archiveren

Nederland

9200000079154757
Rauter, Himmlers vuist in Nederland is de omvangrijke biografie die Theo Gerritse heeft geschreven over de man die de taken van SS-leider Heinrich Himmler uitvoerde in Nederland. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik nooit van Rauter had gehoord tot dit boek verscheen en Gerritse onderschrijft dit wel een beetje. Waar Mussert, Seyss-Inquart en Van Tonningen nog bekende namen zijn, is de naam Rauter zo’n beetje gewist uit ons nationale geheugen, geeft hij aan.

Dat wordt met dit dikke boek van ruim 600 pagina’s meer dan rechtgezet. Rauter was namelijk alomtegenwoordig. Zijn naam stond onder de aangeplakte bulletins waarin melding werd gemaakt van voltrokken doodvonnissen. Hij sloeg de Februaristaking van 1941 bloedig neer. Hij hield het toezicht op de ongestoorde deportatie van de Nederlandse joden en de jacht op verzetsmensen. Hij tekende het ‘dennenboompje’ waarmee hij het startsein gaf voor de sluipmoorden (Silbertanne) op vermeende ‘vijanden’ van het Duitse rijk. Een gevreesde, compromisloze man, door en door soldaat, een sober levend mens en tot alles bereid om zijn bevelen op te volgen.

Hij werd geboren in Oostenrijk en vocht in de Eerste Wereldoorlog mee. Daarna verhuisde hij naar Duitsland om daar dienst te nemen. Hij groeide op met het nationaal-socialistisch gedachtegoed en antisemitisme maakte daar een groot deel van uit. De ervaring van een verloren oorlog was bepalend voor de rest van zijn leven. De auteur geeft aan dat met de wapenstilstand of na de gesloten verdragen de oorlog voor Rauter niet ophield. Die ging gewoon door.

Dat doet zich voelen als hij in de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt gestationeerd, als hoogste SS-officier die aan Himmler moet rapporteren. Zoals gezegd volgde hij zijn orders nauwgezet, maar soms ging hij zelfs verder. Hij voldeed aan de quota van Joden die op transport moesten maar zorgde daarnaast ook voor sterilisatieprogramma’s. Joden over wiens lot nog niet was beslist konden kiezen; steriliseren of alsnog op transport. Hij kwam ook met de ‘Gegenterror’ onder de naam ‘Silbertanne’. Als er een aanslag werd gepleegd dan werden er een aantal aangewezen slachtoffers, van wie vermoed werd dat ze tegen de autoriteiten waren, vermoord.

Vreselijke daden, maar Rauter was er vast van overtuigd dat ze geoorloofd waren in een oorlogssituatie. Wat betreft de Jodenvervolging was hij duidelijk;

Ich will gerne mit meiner Seele im Himmel büssen vor dem was ich hier gegen die Juden verbrochen habe.

Hij was niet vies van dergelijke uitspraken en veel hoofdstukken beginnen er ook mee. Het laat wel zien hoe Rauter in zijn werkelijkheid stond;

Es (kommt) nicht so sehr darauf an, dasz der rechte Mann niedergeschossen wird. Auf der Strasze werden auch Unschuldige erschossen (…) Es kommt vielmehr darauf an, dasz im rechten Augenblick Tote fallen.

Rauter zou uiteindelijk ook neergeschoten worden bij een aanslag en heimelijk had hij gehoopt daar als echte Germaanse krijger bij om te komen. Dat gebeurde niet. Hij revalideerde en na de oorlog werd hij in Nederland berecht. Het is verbijsterend om te lezen hoe dat er aan toe ging. De rechtszaak was van Nederlandse kant slecht voorbereid, hoewel de uitkomst al vast stond, de doodstraf. Waar Rauter eerst niet wegliep voor zijn verantwoordelijkheid, soms zelfs zijn daden behoorlijk aandikte, probeerde hij alles voor de rechter te bagatelliseren. Hij loog er af en toe op los en probeerde zichzelf uiteindelijk zelfs als zoenoffer te geven.

Het maakte allemaal niet uit, de doodstraf stond al vast. Hij stond er wel op zonder blinddoek en niet geboeid voor het vuurpeloton te verschijnen. Naar verluid heeft hij zelfs “Vuur!” geroepen, waarna hij daadwerkelijk doodgeschoten werd.

Het is een uiterst boeiend en uitgebreid verhaal wat Gerritse heeft opgetekend. Er was heel veel bekend en gedocumenteerd over Rauter dus dat moet een enorme klus zijn geweest. Het is een dik boek met een groot notenapparaat, maar ik las het in één adem uit. Wat ik erg interessant vond is de duiding van hoe deze man tot zijn daden is gekomen. Het is makkelijk om iemand weg te zetten als verknipte persoon, maar er is veel meer over te zeggen en dat doet Gerritse. Een paar zinsneden daarover;

Hij was een Germaans krijger geweest. Maar Rauter was ook een SS-zendeling, die in de loopgraven aan het Isonzo-front…een specifiek idioom had ontwikkeld…Hij was in Nederland een Einzelgänger die niet rookte en nauwelijks dronk…Hij was een idealist die stond voor zijn zaak, wat de consequenties ook mochten zijn…Als het om Joden ging, kende Rauter geen scrupules en plichtplegingen…’Kämpfer’ en ‘Soldat’ met een ridderlijke inslag, zo zag Rauter zichzelf.

Daar valt dus veel over te vertellen en dat heeft Gerritse knap gedaan. Het is wel handig om een beetje Duits te kennen omdat er heel veel citaten in staan, hoewel er soms een lastig woord vertaald wordt door de auteur en de rest ook voor niet-Duitssprekenden in de regel uit de context of uit de Duitse tekst zelf is op te maken.

7b6ce0a0a2238da596e416b7251444341587343
Wat ik in de laatste alinea van mijn vorige stuk schreef is prachtig uitgekomen met dit boek. Luc Panhuysen en René van Stipriaan schreven met Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog een prachtig boek met verslagen uit de eerste hand over die roerige periode uit onze geschiedenis.

Zo biedt Oranje tegen Spanje een mooi raamwerk waarin je met dit boek al die gebeurtenissen weer voorbij ziet komen, maar waarbij je nu de diepte ingaat. Het boek biedt 327 pagina’s leeswerk en 134 verslagen door de meest uiteenlopende personen en ook over de meest uiteenlopende onderwerpen. Voor ieder verslag wordt een inleidend stuk(je) geschreven waardoor de geschiedenis chronologisch aan elkaar wordt verteld. Toch helpt het als je al wat over die geschiedenis weet, dan kan je alles sneller en beter plaatsen.

Voorbeelden van die verdieping zijn de verslagen over de belegering van verschillende steden zoals Haarlem, Alkmaar en Naarden. De bevolking van Naarden wordt uitgemoord en in dit boek staat een verslag van Lambertus Hortensius, priester en historicus en één van de naar schatting zestig overlevenden van die slachtpartij.

Grote gebeurtenissen worden door ooggetuigen beschreven, maar er worden ook zijpaden bewandeld, zoals het naspelen van een zeeslag met stenen door de Amsterdamse jeugd, of de beschrijving door een diplomaat over hoe Willem van Oranje gekleed ging. Je komt zo wel dicht op de geschiedenis te staan;

Zijn belangrijkste kledingstuk was een gewaad, van het type waar – zo durf ik oprecht te zeggen – een eenvoudige rechtenstudent niet graag mee over straat zou gaan. Zijn wambuis niet geknoopt, en evenmin kostbare stof. Zijn vest – dat daaronder zichtbaar was – had veel weg van de beste gebreide exemplaren waarin onze bootslui ons voortroeien.

Diezelfde Willem van Oranje wordt vogelvrij verklaard, overleeft een moordaanslag en wordt vervolgens toch gedood. Beide gebeurtenissen komen uitgebreid aan bod. Van de eerste dader wist ik nagenoeg niets tot nu. Dat wordt uitgebreid beschreven door Philips van Marnix van Sint-Aldegonde, die later blijkbaar ook nog eens een leuk wijsje componeerde.

Toch zijn die grote ijkpunten uit de geschiedenis zeer de moeite waard. Het verhaal van het Turfschip van Breda, ons eigen Paard van Troje, mag genoegzaam bekend zijn, met dit boek stap je in het schip zelf. Je maakt mee hoe stil de mannen moesten zijn om niet ontdekt te worden;

Een zekere Matthijs…werd dermate door hoest gekweld dat hij die onmogelijk kon bedwingen. Hij bood zijn makkers zijn ponjaard aan om hem de hals af te snijden of te doorsteken, omdat hij liever alleen wilde sterven dan dat alle eerlijke soldaten vanwege hem zouden worden ontdekt en gedood. Maar de schipper maakte met pompen en andere werkzaamheden zoveel herrie als maar mogelijk was om het hoesten van zijn turf voor de dragers en de soldaten te overstemmen.

De grote lijnen van remonstranten tegen contraremonstranten en daarmee de tweespalt tussen Prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt (goed beschreven in Oranje tegen Spanje) krijgt in dit boek handen en voeten. Lees de verslagen van Joris de Bie, de thesaurier-generaal die beiden van nabij meemaakte, Johan van den Sanden die een contraremonstrantse jurist was én van Prins Maurits en van Van Oldenbarnevelt zelf. Als de raadspensionaris tenslotte wordt geëxecuteerd is het zijn knecht Jan Francken die verslag doet;

Bij het lezen van het vonnis zat mijn heer verschillende malen te keren en te draaien, en soms rees hij op van zijn stoel, gebaarde dat hij wilde antwoorden, maar Pots las gewoon verder. Nadat het vonnis was gelezen, sprak mijn heer…: ‘Ik dacht dat de Staten-Generaal voldoende zouden hebben aan mijn lichaam en bloed, en dat vrouw en kinderen hun bezit zouden mogen houden. Is dit mijn loon voor 43 jaar dienst aan het land?’

Zo staan er talloze verhalen in het boek. Je maakt mee hoe het was voor Hugo de Groot om te ontsnappen in die boekenkist uit Slot Loevestein. Hoe weinig lucht hij kreeg. Wat er werd gezegd door de dragers toen hij zich even verschoof, hoe zijn dochter gevat reageerde op vragen. Maar je maakt ook mee hoe luitenant-admiraal Maarten Tromp zijn manschappen toesprak toen hij met elf schepen de zeventig Spaanse schepen te lijf wilde gaan (en uiteindelijk vernietigde). Tenslotte moet ik nog even “Het duel van Leckerbeetje” noemen. Een mooi verhaal uit die tijd die feitelijk niet eens met de oorlog te maken had, maar zeker zijn plaats verdient in dit boek.

4509f546e9080a4597332316c41444341587343
Oranje tegen Spanje van Edward De Maesschalck is het derde boek uit de cassette waarvan De Graven van Vlaanderen en De Bourgondische Vorsten ook deel uitmaken. De boeken laten zich in chronologische volgorde lezen, waarvan dit laatste deel de periode beslaat van 1500 – 1648. Eenheid en scheiding van de Nederlanders onder de Habsburgers is de ondertitel en dat is nogal veelomvattend.

Het boek start met de geboorte van Karel V en loopt tot en met het einde van de Tachtigjarige Oorlog, die getekend werd met de Vrede van Münster. Het boek telt zo’n 340 pagina’s en het voordeel van deze uitgaven is dat er prachtige illustraties, stambomen en landkaarten in staan. Het leest zoveel makkelijker.

Want er valt ook veel te lezen. Karel V wordt Keizer Karel en komt tegenover Luther te staan. De religie is allesbepalend en we zien de leer van Calvijn groot worden. Willem van Oranje wordt calvinist en komt in aanvaring met het katholieke Spanje. Als belangrijkste edelman wordt hij als rebel gezien en Spanje zal met zijn generaal Alva een schrikbewind instellen. Don Juan van Oostenrijk, de bastaardzoon van Karel V kwam aan de macht als landvoogd van De Nederlanden, maar hij wist dat dit weinig voorstelde zolang hij Oranje niet wist in te palmen. Die wist natuurlijk wel hoe de hazen liepen, zoals bleek uit zijn onderhandelingen met Don Juan;

Dus begon hij te onderhandelen met Oranje en beloofde hem de hemel op aarde, zoals de terugkeer van zijn zoon Filips-Willem, het herstel van al zijn functies in dienst van de kroon en de teruggave van al zijn bezittingen. Oranje kon het niet geloven, want hij wist zeer goed dat de Spanjaarden zich niet gebonden achtten aan beloften die ze ketters deden…Volgens een verslag van de vredesbesprekingen zei Oranje letterlijk: ‘Wij begrijpen dat u ons wenst uit te roeien en wij wensen niet uitgeroeid te worden.’

Zoals bekend wordt hij toch vermoord en zijn zonen nemen zijn rol over. Eerst Maurits van Nassau die tegenover de nieuw ingevlogen landvoogd Farnese komt te staan. Het beleg van Doornik, van Oudenaarde en van Antwerpen zijn maar een paar voorbeelden van wat de bewoners van De Nederlanden over zich heen kregen. Ondertussen lezen we ook over de verwikkelingen in Spanje, van waaruit de acties veelal geïnitieerd werden, maar ook veronachtzaamd werden vanwege andere belangen. Zo werd er bijvoorbeeld ook een invasie van Engeland voorbereid, die overigens op niets uitliep.

Het mooie van dit boek is dat op zich bekende gebeurtenissen met elkaar in verband worden gebracht. De moord op Willem van Oranje, de Slag bij Nieuwpoort, de onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt; het wordt haarfijn uitgelegd. Dat laatste feit is een direct gevolg van de strijd tussen raadspensionaris Van Oldenbarnevelt en Prins Maurits, tussen remonstranten en contraremonstranten ofwel de ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’ (vrij vertaald; men is zelf verantwoordelijk voor het eigen lot of alles is al voorbestemd). Met Van Oldenbarnevelt werd ook Hugo de Groot veroordeeld, zij het tot levenslang. Hij wist weer uit Slot Loevestein te ontsnappen in een boekenkist.

Ondertussen ging het wel goed met de Republiek. Ik bracht de opkomst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie én van de West-Indische Compagnie nooit zo in verband met de tijd van Van Oldenbarnevelt, maar het speelde zich in dezelfde tijd af natuurlijk. In Spanje raakt men niet uitgepraat over de hebzucht van de Hollanders. De Spaanse schrijver Gonzalo de Céspedes y Meneses beschouwde de Hollanders zelfs als de bron van alle kwaad in de wereld:

Zeg me hoelang je nog zal dulden, o edel Spanje, dat een stel technologische vaardige rebellen, maar verachtelijke miskramen van de zee en plompe rotsen van het land, met hun boosaardigheid en oproer Duitsland in brand steken. Zij zijn de aanstichters van Bohemen, de opstokers van de Fransen, de omwoelers van de Zwitsers, steunpilaren van de Zweden, de omgooiers van de Polen, de bondgenoten van de Turken, en vrienden en partijgenoten van de Moren.

En zo gaat het nog even door. Wellicht wat teveel eer maar het geeft aan dat De Republiek de gemoederen aardig bezig hield. Dit soort teksten staan veelvuldig in het boek en voegen veel toe aan het verhaal.

Uiteindelijk zal Frederik-Hendrik, de jongste zoon van Willem van Oranje, stadhouder worden. Hij zal vele steden op de Spanjaarden terug veroveren en krijgt de bijnaam ‘Stedendwinger’. Het kon ook, want Piet Hein had er met de verovering van de Spaanse zilverloot voor gezorgd dat de oorlogskas goed gespekt werd. Overigens zou de tweede dochter van Frederik-Hendrik, Albertina-Agnes, trouwen met de Friese stadhouder Willem-Frederik van Nassau-Dietz. Van hen stamt de huidige Nederlandse koninklijke familie in rechte lijn af.

Het belangrijkste dynastieke huwelijk uit die tijd was dat van zoon Willem II, die op veertienjarige leeftijd trouwt met de negenjarige Maria-Henriëtte Stuart, waardoor op termijn een Oranjevorst (Willem III) koning van Engeland zou worden. Overigens grappig dat de auteur zich hier, waar hij overal zakelijk en ‘to the point’ verslag doet, ten opzichte van Maria Stuart even laat gaan;

…al liet het verwaande kind te pas en te onpas horen dat enkel zij van koninklijke bloede was en niet haar gemaal noch haar schoonouders.

Frederik-Hendrik putte zijn prestige uit militaire overwinningen, maar na zijn dood leek de weg vrij voor vredesbesprekingen. Daarvoor stond meer in de weg dan Frederik-Hendrik, er waren nog altijd geloofstegenstellingen maar er was beweging. Uiteindelijk zou de Vrede van Münster getekend worden, waarbij het opvallend is dat de sfeer, na zo’n lange tijd van oorlog en ellende, uiterst vriendelijk en gemoedelijk was.

Dit boek biedt hopelijk een prachtig raamwerk voor het volgende boek dat ik wil lezen. Als het goed is bevat dat verslagen van ooggetuigen uit deze periode, die zo nog meer invulling geven aan één van de roerigste periodes uit onze geschiedenis.

download
De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten van Marieke van Delft en Reinder Storm is een groot boek van 34 x 29 cm en zo’n 387 pagina’s dik. Het moet ook een groot boek zijn, want die 100 kaarten worden soms paginagroot, maar ook vaak over twee pagina’s afgedrukt. Niet iets voor je e-reader, het is een feest voor het oog.

In de inleiding geven de auteurs een inkijkje in de doelstelling van en de werkwijze bij het samenstellen van dit boek;

Bij de keuze van kaarten en onderwerpen is een tweesporenbeleid gevolgd. In overleg met kaarthistorici Peter van der Krogt en Bram Vannieuwenhuyze hebben we een lijst opgesteld van belangrijke kaarten van de Nederlanden. Vervolgens is een overzicht gemaakt van belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Nederland en zijn daar, voor zover mogelijk, de kaarten aan verbonden…Wie alle stukken uit dit boek na elkaar leest, verwerft op soepele wijze inzicht in de grote lijnen en belangrijkste ontwikkelingen van de geschiedenis van ons land.

Dat heb ik gedaan en het klopt. Nu was die kennis niet eens het hoofddoel, ik was gewoon steeds weer benieuwd welke kaart ik nu weer voor me zou krijgen. Het procedé is steeds hetzelfde. Er wordt een kaart getoond, bijvoorbeeld die van Adriaen Coenen uit de 16e eeuw van de Noordzee, en er volgt in twee pagina’s een toelichting over (in dit geval) de haringvisserij in de zestiende eeuw. Zo wandel je door de geschiedenis vanaf de eerste tot en met de twintigste eeuw. De onderwerpen zijn enorm divers. Het gaat over de eerste Batavieren, de Sint-Elisabethsvloed, de drooglegging van de Beemster, de eerste harde verbindingsweg in Nederland, Nieuw-Amsterdam (New York) ten tijde van het Nederlands bestuur, het slavernijverleden, Nederlands-Indië, de handel met Japan via het eilandje Deshima, de wereldtentoonstelling in Amsterdam, de Jodenvervolging, de Elfstedentocht, Schokland, de eerste autokaarten en treinverbindingen enzovoort. Ik bleef lezen.

De Atlas Maior van de beroemde cartograaf Joan Blaeu ontbreekt niet, evenmin als de Bosatlas. Ook de vloerkaart in het Koninklijk Paleis op de Dam staat erin. Indrukwekkend is ook de kaart op een wandtapijt over het Leidens ontzet uit de 16e eeuw.

Soms gaan de verhalen ook over hoe de kaarten tot stand zijn gekomen. Niet zozeer het maken van de kaart zelf, maar wel de meetmethoden die gebruikt werden. De belangrijkste daarvan was de zogenaamde driehoeksmeting;

Driehoeksmeting gaat uit van het meetkundig beginsel dat, als er van een driehoek twee hoeken en de lengte van de tussenliggende zijde bekend zijn, de derde hoek en de lengte van de twee overige zijden uitgerekend kunnen worden…Eerst wordt in het land een netwerk van driehoeken uitgezet. Voor de hoekpunten worden hoge plaatsen uitgezocht, waarbij een vereiste is dat vanuit elk hoekpunt de twee anderen zichtbaar zijn. Voor deze punten werden in ons land meestal kerktorens gebruikt.

Er werden de meest fantastische kaarten mee gemaakt, zoals de onderstaande, zeer gedetailleerde kaart uit 1712 van ’t Hooge heemraedschap van Delfland van Nicolaas en Jacob Kruikius. Minder fantastisch, maar wel heel leuk is de fietskaart van Amsterdam, compleet met pijlen voor de juiste fietsrichting. Gemaakt voor (en ik houd van dit soort weetjes) Johan Koopmans & Co, importeur voor Crescent Cycles. Koopmans was agent voor veel Amerikaanse fabrikanten van onder meer metaalwaren, rijtuigen, meubelen, klokken én…zelfrijzend bakmeel. En dat staat nog steeds hier in de supermarkt.

Grimmiger is de kaart met de positie van de zogenaamde ‘Dodendraad’, het hek dat Duitsland langs de gehele Belgische grens bouwde om een vlucht naar Nederland te voorkomen in de Eerste Wereldoorlog. Omdat elektriciteit relatief nieuw was, vielen er veel doden te betreuren door onbekendheid met dit fenomeen.

Op een paar schoonheidsfoutjes in wat woordafbrekingen en een Franse Zonnekoning Lodewijk XIC (?) is de uitgave verder prachtig verzorgd. Dit zijn boeken om vaak in te kijken.

atlas_0718_005

4bba7cab41471665971444b6c51444341587343
Ik had elders al aangegeven dat ik met die Bourgondiërs nog niet klaar was en
De Bourgondische vorsten van Edward De Maesschalck stond dus nog in de kast te branden. Het boek is 237 pagina’s dik en bestrijkt de periode 1315-1530. Uiteraard heeft het veel overlap met het boek van Bart van Loo, wat ik onlangs heb gelezen en dat meer tekst bevat. Is dit boek daarmee dan overbodig? Zeer zeker niet.

Allereerst vind ik het prettig om het verhaal in andere woorden opnieuw te lezen, ik onthoud het dan beter. Er staan handige stambomen en kaarten in het boek die veel verduidelijken. Verder staan er werkelijk prachtige foto’s in, soms paginagroot en zelfs over twee pagina’s.

Het boek is verdeeld in zeven delen en beschrijft achtereenvolgend Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië en hun kinderen. Omdat veel verhalen mij nu bekend voorkomen kan ik mij verliezen in al die details waar ik zo van houd. Zo werd ik getriggerd door de huisdieren van Margaretha van Male. Zo had zij papegaaien en die associeerde ik niet direct met de Middeleeuwen, maar niets is minder waar. Ik zocht dat even op en in het midden-Nederlands was het pape gaie (gaai van de paap?) en ze waren alom aanwezig aan de hoven in Europa. Die details zijn prachtig maar onherroepelijk word je ook meegezogen in de grote gebeurtenissen van die tijd.

De kruistochten en het verschrikkelijk pak slaag dat Jan zonder Vrees kreeg in Bulgarije. De koppige Fransen die de fiere ridder wilden uithangen en bij Azincourt werden verslagen door de Engelse boogschutters en die later bij Poitiers precies dezelfde fout maakten. De moorden op Lodewijk van Orléans en op Jan zonder Vrees. Het doorlopende politieke spel om de macht en om zo gunstig mogelijke huwelijken en verbintenissen te sluiten. Een opvolger was van levensbelang en het ging zover dat Maria van Bourgondië moest bewijzen dat ze een jongen had gekregen en geen meisje. Dat deed ze;

Zij ontdeed het kind van zijn zwachtels, toonde het midden op de markt naakt aan de samengestroomde menigte en ‘nam sijn cullekens in haer hant’.

Uiterst interessant is het inkijkje in de hofhouding van de vorsten, ofwel het hôtel;

Het hôtel van Isabella van Portugal kende een hoogtepunt rond 1445, toen er sprake was van 25 eredames en samen meer dan 300 personen of 480 monden…Met monden bedoelde men ook de paarden, want die kosten aan onderhoud ongeveer evenveel als een mens.

Die paarden waren voor een vorst van cruciaal belang dus werden ze goed verzorgd. Een detail in een stukje over wijn;

De mindere wijn werd gebruikt om er na een zware rit de poten (sic) van de paarden mee te wassen.

De Bourgondische feesten ontbreken ook in dit boek niet en prachtig is het verhaal waarin Filips de Goede zich verplicht tot een kruistocht door een eed op een goudkleurige, levende fazant. Die kruistocht zou er overigens niet komen. Kortom, de grote lijnen zijn prima te volgen en het is smullen van al die details, ook in de talloze miniaturen die in het boek staan.

9403139005.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De Bourgondiërs hadden al mijn warme belangstelling. Ik had al gelezen waar ze vandaan kwamen bij Norman Daviesik heb het boek over hun vorsten nog staan van De Maesschalck en ik heb Herfsttij der Middeleeuwen van Huizinga, Het Woud der Verwachting van Haasse, De waanzinnige veertiende eeuw van Tuchman en de boeken van Thea Beckman gelezen. Dit boek van Bart van Loo voelde dus een beetje als thuiskomen.

Dat wil niet zeggen dat alles gesneden koek was, verre van zelfs. Van Loo begint zijn turbulente geschiedenis ook op het eilandje Bornholm in de Oostzee, waar de Bourgondiërs oorspronkelijk vandaan kwamen. Vervolgens reizen we door de tijd en komen we snel aan bij Filips de Stoute en Margaretha van Male. Dat sloot voor mij naadloos aan op De Graven van Vlaanderen dat juist eindigde met dit koppel. Hun nazaten, zoals Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië enz. ben ik ook ooit wel tegengekomen, maar nergens is hun verhaal met zoveel verve verteld als hier door Van Loo. Nu kan je ook iedere Wikipedia-pagina openslaan en al snel wat wijzer worden, maar ik wil verbanden en feiten. Hoe obscuurder hoe beter. Ik word op mijn wenken bediend. De slag bij Azincourt en de Guldensporenslag zijn redelijk bekend, maar ik wist niks van het beleg van ’s Gravenbrakel. Jacoba van Beieren en Humphrey van Gloucester contra Jan van Brabant en Filips de Goede;

Tijdens het beleg van ’s Gravenbrakel…kwam Humphrey in allerijl aanzetten om de vijandelijke strijdkrachten te verjagen. Zijn komst leverde een surrealistisch tafereel op. Met trompetgeschal kondigde men een veldslag aan. De twee legers stelden zich op. Iedereen hield zijn adem in. En bleef dat lange tijd doen. Tot het sein werd gegeven om terug te trekken. De honderden banieren die net nog trots in de wind waren geheven gingen neer. Even later herhaalde dit merkwaardige schouwspel zich een tweede keer. Uiteindelijk dropen beide legers af.

Er gebeurde dus niets maar ik wil het allemaal wel weten. De grotere veldslagen worden even beeldend beschreven, geen zorg daarover. Wat ook beeldend wordt beschreven zijn de copieuze maaltijden die af en toe geserveerd worden. Het woord Bourgondisch moet ergens vandaan komen, nietwaar? Een gigantische pastei waarin 28 muzikanten verborgen zitten is maar één van de vele voorbeelden. Los van de grote lijnen der geschiedenis die de auteur haarfijn uitlegt houd ik van al die uitstapjes die gemaakt worden. Over het grote kanon de Dulle Griet, dat ik in Gent zag, over de oorsprong van het woord “Holland” en het woord “miniatuur” (een eye-opener voor mij) of over de prachtige kunst uit die periode. Geen mooier pleidooi dan in dit boek om het praalgraf van Filips de Stoute in Dijon te bezoeken, met de “pleurants” van de Nederlandse beeldhouwer Klaas Sluter.

Die grote lijnen dan, daar gaat het natuurlijk ook om. Langzaam zie je de contouren van de Lage Landen en Van Loo trekt de gebeurtenissen van vroeger door naar het heden, zoals bij de vorming van de Staten-Generaal;

Voortaan zou in onze contreien geen enkele vorst meer kunnen regeren zonder de Staten-Generaal, die tussen 1464 en 1576 gemiddeld een keer per jaar bij elkaar kwamen…In het Polygoon-journaal van 9 januari 1964 konden Nederlandse bioscoopbezoekers een reportage zien van de plechtige herdenkingsdienst inde statige Ridderzaal van Den Haag.  Geflankeerd door koningin Juliana en prinses Beatrix sprak Jan Jonkman, voorzitter van de Eerste Kamer, de volgende woorden; ‘Onze Kamers hebben besloten heden de dag te herdenken dat vijfhonderd jaar geleden in de Nederlanden een statenvergadering is gehouden die geacht kan worden een grondslag te hebben gelegd voor onze volksvertegenwoordiging van 1964.’ 

Zo deed Karel de Stoute gruwelijke dingen, vraagt u even na in Dinant en Luik, maar voerde hij ook ‘Pax et Justitia’ door in de Lage Landen en stelde hij een centrale rekenkamer in; zaken die ons nog steeds bekend voorkomen. Dat alles trekt aan het oog voorbij in een met vaart en af en toe met humor verteld verhaal (De strijd bleek zo goed als gestreden, toen Antoon van Brabant in allerijl kwam aangestormd. Veel te laat, maar net op tijd om te sneuvelen). De stambomen, overzichtskaartjes en een chronologie zijn een welkome aanvulling, omdat de Karels en Filipsen je om de oren vliegen.

Ik heb genoten van dit boek en ik ben nog lang niet klaar met die Bourgondiërs. Brugge staat dit jaar op het programma (restaurant-tip ook in dit boek), maar ik wil ook Dijon zien en lopen in het Zoniënwoud. Gewoon, zwerven waar de grote Filips de Goede ooit verdwaalde;

Na lang zwerven bereikte Filips het hutje van een arme drommel. Vol verwachting klopte de meest gefortuneerde vorst van het Westen op de gammele deur in. In het Diets smeekte hij om onderdak. Zonder te weten wie hij precies hielp, serveerde de gastheer hem enkele sneden grof brood en wat eenvoudige abdijkaas. Zonder voorsnijder, schenker of voorproever stortte de hertog zich op de sobere maaltijd.

Dat zijn de verhalen die er toe doen.

Lees ook de bespreking van Bettina hier.

graven-van-vlaanderen-861-1384 (2)
Afgelopen jaar bezocht ik Gent en de burcht het Gravensteen. Via de audiotour hoor je dan de namen van de Vlaamse graven die er resideerden, zoals Filips van de Elzas en Lodewijk van Male. Het interesseerde mij zo dat ik er meer over wilde weten, het bleven nog een beetje losstaande namen in een verhaal. Toen zag ik het boek De Graven van Vlaanderen van Edward De Maesschalck en dat was precies wat ik zocht. Klein detail, het maakte deel uit van een cassette met drie boeken. Dezelfde auteur schreef ook twee prachtige boeken over De Bourgondische Vorsten en over Oranje tegen Spanje. Ze laten zich in de tijd achter elkaar lezen, te beginnen met dit boek.

En prachtige boeken zijn het. Dit deel telt 340 pagina’s en naast veel tekst staan er prachtige afbeeldingen in van miniaturen uit die tijd, verhelderende kaarten, plattegronden en stambomen. Zo is de hele lijn van de eerste graaf Boudewijn I de IJzeren (ca. 840-879) tot en met Lodewijk van Male (1330-1384) gedetailleerd beschreven.

Wat mij daarbij opviel is de verwevenheid van de Vlaamse graven met de Europese geschiedenis. Zo wordt Mathilde, de dochter van Boudewijn V, de vrouw van de Engelse Willem de Veroveraar en wordt daarmee de stammoeder van de Engelse royals. Blanca van Namen, de kleindochter van graaf Gwijde van Dampierre wordt koningin van Zweden en Noorwegen en gravin Johanna van Constantinopel werd keizerin van de gelijknamige plaats.

Dat laatste geeft al aan dat de edelen niet in de lage landen bleven hangen. De complete geschiedenis wordt aan de hand van hun levens behandeld. De invallen van de Noormannen, de kruistochten, de handel en economie maar ook zee- en veldslagen als de Slag bij Zierikzee, de Guldensporenslag of de minder bekende (maar veel grotere) Slag op de Pevelenberg.

Als ik dit lees zijn het geen losstaande namen meer van een uitstapje in Gent, maar krijgt het een kader. Als ik nu lees over een protest van Robrecht van Béthune in het Gravensteen, zie ik het voor me. Dat protest staat er overigens integraal in en dat geldt voor meer citaten en brieven, het maakt het boek een levendig geheel. Zo staat er een prachtig smeekschrift in van gravin Margaretha aan de paus, waarin ze verzoekt om heffingen op de inkomsten van kerken en abdijen. Ook het verslag een opstand in Kortrijk is indrukwekkend:

Toen het volk van Kortrijk besefte dat de graaf en zijn mannen wilden vertrekken en door hun schuld alles in de vlammen zou opgaan. stormden ze met veel kabaal en wapengekletter op de graaf en zijn mannen af. Ze waren in razende woede omdat al hun bezit door het vuur werd verteerd en achtten zich enkel nog gelukkig als ze de vluchters konden doden. Vrouwen, die zich hun sekse niet herinnerden, sloegen paarden en ridders neer en gooiden uit de vensters van hun huizen alle mogelijke obstakels naar beneden om de ruiters te beletten te ontkomen.

Het waren woelige tijden. Geweld was aan de orde van de dag, vele graven werden niet oud en ze moesten constant op de hoede zijn om hun bezit veilig te stellen. Hun macht varieerde van een bijna bankroet tot bezittingen die groter waren dan die van het Franse hof. Toch vind ik die kleine weetjes de leukste, zoals de oorsprong van de naam Vlaanderen, of te weten dat ons begrip van “De Beurs” (als in aandelenbeurs) stamt van de Brugse herberg Ter Beurse van de familie Van der Beurse, waar de kooplui praatten over hun winsten en verliezen.

De illustraties verdienen echt een aparte vermelding. Er staan talloze miniaturen in het boek, allemaal voorzien van bijschrift en het wordt keurig aangegeven als de artiest in kwestie er even naast zat (de afbeelding staat onder dit stuk);

In een Chronique de Flandre….zien we een impressie van de slag van Westkapelle (1253). Deze veldslag draaide voor de Dampierres uit op een catastrofe, want zowel Gwijde als Jan werd gevangengenomen en zou slechts tegen een hoog losgeld uitgeleverd worden….De miniaturist heeft duidelijk Zeeland nooit met eigen ogen gezien en de beslissende strijd speelde zich ook niet af op zee, maar op het strand van Walcheren.

Geen goedkoop boek, zeker niet als je de cassette koopt, maar wel zeer de moeite waard.

img_5692
De slag van Westkapelle

9028283013.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De geschiedenis volgens Bicker van historicus Mariëlle Hageman vertelt het verhaal van Jan Bernd Bicker (1746-1812), een Nederlands patriottisch politicus. De tekst op de achterkant belooft een tocht langs de roerigste gebeurtenissen die ons land heeft gekend. Bicker moest ons land ontvluchten voor de democratische revolutie waarvoor hij zijn positie als stadsbestuurder, zijn voorname familie en zijn thuis op het spel zette, maar die uiteindelijk mislukte. Dan citeer ik toch even de tekst op de achterkant:

Ruim zeven jaar lang trekt Bicker met zijn vrouw en negen kinderen van avontuur naar avontuur door een woelig Europa….Zijn belevenissen – grote historische gebeurtenissen en alledaagse voorvallen – beschrijft Bicker in talloze dagboeken, memoires, brieven en officiële documenten.

Dat klinkt veelbelovend en het was de reden om het boek aan te schaffen, maar…ik begon mij wel iets af te vragen. Als er zoveel materiaal voorhanden is en de tijden zo roerig waren, waarom dan “slechts” 217 pagina’s leesvoer?

De reden is dat dit nadrukkelijk geen biografie is. Het is een stuk geschiedschrijving, samengesteld uit door de auteur gekozen documenten waarbij eerst voornamelijk uit documenten van anderen geciteerd wordt en later meer uit verhalen van Bicker zelf. Daarom is het de geschiedenis volgens Bicker.

De inhoud en de tijd is zeker interessant en sluit voor mij mooi aan op de biografie van Willem IV, omdat zijn opvolger stadhouder Willem V hier een hoofdrol speelt als tegenstander van Bicker. Dat is ook de rode draad in het leven van Bicker en dus van het boek. Dat begon al toen Bicker in de Amsterdamse raad zat en hij te maken kreeg met de berechting van vaandrig De Witte. Deze was volgens Bicker onterecht veroordeeld door de Hoge Krijgsraad in plaats van door de provincie, maar de stadhouder weigerde hem over te dragen. De laatste moest uiteindelijk bakzeil halen;

Het was een gevoelige klap voor de stadhouder. Bickers revolutie was begonnen. Het zou vooral een revolutie van redeneringen worden. Dat hij ten slotte hoogstpersoonlijk twee kanonnen naar Kattenburg zou dirigeren kon hij niet voorzien.

Cliffhangers, ik houd ervan en de slag om Kattenburgerbrug staat prachtig afgebeeld op voor- en achterkant van het boek. Zoals gezegd moest Bicker uiteindelijk in 1787 toch uitwijken naar het buitenland om in 1795 pas terug te keren in Nederland. Hij wordt nog een tijd gevangen gezet tijdens de staatsgreep van 1798 en zal later Napoleon Bonaparte nog ontmoeten in zijn functie als lid van het Staatsbewind. Hier had ik best graag meer over willen lezen;

Napoleon luisterde, dacht even na, en antwoordde toen kort en zakelijk. Hij stelde ze een paar algemene vragen, richtte het woord de ene keer tot Bicker en dan weer tot Brantsen of Van der Goes. Het gesprek bestond vooral uit beleefdheden, maar ‘was in ’t geheel niet stijf’, vond Bicker. Napoleon nam het ze niet kwalijk dat ze hem een paar keer tegenspraken, of zelfs in de rede vielen.

Informatie uit de eerste hand over Napoleon, dat mag van mij bladzijden lang zo doorgaan. Dat gold voor veel meer passages uit dit boek. Het is onvermijdelijk dat je bij een selectief gekozen fragmenten met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis gaat. Het zijn korte hoofdstukken en het boek leest dan ook vlot door, maar ik ben echt nieuwsgierig naar meer. Het is wat mij betreft een ideale opmaat tot de definitieve biografie over Jan Bernd Bicker.

8ec2ca84705d0355974304e7241444341587343
Historicus Fred Jagtenberg heeft twintig jaar gewerkt aan zijn biografie over Willem IV en dat zie je er aan af. Het is niet alleen een kolossaal boekwerk (ruim 800 pagina’s leesvoer, los van het notenapparaat), maar het vertaalt zich ook in talloze uitstapjes, beschrijvingen en citaten.

Daarbij komt dat de hoofdpersoon niet bekend staat om zijn lange, roerige leven (hij werd maar veertig jaar) en dan rijst de vraag of zo’n omvangrijke biografie gerechtvaardigd is. Daar kom ik op terug.

De ondertitel, Stadhouder in roerige tijden klopt natuurlijk. Willem heeft zijn vader nooit gekend en zijn moeder nam de zaken waar tot hij benoemd werd tot Stadhouder. Aanvankelijk eerst in Gelderland en Jagtenberg beschrijft tot in detail wat voor voeten het in aarde had om die benoeming zeker te stellen. De erfopvolging (hij stamde via zijn moeder af van Willem van Oranje) was geen zekerheid, want Engeland en Pruisen aasden ook op de titel ‘Prins van Oranje’, met alle bijbehorende emolumenten.

Willem trouwde met de dochter van de Britse koning George II, Anna van Hannover. Het was een gelukkig huwelijk en ze kregen een dochter en een zoon (naast meerdere miskramen). In 1740 brak de oorlog uit tussen Frankrijk en Oostenrijk en daar kreeg Willem mee te maken. Ook had hij zijn handen vol aan het pachtersoproer van 1748. Zijn zwakke gezondheid hielp niet echt en na een kuur in Aken overleed Willem op jonge leeftijd.

Is dan zo’n dikke biografie zinvol? Ten dele. Als je van geschiedenis houdt zoals ik, dan blijf je lezen. Het boek staat vol met details uit talloze brieven en andere documenten. De uitstapjes naar het gebruik van geheimschrift of de “schuitenpraatjes” (gesprekken in de trekschuit) kunnen mij ook niet lang genoeg zijn. Het mooist vind ik de beschrijvingen uit het dagelijks leven van de bevolking, zoals over de vreugde na Willem’s benoeming tot stadhouder;

‘Een troep jongelingen, waarvan de oudste ontrent twaalf Jaren bereikte, hebbende een van dezelve, die aan ’t hoofd was, een Oranje Vaandeltje, en een ander een Trommel, trokken van daar den 29. April langs den Dyk na de stad Schiedam…’ Een van hen, die ‘door den langen marsch verhit’ in Kethel te snel karnemelk gedronken had, kreeg bij thuiskomst ‘groote pyn in de Ingewanden’. De dokter die hem onderzocht, ‘zeide hem, dat hy ‘er van sterven zoude, waarop hy antwoorde: geen nood! ’t is my genoeg dat de Prins Stadhouder zal zyn, begraaf my maar eerlyk onder de Oranje vlag’.

Dit fragment geeft aan hoe je dit boek leest. Het staat vol met dit soort fragmenten die veel toevoegen, maar waardoor het niet vlot doorleest. Helemaal als je ook het zeer uitgebreide notenapparaat erbij houdt. De conclusie heeft dus twee kanten. Het boek doet recht aan de persoon Willem IV én aan de achttiende eeuw waarin het speelt. Als je geduld hebt en van geschiedenis houdt dan vind je dit, zoals ik, een schitterend boek. Maar ik kan mij ook voorstellen dat, met een strakkere redactie en de helft minder pagina’s, je een groter publiek bereikt. Dan mis je wellicht wel een aantal van Willem’s uitspraken, zoals deze;

‘Vrienden, ick ben oock een inboorling van Nederland en door de voorzienigheyd Gods gesteld aan ’t hoofd der regering’ en in die hoedanigheid zou hij altijd trachten zich naar zijn beste vermogen voor het land in te zetten.

b18c42bbd1a4856593061535877444341587343
De Wereldgeschiedenis van Nederland is een omvangrijk boek van ruim 730 pagina’s, onder redactie van Lex Heerma van Voss, nog vijf anderen en geschreven door meer dan honderd Nederlandse onderzoekers op het gebied van geschiedenis en cultuur. Ze vertellen in 116 essays hoe Nederland invloed heeft gehad op de wereld en hoe buitenlandse invloeden in Nederland terecht zijn gekomen.

Aanvankelijk wist ik niet goed wat ik er van moest denken. Waarom werd dit boek geschreven? Werkt het om aan de hand van zoveel, schijnbare arbitraire, onderwerpen door de geschiedenis van Nederland en de wereld heen te lopen? Heerma van Voss legt uit;

Nog steeds onderzoeken veel Nederlandse historici aspecten van het Nederlandse verleden…Maar ze kijken veel meer dan vroeger naar de manier waarop de Nederlandse geschiedenis beïnvloed is vanuit het buitenland en Nederlandse ontwikkelingen verwikkeld zijn met internationale…Het is niet onze bedoeling om één doorlopende geschiedenis van Nederland te geven…De beschreven gebeurtenissen zijn interessant, dat is de eis die we gesteld hebben.

Een andere kijk op geschiedenis dus aan de hand van een groot aantal verschillende invalshoeken. Beginnend in het jaar 70.000 voor Christus en eindigend in 2017 met de orkaan Irma op Sint Maarten. Voor mij werkt het. Er zitten talloze eye-openers in het boek of verhalen waar ik gewoon niets van af wist.

Een paar voorbeelden dan. Er wordt overtuigend betoogd dat de Nederlandse handelsgeest eerder ontstond in 1700 voor Christus dan in 1700 na Christus. ‘Toen wij nog in berenvellen’ rondliepen, bleken wij al deel uit te maken van een internationaal handelsnetwerk dat reikte tot in het Nabije Oosten. De geschriften van onze bekende rechtsgeleerde Hugo de Groot reikten verder dan ons land. Ze werden vertaald in het Arabisch en in het Urdu. Het is bekend dat Rembrandt van Rijn mensen van Afrikaanse afkomst schilderde, maar hij woonde zelf dicht bij een wijk waar een omvangrijke gemeenschap woonde met mensen uit Nederlands-Brazilië. Ronduit schokkend vond ik het essay over 1777, over het beleid van de VOC ten aanzien van de San in Zuid-Afrika;

Tijdens deze vergadering nemen de raadsleden een catastrofaal besluit: de boeren mogen voortaan elke San die zij tegenkomen zonder aanleiding doodschieten…de San zijn immers nagenoeg dieren, zielloze figuren die je kunt neerknallen, waarop gejaagd kan worden. Maar het raadsbesluit ging nog verder dan dat: naast het vogelvrij verklaren van de San, wordt besloten tot volkerenmoord: ‘dat alle middelen om de Roofzugtige Bosjesmans [en] Hottentotten tot stilstand te brengen, vrugteloos zijn aangewend, heeft men dierhalve moeten besluijten, om […] dezelve door sterkere Commando’s te doen attacqueeren, en langs dien weg uijt te roeijen.’

De donkere kanten van onze geschiedenis wordt niet gemeden, zoals ook bij de politionele acties in Nederlands-Indië wordt beschreven. Donkere kanten, maar er is ook veel te leren. Het verhaal van Hans Brinker (u weet wel, met die vinger in de dijk) blijkt zo Amerikaans als wat en hij heet ook al geen Hans Brinker. Het boeiende verhaal van Anthony Fokker en hoe Lindbergh hem aftroefde, internationale kennis in een kuipje margarine van Unilever, Amsterdammers die Duitsers kraakles geven en ga zo maar door. Je valt van het ene onderwerp in het andere. Arbitrair wellicht, nooit saai. Je kan hoogstens betogen dat de onderwerpen wat evenwichtiger over de jaren verdeeld hadden kunnen worden. Sommige jaren krijgen twee onderwerpen, terwijl de laatste 25 jaar afgedaan wordt met drie essays. Het is maar een kanttekening in een zeer lezenswaardig boek, al is het maar om dit soort fragmenten, over de oprichting van de firma Conimex;

Zelfs binnen Conimex bleef Indonesië vaak op afstand. Zo stelde mede-oprichter Fons Sternenberg bij zijn pensioen in 1972 opgewekt dat hij misschien voor het eerst van zijn leven naar de archipel zou gaan: ‘Kijken hoe het daar smaakt.’