archiveren

Maandelijks archief: januari 2017

9f9e3afcf83d10f59764a326e41444341587343
In mijn vorige bespreking over Büch had ik het over een fenomeen. Johan Cruijff is dat ook. Kort na zijn overlijden verscheen zijn autobiografie Johan Cruijff, mijn verhaal, opgetekend door sportjournalist Jaap de Groot. Omdat het boek maar een kleine 280 pagina’s telt, weet je dat het niet het complete verhaal is en dat klopt. De definitieve biografie moet nog geschreven worden. Het is een lange monoloog door Johan Cruijff zelf, waarin hij met zevenmijlslaarzen door zijn leven heen loopt en en passant complimenten uitdeelt en met mensen afrekent. 

Is het daarmee lezenswaardig? Zeer zeker. Cruijff is altijd onnavolgbaar geweest in zijn uitspraken en redeneringen en de verdienste van dit boek is dat de stem van Cruijff helemaal doorklinkt. Je hoort hem vertellen. Verder kom ik zaken te weten waarvan ik niet op de hoogte was, zoals het feit dat Cruijff een prima honkballer is geweest, en dat hij het Wereldkampioenschap van 1978 heeft gemist vanwege de overval op zijn gezin kort daarvoor.

Cruijff is een eigenheimer (zijn eigen woorden) en dat zorgt voor nogal wat conflictsituaties. Met Rinus Michels, Frank Rijkaard, het bestuur van Ajax en Barcelona enzovoort. Michels loopt bijvoorbeeld als een rode draad door zijn leven heen en is belangrijk voor Cruijff geweest, maar is ook degene geweest die hem het bondscoachschap door de neus boorde. Het enige waarvan Cruijff spijt heeft in zijn carrière.

Cruijff was ook iemand van de oude stempel. Moderne technieken zoals doellijntechnologie waren niet aan hem besteed. Cruijff:

Want voor jou is een bal over de lijn, maar voor mij niet. Dus gaan wij na afloop van de wedstrijd naar een bar en beginnen daarover te discussiëren. Het maakt niet uit wat je zegt, maar er gebeurt iets. Er is sfeer. Er wordt gepraat en er wordt een borrel bij gedronken. Stel dat er iemand is die op tv laat zien dat die bal niet uit was, dan is de hele discussie weg. Het leukste van discussiëren over voetbal is dat iedereen kan zeggen wat hij wil. En hij heeft altijd gedeeltelijk gelijk.

Een groot deel van het boek gaat over zijn drijfveren achter de voetbalveldjes die hij financierde en over de Cruyff Foundation. Deze is opgezet met het doel om kinderen, ook met een beperking, te laten sporten. Zijn eigen filosofie is daarbij leidend, naar Amerikaans model, gedacht vanuit de sporter. Boeiend om te lezen. Maar de grote verdienste van dit boek blijft de stem van Cruijff zelf, hij mag eigenheimer zijn zoveel hij wil. Hoor hem spreken;

Er is geen mens die in het voetbal meer van tactiek, techniek en jeugdopleiding weet dan ik. Dus waarom discussieer je met mij? Zinloos. Je kunt het alleen maar fout doen. Dus luister naar mij. Doe er je voordeel mee. Hoe groot kan je ego zijn als je dat niet inziet?…Intussen werd ik niet door iedereen begrepen. Als voetballer, als coach en ook daarna. Maar goed, Rembrandt en Van Gogh werden ook niet begrepen. Dat is wat je leert: je bent net zo lang gestoord tot je een genie bent.

Was getekend, Johan Cruijff.

Advertenties

art-654_boudewijn
Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch is de biografie van Eva Rovers over dichter, schrijver, televisiemaker en fenomeen Boudewijn Büch. Ik keek er al even naar uit en dat heeft te maken met die laatste kwalificatie, fenomeen. Ik kom er op terug.

Boudewijn en ik gaan al even terug. Ik zag zijn boekprogramma op televisie en ik ben met hem meegereisd naar alle uithoeken van de wereld. Al die afleveringen van “De wereld van Boudewijn Büch” heb ik op dvd én ik bekijk ze nog. Ja, hij heeft mij ook aan Goethe gekregen, ik heb een rijtje in de kast staan. Ik mocht hem dus graag zien en horen en was bedroefd toen hij in 2002 overleed. Nu heb ik ook een rijtje Büch in de kast staan en dat is allemaal non-fictie. Daar begint de ellende al.

Büch, zo blijkt uit dit boek, wilde gedichten schrijven en eigenlijk een meesterwerk. Die gedichten schreef hij ook en hij schreef romans, waaronder enkele succesvolle ook. Maar, hij wist dat hij geen meesterwerk à la Goethe ging schrijven. Hij bouwde een leven om zich heen, gevoed uit een tragische jeugd en waar nodig liet hij feiten en fictie in het dagelijks leven door elkaar heen lopen. Na zijn overlijden kreeg Büch bakken kritiek over zich heen voor dat laatste. Hij was een fantast, leugenaar en een egocentrisch persoon. Rovers probeert met dit boek hier nuance in te brengen en slaagt daar in. Kom ik ook op terug. Het helpt dat zij als eerste toegang kreeg tot de archieven van Büch om gedurende vijf jaar haar onderzoek te doen.

Geen meesterwerk dus, maar schrijven kon hij wel. Lezen en feiten verzamelen ook. Hij schreef talloze columns over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hij gebruikte zijn eigen leven als dankbare bron. Hoewel hij verschillende vriendinnen had gaf hij aan homo te zijn en koketteerde met pedofilie. Niet zozeer uit overtuiging, wel om opschudding te veroorzaken. Büch beweerde dat hij een zoon had én en dat deze was overleden en veinsde dat hij kanker had. Als iemand te dichtbij kwam en te lastige vragen stelde, verbrak hij rigoureus de vriendschap. Je was voor of tegen hem.

Ondertussen werd hij bekender en verschoof langzaam het accent van de literatuur naar de bibliofilie. Büch kocht grote aantallen boeken, vaak op rekening, en maalde niet echt om betaling ervan. Belastingaangifte deed hij ook niet, wat uiteindelijk tot een faillissement leidde. Gelukkig stegen zijn inkomsten door het televisiewerk dat hij kreeg, zodat zijn faillissement opgeheven werd en hij uiteindelijk behoorlijk ging verdienen. Om er uiteindelijk nog meer boeken en parafernalia van te kopen.

Wat ik hierbij zo mooi vind, is dat hij hierin volkomen zijn eigen weg ging. Zijn bibliotheek was een werkbibliotheek. Hij had wel zeldzame boeken, maar het gros van zijn aankopen werd gedreven door interesse voor het onderwerp. Hij hing posters naast dure zeefdrukken. De buste van Elvis Presley stond gebroederlijk naast die van Goethe. Al dat moois leidde wel tot een chronisch ruimtegebrek. Boudewijn Büch;

‘Ik word hier dus volstrekt, helemaal getikt van. En waar gaat het om? Om vijftienduizend boeken, waarvan er honderdvijftig echt bibliofiel zijn. De rest van die boeken is alleen maar om aan te tonen dat die honderdvijftig bibliofiel zijn. Dus je hebt een enorme hoop ellende aan je kop om te weten dat je honderdvijftig mooie boeken hebt.’

Gedreven in zijn werk, populair overal waar hij kwam, maar uiteindelijk werd zijn leven steeds lastiger om te leiden. Hij had zoveel verzonnen over zijn leven en zijn afkomst dat het moeilijk werd om alles vol te houden.

Omdat hij de büchiaanse komedie met evenveel verve voor vrienden en familie opvoerde, verdween hij ook in zijn persoonlijke leven steeds meer in de rol die hij speelde. Dat vervreemdde hem van zijn omgeving, en zorgde er tegelijkertijd voor dat zijn eenzaamheid steeds reëler en dieper werd, wat zijn treurige personage alleen maar geloofwaardiger maakte.

Hij trok zich terug in zijn huis waar hij uiteindelijk op 53-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed. Er kwamen een man of twintig op zijn begrafenis.

Dus, hebben we te maken met een dichter, een schrijver, een presentator, een fantast, een leugenaar? Met allemaal natuurlijk. Büch heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt door alles wat hij verzonnen heeft, maar heeft het wel tot het uiterste toe doorgevoerd. Rovers laat zien waar hij uit de bocht vloog met de waarheid, maar geeft ook aan dat hijzelf de eerste was om dit toe te geven. Meerdere malen heeft Büch aangegeven dat hij zaken verzon, meerdere malen deed hij geloven dat alles autobiografisch was. De nuance is er dus en ik deel de kritiek niet van Maarten ’t Hart als zou er een boek naast geschreven dienen te worden, waaróm Büch alles verzon en zijn vrienden bedroog;

Bij Barend & Van Dorp sprak ex-vriendin Loan Son haar verbazing uit over de nadruk die werd gelegd op de waarheid. Dat was volgens haar sowieso iets subjectiefs, maar mensen zagen bovendien over het hoofd dat Büch bewust met de waarheid speelde. ‘Bij Boudewijn liepen waarheid en niet-waarheid gewoon door elkaar heen,’ zei ze met een spottende blik die verried dat ze niet begreep waar iedereen zo moeilijk over deed. ‘Dat zei hij ook heel nadrukkelijk. Dat heeft hij ook aan mij geschreven,’ waarop zij een brief pakte en voorlas: ‘Ik heb er een hele roman over geschreven om jou te zeggen dat ik een man ben van emballage, verpakkingen en instanties & dat daarachter de literatuur – die niet anders dan werkelijk is – ligt. Zo ik iets ben, ben ik letterkunde.’

Dit is voor mij reden genoeg, hoewel ik vraagtekens zet bij de manier waarop hij met goede vrienden omging. Hij was volgens eigen zeggen letterkunde en daar ligt zijn tragiek. Ik was en ben nog steeds niet geneigd om zijn romans te lezen. Des te meer zijn non-fictie. Ik laat mij graag geselen door een spervuur aan feiten over eilanden, Goethe, dodo’s, pinguïns, de coelacanth, de Rolling Stones en Napoleon. Die tragiek, gecombineerd met een verzonnen leven en een niet-aflatend enthousiasme over zijn interesses en passies, maken de man voor mij tot een fenomeen waarover ik met veel plezier dit boek las.

Het is een vlot geschreven autobiografie met een uitgebreid notenapparaat. Omdat de noten vaak wat toevoegen moet je wel vaak achter in het boek bijlezen, ik heb ze liever onder de tekst staan, dat leest makkelijker door. Büch was een absolute muziekfreak, dus de auteur heeft een muzieklijst samengesteld met nummers die belangrijk voor hem waren. Een mooie meerwaarde in een heerlijk boek.