archiveren

Nederland

73bc2e9a5797542596e63327141444341587343
Zeker had ik van Jacob van Lennep gehoord, als schrijver in ieder geval en omdat een straat hierachter naar hem is vernoemd én ik associeerde hem met een flinke wandeltocht. Dat klopt, maar er is zoveel meer en Marita Mathijsen legt dit allemaal uit in zijn biografie Een bezielde schavuit.

De man leefde van 1802 tot 1868 en heeft een groot stempel gedrukt op de Amsterdamse én Nederlandse samenleving van de 19e eeuw. Hij was advocaat, politicus, romanschrijver, dichter, toneelschrijver, historicus, editeur, taalkundige en beschermer van oudheden. Hij stond aan de basis van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, de verbetering van het Nederlands toneel, het Vondel- én het Rembrandtstandbeeld, het behoud van de Ridderzaal, schoon drinkwater in Amsterdam, het Amstel Hotel, het Noordzeekanaal, de uitgave van Max Havelaar én de bescherming van oudheden in Nederland.

Zo begon het echter niet. Van Lennep stond in zijn studententijd onder invloed van de ‘dompers’ Bilderdijk en Da Costa. Streng gelovig en ver verwijderd van de zelfbewuste man die hij zou worden. Dat stelt de auteur ook voor een probleem;

Ikzelf althans heb er moeite mee Van Lennep te portretteren als iemand die werkelijk punnikte aan de pre-destinatiegedachte en gebukt ging onder religieus schuldbesef. Ik zie liever de vrolijke frans, de schaterlachende verteller, de plannenmaker, de oprichter van monumenten, de editeur van Vondel, de monumentenbeschermer, de helper van mensen in nood, en ook de vrouwenjager is me lief.

Van Lennep verloor al jong zijn moeder en dat zou volgens de biograaf een thema in zijn leven blijven. Vrouwenjager was hij ook en hij wordt met 20 jaar al vader van een dochter. Hij zal haar erkennen maar het wordt nooit bekend wie de moeder is. Hij trouwt en zal één dochter en vijf zonen krijgen.

Dat van die wandeltocht klopt, hij maakt met een vriend een voetreis door Nederland. Daarna gaat hij schrijven en publiceert hij romantische gedichten en dito verhalen. Zijn vader is hij opgevolgd als rijksadvocaat, een beroep dat hij tot zijn dood zal uitoefenen. Hij tracht uit zijn huwelijk te breken door met ene Doortje Ringeling naar Engeland te vluchten maar zijn vader belet hem dat. Hij keert terug bij zijn vrouw en Doortje stierf alleen. Dat leidde overigens tot een mooie reactie van een familielid van Doortje op het blog van de auteur.

Het boek geeft een razend interessante inkijk in de 19e eeuw en zijn moraal. De boeken die Van Lennep publiceert worden niet allemaal even goed ontvangen. Hij krijgt een lading kritiek als hij de Vaderlandse geschiedenis met enige humor en illustraties uitgeeft. De wereld was nog niet klaar voor een fragment als dit:

De moord op graaf Floris I wordt gadegeslagen door de keukenmeid die het zonde vindt dat de moordenaar de man in bed doodsteekt door het beddengoed heen:

“Och, meneer! – sprak de meid – wat een zunde veur die mooie noppiesdeken!”
“Hoû je stil, ouê Trijn! dat is gestopt met drie steken.”

De auteur geeft in de epiloog aan dat het een enorme klus is geweest om research voor dit boek te doen, juist omdat er zoveel bewaard is gebleven. Talloze brieven, zijn Vondel-project, rechtbankverslagen, zijn complete oeuvre, vergaderverslagen uit de Tweede kamer en al die instituten waarbij hij betrokken was. Gelukkig is dat wel gebeurd want al die fragmenten vormen de meerwaarde van dit boek. Je bent er zelf bij, zoals bij de verwikkelingen over de grondwetswijziging. Van Lennep uitte kritiek op die wijzigingen met het argument dat de Amsterdamse bevolking daar helemaal niet achter stond. Dat leverde hem de volgende schrobbering op van het Algemeen Handelsblad:

Waarlijk, Mijnheer Van Lennep, nu maakt gij het wat al te bont: Uw brief aan Mr. D. Donker Curtius loopt de spuigaten uit, en gelijk gij durft te veronderstellen, dat de commissie van herziening eenige artikelen der grondwet na den eten of ’s morgens heel vroeg in een uur van slaperigheid zou hebben opgesteld, komen wij tot de stellige overtuiging, dat gij in eene bui van groote opgewondenheid, welligt na een of ander souper, u aan het schrijven hebt gezet, en al schrijvende zulk een welbehagen in u zelven gekregen hebt, dat gij niet kondet uitscheiden, maar u op het laatst wel moest verbeelden, dat gij de ziel waart, zoo niet van het geheele land, dan toch van Amsterdam […]. Waart gij het verzenmaken of romanschrijven beû, gelijk u zeker de rijksbelastingzaken reeds lang de keel uithangen, welnu, goed, bemoei u dan ook eens met andere rijksbelangen dan die van de belasting; maar bemoei u dan alleen met de landstaal: daar zijt gij in uw element.

Die kon hij in zijn zak steken. Het boek staat vol met zulke fragmenten, evenals met prachtige illustraties over de hoofdpersonen en uitgaven van zijn werk. De genoemde epiloog is een mooie afsluiter van dit boek, waarin Mathijsen aangeeft dat ze drie draden heeft proberen te vervlechten tot één draad; de zoektocht naar de moeder, het werken aan maatschappelijke vooruitgang en bekommernis om zwakken. Daarin moest de vreemde tweespalt in zijn karakter ook een plaats krijgen, de religieuze tobber uit zijn vroege jaren en de gedreven en maatschappelijk betrokken burger uit zij latere jaren. Het heeft mij mateloos geboeid.

Advertenties

FullSizeRender (002)
En dan ligt er een boek voor je van meer dan 5 kilo, een prachtcadeau van mijn lief. Dutch Mountains van Peter Voskuil. Volgens eigen zeggen Het ultieme standaardwerk over de Nederlandse platenindustrie. Ik houd niet zo van die zelfverheerlijkende titels maar…in dit geval ga ik hier in mee, want wat een schitterend boek is dit.

Ruim 700 pagina’s geschiedenis, heden en een vooruitblik over alles wat met muziek en de platenindustrie te maken heeft. In Nederland, maar ook daarbuiten, want die fonograaf hebben we nu eenmaal niet zelf uitgevonden. Chronologisch gezien hoef ik het niet helemaal na te vertellen, maar het begint in 1878 met het kermiswonder van dat wonderlijke apparaat waarmee goochelaar en illusionist Maju het land doortrekt. Het boek eindigt in 2015, waarin streamingdiensten van muziek gemeengoed zijn en het hele verdienmodel opnieuw uitgevonden moest worden.

Het is een schat aan informatie met talloze eye-openers (althans, voor mij). Dat varieert van het krijgen van inzicht in opnametechnieken tot het belang van bepaalde opnames uit heden en verleden. “Ouwe Taaie” van Eddy Christiani was tot voor kort een wat belegen liedje uit een ver verleden, maar ik wist niet dat het in feite een regelrechte protestsong was in een tijd van oorlog. Je kijkt er meteen anders tegenaan.

Je leest over de opkomst en ondergang van labels en maatschappijen en wat er voor nodig is om een hit te maken. Zo was het personeel van het later zo grote Decca-label ooit afhankelijk van de stoom van de wasserij op de begane grond om hun platen te persen.

De Nederpop ontstaat ironisch genoeg bij indo-bands als de Tielman Brothers, maar ook het levenslied gooit hoge ogen. Willy Alberti komt voort uit de Jordaan-gekte en zorgt met zijn hitsingle Marina voor de allereerste Nederlandse notering ooit in de Amerikaanse Billboard Top 100 (plaats 42). Den Haag als beatstad wordt uitgebreid beschreven en met name de capriolen in de studio’s, met alsmaar meer mogelijkheden, zijn prachtig om te lezen. Zo gaat het er aan toe, als Peter Koelewijn een single produceert van Q65;

Technicus van dienst die middag is de jonge Jan Audier. “De eerste keer dat ze gingen spelen, schrok ik me de pleuris”, herinnert hij zich. “Die meters lagen stijf in de rechterhoek in het rood, zo’n herrie was het. Toen heb ik een black out gehad. Ik dacht: hoe krijg ik die meters in godsnaam uit de hoek? Ik wilde niet afgaan.”
“Waar gaat die tekst eigenlijk over?” vraagt technicus Jan Audier als hij zijn black out weer enigszins te boven is. Audier spreekt redelijk goed Engels, maar verstaat er geen snars van. “Ik zal ’s gaan luisteren”, antwoordt Koelewijn. Hij gaat naast Bieler staan tijdens het inzingen, maar krijgt er ook geen hoogte van. Ze laten het maar zo.

Het is pionieren en je krijgt een goed inzicht in wie welke rol heeft gespeeld. Peter Koelwijn en Pierre Kartner blijken producers van formaat. Willem van Kooten is in de gehele geschiedenis alom aanwezig en Willem Duys had veel invloed.

De rol van het uitzendschip Veronica en later Radio Noordzee was ook van groot belang. Het waren elkaars concurrenten en dat ging zo ver dat de eigenaar van Veronica een bomaanslag pleegde op Radio Noordzee. Belangrijker was de uitvinding van de Top 40 en de invloed op de industrie. Er was sprake van manipulatie van de Top 40 en van payola, zeg maar omkoperij van disc-jockeys en andere belanghebbenden. Ik had er wel eens van gehoord, maar dat er voor Nederlandse concerns ook rechtstreeks zaken werd gedaan met de Amerikaanse maffia, was nieuw voor me. Inkoper Juan da Silva dobbelt zelfs over partijen van 20.000 lp’s, die bij de Free Record Shop in de bak ‘drie voor een tientje’ terecht komen.

De Free Record Shop wordt groot met parallelimport en kan zo goedkoop platen leveren. Dat brengt een hoop beroering in de industrie en één van degenen die er goed op weet in te spelen is de latere LPF-minister Herman Heinsbroek. Hij ziet het belang van een goede back-cataloque en het maken van compilatie-platen. Mensen betalen graag voor alle hits achter elkaar in plaats van een album met maar één of twee hits.

De ontwikkelingen gaan razendsnel en het wordt allemaal helder uitgelegd, compleet met grafieken en cijfers. De Palingsound, de opkomst van de cd en dvd en later de streamingdiensten, het staat er allemaal in. Door het hele boek staan aparte katernen waarin de totstandkoming van belangrijke Nederlandse platen wordt toegelicht. Maar het mooiste vind ik de talloze weetjes uit de praktijk, waardoor je muziek opnieuw gaat beleven of met andere ogen zien, of die ik gewoon wil weten als muziekliefhebber. Een paar dan;

– Hennie Huisman drumt helemaal niet op de opname van de hitsingel “House for Sale”  van de band Lucifer
– Frank Sinatra had bijna “In ’t kleine café aan de haven” gecovered, althans als het aan zijn producer had gelegen
– de moeder van Herman Heinsbroek heeft mijn “guilty pleasure” lp van Frankie Laine samengesteld (die kende ik als jongeling al van buiten en zijn moeder bleek groot fan, het was de enige compilatie die Heinsbroek niet zelf samenstelde)
– de hit “This is the moment” van René Froger lag klaar op de planken voor Whitney
Houston, maar die had net iets vergelijkbaars uitgebracht dus wilde hem niet.

Dat was nog in de tijd van lp’s en cd’s, maar het boek sluit af in de periode van streamingdienst en iTunes. Maarten Steinkamp, head of continental Europe van Sony/BMG;

“Ineens kon je muziek per track kopen. Dat is een game-changer van jewelste geweest. Als voor die tijd een single een succes werd, persten we die single bijvoorbeeld niet meer bij. Die trokken we dan van de markt af met het verhaal dat de single uitverkocht was. Dan moesten de mensen het album kopen om dat nummer toch te krijgen.”

Een verhelderend boek dus, groot en zwaar, maar daardoor ook met prachtige foto’s. Wat mij betreft een absolute aanrader voor iedere muziekliefhebber.

9044634674.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Frits van Oostrom heeft met Nobel Streven het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode verteld. Dat is meteen de ondertitel van het boek, die ik een tikje hysterisch vond en nog steeds vind, maar ik werd er wel door aangespoord om de achterkant te lezen én het boek aan te schaffen…

Jan van Brederode maakte deel uit van een roemrucht geslacht wat verweven is met de Nederlandse geschiedenis. Omdat zijn oudste broer het klooster in ging werd Jan de heer Van Brederode in het graafschap Holland. Hij vocht tegen de Friezen en werd commandant in Staveren. Door zijn huwelijk met Johanna van Abcoude werden de bezittingen uitgebreid en het vermogen vergroot. Het huwelijk bleef kinderloos, wat een reden zou kunnen zijn voor zijn pelgrimstocht naar Ierland. Omdat het land werd verscheurd door Hoekse en Kabeljauwse twisten én de Arkelse oorlogen, werd het slot van Van Brederode verwoest en raakte hij in financiële problemen.

Hij en zijn vrouw Johanna besloten om in te treden in het klooster. Die keuze was nogal radicaal. Van krijgsheer tot kartuizer, Van Oostrom beschrijft het treffend;

Dit werd nu Jan van Brederodes leven…Geen kasteel meer maar één kamertje. Geen personeel om te bevelen; hij werd nu zelf bediende. In plaats van lange adellijke lokken, helemaal kaal en met een baard…Geen handschoenen maar blote handen, geen laarzen maar sandalen, en van luxe kledij naar alle dagen in hetzelfde habijt.

Van Brederode werd er schrijver en zou de tekst van een Frans biechtboek, La Somme le Roi, (Des coninx summegrotendeels in het Nederlands vertalen. Hij liet het klooster en de vertaling voor wat het was toen er een mooie erfenis in de familie daagde en zijn opvolger, broer Walraven in het gevang zat. Overigens had die uittreding erg veel voeten in de aarde, iets dat prachtig wordt beschreven in dit boek. Hij trachtte vervolgens zijn vrouw uit haar klooster bij Wijk bij Duurstede te ontvoeren, maar dat mislukte. Jan van Brederode werd gevangen gezet. Na zijn vrijlating was hij heer af en trok hij als huurling naar Frankrijk, waar hij uiteindelijk sneuvelde in de slag bij Azincourt. Aan welke zijde, de Franse of de Engelse, dat is onbekend maar de auteur bespreekt dit uitgebreid en maakt aannemelijk dat dit aan de verliezende Franse zijde is geweest.

Wat maakt dit boek zo bijzonder? Meerdere zaken. Allereerst het taalgebruik. De ondertitel geeft het al aan, het mag allemaal wetenschappelijk onderbouwd zijn, het wordt allemaal zeer toegankelijk opgeschreven. Over Engelse boogschutters;

…zullen deze Engelsen ternauwernood hebben geweten waar ze waren en waarom het ging. Laat staan dat ze Woudrichem konden uitspreken.

Vervolgens de wetenschappelijke onderbouwing; de auteur gaat na de dood van Jan van Brederode nog een paar hoofdstukken door, waarin wordt ingegaan op het boek zelf en hoe dit tot stand kwam. Uitermate boeiend en verhelderend. De auteur;

Hetgeen bijvoorbeeld impliceert: durven veronderstellen dat Jans gang naar de kartuis Zelem (mede) bedoeld was om ruimte te maken voor Walraven als nieuwe heer van Brederode…Of (re)construeren dat Jans tweede Engelse koningsoorkonde kan zijn voortgevloeid uit deelname aan zijn priors visitatie van de kartuis in Londen…Maar een kaartenhuis blijft het. Of met een ander beeld: dit boek is als een gobelin dat aan de voorzijde een rijk geweven panorama biedt, maar aan de achterzijde tal van stopgaatjes vertoont.

Tenslotte; het bredere perspectief. Het geslacht Van Brederode wordt uitgebreid in kaart gebracht (uiteraard met stamboom in het boek) en de verwevenheid met de Nederlandse geschiedenis daarmee ook. Ik vond het mooi om te lezen wat zich in het gebied waar ik zelf woon heeft afgespeeld in de middeleeuwen en ik moet dat praalgraf van de familie in Vianen maar eens gaan bezichtigen. Voetnoten staan er niet in het boek, er wordt verwezen naar een website die bol staat van de informatie en waar de liefhebber nog even voort kan met zich te verdiepen in de wereld van Van Brederode.

940040753X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De eerste wandelaar van Flip van Doorn sprak mij, voordat ik een letter in het boek had gelezen, om een aantal zaken aan. De heldere kaft met uitnodigende duinweg om te beginnen. Ik zou er willen lopen. De titel. Ik houd van wandelen dus ik ben benieuwd naar wie die eerste wandelaar was. Tenslotte de tekst op de achterkant. Wandelen door een veranderend Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw. Als liefhebber van geschiedenis kon ik het niet laten liggen.

Wie was die eerste wandelaar? Dat was de doopsgezinde predikant Jacobus Craandijk (1834-1912). Deze heer had behoorlijk wat vrije tijd omhanden en begon deze te vullen met wandeltochten. Hij was ook een verteller en hij begon zijn observaties te noteren. Dat leidde uiteindelijk tot acht delen met de titel Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Ook met potlood, want hoewel hij zelf verdienstelijk tekende, worden de delen opgesierd met prachtige illustraties van Piet Schipperus.

De auteur is nauw bij de hoofdpersoon betrokken want het is een achterneef van de dominee. Omdat Van Doorn ook een fervent wandelaar is, probeert hij Craandijk zo dicht mogelijk te benaderen door zijn tochten deels na te lopen, maar ook door te gaan zwerven. Dat levert een erg fijn boek op.

Het boek is verdeeld in verschillende regio’s, zoals Gooi- en Eemland, Het Groene Hart, Kennemerland, Utrecht en Zuid-Holland, Friesland, Achterhoek-Twente, Drenthe en Groningen en Limburg – Noord-Brabant-Zeeland. Die regio’s waren niet allemaal even makkelijk te bereiken vroeger;

Nog een flink stuk lopen voorbij het eind der aarde komt hij ten slotte bij twee boerderijen. Alleen dwars door de weilanden zijn ze bereikbaar. Gewend als hij is zich over land te verplaatsen, beschouwt de dominee de nederzetting met het oog van de wandelaar. ‘Hoe afgezonderd van de wereld liggen deze beide plaatsen, door twee broeders met hun gezinnen bewoond. Wat krijgen zij hier te zien, wat te hooren van wat daar omgaat in die woelige wereld daarbuiten! Nooit komt hier iemand voorbij; het naaste dorp is minstens een uur veraf, en dat dorp is het zelfs reeds zo afgelegen Oudega…’

Toch beweegt Craandijk zich in een snel veranderende wereld. Industrialisatie, spoorlijnen, de auto en fotografie. Hij is zeker geen tegenstander van die vooruitgang, hoewel hij ook de geschiedenis van zijn land koestert. De auteur maakt daar gebruik van door zinvolle uitstapjes te maken naar het ontstaan van verenigingen als Natuurmonumenten of door stil te staan bij de beroemde familie Zocher, die zo belangrijk was voor de vormgeving van een deel van ons land.

Het boek nodigt uit tot wandelen. Het is prettig leesbaar en voor de geïnteresseerden is er een mooie site in het leven geroepen, via welke de volledige teksten van Craandijk’s boeken te raadplegen zijn. Die teksten komen samen in dit boek, maar eigenlijk in één zin op de achterkant die mij zo aansprak, dat ik het boek niet kon laten liggen;

Laverend tussen vooruitgangsoptimisme en nostalgie, beschreef hij in meanderend proza een snel veranderende samenleving.

Ik meanderde zo’n 450 pagina’s mee en dat beviel mij heel best.