archiveren

Mallorca

Image

Het eiland van het tweede gezicht van Albert Vigoleis Thelen wordt de hemel in geprezen door niemand minder dan Maarten ’t Hart en door Thomas Mann. Dan moet het wat zijn toch?

In deze roman worden de avonturen van Vigoleis en Beatrice beschreven op het eiland Mallorca in de periode 1931-1936. Aanleiding is een bericht van de broer van Beatrice dat hij op sterven ligt. Dat geldt ook voor de moeder van Beatrice, maar de keus valt op broer die op Mallorca woont. Niets is minder waar, hij is springlevend en woont in bij een prostituée. Albert en Beatrice trekken even bij hen in maar daarna volgt een trektocht over het eiland. Ze wonen in bordelen, paleizen, armzalige pensionnetjes en verdienen de kost als reisleider of vertaler. Er komt een onwaarschijnlijke stoet van mensen langs; hoeren, filosofen, toeristen, generaals, schrijvers en handwerkslieden. Ze krijgen allemaal hun plaats in de “toegepaste herinneringen” van Vigoleis. Een handigheidje om je eigen verhaal te gebruiken, welke op punten toch best zou kunnen afwijken van de waarheid.

Dat maakt allemaal niet uit. Ook de talloze uitweidingen van de schrijver neem ik graag voor lief. Het is een ononderbroken stroom van vertellingen in een barokke schrijfstijl. Vind je het even niet zo interessant, geen nood, even verderop gaat het alweer over iets anders. Ik heb er van genoten. Een voorbeeld van de schrijfstijl in het volgende stukje, als de familie met de kleine dopeling Albert aan de haal gaat:

De enige die aandacht verdient is mijn peetoom, die zoals alle broers van de fles hield, maar verder boekbinder was, zonder de werken die hij inbond al te veel in te zien…Die vrolijke binder hield me ten doop, waarbij hij zijn naam aan me overdeed. Albert, dat betekent de van geslacht schitterende. Helaas heb ik van die schittering nooit iets bespeurd…Toen ik tot Gods kinderschare behoorde…vonden de doopgangers het hoog tijd worden dat de zegen ook over hen neerdaalde…Ze legden de dopeling op de tapkast en dronken.

Dat gaat zo nog even door tot het zwikje thuiskomt zonder de gekerstende, die lag nog ergens op een toog. Hilarisch zijn ook de verhalen over zijn reisleiderschap. Hij fantaseert er lustig op los en hoopt dat er niemand met meer kennis in de buurt is. Dat is ook wel het beeld dat bijblijft. De Duitse, soms stuntelige intellectueel, die het hoofd op Mallorca boven water tracht te houden. In zijn eigen woorden:

Bij mij was het wel jong geleerd, maar helaas altijd op het verkeerde moment gedaan

Dat levert uiteindelijk wel een prachtboek op, dat echt gelezen dient te worden. Iemand die een paraplu “Unkulunkulu” doopt, naar een Zoeloekoning en daar vervolgens nog een mooi verhaal van weet te maken is voor mij een topauteur.

Vertaling: Wil Boesten