archiveren

Indonesië

9200000085676582
Journalist Aad Kamsteeg reisde in 2014 naar West-Papoea, een deel van het huidige Indonesië. Hij schreef daar een boek over wat ik op dit blog al eens besprak, Ooggetuige in Papua. Toch voelde hij de behoefte om nog een boekje te schrijven over het leven van zijn gids daar, Chris Padwa. Dat deed hij en daarom ligt Vandaag heb ik een Papoea ontmoet nu voor me.

Het is geen dik boek, 79 pagina’s, en ik verwacht niet dat veel mensen het zullen lezen. Ik hoop het wel, want het boekje is bedoeld om de aandacht voor de schrijnende situatie in West-Papoea onder de aandacht te houden. Ik heb zelf een veel persoonlijker reden om het te lezen; Chris Padwa was ook mijn gids in zijn prachtige land.

Zo’n dun boekje mag geen biografie heten en zo is het ook niet bedoeld. Kamsteeg wil het leven van Chris Padwa plaatsen in de geschiedenis en het heden van zijn land. Dat begint in dit geval met Padwa’s geboorte, in 1942. De oorlog is nog bezig maar daarna wordt het gezag over Nieuw-Guinea door de Amerikanen weer aan Nederland overgedragen. Nederland zet een politiek van versnelde ontwikkeling in waardoor er onder meer geschoolde Papoea’s komen, bijvoorbeeld voor de overheid. Ook Chris gaat naar school en begint een opleiding als verpleger. Dat stopt als hij de directeur van het internaat met een bord nasi bestookt omdat hij een ‘vieze, domme en onbeschaafde Papoea’ werd genoemd. Zijn politieke bewustzijn werd in die tijd gevormd.

Uiteindelijk zou Indonesië zeggenschap over West-Papoea krijgen door druk van de Verenigde Naties en door de gefingeerde “Daad van vrije keuze”, de telling waarbij aangewezen kiesmannen door Indonesië werden gedwongen om te kiezen voor aansluiting bij Indonesië. Chris Padwa raakt betrokken bij de verzetsbeweging, de Organisasi Papua Merdeka (OPM). Hij wordt uiteindelijk gevangen gezet en gemarteld.

Kamsteeg wisselt het persoonlijke verhaal van Padwa af met de gebeurtenissen in West-Papoea. Hij vertelt over het grote transmigratie-programma, waardoor er inwoners uit andere delen van Indonesië worden ingevlogen, zodat de Papoea geleidelijk aan een minderheid in eigen land wordt. Hij vertelt over het drama bij de Watertoren, waar de vlag van Papoea werd gehesen en waar een demonstratie werd georganiseerd. Die werd keihard neergeslagen. Grote groepen Papoea’s werden naar de haven van Biak gedreven en naar de fregatten gebracht. Naar later bleek vonden er zware martelingen plaats, eindigend in executie. Ook vertelt Kamsteeg over de Amerikaanse deal met betrekking tot de Freeport Mijn in West-Papoea. De Amerikanen én Indonesië verdienen kapitalen aan die mijn, de Papoea’s zien er niets van terug.

Chris wordt vrij gelaten maar wordt in de gaten gehouden. Door zijn activiteiten kunnen ook zijn kinderen moeilijk werk vinden. Uiteindelijk mag hij wel in het openbaar getuigenis afleggen van wat hij heeft meegemaakt. Chris vertelt;

“Onder de belangstellenden bevond zich…een hoge Indonesische generaal, Wiyottu. Zijn interesse vloeide voort uit het feit dat zijn eigen vader in 1965 bij de massaslachtingen tegen de communistische PKI was doodgeschoten. Ik herinner me dat hij onder de indruk was toen ik in een toespraak zei dat ik mijn excuus wilde aanbieden voor het feit dat ik in het verleden Indonesiërs heb gehaat. Ik voegde daaraan toe dat ik nu niet meer haat en dat we het land samen moeten opbouwen met de taal der liefde. Want, zei ik, met de taal der liefde kan een blinde zien en een dove horen.” Wiyottu omarmde me en zei: “Chris, vandaag heb ik een Papoea ontmoet.”

Het is zoals ik mij Chris ook herinner. Trots op wie hij is en op zijn land, vriendelijk en positief, maar ook duidelijk in waar hij voor staat. Kamsteeg ervaart dat ook zo:

Voor wat de toekomst betreft, heeft Chris een duidelijke boodschap aan Indonesië. Hij wil iedereen eraan herinneren dat een piano niet alleen blanke toetsen heeft, maar ook zwarte. Alleen als beide in ere worden gehouden, klinkt de muziek mooi.

De toekomst stemt nog steeds niet hoopvol. Mensenrechtenschendingen zijn er aan de orde van de dag en het grote geld regeert. Het blijft dus zaak om aandacht hiervoor te vragen en daarom is dit boekje toch belangrijk. Daarnaast is het een mooi monumentje voor een bijzondere vent.

Advertenties

1001004000009678
Soekarno President is deel twee van de omvangrijke biografie over de eerste president van Indonesië, geschreven door Lambert Giebels. Om direct met de deur in huis te vallen, de kwaliteit ligt in het verlengde van deel één, dus ook dit deel vond ik zeer de moeite waard.

Het helpt wel als je een beetje belangstelling hebt voor de regio en er in rondgereisd hebt, want in totaal is het meer dan 1000 pagina’s leesvoer, maar dan ben je ook aardig ingevoerd over de persoon Soekarno én in het ontstaan en de geschiedenis van Indonesië.

Soekarno is inmiddels president (dit boek beschrijft de periode 1950-1970)  en focust in beginsel op het buitenlands beleid van Soekarno en de Nieuw-Guineakwestie. Soekarno had ooit beloofd om Nieuw-Guinea in te lijven in zijn rijk en daar slaagde hij uiteindelijk in. Het wordt uitgebreid beschreven, evenals de talloze staatsbezoeken die Soekarno aflegt. Veel ervan waren bedoeld om support te krijgen voor deze kwestie. Veel, want hij gebruikte zijn staatsbezoeken ook voor een merkwaardig soort struisvogelpolitiek.

Soekarno had een broertje dood aan economie en binnenlandse moeilijkheden. Hij zag er geen been in om, bij problemen waar zijn aanwezigheid vereist was, langer in het buitenland te verblijven in de hoop dat alles wel zou overwaaien. Toch ging Soekarno ook met de binnenlandse politiek aan de haal en hij introduceerde de ‘geleide democratie’. Een vorm waarin de oppositie monddood werd gemaakt en het parlement zijn macht moest inleveren. Soekarno vertegenwoordigde de wil van het volk, gesteund door het leger.

Waar Soekarno succes boekte met de inlijving van Nieuw-Guinea, ging hij onderuit in de confrontatie met Maleisië. Het voert te ver om dit hier uit te leggen (meer informatie vindt u hier), maar de gekwetste trots van de president was hier een grote factor en dat maakt het boeiende lectuur. Dat geldt overigens voor de hele biografie. Soekarno was een charismatisch spreker, een promiscue flierefluiter (en liet zich daar in ieder gezelschap op voorstaan) maar ook een sluwe en soms opportunistische politicus. Zo is nooit duidelijk geworden wat precies zijn rol is geweest tijdens de coup van 1 oktober 1965, toen een aantal generaals werden vermoord. Het was wel het begin van het einde, want Soekarno verloor zijn macht en moest uiteindelijk de controle over het leger overdragen aan de opkomende generaal Soeharto. Dat deed hij op ontluisterende wijze, wetend dat zijn macht gebroken was;

De president…verscheen met zijn hemd uit de broek op een inderhaast belegde internationale persconferentie voor de camera’s. Op hoge toon verklaarde hij: ‘I, President of the Republic of Indonesia, Supreme Commander of the Indonesian allied forces, Great Leader of the Revolution, appoint hereby general Suharto…’ Om zich heen kijkend onderbrak hij zich zelf met de onnozele vraag: ‘Where is that man?’ – alsof hij wilde zeggen: wat meet die man zich aan?’ Toen Soeharto met een duistere blik enkele passen naar voren deed…ging Soekarno verder: ‘I appoint him as commander and as minister.’ Met een schaapachtig lachje sloot hij de benoeming van Soeharto…af met: ‘And that is all.’

Dat was het begin van de opkomst van Soeharto. De gezondheid van Soekarno ging achteruit en hij overleed op 21 juni 1970. Daarmee was zijn gedachtegoed nog niet ten einde, want zijn dochter Megawati zou later nog een drietal jaren president zijn van Indonesië.

Net als het eerste deel leest het boek prima door, als je een beetje over al die organen heen kunt lezen die opgericht en weer ontbonden werden. Er staat niet voor niets een lange afkortingenlijst achterin het boek. Giebels geeft tegen het einde van het boek een aardig slotbeeld van de persoon en president Soekarno. Dat gaat over zijn rol als rechtvaardige vorst waar behoefte aan was, die rol vervulde hij voor de gewone Javaan die niet zat te wachten op een parlementaire democratie. Zijn oratorische gave en charisma stelden hem in staat om deze leidersrol voor zich op te eisen, los van de instituten van de parlementaire democratie die er wel degelijk waren. Aan de andere kant bleef Soekarno revolutionaire leuzen roepen waar hij vervolgens hard achteraan holde, zoals “Vrijheid voor Irian” en “Naar de hel met je ontwikkelingshulp”. Dat helpt je als staatsman niet altijd per se verder. Er valt nog oneindig veel meer te vertellen, lees het vooral zelf, behalve het opmerkelijke feitje dat Soekarno dol was op het zingen van Nederlandse liedjes en het tappen van moppen. Voor dat laatste had hij een abonnement op De Lach. Ook dat staat in deze biografie en maakte het lezen ervan leuk.

be84eb29790c569592b56375251444341587343
Lambert Giebels heeft een uitgebreide biografie geschreven over de eerste president van Indonesië. Soekarno Nederlandsch onderdaan is het eerste deel en beschrijft de periode van 1901 tot 1950. Bijna 500 pagina’s dik en deel twee, dat de jaren 1950 tot 1970 beschrijft is nog net wat dikker. Het is dan ook niet alleen een biografie van Soekarno, het is ook de biografie van Indonesië zelf. Nu heb ik een beetje in dat land rondgereisd dus ik las dit boek met belangstelling.

Soekarno was een intelligente leerling die zich al snel voor politiek begon te interesseren. Hij werd gevormd door de eerste nationalistische partij, de Sarekat Islam, wiens voorzitter nog even zijn schoonvader werd. Hij schopte het tot ingenieur, maar zou al zijn tijd besteden aan politiek. Zijn doel was een onafhankelijk Indonesië en hij voorspelde al een grote oorlog in de Pacific, die voor Indonesië van belang zou kunnen zijn. Hij kon aardig voorspellen….

Hij kon ook aardig praten. Hij was een charismatische man die wel steeds driestere uitspraken deed, waardoor hij uiteindelijk gevangen gezet werd door het Nederlands gezag. Het valt ook te begrijpen waar zijn aversie tegen die Hollanders vandaan kwam. Uitspraken van Gouverneur-generaal De Jonge, een stereotype kolonialist, hielpen niet echt;

‘My predecessor made too many promises. I always preface my remarks to the nationalists with one sentence: “We the Dutch have been here for three hundred years; we shall remain here for another three hundred years. After that we can talk.”‘

In de gevangenis zien we ineens een andere kant van Soekarno. Hij schrijft maar liefst vier smeekbrieven om onder zijn straf uit te komen. Uiteindelijk wordt hij verbannen naar het eiland Flores. Daar schrijft hij de Pantja Sila, de vijf zuilen die tot op heden de staatsfilosofie van Indonesië vormen.

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Nederland heeft ineens een stuk minder te vertellen en Soekarno zoekt de samenwerking met de bezettingsmacht, met de Japanners. Daar komen ook de termen vandaan waardoor hij niet in een best daglicht staat bij ons. Collaborateur, de Indonesische Mussert enzovoort. Dat heeft twee kanten natuurlijk. Hij zocht de meest pragmatische weg naar onafhankelijkheid. Nederland ging hem die niet geven. Aan de andere kant zorgde hij voor tienduizenden arbeiders voor de Japanners, waarvan hij wist dat het gros niet zou terugkomen. Dat nam hij op de koop toe.

Ondertussen was Soekarno al aan zijn derde huwelijk toe, met de veel jongere Fatmawati. Giebels weet hierover zelfs een cliffhanger te schrijven;

Fatmawati had een vooruitziende blik. Maar als Soekarno de moeder van vier van zijn kinderen later inruilt voor de ervaren courtisane Hartini, zal hij ontdekken dat het dorpsmeisje uit Benkoelen zich heeft ontwikkeld tot een sterke persoonlijkheid, die het hem danig lastig zou maken, tot en met zijn politieke val toe.

Kijk, zo krijg ik zin om verder te lezen. Er volgt dan ook genoeg. De onafhankelijkheidsverklaring en het anarchisme van de Bersiap-periode. Dat laatste hield in het paraat staan ten opzichte van iedereen die “Merdeka” of vrijheid in de weg zou staan. Er volgden pogroms op de Chinese inwoners die er van verdacht werden met de Nederlanders te heulen. De Nederlanders voerden hun politionele acties uit en arresteerden Soekarno weer. Deze werd vernederd wat zijn haat alleen maar meer voedde. Hij kreeg uiteindelijk huisarrest bij het Tobameer op Sumatra, een oord waar hij overigens veel bewegingsvrijheid had en op zijn wenken bediend werd. Uiteindelijk werd hij na een wapenstilstand vrijgelaten en zou hij in 1945 de eerste president van Indonesië worden.

Een dik boek maar het is vlot geschreven, ik heb het achter elkaar uit gelezen. Het duizelt je af en toe wel van de partijen en organisaties die worden opgericht en weer ten onder gaan, maar daar kan je vrij makkelijk overheen lezen. Ik ga niet te lang wachten met deel twee.

9058818144.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Journalist Aad Kamsteeg is naar West-Papoea gereisd, tegenwoordig een provincie van Indonesië, en heeft daarover het boek Ooggetuige in Papua geschreven. De ondertitel is Verleden, heden en toekomst van een vergeten volk en dat trekt voorbij in zo’n 150 pagina’s én een bijgeleverde dvd.

Kamsteeg is al sinds de jaren zestig betrokken bij de Papoea’s en besloot om op een toeristenvisum naar West-Papoea te reizen om het verhaal van het land en zijn mensen op te tekenen. Op een toeristenvisum, omdat de vrije pers geen toegang heeft tot het land.

Eerst even resumeren. Nederland beloofde ooit de Papoea’s te begeleiden naar onafhankelijkheid maar heeft onder druk van de Verenigde Staten toegelaten dat Indonesië daar aan de macht kon komen. De zogenaamde “Daad van vrije keuze”, om wel of geen aansluiting bij Indonesië te zoeken was een aanfluiting zoals u kunt lezen in het boek van P.J. Drooglever. De inlijving bij Indonesië zorgt tot op heden ervoor dat de Papoea’s door een fors transmigratiebeleid een minderheid worden in eigen land. Daarbij worden de Papoea’s, ondanks allerlei geratificeerde verdragen, stelselmatig gedood, mishandeld en vernederd. U hoort daar weinig tot niets over in de media, vandaar dat “een vergeten volk” de lading goed dekt.

Kamsteeg reist het land door en praat met een groot aantal mensen. Met verzetsstrijders, met hulpverleners, met jonge goed opgeleide Papoea’s en met slachtoffers van het regime. Die persoonlijke verhalen maken ook direct de meeste indruk;

Naar buiten durft hij nauwelijks meer. Bijna drie jaar al niet. De geheime dienst heeft overal ogen en oren. Zelfs zijn directe buren weten niet dat hij op de vlucht is, ondergedoken…Zijn levensverhaal barst naar buiten, opgekropt als het kennelijk is…’Ik hoorde dat Densus 88 achter mij aan zat,’ brandt hij onmiddellijk los. ‘Omdat ik de Morgenster had gehesen. En ik had al eerder in de gevangenis gezeten. Nu wist ik dat het goed mis zat.’
Wacht even…Densus 88? Morgenster? Ja, Densus 88 zijn Indonesische troepen van Detachement 88, berucht onder de Papoea’s van westelijk Nieuw-Guinea…En de Morgenster? Dat is de vlag van de Papoea’s, voor hen symbool van onafhankelijkheid, maar voor Jakarta bewijs van verzet. Als je die vlag hijst…

Kamsteeg wisselt deze verhalen af met een beschrijving van de geschiedenis van Papoea en geeft aan de hand van thema’s als religie, gezondheidszorg, onderwijs en economie de huidige stand van zaken weer. Uiteindelijk wordt een blik naar voren geworpen. Is er een toekomst voor de Papoea’s, als zelfstandig, onafhankelijk volk met behoud van hun rijke tradities? De vooruitzichten stemmen somber. Allereerst moet er een dialoog op gang komen met Jakarta, waarin zowel Jakarta als de Papoea’s inbreng moeten tonen;

In de eerste plaats zou de immigratie van niet-Papoea’s moeten worden gestopt…Volgende eis is de terugtrekking van de militaire bezetting…Derde punt is dat…er respect komt voor verscheidenheid in etniciteit, cultuur, religie…Vierde eis is het functioneren van rechtbanken die niet corrupt zijn…en dat allemaal onder voorwaarde dat de Papoea’s niet alleen adviserende bevoegdheden hebben, maar binnen overeengekomen kaders zelf mogen beslissen.

Dit zijn voorwaarden om een start te maken. Van de Papoea’s zelf mag ook wat worden verwacht. Directe onafhankelijkheid, daar is niet iedereen voorstander van. Er moet een opgeleid kader zijn dat het land vooruit kan helpen. In die zin zouden er tussendoelen gesteld moeten worden als burgerrechten, scholing, gezondheidszorg en culturele eigenheid. Voorlopig lijkt het wachten op een machthebber waarmee in ieder geval de dialoog weer kan worden aangegaan.

Een nuttig boek dat, zoals de auteur aangeeft, geen verandering gaat brengen in de dramatische omstandigheden waarin de Papoea’s zich momenteel bevinden, maar wat hopelijk wel ertoe bijdraagt dat er in Nederland meer oog komt voor wat er met de Papoea’s gebeurt. Het enige minpunt; jammer van een aantal zetfouten en wat fouten in de genoemde jaartallen. Nauwgezet redigeren kan nooit kwaad.

Tot slot een persoonlijke noot; ik ben drie maal in West-Papoea geweest en ik ben, naast het prachtige land en de zee rondom, vooral getroffen door de bevolking. Ondanks alle ellende zijn het nog steeds trotse en positieve mensen met een unieke cultuur en ik hoop het land nog eens te mogen bezoeken.

Image

Ik had nog niets van Marion Bloem gelezen en Een meisje van honderd leek een prima keuze. Dat was het ook. Bloem neemt je een eeuw lang mee aan de hand van een Indische familie met als centrale figuur Moemie.

Moemie is een weeskind, geboren in 1906. Als de Nederlanders een slachting op Bali aanrichten wordt Moemie opgevangen door een inheemse vrouw. Moemie blijkt paranormale gaven te hebben en vindt later een tehuis bij een Indo-Europese weduwe, die graag van haar gaven gebruik maakt.

Met de familie van de weduwe raakt Moemie verbonden en dan worden we meegenomen door de tijd. Het is een grote familie en je moet er af en toe even bij blijven, want het vertelperspectief wisselt voortdurend, maar je krijgt zo wel een prachtig divers beeld van een Indische familiegeschiedenis van binnenuit.

Het is een rijk boek. Koloniaal verleden, de Wereldoorlogen, Japanse gevangenkampen tot aan de ineenstortende Twin Towers, alles passeert de revue. Moemie is de bindende factor. Zij voorspelt en voorziet en leert er mee omgaan tegen wil en dank. Haar tragiek is dat zij nooit echt de erkenning kreeg die zij verdiende. Ze sterft alleen in New York, maar mag van mij voortleven als één van de grote personages uit de Nederlandse literatuur.

suiker

Ik ben dol op kijkjes in het verleden. Dat kan via een geschiedenisboek, maar het is veel beter om geschiedenis in je handen te hebben.

Door wonderlijke wegen ben ik in het bezit gekomen van een deel van het Archief voor de Java Suikerindustrie uit de periode 1893 t/m 1897, alsmede het complete verslag van het Suikercongres, gehouden te Semarang van 3 tot 10 februari 1889. Je kan er maar om verlegen zitten.

Nu doe ik nog geen schep suiker in de koffie, dus ik heb me wel zitten afvragen wat ik moet met deze onverwachte schat. Uiteraard heb ik alles door zitten bladeren in de ijdele hoop een vergeten Multatuli-brief te vinden, maar afgezien van wat onleesbare krabbels in de verslagen door wie dan ook; niets van dat al.

Wat staat er wel in? Vooral veel tekst en statistieken. Prachtige verhandelingen over suiker- en alcoholvoering door organismen in verband met de verwerking der naproducten in de rietsuikerfabrieken, overzichten van het verloop der importatieplannen van vreemde rietsoorten op een eiland buiten Java, proefnemingen ter bepaling van het verbruik van irrigatiewater voor de suikerrietaanplant, neerslagmetingen in geheel Java, modelcontracten voor de verhuur van sawa’s door inlanders aan niet-inlanders en ga zo maar door.

Maar ook prachtige illustraties van ongediertes, dwarsdoorsnedes van aanplant, modellen en tekeningen van sappersen, suikkerrietfabrieken en ga zo maar door. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat droge tekst en nog drogere grafieken en tabellen veruit in de meerderheid zijn, maar die spaarzame verluchtigingen maken toch dat ik al die delen met plezier heb doorgebladerd.

Het verslag van het Suikkerrietcongres bevat de letterlijke weergave van de gesproken bijdragen van de deelnemers, inclusief de momenten van applaus. Er wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen applaus en daverend applaus of luide bijvalsbetuigingen. Leuk om door te lezen,  maar hier hoor je echt de stemmen uit een voorbije tijd spreken en dat vind ik eindeloos fascinerend.

Nogmaals, ik weet niet echt wat ik er mee moet, maar je houdt van boeken of niet. De suikerindustrie in Nederland heeft onbegrijpelijkerwijs geen belangstelling. Voorlopig bewaar ik het als een stuk tastbaar verleden van de Nederlandse geschiedenis, weggooien kan ik niet. Onderstaand een aantal afbeeldingen en tekst uit het archief, gewoon, voor leuk.

1

2
3
4
5
6
7
8
9

902533413X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

De Max Havelaar van Multatuli moet nu eenmaal in de literaire bagage zitten dus toog ik aan het werk. Eerst de biografie van Multatuli maar eens gelezen, wellicht geeft dat wat verdieping aan de zaak. Vervolgens zijn bekendste werk gekocht, waarvan de openingszin, Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht n˚ 37, wel in mijn geheugen zat gegrift. Waarschijnlijk krijg je dat als Nederlander mee in de genen.

Eerlijk gezegd moest ik er even in komen. Dat heeft te maken met de raamvertelling, waarbij heen en weer wordt geschakeld tussen de belevenissen van Max Havelaar, assistent-resident in Lebak en de commentaren van Batavus Droogstoppel, afgewisseld met illustraties zoals het verhaal van Saïdjah en Adinda en de parabel van de Japanse steenhouwer. Uiteindelijk is juist deze vorm wel hetgeen wat het boek zo sterk maakt. Kom ik nog op terug.

Dan het verhaal. De koffiemakelaar, Batavus Droogstoppel, krijgt een map met manuscripten van ene Sjaalmans met het verzoek deze uit te geven. Sjaalmans kent hij nog van vroeger, hij neemt de map door en laat de zoon van een Duitse kompaan het spul doorwerken. In die map zit het verhaal van Max Havelaar.

Max Havelaar is een deel Multatuli zelf en een deel fictie. Uiteraard gaat het in dit deel om de centrale boodschap, het recht op een menswaardig bestaan voor iedereen en de plicht van de gezagsdragers om voor dat recht op te komen. Nederland laat hier behoorlijk wat steken vallen en Max Havelaar is de eerste om dat aan te kaarten bij het bevoegd gezag. Herendiensten zijn normaal. Gazonnetjes worden om niet bijgehouden, karbouwen gevorderd en Nederland vaart er wel bij. De Indiër niet, die bouwt geen bestaan op. Het verhaal van Saïdjah en Adinda zegt hierin genoeg.

Het laatste deel boeide mij zeer omdat hierin de raamvertelling zijn waarde bewijst. Multatuli laat zijn karakters los. De inhalige Droogstoppel moet het veld ruimen, Sjaalmans wordt opzij gezet en Multatuli grijpt de lezer bij de lurven:

Ja ik, Multatuli ‘die veel gedragen heb’ neem de pen op. Ik vraag geen verschoning voor de vorm van myn boek. Die vorm kwam my geschikt voor ter bereiking van myn doel.
Dit doel is tweeledig:
Ik wilde in de eerste plaats het aanzyn geven aan iets dat als heilige poesaka zal kunnen bewaard worden door kleine Max en zyn zusje, als hun ouders zullen zyn omgekomen van ellende. Ik wilde aan die kinderen een adelbrief geven van myn hand.
En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden. Ja, ik wil gelezen worden! Ik wil gelezen worden door staatslieden, die verplicht zyn te letten op de tekenen des tyds…

Enzovoort. Het is een machtige roep om aandacht voor de toestanden in Indië. Zijn boek werd gelezen en deed velen wit om de neus worden. Er werden hem posities aangeboden als hij het boek terugtrok maar hij volhardde en het boek kwam uit.

Dat is ook alles wat een schrijver kan doen. Het boek veroorzaakte commotie maar uiteindelijk verandert er niet veel. Mensen blijven mensen en sommigen verrijken zich ten koste van anderen. We kunnen het wèl zien als een stevige terechtwijzing en dat houdt het boek verrassend actueel. Onderdrukking is aan de orde van de dag. Het wrange is dat Indonesië het nu niet anders doet in eigen land. Overal viert corruptie hoogtij en in West-Papua wordt ieder protest tegen een mensonwaardig bestaan de kop ingedrukt (stokpaardje).

Het boek Max Havelaar is wisselend ontvangen in Indonesië. De huidige regent van Lebak is een fan en heeft een hoofdstraat en zijn kantoor vernoemd naar de Nederlandse schrijver. Zie hiervoor het artikel van Dirk Vlasblom in het NRC Handelsblad. Voor wie het boek niet wil aanschaffen, de tekst staat integraal op wikisource. Toch wil ik ervoor pleiten: schaf het aan zodat de schrijver zijn doel bereikt; laat hem gelezen worden.