archiveren

Surrealisme

95f578382a0409c593750365241437641414141
Ik heb de laatste tijd wat boeken over Parijs gelezen en de kunstenaars die daar hebben gewoond en Belicht geheugen van Man Ray heeft daar ook mee te maken. Het is de autobiografie van de Amerikaanse dadaïstische en surrealistische fotograaf, schilder en filmregisseur. Een groot deel van zijn leven heeft hij in Parijs gewoond en hij ligt er ook begraven.

Nu had ik wel van de man gehoord, kende wat van zijn foto’s maar daar bleef het bij. Ik wist eigenlijk niet dat hij ook schilderde. Sterker, daar begon en eindigde hij mee. Later kwam de fotografie erbij en de films. Hij heeft al dat werk in de geest van Dada gemaakt, die een afwijzing voorstaat van de traditionele kunst. Daarbij experimenteerde hij met nieuwe technieken, zoals zijn rayografieën;

…stuitte ik op het procédé van mijn rayografie, foto’s zonder camera. Een vel fotopapier kwam in de ontwikkelbak terecht – een onbelicht vel dat tussen de reeds door een negatief belichte vellen was geraakt; ik maakte eerst een aantal opnamen die ik later tegelijk ontwikkelde – en toen ik tevergeefs een paar minuten wachtte of er een beeld zou opdoemen, vol spijt over de verkwisting van het papier, zette ik gedachteloos een kleine glazen trechter, de maatbeker en de thermometer in de bak op het natte papier. Ik deed het licht aan; voor mijn ogen begon zich een beeld te vormen, niet het eenvoudige silhouet van de objecten zoals op een gewone foto, maar vervormd en gebroken waar het glas meer of minder contact met het papier had gemaakt…

En zo ben je live bij de ontwikkeling van fotografie en kunst.  Dat geldt ook voor de films die hij maakt. Hij noemt het geen experimenten maar zorgvuldig uitgedachte werken, waarin mensen onherkenbaar herkenbare dingen doen, door met een kous over het hoofd te gaan duiken, dobbelen of wat dan ook. De focus echter in dit boek ligt in de onafzienbare stoet aan beroemdheden waar Man Ray mee werkt. Marcel Duchamp, Salvador Dalí, Kiki de Montparnasse (zij zouden een zesjarige relatie hebben), Picasso, Erik Satie, Marcel Proust (hij zou zijn doodsbed vastleggen), Ava Gardner enzovoort. Het biedt fascinerende lectuur.

Dat geldt ook voor zijn ontmoeting met de avonturier William Seabrook en zijn vrouw. Een vreemd koppel dat Man Ray uitnodigde om op een vrouw te passen die zij hadden ingehuurd en aan de trap hadden vastgebonden. Je moet het even lezen om te geloven. Inherent aan al deze exotische personen is dat het niet altijd de diepte ingaat. Ik had graag meer willen lezen over de kunstenares Meret Oppenheim. Zij baarde opzien door haar met bont beklede kop en schotel, maar Man Ray maakte ook prachtige foto’s van haar. De Kunsthal weidde er ooit in 1997 een aparte tentoonstelling aan.

Man Ray komt uit dit boek naar voren als een veelzijdiger artiest dan ik had gedacht. Ik heb dan ook veel opgezocht. Hij liet zich leiden door zijn eigen instinct en wist altijd de aandacht op zich te vestigen, waar hij zich ook vestigde. Dat leidde tot veel lezingen, die hij niet altijd even goed voorbereidde overigens;

Toen ik op het podium stapte met een bundel papier in mijn hand, zag ik een gelaten blik op veel gezichten. Langzaam en plechtig las ik de eerste bladzijde en stopte toen, om naar mijn toehoorders te kijken…Toen ik aan de tweede bladzijde begon,ging ik vlugger lezen, bij de derde aangekomen las ik die bijna zonder adem te halen uit. Toen ik de volgende bladzijde opsloeg stopte ik weer, liet hem aan de toehoorders zien en zei: dit was het. De bladzijde was onbeschreven, net als de rest van de stapel. 

Man Ray, een verrassende man en een voor mij verrassend kunstenaar met prachtig werk. Overigens was ik zo gelukkig het exemplaar van Belicht geheugen te bemachtigen met een opdracht van de vertaalster aan Bernlef en zijn vrouw.

Vertaling; Erica Stigter

67007292674769d592b32325377444341587343

Jawel, ik had mijn bedenkingen voordat ik aan Kafka op het strand van Haruki Murakami begon. Ik was er niet van overtuigd of magisch realisme in combinatie met de psychoanalytische Oost-Westerse denkwijze van Murakami mijn kopje thee wel was. Welnu, alle schroom kon snel overboord. Er komen potsierlijke zaken voor in dit verhaal, maar op één of andere manier zijn ze logisch en onvermijdelijk.

Zestien kinderen gaan met hun lerares de bergen in en vallen daar in katzwijm, op de lerares na. Ze komen allemaal weer bij, op één na. Hij ontwaakt later en is blanco, weet niets meer, maar wordt één van de hoofdpersonen in dit verhaal. Het is Nakata, een man die praat met katten en daar verder niet teveel achter zoekt:

Nakata knikte en was even stil. Toen zei hij: “Hebt u er in dat geval bezwaar tegen, heer kat, dat Nakata u aanspreekt met heer Otsuka?”.
“Otsuka?”, de kater keek de man verbluft aan. Wat voor ding is dat? Waarom ben ik een Otsuka?”.
“O, alstublieft, het heeft helemaal niets te betekenen. Het kwam zomaar ineens bij Nakata op. Dingen zijn zo slecht te onthouden als ze geen naam hebben, dus heeft hij u gewoon een willekeurige toebedacht.”

De andere hoofdfiguur is Kafka Tamura. Vijftien jaar en weggelopen van huis, op de vlucht voor de uitspraak van zijn vader; “Je zal je vader vermoorden en slapen met je moeder en zuster”.

Kafka en Nakata ontmoeten elkaar niet maar hun levens zijn met elkaar verbonden. Beiden reizen ze naar het westen. Kafka gaat werken in een bibliotheek en wordt bijgestaan door Oshima, de man die vrouw is. Hij wordt voorgesteld aan de directrice van de bibliotheek, mevrouw Saeki. Zij was het die vroeger bekend is geworden met het lied “Kafka op het strand”. Toevallig (of juist niet..), hij heet ook Kafka, zij het dat hij zijn voornaam zelf gekozen heeft.

Nakata weet niet waarom, maar hij moet ook naar het westen en krijgt daarbij hulp van de truckchauffeur Hoshino. Gaandeweg ontvouwt zich een verhaal waarin het lijkt of Kafka Tamura zijn vader al heeft omgebracht. Of was het toch Nakata, die Johnnie Walker moest ombrengen omdat hij alle katten dreigde te doden voor hun kattenzieltjes? Kafka wordt ’s nachts bezocht door de vijftienjarige mevrouw Saeki en wordt verliefd op haar. Of wordt hij toch verliefd op zijn moeder? Waarom regent het bloedzuigers? Waarom staat Colonel Sanders (u weet wel, het gezicht van Kentucky Fried Chicken) te pooieren in een achterbuurt voordat hij Hoshino de weg wijst naar de sluitsteen? De sluitsteen, die voorkomt in één van de coupletten van “Kafka op het strand”? Door dit alles heen wordt Kafka achtervolgd door de jongen die Kraai wordt genoemd en die als een soort geweten Kafka van commentaar voorziet. (Kafka is Tsjechisch voor kraai. Eigenlijk voor kauwtje, maar laten de vertalers dat maar uitvechten)

Het lijkt een duister geheel en dat is het ook. Murakami speelt met tijd, met Oosterse en Westerse symbolen en met de gevoelens van bestaande en niet-bestaande personen. Toch schrijft hij het in een zeer heldere stijl op. Ik heb geen moment het gevoel gehad een onbegrijpelijk verhaal te zitten lezen. De verhaallijnen van de twee hoofdpersonen, hoe verbonden ook met elkaar, blijven duidelijk gescheiden en dat leest prettig. De dialogen, hoe vreemd de situatie ook, zijn levendig. Luister naar Hoshino en Colonel Sanders:

“In elk geval, wat wil je van me?”
“Zin in een lekkere meid?”
“Ooo!” zei de jonge Hoshino, “Nou snap ik het. Jij staat te pooieren, opa. Vandaar dat je dat malle kloffie aanhebt.”
“Nou moet je niet raaskallen, Hoshi-boy. Ik ben geen imitatie, ik ben de échte Colonel Sanders. Ik wil niet dat daar misverstanden over bestaan!”
“O ja? Als jij de echte Colonel Sanders bent, wat sta je dan in een achterbuurt van Takamatsu met meiden te leuren? Als ik zo beroemd was als jij en iedereen betaalde mij voor elk brokkie kip waar m’n naam op staat dan wist ik het wel. Dan lag ik nou naast het zwembad van mijn villa in Amerika te genieten van een onbezorgde oude dag”.
“Er zit een kink in de wereld”.
“Hè?”
“Jij weet dat natuurlijk niet, maar daar hebben we de drie dimensies aan te danken – aan die kink. Dus als je wil dat alles altijd recht is, moet je in de wereld gaan wonen die met een driehoek is aangelegd”.
“Nou, opa, die wartaal die jij uitslaat is niet voor de poes!”

En dat is het leuke. Er gebeuren rare dingen, maar dat vinden de hoofdpersonen zelf ook. Je kan samen met ze op zoek gaan naar de oplossing. Geen boek om te vrezen, maar om achter elkaar uit te lezen.