archiveren

Verhalen

FullSizeRender
Verhalen van liefde, waanzin & dood van de Uruguayaanse schrijver Horacio Quiroga (1878-1937) is een bundel van 10 verhalen, waar je in zo’n 120 pagina’s al doorheen bent. Ik was door Jeroen Brouwers op die bundel gewezen en het was een plezier om hem te lezen. Hoewel, plezier? De titel doet wellicht anders vermoeden, dus ik licht het toe.

Horacio Quiroga heeft het aardig voor de kiezen gekregen in zijn leven. Zijn vader doodde zichzelf per ongeluk op een familie-uitje. Twee van zijn broers overleden jong en zijn stiefvader pleegde zelfmoord. Hij schiet zijn vriend per ongeluk dood als hij het duelleerspistool van die vriend controleert. Uiteindelijk pleegt hij ook zelfmoord, net als na hem zijn oudste dochter en zoon.

Ziedaar de basis voor dit boek en de titel die ik dit stukje meegeef. In negen van de tien verhalen gaat er iemand dood en dat is het centrale thema in veel van Quiroga’s werken. Ze spelen zich af in de ruige natuur waarin hij zelf ook gewoond heeft. De dood kan er ieder ogenblik toeslaan, in wat voor vorm dan ook.

Quiroga schreef wat romans, kinderverhalen en poëzie, maar hij was de onbetwiste meester van het korte verhaal. Hij schreef er meer dan 200 en de vertaler heeft met deze 10 verhalen de, naar eigen zeggen, mooiste verhalen bijeengebracht.

Wat te denken van het gezin met vier idiote zonen en een gezonde dochter. Een prachtig verhaal waarin de zonen getuige zijn van het slachten van een kip. Dat is meteen slecht nieuws voor de dochter, dat voor hun ogen op een muur wil klimmen;

Maar er was leven gekomen in de blik van de idioten; in hun starende pupillen lag nu een identiek, hardnekkig licht…Traag liepen ze naar de muur…Beneden joegen de acht ogen die in de hare priemden haar angst aan…

Een sterk verhaal is ook De zonnesteek, waarin de honden van Mister Jones zijn dood voorvoelen en De Dood ook zien. Of de man die op een adder trapt en tegen beter weten in hulp probeert te zoeken met zijn kano. Of die man die iedere dag op zijn grond dezelfde routine doet, behalve die dag dat hij per ongeluk in zijn machete valt die in zijn buik dringt;

Wat is er dan aan de hand? Is dit niet gewoon, net als anders, het einde van de ochtend in Misiones, in zijn oerwoud, op zijn grasweide, op zijn dun beplante bananenplantage? Zonder twijfel!…Er is niets veranderd, niets. Alleen hij is anders. Sinds twee minuten heeft zijn wezen, niets meer te maken met de grasweide die hij zelf in vijf achtereenvolgende maanden met zijn hak heeft gemaakt; noch met de bananenplantage…Noch met zijn gezin. Op bruuske, natuurlijke wijze is hij weggerukt door een glimmend stuk schors en een machete in zijn buik.

Ook prachtig, of triest zo u wilt, de weduwnaar wiens enige zoon alleen gaat jagen in het oerwoud. U raadt het al, alleen hallucineert de man dat het goed afloopt. Prachtige verhalen die je in een avondje uitleest en waar ik dan toch plezier aan beleef.

Vertaling; Maarten Steenmeijer

 

Advertenties

fullsizerender
Ik schaf weinig boekjes aan uit de 19e eeuw, maar de aanschaf van Drie Novellen van Elize Baart had een reden. Dat staat hier uitgebreid beschreven, dus laat ik hier ingaan op het boekje zelf.

De schrijfster is 24 jaar als dit boekje in 1878 wordt uitgegeven. Het is een jaar voor haar dood. Het telt 151 pagina’s en de novellen Lucien, Graaf de Lomonde, Als kinderen en als menschen en Mariëtte. Nu ben ik weinig bekend met de 19e eeuwse literatuur, maar het lijkt mij opgeschreven door een kind van haar tijd. Hoogromantisch, vol pathos en drama en het las nog eens lekker weg ook.

Lucien is een verwende graaf die zijn oog laat vallen op Marianne, de stiefdochter van zijn trouwe tuinman Govert. Zij vertrekt met de graaf naar Brussel, waar zij een kind van hem krijgt. Liederlijk als hij is laat Lucien al snel zijn oog op een andere vrouw vallen en vergeet Marianne. Marianne verliest haar zinnen en belandt in het gesticht, hun kind overlijdt. Als Lucien terugkeert op zijn kasteel bezoekt een aanvankelijk wraakzuchtige Marianne hem op zijn sterfbed;

Ze staarde op het lijk. Wie zal zeggen wat er in haar ziel omging? – Ze staarde, staarde, staarde tot haar oogen door tranen beneveld werden; tot haar knieën knikten en ze snikkend op het lijk neerviel, met vergeving en liefde in haar hart! De dood had verzoend wat het leven had gescheiden.

Echt bezorgd dat ik een spoiler weggeef ben ik niet, het boekje is amper meer te vinden, ik vond maar één exemplaar op internet en dat heb ik nu. Het tweede verhaal gaat over twee kinderen die samen opgroeien, Mèla en Steven. Zij in een rijk gezin en hij in een arm gezin. Hun wegen scheidden zich als zij naar Brussel gaat. Ze zien elkaar nog eens maar;

De slang der ijdelheid had haar voor ’t eerst gekust en haar van kind tot vrouw gerijpt. Maar ’t gif was nu nog zonder kwaad; ’t verruimde en ’t verwarmde nog het hart en gaf meerder levensvreugd en kracht! Het zoet ging voor; – het bitter zou te zijner tijd wel komen!

Oei, een cliffhanger ook nog. Mèla wijst Steven af en schopt het tot gravin. Later ziet ze Steven optreden als gevierd zanger. Ze heeft spijt en wil hem ontmoeten maar dat loopt niet goed af. Uiteindelijk verlaat ze haar man en al haar bezittingen om naar Steven op zoek te gaan en bij hem te blijven. Ze vindt hem terug, u voelt hem al, als lijk. Hij heeft zojuist zichzelf uit verdriet verdronken.

De laatste novelle is er net zo één. Mooie, tengere Mariëtte woont samen met grote sterke Victor in Parijs. Intens gelukkig zijn ze in hun eenvoudige huisje. Toch is er onrust in Parijs en ja hoor, Victor moet onder de wapenen. Mariëtte is ontroostbaar;

De klok der Notre-Dame sloeg langzaam en plechtig het uur van vertrek. ’t Was of hun doodsklok luidde. Ieder slag trof hen, zooals een schop aarde op de doodkist van een geliefde doode, treft. De laatste was de genadeslag. Stuiptrekkend trok ze haar handen van zijn schouders af, en viel met een kreet, die luid en schel in alle kanten van het huis weêrklonk, machteloos op den grond!

Hij vertrekt en Mariëtte, gek van verdriet, gaat hem uiteindelijk zoeken in Duitsland, waar hij krijgsgevangen zou zijn. Daar belandt ze, jawel, in het gesticht. Uiteindelijk keert ze terug naar Parijs om hem te zoeken maar vindt zijn naam op een dodenlijst. Zij gelooft het niet en struint dakloos de straten af, op zoek naar haar geliefde. Op straat zal ze ook sterven.

Voilà, een portie romantiek en ellende in kort bestek. Het zal dan wel geen hogere literatuur zijn en ik ben eigenlijk per ongeluk tot dit boekje gekomen, maar heb het met plezier gelezen.

9029505656-01-_sx450_sy635_sclzzzzzzz_
Een boek van Maarten ‘t Hart lezen is altijd een beetje thuis komen. Dat was ook zo met
De moeder van Ikabod & andere verhalen. Achttien verhalen in tweehonderdrieëntachtig pagina’s, dan weet je dat het lekker doorleest. Ik heb het grootste deel van zijn oeuvre gelezen, vandaar dat ook deze verhalen vertrouwd aandoen. Zijn stokpaardjes komen er allemaal in voor; zijn Bijbelkennis (hoewel zelf een afvallige gelovige), kennis van de natuur en van de klassieke muziek, het heeft allemaal weer een plaats.

Zo weet ik uit eerdere verhalen dat ’t Hart een platenclub heeft, waarin vrienden een klassiek werk opzetten en waarin werk en componist geraden moeten worden. Die platen haalden ze onder meer bij ambassades vandaan, zo ook de Russische. Prompt kwam er een nieuw lid de club binnen;

Blijkbaar vond de BVD het zo verdacht dat wij de ambassades uit landen aan gene zijde van het IJzeren Gordijn frequenteerden, dat ze het gewenst achtten ons met een infiltrant op te schepen…Maar hij wist niets, raadde nooit iets, doch bleef trouw komen, en nodigde ons ook gul bij hem thuis uit…Dus de infiltrant hebben wij goedmoedig geduld, en van zijn wijn hebben wij genoten.

Er staan dit keer ook wat verhalen in met wat zwaardere ondertoon, zoals het verhaal waarin hij wordt verdacht van de aanranding van een bakkersdochter, of waarin hij wordt gedwongen door een groep jongens een slager te overvallen. Dat kende ik eigenlijk niet van hem (of ben het vergeten, ik las zijn werk ongeveer twaalf jaar terug). Toch, de vrolijke en lichte toon overheerst.

Zo moet hij een Duitse filmploeg uitleggen hoe hij het spek op zijn spekpannenkoek wil hebben. Van een scharrelvarken dus, maar maak het maar eens duidelijk;

‘Het spek,’ zei ik, ‘moet dan wel afkomstig zijn van…’ En toen raakte ik in de moeilijkheden, want wat is ‘scharrelvarken’ in het Duits? Het Duitse woord voor een meisje met wie je scharrelt is Flittchen, maar was het dan Flittchen-färkelchen?

Ik hoor het hem zeggen en dat geldt ook voor de discussies die hij heeft met de voorgangster in de kerk in Warmond, die natuurlijk Ilonka de Priester heet. Hij valt in als organist op een snikhete dag en wat gebeurt er; er komt geen ziel opdagen voor de dienst. Maarten is er, de voorgangster en twee dames van de kerk. Houden we nu wel of geen dienst? De gesprekken die hij voert zijn ’t Hart ten voeten uit;

‘De dienst kan toch gewoon doorgaan,’ zei ik, ‘er zijn twee gemeenteleden en één dominee, en Jezus zegt: waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, ben ik in hun midden.’…”Er is,’ zei ik jolig, ‘zo’n mooie gelijkenis van Jezus over het bruiloftsmaal, Mattheüs 22 geloof ik, er daagt niemand op bij die maaltijd en dan zegt de koning: ga naar de kruispunten en sleep iedereen vandaar naar binnen. Wat let ons om dat ook te doen’…

Een heel prettig boek om te lezen en als klassiek muziekliefhebber doe ik weer een paar mooie tips op.

9072603877-01-_sx450_sy635_sclzzzzzzz_
Een boek met 335 zeer korte verhalen in 657 pagina’s. Dat moet lekker weglezen, zo dacht ik in mijn vakantie. Toch wist ik in eerste instantie niet goed raad met dit boek, Vijf bijlen van A.L. Snijders.

Het las namelijk helemaal niet zo snel weg. De verhalen zijn kort, soms zeer kort, maar niet altijd rechttoe, rechtaan. Ik moest even wennen aan de schrijfstijl. Mede daarom heb ik toch mijn tijd genomen en er anderhalve maand voor uitgetrokken. Met resultaat.

Waar zit hem dat nu precies in? De verhalen van Snijders zijn, anders dan columns die vaak over een concreet onderwerp gaan, meer meanderende gedachtestromen. Soms begint een verhaal heel concreet, maar komt er meteen een gedachte vrij;

Mijn jongste zoon heeft een vriendin (zou ik ook  kunnen schrijven ‘zijn vriendin heeft mijn jongste zoon’?)

Terwijl de auteur heel goed weet dat hij dat mag schrijven, want elders geeft hij aan dat dat precies is wat hij doet. Er hoeven geen diepe lagen te zijn, het mag aan de oppervlakte, zijn verhalen zijn wat ze zijn.

Toch volg ik hem niet altijd, wat overigens prima is. Ik lees ook poëzie die ik niet altijd kan duiden. Zo presteert hij het om in het verhaal Droog Brood (18 regels) te verhalen over een jongen, die werkt op een flessenfabriek (op?) maar gaat reizen naar China, met oversteek naar Tasmanië. Weinig geld heeft hij, hij eet veel droog brood. Even later bevinden we ons bij de kassa van Casino Géant in Nevers waar iemand een Senseo-apparaat (Nederlandse uitvinding) staat af te rekenen, waarbij de makers van de documentaire Hiroshima mon amour Nevers beschouwen als het middelpunt van Frankrijk én van Franse burgerlijkheid. Bent u er nog?

De verhalen staan vol van die twisten en kronkelingen. Na verloop van tijd raakte ik gewend en werd echt benieuwd naar het volgende verhaal. Soms grijpen de verhalen terug op elkaar. Het zijn uiteindelijk autobiografische verhalen, waar ik eerst dacht te maken te hebben met louter fictie. Om een indruk te krijgen van de stijl, neem ik een prachtig verhaaltje op dat mij na aan het hart ligt qua onderwerp;

ARGUMENT

In een ziekenhuis in Deventer rijdt een benauwde jongeman van 31 jaar in een rolstoel. Hij heeft een ziekte die zijn longen opvreet, hij weet al 20 jaar dat hij jong zal sterven. Op zondag mogen de gelovigen naar de ziekenhuiskerk. De meeste patiënten op de zaal van de jongen bezoeken de dienst, hijzelf gaat niet, hij gelooft niet in God. Zijn argument: er zijn zoveel klootzakken die oud worden.
  Ik vind het een eenvoudig en goed argument, zakelijk en praktisch, zoals een goed stuk gereedschap. Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, vind ik ook mooi, maar meer iets voor de poëzie, niet geschikt voor het dagelijks leven.

8bd185406dff5da596d43756b41444341587343
Ik werd door Joost Zwagerman gewezen op het boek Verlost van vleselijke verlangens van Nathan Englander. Daarin sprak hij over een verpletterend openingsverhaal, duizelingwekkend resultaat en onnavolgbaar verhaal. Dan wordt ik nieuwsgierig en ik schafte mij het boek aan.

Ik ga niet helemaal mee in de superlatieven van Joost, maar het zijn mooie, korte verhalen. Negen verhalen binnen 200 pagina’s, allen gesitueerd in een joods-orthodox milieu, op verschillende plaatsen in de wereld en steeds tegen een andere achtergrond.

Het verhaal waar Zwagerman zo lyrisch over was gaat over de laatste dagen van een groep krijgsgevangenen die allen op hun executie wachten. Lastig om dat in een kort verhaal te wurmen, maar Englander doet dat en slaagt ook wat mij betreft. Niet alle verhalen bekoren mij. Ik zit mij nog steeds een beetje af te vragen wat de pointe is van het verhaal De Hereniging over een aantal psychiatrische patiënten, maar een aantal andere verhalen zijn prachtig.

Zo is er de witbebaarde chassied die ontslagen wordt als freelance joodse kerstman of de Amerikaan die in een taxi ineens bedenkt dat hij joods is, daarmee zijn vrouw tot wanhoop drijvend;

‘Ik doe je wat,’ zei ze. En hoewel ze kleiner was, had ze hem al overeind gezeuld. Charles liep achter haar aan naar de vestibule.
‘Wat is dit?!’ gilde ze, terwijl ze de deur openrukte.
‘Een mezoeza,’ zei hij. ‘Als je dat tenminste bedoelt.’ Hij wees op een klein metalen kokertje dat aan de deurpost was gespijkerd. ‘Dat moet ik hebben,’ zei hij. ‘Ik moet het kussen.’

Men tracht het uit te praten met rabbijn en psychiater boven een kosjere maaltijd en of dat lukt…Soms zware onderwerpen, soms een lichtere toets in de verhalen. Er staan een paar mooie zinnen in het boek die bijblijven en daar houd ik van, zeker in het bestek van een kort verhaal (hij stond bij de ark om een nieuw peertje in het eeuwige licht te draaien).

Mooi is ook het verhaal van de Jeruzalemse chassied wiens vrouw hem de echtelijke sponde weigert, waarna hij bij zijn rabbijn te rade gaat;

‘…Ze is mijn vrouw. Ik mis haar. En ik ben ook maar een mens. Met menselijke driften. Het is onmogelijk voor me om niet aan haar te willen zitten…Ik lijd hevig onder de verlangens waarmee ik ben behept.’
‘Juist, ja,’ zei de rabbijn. ‘De verlangens zijn te hevig geworden.’
‘Ondraaglijk. En om dan voortdurend iemand om me heen te hebben van wie ik zo veel houd, naar wie ik kan kijken maar die ik niet kan aanraken – dat is alsof je door de hemel zweeft in een luchtbel uit de hel.’

Uiteindelijk krijgt de arme man toestemming om in Tel Aviv een prostituee te bezoeken en wordt beloond met een druiper…Het boek sluit af zoals het begon, weer met een indrukwekkend verhaal, nu over Jeruzalem in de uren na een bomexplosie. De moeite waard om te lezen.

Vertaling; Nicolette Hoekmeijer

7c4500e2440d94359786a6d5767444341587343

Het goud van Tomás Vargas van Isabel Allende is een verhalenbundel. De verhalen worden voorgedragen door Eva Luna, één van haar hoofdpersonen, als een Zuid-Amerikaanse Shéhérazade. Drieëntwintig verhalen binnen 266 pagina’s. Eigenlijk niet iets om achter elkaar te lezen, wat ik natuurlijk wel heb gedaan.

Want het zijn mooie verhalen met stuk voor stuk een brok tragiek in zich. Soms ragfijn, soms hartverscheurend. De personages zijn vaak memorabel. Zo is daar Belisa Crepusculario. Zij verkoopt woorden. Zij is daar zo goed in, dat zij door de lokale machthebber opgebracht wordt om de redevoering te schrijven die hem tot machthebber moet maken;

Ze verwierp de norse, droge woorden, de al te bloemrijke, de woorden die verbleekt en door gebruik versleten waren, de woorden die zinloze beloftes inhielden, woorden die geen waarheid bevatten of verwarrend waren, om ten slotte alleen die woorden over te houden die in staat waren de gedachten van de mannen en de intuïtie van de vrouwen met zekerheid te treffen.

Met die toespraak komt het wel goed, maar de potentaat komt van een koude kermis thuis. Zo draaien de meeste verhalen om de verhouding tussen twee of drie mensen. Amadeo Peralta, die Hortensia in zijn kelder gevangen houdt. De oudere dokter Sánchez, die de jonge Ester Lucero geneest en niet meer van haar loskomt. Kindse Maria, de beroemde hoer die haar zoontje verloor op zee. Nicolás Vidal, die zijn leven verliest door Casilda, de vrouw van de rechter. Er trekt een bonte stoet aan personen door de verhalen, waarvan het duidelijk is dat ze allen in Zuid-Amerika spelen. Daar zorgt Allende voor met haar prachtige beschrijvingen.

Hoe meer ik blader in het boek voor deze bespreking, des te meer waardering krijg ik er voor. Je wilt nog vertellen over het door de jungle overwoekerde Paleis van de Verbeelding. Of over de tragische geschiedenis van Dulce Rosa die een relatie aangaat met de moordenaar van haar vader. Of over de indiaan Walimai, die een vrouw moet doden om aan haar wens te voldoen;

Ik bracht mijn oor dicht bij haar mond en ze fluisterde haar naam. Ik prentte die tweemaal in mijn hoofd om helemaal zeker te zijn, maar ik sprak hem niet hardop uit, want om hun rust niet te verstoren mag men de doden niet bij name noemen, en zij was dood, hoewel haar hart nog klopte…haar lichaam stierf zonder strijd, zoals baby’s sterven.

Het is niet anders, er wordt nogal wat afgestorven in dit boek. Het laatste verhaal is ook van grote schoonheid. Fotograaf blijft bij meisje dat vastzit in de modder. Al is het maar dit verhaal, dat moet eigenlijk gelezen worden.

Vertaling:Giny Klatser

2160b73b2efcf105932336a5241444341587343

Ik ben liefhebber van de schrijfsels van Umberto Eco, dus Op reis met een zalm kocht ik even snel ergens voor een euro. Het zijn een aantal columns, voornamelijk uit de jaren tachtig, die Eco schreef voor het weekblad Espresso.

Het zijn stukken met een instructief karakter, meestal ironisch van toon. Bij het lezen van de titels kreeg ik er al zin in:

– Hoe reis je met een zalm
– Hoe wordt je een Maltezer ridder
– Hoe gooi je telegrammen in de prullemand
– Hoe vermijd je over voetbal te praten
– Hoe gebruik je het beletselteken 

En ga zo maar door, 35 in totaal in een bestek van 110 pagina’s. Het is zo gelezen maar ik heb er van genoten. Eco laat een fijnzinnig absurdisme zien in zijn verhalen, zoals in de column Hoe vermijd je besmettelijke ziektes;

Draag er zorg voor dat je niet wordt ontvoerd door Sardijnse herders of terroristen: ontvoerders gebruiken doorgaans een en dezelfde kap voor meerdere gegijzelden…zorg dat je niet verzeild raakt in gebieden die getroffen zijn door atoomkoppen: bij het zien van de atomische paddestoel is men geneigd ‘mijn God’ mompelend de handen voor de mond te slaan (zonder ze gewassen te hebben!). Tot de groep met een verhoogd risico behoren bovendien stervenden die het crucifix kussen; ter dood veroordeelden (indien het mes van de guillotine voor gebruik niet behoorlijk gedesinfecteerd is).

Eco gaat af en toe lekker met zichzelf aan de haal. Dat het wat gedateerd aandoet af en toe (een fax is zo handig omdat je direct allerlei tekst en plaatjes kan versturen…) mag hem de pret niet drukken. Hij ironiseert er op los, geeft tegendraadse instructies en is geestig. Volg je zijn tips op om een bibliotheek in te richten, je zult geen boek uitlenen. En alleen Eco kan een betoog eindigen over hoe je een ijsje moet eten met de zin:

De moraal van die tijd eiste dat we allemaal Spartanen waren, en die van vandaag dat we allemaal Sybarieten zijn.

Vertaling:  Yond Boeke en Patty Krone