publicly Fitzgerald did his best to make it appear that they had their lives under control; privately however, he was discouraged about the way they were living and its effect on his work. Out of one of those states of depression…he wrote…: “I’m having a hell of a time because I’ve loafed for 5 months and I want to get to work…I should like to sit down with 1/2 a dozen chosen companions and drink myself to death but I am sick of life, liqour and literature…”

Triest genoeg is dat wel wat hij deed. Zijn vrouw werd permanent opgenomen in een sanatorium. Fitzgerald bleef schrijven maar lichamelijk was hij er steeds slechter aan toe. Uiteindelijk overleed hij aan een hartaanval op 44-jarige leeftijd.

Ik heb maar twee romans van de man gelezen en die bevielen best maar hij heeft ontzettend veel meer geschreven. Mizener zet het even in perspectief:

While Hemingway was producing “the first forty-nine stories” and Faulkner around fifty, Fitzgerald was producing one hundred and sixty – not to mention thirty-odd articles, a scattering of poems, plays, and radio work, and a three years’ supply of movie scripts. Of Fitzgerald’s one hundred and sixty stories, at least fifty…are serious and succesful stories, and perhaps half of these are superb. Even if we assume that Hemingway’s forty-nine and Faulkner’s fifty are all first-rate – and this is evidently a false assumption – Fitzgerald as a serious writer of short stories compares very favorably with them both.

Voor de liefhebber is er dus genoeg te lezen. Ik ga door met werk van zijn vrouw, Zelda. Zij schreef een autobiografische roman. Zo zie ik het weer eens vanuit een ander gezichtspunt.

248d275b6636e1e5970786b6e77444341587343
Na zijn grote roman De grote Gatsby meteen maar het andere grote werk gepakt van F. Scott Fitzgerald, Teder is de nacht. De verwachtingen waren redelijk hoog gespannen en die werden ten dele ingelost.

Hoofdpersonen zijn zenuwarts Dick Diver en zijn zenuwzieke vrouw Nicole Warren. Zij wonen in de jaren twintig van de vorige eeuw aan de Franse Rivièra en omringen zich met voornamelijk Amerikaanse vrienden. Ze leven daar het goede leven tot er een actrice arriveert, Rosemary Hoyt. Dan begint de ellende;

Maar Dick Diver – hij was geheel zichzelf. Ze bewonderde hem in stilte…O, ze koos hem, en Nicole, die haar hoofd ophief, zag dat ze hem koos en hoorde, hoe ze even moest zuchten omdat iemand anders hem al bezat.

Na ruim 80 pagina’s beginnen eigenlijk de verwikkelingen pas en ik vond de aanloop ernaar vrij lang. Ik hoef er niet veel over te vertellen, de kern is dat Dick valt voor Rosemary en langzaam maar zeker verwordt van een populaire zenuwarts tot hopeloze dronkaard, terend op de zak van zijn puissant rijke vrouw. Ook Nicole valt uiteindelijk voor een ander. Er overlijdt nog iemand, er wordt gevochten en dames belanden in het gevang. Er gebeurt dus genoeg en het wordt allemaal in een aangename stijl opgeschreven, maar het had voor mij wat korter en bondiger gemogen.

Daarom zijn de verwachtingen deels ingelost. Fitzgerald heeft nu zo’n 350 pagina’s nodig voor zijn verhaal, waar hij in De grote Gatsby alles bundelt in 159 pagina’s. Dat vind ik veel sterker. Wat dan wel weer erg interessant is, is dat het verhaal een blauwdruk is van het leven van Fitzgerald zelf. Ook alcoholist en getrouwd met een zenuwzieke vrouw. Dat geeft een scene, waarin Nicole een zenuwinzinking heeft toch meer lading;

Nicole lag geknield bij de badkuip, met haar bovenlijf heen en weer zwaaiend. ‘Jij!’ riep ze, ‘jij bent binnengedrongen in de enige plek op de hele wereld waar ik mezelf kon zijn…’Beheers je Nicole!’ ‘I heb nooit verwacht dat je van me zou houden – daar was het al te laat voor – maar kom alsjeblieft niet in de badkamer, de enige plaats waar ik alleen kan zijn…’

Laat u verder vooral niet weerhouden van het lezen van deze, toch wel, klassieker. Het mocht wat korter maar alsnog heb je het zo uit en er zit veel moois in. Ik ben inmiddels zo geboeid door het echtpaar Fitzgerald dat ik de biografie over Scott en de autobiografische roman van zijn vrouw Zelda heb aangeschaft. Wordt vervolgd dus.

Vertaling; H.W.J. Schaap