archiveren

Boeken

9076452547.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Reis in Drukken onder redactie van (onder meer) Henk Duijzer is de catalogus bij de tentoonstelling met dezelfde naam, georganiseerd ter gelegenheid van het twaalfeneenhalfjarig bestaan van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen n 2003. Eerder besprak ik al het boek Uit de schaduw, wat uitgegeven werd tijdens het twintigjarig bestaan. 

De jubileumboeken zijn altijd prachtige uitgaves van Uitgeverij De Buitenkant en dat is hier niet anders. Het formaat is bescheiden, 12 x 17,5 cm en de oplage ook, 500 stuks. Het thema wordt weggegeven door de mooi gekozen titel met zijn dubbele betekenis; het gaat om een greep uit de verzamelingen van de leden van het genootschap met als thema reizen, in de breedste zin van het woord.

Het boekje van 285 pagina’s is verdeeld in de hoofdstukken Ontdekkingstochten en diplomatieke reizen, Reizen in de bijbel, Geestelijke reizen en visioenen, Imaginaire reizen, Pelgrimsreizen, Reizen door Bibliofielen, Toerisme, Kinderboeken en Reizen naar de Nederlandse koloniën. Uit al deze categorieën hebben de leden prachtige voorbeelden verzameld, beschreven en staan de boeken of delen eruit in kleur afgedrukt.

Dat kunnen heel zeldzame exemplaren zijn, zoals de eerste Nederlandse vertaling uit 1563 van de bundel reisverhalen van Huttichius en Grynaeus, die de wervende titel draagt;

Die nieuwe weerelt der Landtschappen ende Eylanden, die tot hier toe allen ouden weerelt beschrijveren onbekent geweest sijn. Maer nu onlancx vanden Poortugaloiseren ende Hispanieren, inder nedergankelijcke zee gevonden. Midtsgaders den zeeden, manieren, ghewoonten ende usantien der inwoonenden volcken. Oock wat goeden ende waeren, men by henlieden ghevonden, ende in onse landen ghebracht heeft oft hebben (…)

Vaak zijn er boeken opgenomen maar ook affiches voor een tentoonstelling, omdat de beelden eenvoudigweg uitnodigen tot reizen. Interessant is het boekje over de brieven van Mary Wortley Montague, geschreven tijdens haar reizen in Europa, Azië en Afrika. Zij gaf haar ogen goed de kost en had in Turkije gezien dat moeders hun kinderen infecteerden met een kleine hoeveelheid van het pokkenvirus om antistoffen op te bouwen. Ze stond daarmee aan de basis van de ‘pokkenprik’. Een uitgave uit 1800, in het Engels en de huidige eigenaar vond het tijdens een Grand Tour in Italië, ergens in de open lucht.

Uiteraard staan er uitgaven in van Gulliver’s Travels, Robinson Crusoe en Alice in Wonderland, allemaal onder de imaginaire reizen. Maar ook, en dat vind ik veel leuker, het imaginaire reisverhaal van Hendrik Smeeks (ca. 1650? – 1721), chirurgijn te Zwolle, wat door zijn internationale bekendheid een mogelijke bron zou zijn voor Defoe’s Robinson Crusoe.

Objecten die geen boeken zijn worden ook opgenomen, zoals de leporello met figuren uit Alice in Wonderland en de kwetsbare souvenirrozen van toeristische plaatsen. Verder houd ik van details als drukwerk op papier, gemaakt van 100% lompenpapier uit de fabriek waar ook het papier voor de Amerikaanse dollarbiljetten geproduceerd wordt.

Wat mij verder opviel was een bijdrage van de kleindochter van schrijver Arthur van Schendel. Zij bracht een boek van haar grootvader in, De Mensch van Nazareth (ik las het al even geleden), maar ook de boeken die hij gebruikte in Palestina en Syrië toen hij daar naar toe reisde ter voorbereiding op zijn boek.

Er is dus veel te genieten. Het meest geïntrigeerd was ik door de Reizen door Bibliofielen. Reizen die anders dan? Los van de trips die het genootschap zelf organiseert naar interessante steden en bibliotheken, blijkt er ook een andere bibliofiele manier van reizen te zijn. Een reis door de eigen kamer, zoals in Voyage autour de ma chambre van Xavier de Maistre (1763 – 1852)  of nog mooier, door hààr kamer, zoals in Voyage autour de sa chambre, zoals Octave Uzanne (1851 – 1931) beschreef. De huidige eigenaar van het laatste boek;

Tijdgenoten noemden het boek een ‘bijou bibliophilique’. Ik kocht het in Parijs in de Rue de Savoie, waar in een winkel boeken te koop waren ‘en bon état ou en état déplorable. Prix modérés ou excessifs’! 

Zulke boeken geven je altijd weer de hoop dat er ergens, in een vergeten winkeltje, nog prachtige exemplaren liggen te wachten op een behaaglijke plek in de eigen collectie.

9045034999.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De boekhandel van de wereld van de historici Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen draagt als ondertitel Drukkers, boekverkopers en lezers in de Gouden Eeuw. Op de achterflap staat nog als toevoeging Nederland als centrum van het gedrukte woord. Als lezer, geschiedenisliefhebber en liefhebber van boeken over boeken een onmogelijkheid om dit niet te lezen.

Het interessante aan dit boek is dat het gaat over drukwerk in de dagelijkse praktijk. Boeken, pamfletten, kaarten; er zijn prachtige exemplaren bewaard gebleven en aan sommigen topstukken worden hele boeken of tentoonstellingen gewijd, maar al die stukgelezen boeken voor het dagelijks gebruik, gemeentelijke aankondigingen en kranten uit het verleden zijn veel meer onderbelicht en daar gaat dit boek over. De auteurs zeggen hierover;

In de zeventiende eeuw werden er in de Republiek per hoofd van de bevolking meer boeken uitgegeven dan in enig ander boekenproducerend land…Het was een land waar boeken en lezen ten diepste verbonden waren met het functioneren van de maatschappij…Het is dus des te eigenaardiger dat al die boeken op een of andere manier onder tafel zijn gewerkt in het klassieke succesverhaal van de Nederlandse Gouden Eeuw. Blijkbaar zijn we altijd zo diep onder de indruk geweest van de grote Nederlandse schilders…dat we de stille revolutie die zich afspeelde in de huiskamers van de burgerij over het hoofd hebben gezien.

In de zeventiende eeuw waren er al een aantal grote drukkers. Families die vanuit Vlaanderen vanwege het geloof naar het noorden waren gevlucht, maar ook drukkers als Elzevier, Blaeu (u weet wel, van die grote atlas) en Claesz. De laatste zette de toon voor het Nederlandse boekenbedrijf door zich te richten op een klantenkring uit de middenklasse naast de traditionele elite van boekenkopers.

Er wordt aandacht besteedt aan het drukwerk voor pamfletten. Dat was een niet te onderschatten bron van inkomsten én die pamfletten waren van groot belang voor de polemieken tussen remonstranten en contraremonstranten. Ook raadspensionaris Van Oldebarnevelt was slecht voorbereid op de felheid van de aanvallen tegen hem die in talloze pamfletten werden afgedrukt.

Het boek belicht veel dagelijkse kanten van het drukwerk. Psalmenboeken en catechismussen werden vaak gebruikt en stukgelezen, dus werden steeds opnieuw gedrukt. Atlassen en kaarten waren belangrijk voor de scheepvaart, maar ook de publicaties over de handelsreizen zelf waren van grote invloed op toekomstige investeringen en de handel. Een belangrijk werk is het boek Cijfferinghe van Gerrit Bartjens. Het gold jarenlang als standaardwerk voor de rekenkunst, met honderden voorbeelden van elementaire rekensommen en complexere berekeningen over rentetarieven en wisselkoersen. Mooi dat er ook voorbeelden in het boek zijn opgenomen;

Een schip ten oorlogh zijnde voorsien met 250 koppen, is ghevictualiseert voor 1 jaer; nae 3 maenden worden 50 man overgeset in een ander schip. Vrage, hoe veel langer konnen sy met selve victualie toe-komen?

Omdat Leiden een academisch centrum was vanwege de universiteit was het ook van belang voor de drukkerswereld. Alle oraties werden gedrukt en ik werd getriggerd door het fenomeen van de prijsboeken, een boek dat de beste leerlingen van de Latijnse school ontvingen van hun rector, veelal Latijnse klassiekers, voorzien van een band met gemeentewapen en handgeschreven inscriptie. Ik heb de studie daarover van J. Spoelder meteen maar in huis gehaald.

Andere vormen van drukkunst betreffen liedboeken en toneelwerken en er vindt een verschuiving plaats in de klassieke letteren. Het Latijn maakt plaats voor moderne talen. Er wordt gedicht in de volkstaal met Vondel als grote exponent daarvan. Hij verwerkt kritieken in zijn treurspelen en bereikt daarmee het volk. Datzelfde volk moest ook door de gemeente op de hoogte gehouden geworden van allerhande zaken en dat ging via de stadsomroeper, maar ook via plakkaten. Die plakkaten werden vaak weer van de muren gerukt door de bevolking (zoals door vrienden van een corrupte belastingontvanger die via een plakkaat gezocht werd), waardoor er zelfs plakkaten verschenen die de burgers ervan verwittigden dat het verboden was om plakkaten af te scheuren. Je blijft lezen in zo’n boek.

Het boek maakt ook duidelijk dat de Nederlanders zeer bedreven waren in de drukkunst én in de boekhandel. Ze hadden al talloze veilingen opgezet en dit fenomeen eigenlijk uitgevonden, maar ze bedienden ook de buitenlandse markt. Waar hun forte niet lag, daar kocht men in en verkocht men met winst. Het belang van gedrukte catalogi wordt zo ook duidelijk. Die waren voor geïnteresseerden in binnen- en buitenland van belang om te weten wat er op de markt was om zo de verzameling uit te breiden.

Het is een boek van ruim 500 pagina’s en ik heb er veel uitgehaald. Het geeft inzicht in de ontwikkeling en het gebruik van het drukwerk in Nederland. Dagelijks gebruik, maar ook verzamelingen als die van Johannes Thysius ontbreken niet in dit boek. Voor dit boek is er uitvoering onderzoek gedaan in talloze archieven wereldwijd en dat geeft een hoop informatie. Daarnaast houd ik erg van anekdotes die ook niet worden geschuwd, zoals dat van de predikant die vond dat hij te weinig verdiende én dat op schrift stelde, wat nog prima werd verkocht ook. De auteurs wijzen er op dat hij zich wel de luxe van boter veroorloofde en komen daar later in het boek nog eens fijntjes op terug.

De conclusie is ook een mooie, en wellicht een logische. Indrukwekkende bibliotheekcollecties zijn prachtig, maar;

Uiteindelijk ligt het ware verhaal van de Nederlandse boekenwereld misschien eerder in de alomtegenwoordigheid: boeken die te koop lagen in winkels, die werden gelezen op trekschuiten, die werden uitgedeeld aan gasten bij brouwerijen en promoties van studenten, die lagen te verschimmelen in de vochtige hitte van Oost-Indië, en die voorzichtig uit de boekenkist van Hugo de Groot werden gehaald zodat de staatsman zich daarin kon verstoppen.

Vertaling; Frits van der Waa

9028290052.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De IJssel stroomt feller dan de Amstel gaat over de herinneringen van boekverkoper, uitgever en schrijver Ad ten Bosch. Ik houd van verhalen uit de literaire wereld dus ik was benieuwd en mijn verwachtingen zijn ten dele ingelost.

Het boek begint eigenlijk als een autobiografie. Verhalen over zijn grootouders, zijn ouders en zijn lagere schooltijd, het wonen boven de boekhandel van zijn vader en verblijf in Canada als twintiger waar hij vrachtwagenchauffeur was bij de mijnen. Eerlijk gezegd boeide het boek mij nog niet maar…ik had al gezien dat verderop hoofdstukken zouden komen over Jeroen Brouwers en Gerrit Komrij dus ik bleef lezen.

Na zijn Canadese avontuur neemt Ten Bosch de boekenwinkel over van zijn vader in Zutphen. Al doende leert hij en zo blijkt het lastig om een lening los te peuteren voor een verbouwing. Gaandeweg krijgt het boek een wat meer anekdotisch karakter en dat bevalt mij beter. Zo krijgt Ten Bosch een veeg uit de pan van dichteres Ida Gerhardt omdat haar bundel Het sterreschip niet in de winkel ligt. Toch worden ze vrienden en die vriendschap loopt als een rode draad door het boek heen.

De avonturen met Johan Polak zijn hilarisch. Polak sleept de auteur mee een seksshop in ‘aangezien er die avond een jongetje op bezoek kwam.’ Uiteraard loopt hij bij het verlaten van de shop een klant tegen het lijf.

Als hij denkt aan zijn lerares Frans, mevrouw A. Goudeket, komt de literatuur ook dichtbij. Zij was een nichtje van de Franse schrijfster Colette, waarvan de derde echtgenoot Maurice Goudeket heette. Dat zijn anekdotes die ik wèl leuk vindt.

De ontmoetingen met Jeroen Brouwers zijn ook weinig verhullend, zoals toen deze om het boekenweekgeschenk kwam in de winkel;

Tegen sluitingstijd van die laatste zaterdag voerde mijn moeder aan de kassa een gesprek met een teleurgesteld man. Hij had zich op het geschenkje verheugd en bleef maar tegen moeder zeuren…Om van hem af te komen beloofde ze hem haar eigen exemplaar, dat thuis lag…Met enige verbazing zag ik hoe de man zweette en beefde.
‘Mag ik uw naam en adres?’ vroeg moeder.
‘Jeroen Brouwers.’
‘De Jeroen Brouwers?’ vroeg ik. Ik kon niet geloven dat ik met de schrijver van doen had. Even hiervoor had ik een foto van hem in de krant gezien…Daarop herinnerde hij me aan de jongste broer van mijn moeder, een grote, slanke en knappe man. Ik keek echter naar iemand die niet groot was en ook niet slank, wel met een goeie kop, waar de drank flink doorheen was gegaan…

Zo worden schrijver Jan Siebelink, documentairemaakster Sunny Bergman en zelfs zijn eigen broer ook aardig te kijk gezet in dit boek.

Ten Bosch gaat uitgeven bij Athenaeum – Polak & Van Gennep en pendelt in die tijd op en neer tussen Amsterdam en Zutphen, waar hij ook nog met de winkel bezig is. Ook gaat hij met wisselend succes romans schrijven. Leuk om te lezen, maar interessanter zijn toch de wonderlijke beschrijvingen van alle personages in zijn leven. Van zijn ex-vrouw met wie hij in een vechtscheiding ligt, Jean-Pierre Rawie die wordt herkend door de vriendin van de auteur (leest u zelf maar waar die elkaar zijn tegengekomen) en van zijn bijna vechtpartij met Michaël Zeeman op het boekenbal (“Hoe goed ben jij tegen mannen? Iedereen weet dat je vrouwen eenvoudig van de trap af mept”). Nietsverhullend dus, best verfrissend af en toe.

Uit de schaduw
Uit de schaduw, onder eindredactie van Edwin Bloemsaat, is een jubileumbundel die is verschenen ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Dat is geen genootschap wat overal duchtig aan de weg timmert, maar in dit boek stellen 58 leden zich voor, vertellen over zichzelf als verzamelaar, over hun collectie én ze laten de mooiste stukken uit hun verzameling zien.

Dat geheel wordt in ruim 400 pagina’s gepresenteerd in een prachtig vormgegeven boek, hoe kan het ook anders. Er is gekozen voor een indeling aan de hand van zes motieven, waarbij de leden zelf konden aangeven welk motief het beste bij hen paste. De motieven zijn: het verzamelen voor esthetisch genot, het boek als object, het boek als gereedschap, verzamelen gemotiveerd door levensbeschouwing, verzamelen uit nostalgie en hoeders uit het verleden. De eerste twee motieven zijn verreweg in de meerderheid.

Ik heb het boek achter elkaar uitgelezen. Dat kan ook, want er staan veel prachtig afgedrukte afbeeldingen in van de gekozen boeken. De redenen om te gaan verzamelen zijn legio. Soms wordt een bibliotheek geërfd, soms is het een logisch gevolg van de beroepsuitoefening maar ook zo vaak komt het geleidelijk aan. Zo stelt Frederik Schreuder;

…laat één ding duidelijk zijn: als bibliofiel word je niet geboren, bibliofielen vormen zichzelf.

Ik ben best benieuwd of iedere bibliofiel daar hetzelfde over denkt trouwens. De verzamelgebieden zijn ook legio. Zo is Henriëtte C. Tuynenburg Muys-Lanzing al jong gefascineerd door zeerovers en zeevaart. Boeken over dit onderwerp maken nu deel uit van haar collectie. Jan de Jong verhaalt smakelijk over zijn collectie ‘boeken van de tweede rij’, ofwel erotica. Hij ging ooit mee met zijn baas, een antiquaar, om een bibliotheek op te halen bij een weduwe, waarbij de boeken van vader ook mee mochten;

Ik zette een lege doos op de enige tafel in het vertrek en begon met de bovenste plank links. Toen ik opkeek, leek het of ik niks van de plank had gehaald. Er stonden nog evenveel boeken als ik net had weggenomen. Bij nadere beschouwing bleek dat de kast voorzien was van een dubbele rij boeken. Ik begreep direct waar het om ging: ik had hier een geheime erotische verzameling ontdekt…Heeft de dame in kwestie ooit geweten van de tweede rij in de kast van haar vader?

Sommige verzamelgebieden zijn zeer specifiek, zoals het verzamelen van instructieboekjes over de inkleuring van atlas, boek en prent in de zestiende en zeventiende eeuw. Ook zal niet iedereen warm lopen voor een verzameling van universitaire voordrachten, maar het is zeker mooi om de verzamelaars over hun passie te horen. Dat is de charme juist van deze uitgave.

Het is een misvatting dat collecties alleen mogen bestaan uit oude, zwaarwichtige banden. Ze staan er tussen, dat klopt, maar Jos van Waterschoot is net zo goed lid van het gezelschap. Zijn verzameling is een doorsnee stripcollectie, met veel main stream als Suske & Wiske, Kuifje en Blake & Mortimer. Sterker, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt is het niet eens nodig dat een bibliofiel zelf een collectie zou moeten hebben.

Dick Coutinho gaf een mooie inkijk hoe hij zijn collectie vormde;

Bij de vorming van mijn collectie heb ik mij de vraag gesteld wat een gemiddelde intellectueel uit de periode 1500-1530 voor boeken…in een bescheiden collectie zou kunnen hebben gehad. Dit is een interessante periode aan het eind van de Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe Tijd. In deze periode vinden allerlei overgangen plaats, niet alleen van het geschreven naar het gedrukte boek, maar ook op het gebied van theologie en wetenschap.

Periode en onderwerp gedefinieerd en je kan los dus, het lijkt me een prima methode.

Interessant zijn ook de boekobjecten, zoals het boekblok van Margarita Bruens-Mulder Dirks. Een stuk hout wat op een dichtgeslagen boek lijkt waarbij een mooie uitleg wordt gegeven. Ook het zelfgemaakte kastje van Cor Knops voor de vier boeken van de Brieven van Vincent van Gogh mag er wezen.

Kortom, er valt zeer veel te genieten in deze prachtige uitgave, al was het maar omdat coryfeeën als dirigent Ton Koopman, eminence grise van de bibliofilie Piet Buijnsters en de onvolprezen blogger Perkamentus allemaal vertegenwoordigd zijn.

Ik werd in eerste instantie opmerkzaam gemaakt op dit boek door de Boekensneuper  en was zo gelukkig om exemplaar nr. 28 te kunnen kopen van de 200 met de hand genummerde exemplaren bestemd voor leden van het Genootschap. In de recensie bij het artikel van Boekensneuper wordt gewag gemaakt van de zeer uitgebreide colofon. Bijna perfect, want de kleuren van de leeslinten zijn vergeten…Samen met wat schoonheidsfoutjes die ik zelf ontdekte zijn dat echt minor details bij een zeer aan te bevelen boek voor liefhebbers van boeken en bibliofilie.

Vormgeving: Hansje van Halem

6d68b89e5948f0259674d477367444341587343
Martinus Nijhoff n.v. 1853-2002 vertelt het verhaal van de bekende boekhandel, uitgeverij en antiquariaat, verteld door een oud-medewerker van het bedrijf, Bob Jongschaap.

Zo’n 260 pagina’s leesvoer met een schat aan fotomateriaal en als ik al mijn aantekeningen zou verwerken zou het een heel lange bespreking worden. Want wat leest dit fijn weg. Het begon allemaal met Martinus Nijhoff (1826-1894) die zich als wetenschappelijk boekhandelaar, uitgever en antiquaar vestigde in Den Haag. Als uitgever vestigde hij zijn naam met het Woordenboek der Nederlandse Taal. De meest lucratieve inkomstenbron was de export van wetenschappelijke boeken en tijdschriften.

In 1891 trad zijn zoon Wouter in dienst van de firma. Een klein maar eigenzinnig man en zeer belangrijk voor het bedrijf. Hij zal ook een machtig man in het boekenvak worden. De antiquaar Hertzberger herinnerde zich Wouter Nijhoff maar al te goed;

‘In 1917 kwam ik er als volontair…In die tijd kwam in Amsterdam de bibliotheek van Vincent van Gogh, de oom van de schilder in veiling. De kijkdag was op zondag en ik ging er heen. De volgende dag werd ik door Wouter op het matje geroepen: ‘Wat ik in Amsterdam deed.” “Ik heb vrienden opgezocht.” “Dat lieg je. Je bent op de kijkdag geweest.” Dat moest ik dus wel toegeven, maar ik verontschuldigde me: “Zo leer ik boeken kennen.” Dat antwoord beviel Nijhoff blijkbaar, want hij gooide wat later een tientje voor me op tafel. “Dat is voor de onkosten,” grauwde hij.’

Later komt zijn neef, ook een Wouter in dienst maar na diens pensioen viel het concern uiteen. De aandelen waren versnipperd en verdeeld onder de erfgenamen die het uiteindelijk aan Kluwer verkochten waar het bedrijf ontmanteld werd. Een triest einde van een beroemd bedrijf.

De grote aantrekkingskracht van dit boek zijn de vele anekdotes en foto’s. De katholieke geestelijke Schaepman die nogal eens een boek in zijn jaszakken liet glijden, Wouter Nijhoff die een sjofele man de winkel uit liet zetten (de man kocht een peperdure atlas en vertrok per limousine) en de ceremonie van de postbehandeling. De auteur komt tijdens zijn onderzoek voor dit boek bijvoorbeeld te weten waarom er bij Nijhoff nooit werd geïnventariseerd. Dat was omdat de gewoonte was ontstaan niet-verkochte boeken over te hevelen naar het antiquariaat. Een ‘boekhoudkundige frivoliteit.’

Sommige gebeurtenissen worden in aparte stukjes door de auteur verteld, zoals het stukje “Afdalen”;

Het antiquariaat van Nijhoff was niet zomaar toegankelijk. Belangstellenden moesten altijd een afspraak maken, maar sowieso liepen particuliere klanten ook het sortiment nauwelijks binnen. Mocht er toch iemand de stoute schoenen aantrekken, dan werd er vanuit het sortiment naar boven gebeld. Na geruime tijd kwam mejuffrouw Sobels in een harnas van terughoudendheid naar beneden en vroeg dan met overduidelijke tegenzin minzaam aan de klant wat hij wenste.

De auteur is natuurlijk bekend in het pand van Nijhoff en leidt ons daadwerkelijk van verdieping naar verdieping. Zo werd er in kamer 10 niet alleen gewerkt, maar ook geknipt. Medewerker Krijgsman was namelijk kapper geweest voordat hij bij Nijhoff kwam werken. Hij overleed toen hij de laatste directeur, Wouter Nijhoff Pzn., aan het knippen was.

Zo heb ik nog veel meer aantekeningen. Prachtige verhalen, maar ook de minder mooie kanten komen aan bod. Er waren managers die niet voldeden en de auteur schroomt niet om man en paard te noemen. Dat geldt ook voor de teloorgang van het bedrijf zelf. Jongschaap noemt onverbloemd de personen die in zijn ogen hiervoor verantwoordelijk zijn.

Een goed verteld verhaal van een betrokken oud-medewerker van een overbekend bedrijf.

3c24e7a1c22fe9a596f33657067444341587343
Ik kan slecht weerstand bieden tegen boekomslagen waar bibliotheken op staan. De titel Struinen, lezen en denken én de subtitel Notities van een liefhebber maakten mij ook nieuwsgierig en als de auteur dan ook nog Theodore Dalrymple heet, wat ik poëzie in een notendop vind, dan schaf ik zo’n boek aan.

De naam Dalrymple klonk vaag bekend en de man blijkt naast arts ook een bekend cultuurcriticus met aardig wat vertaalde Nederlandse publicaties. Dit boek gaat vooral over de boeken die hij verzamelt en zijn belevenissen daaromtrent.

Geen dik boek, 236 pagina’s en het zijn vrij korte essays maar…ik moest er wel even in komen. Dat had denk ik te maken met de onderwerpen uit zijn eerste verhalen. Een relaas over een antiquaar en Hoxha-adept (u weet wel, de oud-dictator van Albanië) en de uitweiding over obscure Russische uitgaven boeiden mij niet direct, maar gelukkig kwam daar al snel de onderkoelde humor om de hoek kijken van deze auteur;

Het is vermoedelijk overbodig om daaraan toe te voegen dat het verlengen van de menselijke levensspanne indertijd nou niet echt tot Stalins meest dwingende preoccupaties behoorde.

De auteur wordt gefascineerd door (ooit) verboden uitgaven en door zaken die hij in boeken aantreft. Brieven, opdrachten én aantekeningen. Hij combineert dat vaak met zijn beroep (hij getuigde vaak in moordprocessen als getuige-deskundige) en dus heeft hij het over een gedicht dat men (ditmaal vergeefs) uit de handel trachtte te nemen over een huisarts die zijn patiënten vergiftigde. Zo heeft hij ook een opbeurend rijtje boeken over mensen die voortijdig begraven zijn en wilde hij ooit een boek over arsenicum in de 19e eeuw schrijven, waartoe hij ook een verzameling aanlegde. Het boek kwam er overigens niet.

Leuk om te lezen zijn de ontmoetingen met boekverkopers. Zo wilde Dalrymple ooit een boek afrekenen bij een verkoper die zijn boeken verre prefereerde boven zijn klanten:

Ik bracht het naar de toonbank waar hij achter stond om af te rekenen.
‘Waar hebt u het voor nodig?’ vroeg hij.
Uit het veld geslagen door zijn hooghartige toon antwoordde ik zwakjes: ‘Ik schrijf een boek over Liberia.’
‘Een wetenschappelijk boek?’
‘Nee. Een reisboek.’
‘Dan denk ik niet dat u dit nodig heeft.’
Hij schoof het boek onder de toonbank, om het te bewaren voor een waardiger koper, die het boek voor een zinvoller onderneming zou gebruiken.

Interessant is het essay over de leescultuur in Engeland en Frankrijk. Frankrijk, waar je een redelijk vaste boekenprijs hebt en Engeland, waar deze vaste prijs is losgelaten en boeken veel goedkoper aangeboden kunnen worden, resulterend in een paar levensgrote aanbieders, waar in Frankrijk meer diversiteit in aanbod is. Het leuke van dit boek is dat, na zo’n hoofdstuk, hij weer verder gaat met zijn eigen bibliotheek, zoals met een boek over mensen die zichzelf hebben verhangen (u snapt, beroepsmatige interesse).

Ik houd wel van die mijmeringen. Een beetje struinen in het antiquariaat en kijken wat je tegenkomt. Dalrymple doet het vaak en veel;

Ik perste mezelf in de smalle ruimtes tussen stapels boeken op de vloer en in de rekken en trok een boek tevoorschijn, inmiddels tachtig jaar oud…Het was een van die boeken die antiquaren zeldzaam plegen te noemen, iets wat dan niet alleen in hun catalogi wordt vermeld maar ook in microscopisch kleine potloodletters aan de binnenkant van het omslag wordt genoteerd. Om voor de hand liggende redenen wijzen ze er nooit op dat de mensen die het boek werkelijk zouden kopen nog zeldzamer zijn.

Zijn eigen bibliotheek omschrijft hij desondanks als een ratjetoe en hij moet er niet aan denken wat er mee gebeurt als hij overlijdt. Waarschijnlijk een verkoop per strekkende meter. Tot die tijd blijft hij verzamelen en schrijven, tot hij vliegwaarts neigt (lees dat vooral zelf op pagina 204).

Vertaling; Jabik Veenbaas

1780334834.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Op de site van Boekensneuper kwam ik een leuk stuk tegen over de nachtmerrie van het hebben van een antiquariaat. Hij heeft het daar over een aantal boeken die het wel en wee beschrijven van een verkoper in een antiquariaat. Ook het boekje Weird things customers say in bookshops van Jen Campbell komt voorbij.

Het is een verzameling van uitspraken van klanten in twee winkels uit Edinburgh en Londen en een kleine verzameling uitspraken van klanten elders op deze aardbol.

Leuk? Ja, erg vermakelijk. Goed honderd pagina’s leesvoer dus je bent er zo doorheen, maar leuk voor tussendoor. Wat voorbeelden;

Customer: I read a book in the sixties. I don’t remember the author, or the title. But it was green, and it made me laugh. Do you know which one I mean?

Customer: Where’s your poetry section?
Bookseller: It’s just over here.
Customer: Great. Do you know who wrote the poem ‘Happy Birthday to you, you live in a zoo, you look like a monkey, and you smell like one too’?
Bookseller: …
Customer: Do they have their own collection?

Customer (peering over): Do you have brown eyes?
Bookseller: Yes, I do.
Customer: My mother told me never to trust anyone with brown eyes.
Bookseller: …You have brown eyes.
Customer: …

Okay, ik vind het humor. Ook een “elderlady lady” met een “Dutch accent” ontbreekt niet en ik vraag me af of er niet nodig een Nederlandse editie moet komen. Er zijn overigens prachtige boeken met verhalen over het antiquariaat, denk aan de winkeldagboeken van het Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx, maar die zijn van een iets andere orde. Daar zit wat meer verhaal in dan in dit boekje. Ik houd van beide.