archiveren

Geschiedenis

9044634674.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Frits van Oostrom heeft met Nobel Streven het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode verteld. Dat is meteen de ondertitel van het boek, die ik een tikje hysterisch vond en nog steeds vind, maar ik werd er wel door aangespoord om de achterkant te lezen én het boek aan te schaffen…

Jan van Brederode maakte deel uit van een roemrucht geslacht wat verweven is met de Nederlandse geschiedenis. Omdat zijn oudste broer het klooster in ging werd Jan de heer Van Brederode in het graafschap Holland. Hij vocht tegen de Friezen en werd commandant in Staveren. Door zijn huwelijk met Johanna van Abcoude werden de bezittingen uitgebreid en het vermogen vergroot. Het huwelijk bleef kinderloos, wat een reden zou kunnen zijn voor zijn pelgrimstocht naar Ierland. Omdat het land werd verscheurd door Hoekse en Kabeljauwse twisten én de Arkelse oorlogen, werd het slot van Van Brederode verwoest en raakte hij in financiële problemen.

Hij en zijn vrouw Johanna besloten om in te treden in het klooster. Die keuze was nogal radicaal. Van krijgsheer tot kartuizer, Van Oostrom beschrijft het treffend;

Dit werd nu Jan van Brederodes leven…Geen kasteel meer maar één kamertje. Geen personeel om te bevelen; hij werd nu zelf bediende. In plaats van lange adellijke lokken, helemaal kaal en met een baard…Geen handschoenen maar blote handen, geen laarzen maar sandalen, en van luxe kledij naar alle dagen in hetzelfde habijt.

Van Brederode werd er schrijver en zou de tekst van een Frans biechtboek, La Somme le Roi, (Des coninx summegrotendeels in het Nederlands vertalen. Hij liet het klooster en de vertaling voor wat het was toen er een mooie erfenis in de familie daagde en zijn opvolger, broer Walraven in het gevang zat. Overigens had die uittreding erg veel voeten in de aarde, iets dat prachtig wordt beschreven in dit boek. Hij trachtte vervolgens zijn vrouw uit haar klooster bij Wijk bij Duurstede te ontvoeren, maar dat mislukte. Jan van Brederode werd gevangen gezet. Na zijn vrijlating was hij heer af en trok hij als huurling naar Frankrijk, waar hij uiteindelijk sneuvelde in de slag bij Azincourt. Aan welke zijde, de Franse of de Engelse, dat is onbekend maar de auteur bespreekt dit uitgebreid en maakt aannemelijk dat dit aan de verliezende Franse zijde is geweest.

Wat maakt dit boek zo bijzonder? Meerdere zaken. Allereerst het taalgebruik. De ondertitel geeft het al aan, het mag allemaal wetenschappelijk onderbouwd zijn, het wordt allemaal zeer toegankelijk opgeschreven. Over Engelse boogschutters;

…zullen deze Engelsen ternauwernood hebben geweten waar ze waren en waarom het ging. Laat staan dat ze Woudrichem konden uitspreken.

Vervolgens de wetenschappelijke onderbouwing; de auteur gaat na de dood van Jan van Brederode nog een paar hoofdstukken door, waarin wordt ingegaan op het boek zelf en hoe dit tot stand kwam. Uitermate boeiend en verhelderend. De auteur;

Hetgeen bijvoorbeeld impliceert: durven veronderstellen dat Jans gang naar de kartuis Zelem (mede) bedoeld was om ruimte te maken voor Walraven als nieuwe heer van Brederode…Of (re)construeren dat Jans tweede Engelse koningsoorkonde kan zijn voortgevloeid uit deelname aan zijn priors visitatie van de kartuis in Londen…Maar een kaartenhuis blijft het. Of met een ander beeld: dit boek is als een gobelin dat aan de voorzijde een rijk geweven panorama biedt, maar aan de achterzijde tal van stopgaatjes vertoont.

Tenslotte; het bredere perspectief. Het geslacht Van Brederode wordt uitgebreid in kaart gebracht (uiteraard met stamboom in het boek) en de verwevenheid met de Nederlandse geschiedenis daarmee ook. Ik vond het mooi om te lezen wat zich in het gebied waar ik zelf woon heeft afgespeeld in de middeleeuwen en ik moet dat praalgraf van de familie in Vianen maar eens gaan bezichtigen. Voetnoten staan er niet in het boek, er wordt verwezen naar een website die bol staat van de informatie en waar de liefhebber nog even voort kan met zich te verdiepen in de wereld van Van Brederode.

Advertenties

1473863341.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik kwam dit boek tegen op Twitter en mijn liefde voor geschiedenis en doodgewone nieuwsgierigheid deden mij besluiten om Women and the Gallows van Naomi Clifford te kopen. Het is een boek over de doodstraf in de periode 1797-1837, maar vooral over de vrouwen die ter dood werden veroordeeld.  Het zijn persoonlijke portretten die veel weergeven over de omstandigheden waartoe zij tot hun daad kwamen, waarvoor zij uiteindelijk aan de galg belandden.

Het boek telt rum 200 pagina’s en is verdeeld in drie delen. Een deel over vrouwen die veroordeeld werden voor misdaden ten opzichte van een persoon (in de regel moord), een deel voor misdaden ten opzichte van bezit (valsemunterij, diefstal, fraude) en een chronologisch overzicht van alle bekende verhalen over de vrouwen die de doodstraf hebben gekregen in de beschreven periode.

Het boek maakt al snel duidelijk dat de straffen in onze ogen streng waren. Fraude, het stelen van een schaap, het in brand steken van een hooiberg, het waren redenen om de doodstraf toe te kennen. Daar werd later anders tegenaan gekeken en het boek bevat een tijdlijn over de ontwikkeling van de vergrijpen en de strafmaat. Boeiende materie, maar wat mij het meest aansprak en waarom ik het boek wilde lezen, zijn de persoonlijke verhalen. Zonder uitzondering schrijnend, het maakt veel duidelijk over hoe men leefde in die tijd.

Zo werd Esther Hibner, 61 jaar, tot de galg veroordeeld vanwege de dood van de 10-jarige leerlinge Frances Colpits. Ze moest werken onder loodzware omstandigheden;

…the apprentices were given little to eat. That winter was especially cold but the apprentices, who slept…on the floor of the workshop, were protected only with a thin blanket…They were woken at two or three in the morning and worked until ten or eleven at night…For not working fast enough…the Hibners…beat Frances with a rod, cane or slipper, or knocked her to the floor with her their fists.

Er staan verhalen in over moeders die hun pasgeboren baby’s ter dood brachten. Daar stond ook de doodstraf op, maar rechters waren niet altijd even meedogenloos. Vaak werd driftig gezocht naar redenen om de vrouw vrij te spreken, zoals de “benefit of linen defence”. Het in huis hebben of zelfs maar de vraag om babylinnen te lenen zou aangeven dat een vrouw voor haar kind had willen zorgen en dus vrijgesproken kon worden. Een vrouw kon uitstel van executie proberen te verkrijgen “by pleading her belly”, ofwel aangeven dat ze zwanger is. Er volgt dan wel een onderzoek door een aantal dames maar indien zwanger, dan mocht het kind ter wereld komen.

Het verhaal van Eliza Ross is er ook één. Zij was een ‘burker’, vernoemd naar William Burke, die mensen vermoordde om hun lichaam te verkopen aan chirurgen die het gebruikten voor ontledingen. Hoe wrang dat het lichaam van Eliza datzelfde doel diende na haar dood. William Clift, die haar ontleedde, tekende haar toen ze op zijn tafel lag (zie de tekening hieronder).

Fraude, valsheid in geschrifte en valsemunterij waren ook redenen om gehangen te worden. Charlotte Newman werd veroordeeld en zij schreef een bewogen brief aan de Bank of England (die geen formeel pardon kon geven maar het hielp wel in de praktijk). Die brief ligt nog steeds in hun archieven:

…Let Mercy be blended with justice. It is yet in your power to save the life of an unhappy sufferer which I most earnestly implore of you. How sweet will be the hours of reflection when you can rest upon your pillow and commune with God & yourself that life which if taken from one God’s creatures you have not power to give. A few days, nay hours, will determine this awful event.

Haar verzoek werd afgewezen en ze moest de kar op naar de galg. Ook dat wordt in veel gevallen beschreven uit ooggetuigenverklaringen. Vrouwen die schijnbaar onbewogen hun lot tegemoet treden, vrouwen die hun zinnen verliezen, een touw dat breekt waardoor er een uur uitstel volgt, het boek biedt een fascinerende inkijk in het leven van  “the unfortunate wretches before they were being launched into eternity“.

elizabeth-ross-7
Eliza Ross, getekend door William Clift

be84eb29790c569592b56375251444341587343
Lambert Giebels heeft een uitgebreide biografie geschreven over de eerste president van Indonesië. Soekarno Nederlandsch onderdaan is het eerste deel en beschrijft de periode van 1901 tot 1950. Bijna 500 pagina’s dik en deel twee, dat de jaren 1950 tot 1970 beschrijft is nog net wat dikker. Het is dan ook niet alleen een biografie van Soekarno, het is ook de biografie van Indonesië zelf. Nu heb ik een beetje in dat land rondgereisd dus ik las dit boek met belangstelling.

Soekarno was een intelligente leerling die zich al snel voor politiek begon te interesseren. Hij werd gevormd door de eerste nationalistische partij, de Sarekat Islam, wiens voorzitter nog even zijn schoonvader werd. Hij schopte het tot ingenieur, maar zou al zijn tijd besteden aan politiek. Zijn doel was een onafhankelijk Indonesië en hij voorspelde al een grote oorlog in de Pacific, die voor Indonesië van belang zou kunnen zijn. Hij kon aardig voorspellen….

Hij kon ook aardig praten. Hij was een charismatische man die wel steeds driestere uitspraken deed, waardoor hij uiteindelijk gevangen gezet werd door het Nederlands gezag. Het valt ook te begrijpen waar zijn aversie tegen die Hollanders vandaan kwam. Uitspraken van Gouverneur-generaal De Jonge, een stereotype kolonialist, hielpen niet echt;

‘My predecessor made too many promises. I always preface my remarks to the nationalists with one sentence: “We the Dutch have been here for three hundred years; we shall remain here for another three hundred years. After that we can talk.”‘

In de gevangenis zien we ineens een andere kant van Soekarno. Hij schrijft maar liefst vier smeekbrieven om onder zijn straf uit te komen. Uiteindelijk wordt hij verbannen naar het eiland Flores. Daar schrijft hij de Pantja Sila, de vijf zuilen die tot op heden de staatsfilosofie van Indonesië vormen.

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Nederland heeft ineens een stuk minder te vertellen en Soekarno zoekt de samenwerking met de bezettingsmacht, met de Japanners. Daar komen ook de termen vandaan waardoor hij niet in een best daglicht staat bij ons. Collaborateur, de Indonesische Mussert enzovoort. Dat heeft twee kanten natuurlijk. Hij zocht de meest pragmatische weg naar onafhankelijkheid. Nederland ging hem die niet geven. Aan de andere kant zorgde hij voor tienduizenden arbeiders voor de Japanners, waarvan hij wist dat het gros niet zou terugkomen. Dat nam hij op de koop toe.

Ondertussen was Soekarno al aan zijn derde huwelijk toe, met de veel jongere Fatmawati. Giebels weet hierover zelfs een cliffhanger te schrijven;

Fatmawati had een vooruitziende blik. Maar als Soekarno de moeder van vier van zijn kinderen later inruilt voor de ervaren courtisane Hartini, zal hij ontdekken dat het dorpsmeisje uit Benkoelen zich heeft ontwikkeld tot een sterke persoonlijkheid, die het hem danig lastig zou maken, tot en met zijn politieke val toe.

Kijk, zo krijg ik zin om verder te lezen. Er volgt dan ook genoeg. De onafhankelijkheidsverklaring en het anarchisme van de Bersiap-periode. Dat laatste hield in het paraat staan ten opzichte van iedereen die “Merdeka” of vrijheid in de weg zou staan. Er volgden pogroms op de Chinese inwoners die er van verdacht werden met de Nederlanders te heulen. De Nederlanders voerden hun politionele acties uit en arresteerden Soekarno weer. Deze werd vernederd wat zijn haat alleen maar meer voedde. Hij kreeg uiteindelijk huisarrest bij het Tobameer op Sumatra, een oord waar hij overigens veel bewegingsvrijheid had en op zijn wenken bediend werd. Uiteindelijk werd hij na een wapenstilstand vrijgelaten en zou hij in 1945 de eerste president van Indonesië worden.

Een dik boek maar het is vlot geschreven, ik heb het achter elkaar uit gelezen. Het duizelt je af en toe wel van de partijen en organisaties die worden opgericht en weer ten onder gaan, maar daar kan je vrij makkelijk overheen lezen. Ik ga niet te lang wachten met deel twee.

9400403100.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Sapiens, Een kleine geschiedenis van de mensheid door Yuval Noah Harari kwam ik tegen op het blog van Jacqueline en verder in iedere boekwinkel waar ik binnen liep. Door de lovende bespreking werd ik nieuwsgierig en ook ik ben enthousiast.

Je moet het maar aandurven om die geschiedenis in een kleine 450 pagina’s weer te geven. Hij doet dat aan de hand van drie grote revoluties. De cognitieve revolutie die 70.000 jaar terug begon, de agrarische revolutie van zo’n 12.000 jaar terug en de wetenschappelijke revolutie die pas 500 jaar terug op gang kwam. Het boek vertelt wat voor impact die revoluties op de mens en haar mede-organismen hadden.

Maar het boek begint bij het begin en drukt ons meteen met de neus op de feiten:

Homo sapiens zag zichzelf lange tijd liever los van het dierenrijk…Maar zo zit het gewoon niet. Of we het nu leuk vinden of niet, wij zijn leden van een grote, opvallend lawaaiige familie, namelijk die der grote mensapen…De chimpansees staan het dichtst bij ons. Nog maar zes miljoen jaar geleden kreeg een vrouwelijke mensaap twee dochters. Eentje werd de voorouder van alle chimpansees, de andere is onze eigen grootmoeder.

Hoofdstuk voor hoofdstuk wordt uit de doeken gedaan hoe we gekomen zijn tot waar we nu staan. Opvallend is dat we vooral heel veel niet weten. Zo weten we niet goed of de homo sapiens de neanderthalers heeft vervangen, of dat ze naast elkaar hebben geleefd. Er zijn verschillende theorieën over. Nieuwe manieren van denken en communiceren kenmerkten de cognitieve revolutie. Harari legt uit waarom de sapiens-taal zo speciaal was, dat hij ons in staat stelde de wereld te veroveren.

Waar wij zo’n 2,5 miljoen jaar lang planten verzamelden en jaagden op dieren, veranderde dit zo’n 10.000 jaar terug met de overgang naar landbouw. Wij gingen dieren domesticeren en Harari laat haarscherp zien dat zij de grootste slachtoffers van deze revolutie zijn.

De auteur maakt talloze uitstapjes naar andere onderwerpen, zoals het geloof, normen en waarden en samenwerkingsverbanden. Ook hier zitten mooie eye-openers tussen. De zinsnede uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring bijvoorbeeld, dat alle mensen gelijk zijn geschapen en door hun Schepper begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten, wordt biologisch even geduid:

Volgens de wetenschappelijke discipline die we biologie noemen zijn mensen niet ‘geschapen’. Ze zijn geëvolueerd. En ze zijn absoluut niet geëvolueerd als ‘gelijken’…Evolutie is gebaseerd op verschillen, niet op gelijkheid…Volgens de biologie zijn mensen niet alleen niet geschapen, maar er is ook geen ‘Schepper’ die hen met wat dan ook ‘begiftigd’. Er is alleen een blind evolutionair proces zonder enig doel dat leidt tot de geboorte van individuen.

Ook het Franse “vrijheid, gelijkheid en broederschap” kent zo’n contradictie. Gelijkheid impliceert immers het inperken van vrijheden van personen, anders krijgen we de rijken nooit gelijk aan de armen. Verfrissend om te lezen.

Harari stelt zichzelf voortdurend vragen. Hij doet steeds een stap terug om het grote geheel te overzien. Waar was die Franse revolutie nu goed voor? Opgewekte Fransen waren na die revolutie nog net zo opgewekt en depressieve Fransen nog net zo depressief (“Biologen zouden de Bastille nooit bestormd hebben”).

Dan de wetenschappelijke revolutie. In een paar honderd jaar hebben we zo’n vooruitgang geboekt dat zelfs ‘de dood’ wordt aangemerkt als een technisch probleem. Nog even en we kunnen eeuwig leven, dodelijke ongelukken daargelaten. De economische vooruitgang wordt beschreven en het belang van geld. Het wordt ineens heel duidelijk hoe makkelijk een bank kan omvallen.

Toch is Harari niet onverdeeld positief over onze prestaties;

Tot slot kunnen we onszelf alleen feliciteren met de ongekende successen van moderne sapiens als we het lot van alle andere diersoorten volkomen buiten beschouwing laten. De hooggewaardeerde materiële rijkdom die ons behoedt voor ziekte en honger is grotendeels vergaard over de ruggen van laboratoriumaapjes, melkkoeien en lopendebandkippen…Als we ook maar een tiende geloven van wat dierenrechtenactivisten beweren, dan zou de moderne industriële landbouw weleens de grootste misdaad uit de geschiedenis kunnen zijn.

Hij is niet bang stelling te nemen want het is zelfs zijn eindconclusie; dat het sapiensregime op aarde weinig heeft voortgebracht om trots op te zijn. Wellicht dat hij wat lichtpunten geeft in de opvolger van dit boek, Homo Deus, Een kleine geschiedenis van de toekomst.

Vertaling; Inge Pieters

902257511X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Daar is hij dan, Het Eeuwige Vuur van Ken Follett. De langverwachte opvolger van Pilaren van de aarde en Brug naar de hemel. Het derde boek op rij waarin de fictieve plaats Kingsbridge in Engeland als uitgangspunt wordt genomen. Het eerste deel speelde zich af in de 12e eeuw, het tweede deel in de 14e eeuw en met dit boek bevinden we ons in de 16e eeuw, in het Tudor-tijdperk.

We zien dan ook dat Kingsbridge niet meer de centrale plaats van handeling is. Follett breidt zijn toneel aardig uit, en wel naar Antwerpen, Parijs, Sevilla en zelfs naar De Nieuwe Wereld. Voor fans van de eerste twee, gewoon lezen dit boek want Kingsbridge speelt wel degelijk een rol, er gebeuren genoeg ellendige én mooie dingen volgens het vaste recept van Follett.

Wat is dat recept? Het kundig mengen van historische figuren en gebeurtenissen met verzonnen romanfiguren. Het opstarten van verschillende verhaallijnen op verschillende plaatsen en deze mooi bij elkaar laten komen. Met zijn ruim 850 pagina’s is het boek niet zo dik als zijn voorgangers maar wordt het weer mooi afgerond.

En dan heb ik nog niets over het verhaal zelf gezegd. Hoofdpersonen zijn Ned Willard en Margery Fitzgerald, die we in hun jeugd ontmoeten in 1558. Ze willen trouwen, maar de één is protestant en de ander katholiek. Voilà, de rode draad. Follet creëert zijn drama’s op persoonlijk niveau en vertaalt deze naar het grote politieke toneel, waar het gaat om de strijd tussen de protestantse koningin Elizabeth en de katholieke Maria Tudor. De verhaallijn in Sevilla volgt de broer van Ned, Barney. Hij wordt uiteindelijk kanonnier en kapitein en zal Engeland verdedigen tegen de Spaanse armada. In Frankrijk woedt ook een felle strijd tussen protestanten en katholieken. Centrale figuren zijn hier de protestantse boekverkoopster Sylvie, die later met Ned zou trouwen, en de intrigant Pierre Aumande. Deze wil zich omhoog werken via de adellijke familie De Guise en speelt een rol die leidt tot de beruchte Bartholomeusnacht, waarbij de katholieken meedogenloos afrekenden met de protestantse elite.

Voor de rest geef ik niets weg, lees het vooral zelf. Het is bijna schandalig hoe snel je door dit boek heen bent en daarmee vind ik het dus een goed boek. Ja, er zitten best weer wat toevalligheden in om het verhaal goed te laten lopen (Spaanse schone duikt onverwacht handig op in Parijs om informatie door te spelen) maar dit stoort mij niet, het houdt de vaart erin.

Follett is naar eigen zeggen drie jaar en drie maanden met schrijven bezig geweest. Uiteraard zit er veel research in zo’n boek, zo leer ik uit een interview met hem. Hij heeft alle plaatsen bezocht die hij heeft beschreven, musea bezocht en huizen en kastelen bezichtigd die in die tijd gebouwd waren. Verder natuurlijk literatuuronderzoek. Hoe zag de kleding eruit, waren er al vorken, hoeveel kilometer kan een paard afleggen in een dag, welke wapens werden er gebruikt? Ook dat vind ik de kracht van zijn boeken, de details zijn mooi uitgewerkt, zoals wat er bij komt kijken om een scheepskanon tijdig te laden.

Ik heb geen enkel bericht gehoord over een vervolg, wel over de voltooiing van een trilogie. Follett is nu 68 en hoeft het voor het geld niet meer te doen, met zo’n 160 miljoen verkochte boeken, maar wie weet…hij vindt het ongelofelijk leuk om te doen, dat schrijven.

Vertaling; Joost van der Meer en William Oostendorp

d02ca3866475a1e597030387041444341587343
Ik las dit jaar Parijs is een feest van Ernest Hemingway en ik schreef toen al dat ik meer uit dit boek haalde dan ik had verwacht. Dat klopt, ik ben nog steeds met Parijs bezig en dan met name de kunstenaars en schrijvers die Parijs in het eerste deel van de vorige eeuw bewoonden.

Daarom kocht ik het boek De literaten van de linkeroever van Martin Koomen.  De ondertitel geeft het aan, Engelstalige schrijvers in Parijs 1900-1944. Het boek geeft korte biografieën van schrijvers als Ernest Hemingway, James Joyce, Gertrude Stein, F. Scott Fitzgerald, Samuel Becket, Henry Miller, Ezra Pound etc. en behandelt de voornaamste werken en onder wat voor omstandigheden zij tot stand kwamen.

Ook de oorspronkelijke eigenaar van boekhandel Shakespeare and Co én eerste uitgever van Joyce’s beroemde boek Ulysses, Sylvia Beach, komt aan bod. Er kwamen in die periode tienduizenden Engelstaligen naar Parijs, vaak om uiteenlopende redenen. Het was een gemeenschap op zich, die zich weinig mengden met de Parijse bevolking. Er waren er die amper Frans spraken zelfs. Veel namen kende ik inmiddels, maar ik heb ook nieuwe namen leren kennen, zoals de dichter Alan Seeger. Die was zo gek van Frankrijk en Parijs, dat hij besloot te gaan vechten in de Eerste Wereldoorlog. Hij perste er nog een gedicht uit dat terstond beroemd werd;

I have a rendez-vous with Death
At some disputed barricade,
When Spring comes back with rustling shade
And apple-blossoms fill the air – 
I have a rendez-vous with Death
When Spring brings back blue days and fair.

Hij zou de oorlog inderdaad niet overleven. Andere figuren als Hemingway waren bekend maar ik heb toch bijgeleerd. Zoals de afspraak die Hemingway maakte met de journaliste Janet Flanner:

De twee spraken af dat als een van hen over de vrijwillige dood van de ander zou horen, hij of zij niet zou mogen treuren,  maar zich moest herinneren dat vrijheid net zo goed in de daad van het sterven kan worden beleefd als in de activiteiten van het leven…De heroïsche afspraak tussen Ernest Hemingway en Janet Flanner maakte deel uit van een verleden dat afgelopen was…Die ogenblikken aan dat rustige tafeltje achterin Les Deux Magots waren ongemerkt overgevloeid in een legende die andere legendes had geabsorbeerd: literair Parijs tussen twee wereldoorlogen… 

Korte biografieën, literaire werken en hun achtergronden, de verhoudingen tussen al die literaire geesten, de uitspanningen die men frequenteerde én mooi fotomateriaal (een prachtige foto van de componist George Antheil die via het balkon zijn kamer boven de boekhandel van Sylvia Beach probeert te bereiken). Als toegift staan er drie wandelingen achter in het boek die je langs de woonhuizen en brasseries brengen waar de hoofdpersonen zoveel tijd hebben doorgebracht. Jammer dat ik dit niet twee weken eerder las op mijn trip naar Parijs, maar het lijkt me een prima reden voor een vervolgbezoek.

9048827655.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik was niet van plan een boek te kopen. Maar ik was wel in een boekhandel…Ik zag dit boek liggen, Duitsland Biografie van een natie van Neil MacGregor, ik begon te bladeren en kon het niet meer wegleggen. U begrijpt, pure overmacht.

Toch twijfelde ik wel. Goed 550 pagina’s, erg veel foto’s en illustraties en geschreven door een Engelsman, zij het voormalig directeur van het British Museum. Ook kon ik zo snel geen chronologische lijn ontdekken in het boek, dus wat had ik nu hier in handen? Ik besloot toch tot aankoop (€ 20,- leek niet veel) en werd voor de kassa aangesproken door een enthousiaste jongeman die aangaf dat ik een heel goed boek in handen had.

Nu is dat altijd heel subjectief maar het moet gezegd, ik heb het met erg veel plezier gelezen. Dat gebrek aan chronologie wordt goedgemaakt door een heldere indeling in onderwerpen. Het boek bestaat uit delen, zoals Waar ligt Duitsland?, Duitsland verbeeld, Het hardnekkige verleden, Made in Germany en Leven met de geschiedenis. Vervolgens word je aan de hand van praktijkvoorbeelden die voor iedereen herkenbaar zijn door de geschiedenis geloodst.

Allereerst wordt duidelijk gemaakt dat “De geschiedenis van Duitsland” niet bestaat. Door de talloze Duitse vorstendommen en deelstaten zijn er talloze geschiedenissen. Er komt pas een beetje lijn in na de samensmeding van die lappendeken door Bismarck in 1871. Daarvoor was er maar een vaag gevoel van een gemeenschappelijk doel;

Wel zijn er veel breed gedeelde herinneringen aan wat Duitsers hebben gedaan en ervaren. Die herinneringen oproepen en op een deel ervan nader ingaan is de bedoeling van dit boek.

Dat gebeurt door een breed scala van onderwerpen te beschrijven. Zo wordt duidelijk wat het belang was van de Lutherse vertaling van de bijbel. Die kon ineens gelezen worden in de taal van de straat. In het hoofdstuk Duitsland verbeeld worden de wouden beschreven, de monumenten zoals het ongemakkelijk megalomane beeld Het Hermannsdenkmal in het Teutoburgerwald, het Walhalla met de bustes van alle belangrijke Duitsers (ruim genomen, Duits sprekend was al voldoende) en de Faust van Goethe. Maar ook de verscheidenheid aan bier en worst wordt uitgebreid beschreven.

Ik heb echt teveel aan notities om ze allemaal te beschrijven, maar interessant was het deel over Karel de Grote of Charlemagne, Duitser of Fransman? Dit hoofdstuk geeft goed weer hoe lastig gebiedsbepaling en nationaliteit soms ligt. De man wordt door beide landen geclaimd als groot landgenoot. Dat loopt ook door het hele boek heen. Waar liggen de grenzen precies?

Ik heb (nader) kennis gemaakt met de houtsnijder Tilman Riemenschneider, aangehaald door Thomas Mann in zijn speech in de Library of Congress. Grootheden als Goethe, Dürer (maakte zich druk om schending van zijn logo), Kollwitz en fenomenen als het Bauhaus en het Wirtschaftswunder hebben wat minder geheimen voor mij.

Wat zo goed is aan dit boek is dat alles met elkaar in verband wordt gebracht. Als het beklemmende logo op het hek van Buchenwald wordt beschreven “Jedem das seine”, wordt terugverwezen naar het Bauhaus, want de letters zijn niet voor niets in die stijl geplaatst. Maar ook wordt verder verwezen naar Johann Sebastian Bach, die een cantate schreef met die titel. Zo zijn er talloze verwijzingen in dit boek. Er zijn ook erg veel illustraties maar ik vind dat een pré. Ik was door de beschrijvingen zo vaak benieuwd naar de afbeelding (een porseleinen neushoorn bijvoorbeeld), maar ik weet dat die afbeelding verderop komt. Voor in het boek zijn ook acht duidelijke kaarten opgenomen van Duitsland door de eeuwen heen.

Het is niet alleen achteromkijken in dit boek. De lijnen met het heden liggen er. Er zijn verwijzingen naar de oude Hanzesteden op de nummerborden in Hamburg en in de naam Lufthansa. De erfopvolger van Bauhaus, waar voor een groot publiek duurzaam geproduceerd wordt, is IKEA. Ook de omgang van Duitsland met zijn bezwaard verleden is indrukwekkend. Het land is opgebouwd (wat een rol voor de Trümmerfrauen, die dit vaak steen voor steen deden), maar loopt niet weg voor het verleden. Gebouwen zijn bewust in beschadigde toestand gelaten, in de Reichstag zijn, vaak keiharde, teksten van de Russische overwinnaars bewust zichtbaar gelaten en niemand kan om het Holocaust Monument in Berlijn heen. Eén van de mooiste is de Engel van Barlach;

De figuur hangt boven een doopvont, het traditionele christelijke symbool voor vergiffenis van zonden en nieuw leven…De lippen van de engel zijn gesloten, geluidloos. Hier is de oorlog naar binnen gekeerd. Afgrijzen en angst komen des te harder aan doordat ze niet worden verwoord…Barlach zelf heeft gezegd dat dat ongeveer de manier is waarop we de oorlog moeten beschouwen: Erinnerung und innere Schau.

Er zit nog een prachtig verhaal vast aan deze engel zoals er talloze staan in dit boek, maar lees dat vooral zelf. Ik zou het ook niet op E-reader lezen want de foto’s en illustraties zijn prachtig en paginagroot soms. Voor die twee tientjes heb je een prima naslagwerk in huis.

Vertaling; Pon Ruiter