archiveren

Boeken

3c24e7a1c22fe9a596f33657067444341587343
Ik kan slecht weerstand bieden tegen boekomslagen waar bibliotheken op staan. De titel Struinen, lezen en denken én de subtitel Notities van een liefhebber maakten mij ook nieuwsgierig en als de auteur dan ook nog Theodore Dalrymple heet, wat ik poëzie in een notendop vind, dan schaf ik zo’n boek aan.

De naam Dalrymple klonk vaag bekend en de man blijkt naast arts ook een bekend cultuurcriticus met aardig wat vertaalde Nederlandse publicaties. Dit boek gaat vooral over de boeken die hij verzamelt en zijn belevenissen daaromtrent.

Geen dik boek, 236 pagina’s en het zijn vrij korte essays maar…ik moest er wel even in komen. Dat had denk ik te maken met de onderwerpen uit zijn eerste verhalen. Een relaas over een antiquaar en Hoxha-adept (u weet wel, de oud-dictator van Albanië) en de uitweiding over obscure Russische uitgaven boeiden mij niet direct, maar gelukkig kwam daar al snel de onderkoelde humor om de hoek kijken van deze auteur;

Het is vermoedelijk overbodig om daaraan toe te voegen dat het verlengen van de menselijke levensspanne indertijd nou niet echt tot Stalins meest dwingende preoccupaties behoorde.

De auteur wordt gefascineerd door (ooit) verboden uitgaven en door zaken die hij in boeken aantreft. Brieven, opdrachten én aantekeningen. Hij combineert dat vaak met zijn beroep (hij getuigde vaak in moordprocessen als getuige-deskundige) en dus heeft hij het over een gedicht dat men (ditmaal vergeefs) uit de handel trachtte te nemen over een huisarts die zijn patiënten vergiftigde. Zo heeft hij ook een opbeurend rijtje boeken over mensen die voortijdig begraven zijn en wilde hij ooit een boek over arsenicum in de 19e eeuw schrijven, waartoe hij ook een verzameling aanlegde. Het boek kwam er overigens niet.

Leuk om te lezen zijn de ontmoetingen met boekverkopers. Zo wilde Dalrymple ooit een boek afrekenen bij een verkoper die zijn boeken verre prefereerde boven zijn klanten:

Ik bracht het naar de toonbank waar hij achter stond om af te rekenen.
‘Waar hebt u het voor nodig?’ vroeg hij.
Uit het veld geslagen door zijn hooghartige toon antwoordde ik zwakjes: ‘Ik schrijf een boek over Liberia.’
‘Een wetenschappelijk boek?’
‘Nee. Een reisboek.’
‘Dan denk ik niet dat u dit nodig heeft.’
Hij schoof het boek onder de toonbank, om het te bewaren voor een waardiger koper, die het boek voor een zinvoller onderneming zou gebruiken.

Interessant is het essay over de leescultuur in Engeland en Frankrijk. Frankrijk, waar je een redelijk vaste boekenprijs hebt en Engeland, waar deze vaste prijs is losgelaten en boeken veel goedkoper aangeboden kunnen worden, resulterend in een paar levensgrote aanbieders, waar in Frankrijk meer diversiteit in aanbod is. Het leuke van dit boek is dat, na zo’n hoofdstuk, hij weer verder gaat met zijn eigen bibliotheek, zoals met een boek over mensen die zichzelf hebben verhangen (u snapt, beroepsmatige interesse).

Ik houd wel van die mijmeringen. Een beetje struinen in het antiquariaat en kijken wat je tegenkomt. Dalrymple doet het vaak en veel;

Ik perste mezelf in de smalle ruimtes tussen stapels boeken op de vloer en in de rekken en trok een boek tevoorschijn, inmiddels tachtig jaar oud…Het was een van die boeken die antiquaren zeldzaam plegen te noemen, iets wat dan niet alleen in hun catalogi wordt vermeld maar ook in microscopisch kleine potloodletters aan de binnenkant van het omslag wordt genoteerd. Om voor de hand liggende redenen wijzen ze er nooit op dat de mensen die het boek werkelijk zouden kopen nog zeldzamer zijn.

Zijn eigen bibliotheek omschrijft hij desondanks als een ratjetoe en hij moet er niet aan denken wat er mee gebeurt als hij overlijdt. Waarschijnlijk een verkoop per strekkende meter. Tot die tijd blijft hij verzamelen en schrijven, tot hij vliegwaarts neigt (lees dat vooral zelf op pagina 204).

Vertaling; Jabik Veenbaas

1780334834.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Op de site van Boekensneuper kwam ik een leuk stuk tegen over de nachtmerrie van het hebben van een antiquariaat. Hij heeft het daar over een aantal boeken die het wel en wee beschrijven van een verkoper in een antiquariaat. Ook het boekje Weird things customers say in bookshops van Jen Campbell komt voorbij.

Het is een verzameling van uitspraken van klanten in twee winkels uit Edinburgh en Londen en een kleine verzameling uitspraken van klanten elders op deze aardbol.

Leuk? Ja, erg vermakelijk. Goed honderd pagina’s leesvoer dus je bent er zo doorheen, maar leuk voor tussendoor. Wat voorbeelden;

Customer: I read a book in the sixties. I don’t remember the author, or the title. But it was green, and it made me laugh. Do you know which one I mean?

Customer: Where’s your poetry section?
Bookseller: It’s just over here.
Customer: Great. Do you know who wrote the poem ‘Happy Birthday to you, you live in a zoo, you look like a monkey, and you smell like one too’?
Bookseller: …
Customer: Do they have their own collection?

Customer (peering over): Do you have brown eyes?
Bookseller: Yes, I do.
Customer: My mother told me never to trust anyone with brown eyes.
Bookseller: …You have brown eyes.
Customer: …

Okay, ik vind het humor. Ook een “elderlady lady” met een “Dutch accent” ontbreekt niet en ik vraag me af of er niet nodig een Nederlandse editie moet komen. Er zijn overigens prachtige boeken met verhalen over het antiquariaat, denk aan de winkeldagboeken van het Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx, maar die zijn van een iets andere orde. Daar zit wat meer verhaal in dan in dit boekje. Ik houd van beide.

9789029580816_cvr
Boekenpest van Boudewijn Büch is het vervolg op zijn boek Bibliotheken. Hetzelfde thema, boeken en bibliotheken maar wat minder gedateerd dan zijn vorige boek omdat de onderwerpen wat algemener zijn. Ondanks de maar 159 pagina’s heb ik toch aardig wat aantekeningen gemaakt.

De openingszin is al een fraaie, daardoor had ik direct zin om door te lezen;

Als ik moest kiezen, was ik liever een zeehondje dan een boek. Wie het boek, het bibliotheekwezen, de bibliofilie en de boekwereld diepgaand beschouwt, zal moeten toegeven dat mensen voorzichtiger met een gestrand beestje omgaan dan met een boek.

De titel geeft het al een beetje aan, het is geen positief verhaal dat hier wordt verteld. Het gaat over boekvijandigheid in de breedste zin van het woord, zoals boekverbrandingen, boekentorren, zwammen en schimmels, natuurrampen en zelfvernietigende boeken door verzuurd papier. Al die boekvijandigheid noemt Büch boekenpest.

Een zelfverzonnen term en ik denk dat hij er meer verzint. Zo stelt hij;

Klimaatwisselingen zijn fataal voor boeken, evenals tocht. Dan ontstaat er ‘boekenschrik’ (een soort boekenverkoudheid).

Ik had er nog nooit van gehoord en kan de term nergens vinden, maar hij zal best een punt hebben. Zijn opsomming over wat boeken allemaal is overkomen stemt treurig maar is zeer informatief om te lezen. De grote brand in de bibliotheek van Alexandrië natuurlijk, de boekverbrandingen door het Derde Rijk, vernietiging door bombardementen, niet in de laatste plaats in Duitsland zelf. Ik had er geen idee van;

Onzegbaar boekenleed. Hoe moet men de vernietiging in Frankfurt van vierhonderdduizend, zeldzame en deels volstrekt onvervangbare, dissertaties beoordelen?…Duitsland heeft zijn boekenleed tot op de dag van heden verbazend lenig genegeerd…Grote delen van de Duitse boekcultuur bestaat nog slechts in repro- en fotokopievorm.

Büch geeft veel informatie in zijn boek en oreert over gestolen boeken, valse boeken, verboden boeken, verdwenen boeken, verschimmelde boeken enzovoort. Natuurlijk bezoekt hij ook bibliotheken, waaronder de gigantische  Library of Congress in Washington. Typisch Büch is dan dat hij het hoofd, een persoon van aanzien in de Verenigde Staten, ziet lopen maar hem niet durft aan te spreken.

Verder laat je hem maar aan het woord. Over bibliopsychopathologie, de leer die zich bezighoudt met gek geworden bibliofielen (het zal een kleine leerstoel zijn) of over schrijvers die hun eigen werk vernietigen, zoals Opal Whiteley. Zij verscheurde haar dagboek in miljoenen stukjes, maar plakte ze naderhand ook weer aan elkaar. Maar het mooist vind ik hem als hij die kleine details oplepelt die de ware liefhebber laat zien, en die ik gewoon leuk vind om te lezen;

Op 20 juni 1984 werd in het Centraal Boekhuis te Culemborg nog een boek uit de roulatie genomen. Het was de Nederlandse vertaling van Barbara Willards The lark and the laurel…waarin de Lespisma saccharina op het voorplat was begonnen met kauwen en zijn schadelijke arbeid tot en met bladzijde 28 met een ingenieus gangenstelsel voltooide. Ik heb deze informatie uit een officiële retourbon van het Centraal Boekhuis. Op het retourbiljet heette dit diertje foutief ‘Lespisma saccharinum’ (de uitgang -um is onjuist).

Kijk, dat zijn zaken die er toe doen.

To-Be-Read-Pile

Ik vond hier een interessant artikel dat gaat over al die ongelezen boeken in de boekenkast. Het is iets wat voor mij vrij herkenbaar is, maar waar ik me eigenlijk vrij weinig van aantrek.

Ik heb inmiddels ruim 200 boeken in de kast staan die ik nog niet gelezen heb. Geen enkele reden om nog boeken te kopen, zou je zeggen. Nu weet ik dat ik op dit blog of in commentaren heb gezegd dat ik een zogenaamde ‘koopstop’ heb, maar ook dat ik heer en meester ben over die ‘koopstop’. Ergo; ik koop nog steeds boeken. Sterker, ik betrap mijzelf erop dat ik steeds vaker boeken koop die recent zijn verschenen en die ik dan direct wil lezen, waarbij ik dus schromelijk de boeken veronachtzaam die al langer mij hoopvol in de boekenkast aan staan te kijken.

Ik denk er wel eens aan hoe dat kan. Die andere boeken leken mij ooit ook zeer de moeite waard, waarom die dan niet eerst gelezen? Een reden is toeval. Ik kreeg ooit de mogelijkheid een hoop delen uit de Russische bibliotheek te kopen voor heel weinig geld, en daar kreeg ik het complete werk van Arthur van Schendel bij cadeau. Dat schiet meteen lekker op. Verder zijn Marktplaats en de Kringloopwinkel af en toe een goudmijn, maar mijn opportunisme speelt hierin ook een grote rol. Ik heb veel boeken gekocht die ‘je toch een keer gelezen moet hebben’. Als die voor weinig te koop zijn, vult dat snel je boekenkast.

Maar…of ik ook zin heb die boeken te lezen, dat is een heel ander verhaal. Er waren boeken waar ik tegenaan zat te hikken. Alle verhalen van ‘Duizend-en-één-nacht’ bijvoorbeeld, de verhalen van Lewis Caroll, de verhalen van Rabelais…ze staarden mij aan met verwachtingsvolle blik…wanneer ben ik aan de beurt?

Daar heb ik dus mee gebroken. Ik heb best wat boeken weg gedaan. Dat gaf lucht. Ik heb nog steeds ‘veel’ boeken (dat is relatief, weet ik) en ik ben er nog niet, maar de meeste boeken die ik nu in de kast heb staan wil ik erg graag lezen. De twijfelgevallen zijn toch de Russische bibliotheek en (o, vloeken in de kerk) de boeken van Proust. Ik wil ze echt graag lezen ergens, maar ik zie telkens boeken die ik liever eerst lees.

Het artikel van hierboven bevestigt wel een beetje wat ik voel. Hoewel ik veel boeken heb die ik ook echt wil lezen (en een aantal waarover ik dus wel twijfels heb) blijf ik boeken kopen, en eindig ik dus waarschijnlijk met meer boeken dan ik ooit kan uitlezen. Het artikel vertelt mij echter geruststellend dat dit prima is. De reden voor dit blog is dat ik wel benieuwd ben hoe anderen hier mee omgaan, dus reacties zijn welkom.

9910d0b249c597f5974776d7041444341587343
Een boek van 379 pagina’s over één boekhandel, is dat interessant? Ja. Er is ontzettend veel over te vertellen en nog meer te laten zien. Shakespeare and Company van samenstelster Krista Halverson kan worden gezien als de autobiografie van de beroemde boekhandel in Parijs, aan de Rue de la Bûcherie, uitkijkend op de Notre Dame.

Het begint allemaal in 1919, als Sylvia Beach haar boekwinkel Shakespeare and Company opent aan de Rue Dupuytren in Parijs. Door de oorlog gedwongen moest ze haar winkel sluiten. Na de oorlog kwam de Amerikaan George Whitman naar Parijs en opende zijn boekhandel Le Mistral aan de Rue de la Bûcherie. Zijn winkel was een voormalig klooster uit de 17e eeuw. Na verloop van tijd en met toestemming van Sylvia Beach wijzigde hij de naam naar Shakespeare and Company.

George had een aparte filosofie. Hij verzamelde enorm veel boeken om zich heen. Omdat hij op zijn reizen overal welkom was geweest, was iedereen welkom bij hem. Beneden werd een winkel ingericht, boven een bibliotheek. Boeken werden verkocht, uitgeleend of ter plekke gelezen. Er werden bedden geïnstalleerd en men was welkom om te blijven slapen. George noemde zijn gasten ‘Tumbleweeds’, naar de tuimelende prairieplanten die zich van hun wortels hebben losgemaakt. Hij stelde een paar eisen aan de overnachting; een paar uur meehelpen in de winkel, een autobiografie schrijven met foto en een boek per dag lezen.

En gasten kwamen er, maar ook schrijvers, dichters en muzikanten. Er werden bijeenkomsten georganiseerd waar werd voorgedragen, gemusiceerd en gefilosofeerd. Whitman was daarbij de spil. Hij kookte voor zijn gasten en kwam en ging zoals het hem goeddunkte. Hij kon gerust een gast vragen ‘even’ op de winkel te letten en een paar dagen later terugkeren. Geld interesseerde hem niet, alleen om zijn winkel uit te breiden.

Hij werd op late leeftijd vader van een dochter Sylvia (inderdaad vernoemd naar Sylvia Beach) die na zijn overlijden in 2011 de winkel zou voortzetten.

Tot zover in vogelvlucht het verhaal van de winkel, maar rechtvaardigt dat zo’n lijvig boek? Jazeker. Het boek biedt een schat aan informatie over al diegenen die de winkel hebben bezocht en wat er over de winkel is geschreven. Ook geeft het een inkijkje in het Parijs van die tijd. Tijdens de grote studentenprotesten was de winkel een toevluchtsoord bijvoorbeeld. In het boek staan veel foto’s van gasten, prominent of niet, autobiografieën van de Tumbleweeds, strips, schilderijen en tekeningen van de winkel, brieven van George (onder meer aan Gorbatsjov over het oprichten van een varende universiteit) en werk van dichters die de winkel bezochten, zoals Alan Ginsberg, Jim Morrison, Anaïs Nin enzovoort. Het is een rijk en gevarieerd boek.

Maar het meest staat toch de eigenaar bij, George Whitman. Een citaat uit het verhaal van een Tumbleweed, Overty Darren Peter, die hem aansprak in de winkel;

“Excuse me, are you the owner? Yes? Oh. Do you by chance need any staff?”
“Sure we do, boy! Can ya work twenty-five hours a day? Do ya like scrubbing floors? Can ya go without sleep for three weeks? Do ya love books? Do you know how not to run a bookstore? You do? Then what are you waiting for? Take over!

Een man met het hart op de juiste plaats maar die hangt aan zijn eigen gewoontes en systemen. Als zijn dochter Sylvia in de winkel komt helpen en langzaam wat verbeteringen en moderniseringen doorvoert, sluipt George ’s nachts naar beneden om ze weer ongedaan te maken, tot het laten verdwijnen van de computer aan toe. Zo staan er talloze verhalen en anekdotes in het boek. De altijd aanwezige kat heet altijd Kitty, naar de beste vriendin van Anne Frank (er staat overigens een prachtige brief van George aan Anne Frank in het boek), de hond heet naar de schrijfster Colette. George die zijn haren ‘knipt’ met de vlam van een kaars (foto in het boek), het bezoek van voormalig president Clinton waar George te verlegen voor is maar waarmee hij uiteindelijk in zijn pyjama mee op de foto gaat (ook deze staat in het boek). De nukken en grillen van George, terwijl hij uiteindelijk alleen maar wil dat mensen lezen en genieten, desnoods door ze maanden achtereen te laten blijven (favoriet citaat van George “I’m tired of people saying they don’t have time to read. I don’t have time for anything else!”)

Voor iedereen die er geweest is en zeker als je de winkel nog wil bezoeken is het boek een aanrader. Als ik er weer kom bekijk ik de winkel met heel andere ogen. Ik laat nog even de huidige eigenaresse aan het woord, Sylvia Whitman, over haar vader;

George believed that the books we read form an essential part of our identities, the books signify freedom, and that books connect us. In building his shop, he expressed these convictions in every corner. A bookstore – or, in this case, a “socialist utopia masquerading as a bookstore” – is a place of possibility, where ideas and curiosity permeate the millions of pages lining the walls.

Sylvia Whitman wilde de boeken van haar vader op alfabet zetten in de winkel. George geloofde daar niet in. De boeken stonden door elkaar, zodat interessante verbindingen en relaties ontstonden. Hij ligt begraven op Père-Lachaise, tussen Jim Morrison en Héloïse en Abelard in, nu zelf zo’n interessante verbinding vormend als de boeken in zijn winkel.

 

IMG_4045
Als je dan toch in Parijs bent met je lief, dan mag een bezoek aan de meest beroemde boekhandel niet ontbreken, dus wij togen naar Shakespeare and Company, aan de Rue de la Bûcherie, met uitzicht op de Notre Dame. De geschiedenis van deze winkel heb ik al eens beschreven in mijn bericht over Jeremy Mercer’s boek, Een bed tussen de boeken, dus lees dat vooral terug. Ik vroeg me vooral af of het gevoel klopte. Iedereen praat erover als het boekenparadijs op aarde, de boekhandel der boekhandels.

Het gevoel was prima, kan ik u vertellen. Ik zal niet vervallen in overdreven lyriek, daar ben ik te nuchter voor, maar het is leuk om een boekhandel te zien met een inrichting zoals deze. Boeken overal waar je kijkt. Kruip door, sluip door. Bukken, pas op je hoofd. Schuine trap, dan schuine planken, daar kunnen ook boeken op staan.

IMG_4049
Als je die trap op loopt, zie je die mooie quote die de oorspronkelijke eigenaar George Whitman heeft aangebracht; Be not inhospitable to strangers lest they be angels in disguise. Whitman dacht dat hij deze van de Ierse dichter Yeats leende, maar het staat gewoon in de Bijbel, Hebreeuwen 13:2.

Maar het gevoel klopt. Er staan nog steeds bedden, waar schrijvers kunnen overnachten, in ruil voor wat werk in de winkel én, de enige eis, een korte autobiografie. Het wachten is nog op de bundeling van al die autobiografieën door al die jaren heen…

IMG_4050
Bedden dus, een bibliotheek, ernaast een café waar je je gekochte of geleende boek kan lezen. Er staat een piano waar iedereen op mag spelen en er loopt een kat. Een apart bord met de tekst; De kat heeft de hele nacht gelezen, ontzie hem een beetje (vrije vertaling). Relaxt beest, net als de sfeer.

IMG_4048
Het is een druk bezochte winkel maar niet te druk, op één of andere manier. Zoals gezegd, het gevoel klopt. Koop je dan een boek, omdat je daar toch een boek moet kopen? Ik ben dus nuchter en heb echt boeken terug gelegd, maar onder dit boek kon ik toch niet uit. Als je er toch bent en de winkel ervaart, dan is een boek over de geschiedenis ervan, met talloze foto’s een absolute must. Ik ben er al in bezig….

9910d0b249c597f5974776d7041444341587343

9035131290.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het boek Goud en koper in de boekenwereld van Frans A. Janssen brengt 19 opstellen bij elkaar in 233 pagina’s. Opstellen over de boekdrukkunst, typografie, drukkerijen, bibliotheken en wat meer specialistische verhandelingen over de Gutenbergbijbel, Copernicus, Vesalius en de verzamelaars Popper en Abrams.

Die opstellen vond ik lang niet allemaal de moeite waard. Ik ben niet zeer geïnteresseerd in typografie dus verhandelingen over de rechthoek van de zetspiegel en de vrije regelval konden mij maar matig boeien. Maar, er valt zeker ook veel te genieten. Toelichtingen op de boekdrukkunst zelf interesseren mij wel. Hoewel het een uitvinding van jewelste was waren er ook verklaarde tegenstanders van gedrukt werk, daar had ik nooit zo bij stilgestaan;

Een andere bestrijder van de boekdrukkunst was monnik en kopiist Filippo da Strada…, die er in 1473-1474 over klaagt dat de Venetiaanse drukkers (van Duitse afkomst) zich rijk drukken aan zondige lectuur als Ovidius, en daarmee vooral jongeren van het rechte pad brengen: de drukkunst, roept hij uit, is een prostituee, de schrijfkunst een maagd.

Ook boeiend is het verhaal over dat beroemde boek, de Gutenbergbijbel. Er zijn er ongeveer 180 van gedrukt en er zijn er nog 48 over. Janssen geeft aan hoe die exemplaren op hun huidige plaats terecht zijn gekomen. Er zijn er nog 2 in particuliere handen, de overige exemplaren bevinden zich bij instanties als bibliotheken.

Een apart verhaal gaat over alcohol in de drukkerij. Hij duikt hiervoor in de Plantijnse archieven van Antwerpen en haalt er allerlei gegevens uit over arbeidstijden, schafttijden en arbeidsverhoudingen. Zo ook over het gebruik van alcohol;

Niemant wie hy si, en sal hem moghen vervoorderen [proberen] Wijn oft Sterck Bier te halen, oft te doen halen, op eenighen werchdach, oft elders gaen drincken tot schade van den wercke, meer dan een pinte voor noen, voor elck hooft, ende na noen, also [even] vele, (sonder expres consent van den Meester).

Voor wie terugverlangt naar die goede oude tijd, men zat wel op stukloon, er werd niets verdiend onder het drinken…

Een boek dus wat lekker doorleest met over het algemeen interessante opstellen. De auteur ontkomt niet aan een kleine mate van zelfingenomenheid. Waar hij drukker Johannes Enschedé en lettersnijder Johann Fleischmann beticht van onbescheidenheid, vertelt hij op dezelfde pagina dat het handschrift, waarin Fleischmann zichzelf roemt, na omzwervingen zich thans in het bezit van de auteur zelf bevindt. Dat vind ik dan weer leuk.