archiveren

Russische literatuur

e9dda623dc6d83659364b435351437641414141
Verzamelde werken Deel 2 van Fjodor Dostojewski bevat vijf verhalen die verteld worden in ruim 630 pagina’s. Dostojewski schreef Witte nachten in de zomer van 1848; aan Njetotsjka Njezwanowa werkte hij in 1849, maar de roman bleef door zijn arrestatie en veroordeling tot vier jaar dwangarbeid onvoltooid; Een kleine held schreef hij in 1849 in de gevangenis; de overige twee verhalen, Oom’s droom en Het dorp Stepantsjikowo en zijn bewoners ontstonden in de jaren 1856-1859, toen Dostojewski weer een vrij man was.

Ik werd niet door alle verhalen evenveel geboeid. Witte nachten gaat over een zesentwintigjarige dweper met weinig vrienden, die een vriendschap aangaat met een dame, op voorwaarde dat hij niet verliefd op haar wordt. Niet mijn verhaal, het staat wel heel erg bol van verdriet, wanhoop en onduldbare smart. Dat kan in een Russische roman, maar dit verhaal is maar 60 pagina’s en hier ging het wel erg over de top;

Is het dus niet waar, dat zij, laat in de avond, toen ze uit elkaar moesten gaan, dat ze toen, snikkend van ellende, aan zijn borst heeft geleund, dat zij de orkaan niet hoorde, die donderde onder de verbolgen hemel, de stormwind niet vernam, die de tranen van haar zwarte wimpers roofde en wegdroeg?

Njetotsjka Njezwanowa; daar kan ik wat mee. Ook hier kommer en kwel maar verspreid over een langer verhaal. Kind verliest beide ouders en wordt opgenomen in het huishouden van een prins. Daar moet zij om zien te gaan met zijn dochter waar zij eerst een haat- en later een liefde-verhouding mee krijgt én met de nurkse oma die zich aan alles en iedereen stoort. Wanneer de prins en zijn familie vertrekken kan zij terecht in het huis van de stiefdochter van de prins. Als zij daar in een boek een brief van de minnaar van stiefdochter vindt, zet zij daar het huishouden even op zijn kop.

Een kleine held is een kort verhaal van 40 pagina’s. Elfjarige jongen klimt op een wild paard waar snoevende jongeling dit niet durft en brengt een verloren brief terug naar een dame. Aardig verhaal, meer niet.

Oom’s droom en Het dorp Stepantsjikowo zijn wel prachtverhalen. Dat gaat over leengoederen en hun bewoners. In Oom’s droom gaat het over Maria Alexandrowna, de belangrijkste vrouw uit Mordasow. Zij heeft een mooie ongehuwde dochter Zina, die Maria graag wil koppelen aan een prins die bij haar op bezoek komt. Er is nog een dinger naar haar hand en Maria moet dat allemaal uit elkaar zien te houden. Het leidt uiteindelijk tot haar ondergang.

Het dorp Stepantsjikowo en zijn bewoners doet hier niet voor onder. De hoofdpersoon komt op bezoek bij zijn oom, een gepensioneerde kolonel en merkt tot zijn ongeloof dat het huishouden wordt gedomineerd door ene Foma Fomitsj. Een uitvreter en een erg handige prater. De moeder van de kolonel woont ook in bij haar zoon en is helemaal in de ban van deze Foma. Er worden naamdagen gevierd, ook hier worden huwelijken getracht te regelen met steeds als middelpunt de gewiekste Foma en de besluiteloze kolonel. Dat kan niet anders dan een pandemonium worden en dochter Sasja heeft het ineens helemaal gehad met Foma;

Wat is hij dan wel, wat is hij, jullie Foma Fomitsj, vergeleken bij papa? Hij eet papa’s brood, maar hij kleineert papa evengoed, de ondankbare! Maar ik zou hem in stukken scheuren, jullie Foma Fomitsj! Ik zou hem tot een duel uitdagen, en pardoes met een dubbelloops pistool morsdoodschieten…

Foma wordt uiteindelijk bij kop en kont gepakt en de deur uitgesmeten…en weet weer terug te komen. Prachtverhaal dit. Dus een beetje wisselende ervaringen tijdens het lezen van dit boek maar de langere verhalen zijn dik in orde.

Vertaling; Hans Leerink

 

 

a43d8d7772bcb9b593730615851437641414141
Ik ben een onverbeterlijke liefhebber van literatuur, essays en autobiografisch werk. Eén van onze grootste schrijvers op dat vlak is Karel van het Reve. Toen ik zijn verzameld werk voor een vriendenprijsje kon aanschaffen twijfelde ik niet en begon direct aan Verzameld werk I. Dit deel is een bundeling van jeugdwerk, autobiografische stukken, diverse artikelen uit de periode 1932-1958, de studie Sovjet-annexatie der klassieken en een autobiografische schets van de auteur door zijn vriend Robert van Amerongen.

Een kleine 800 pagina’s aan leeswerk en ik heb mij geen moment verveeld. Zijn jeugdwerk is fris en verrassend goed geschreven. Het gaat om artikelen voor de kinderkrant De Tribune of over zijn jeugd in Betondorp. Het geeft al een aardig kijkje op de jonge communist die Karel op dat moment is;

In vele opzichten leek de Brigade op een Russische kindergroep. Zij ontleende niet alleen haar naam, maar ook veel van haar repertoire, haar muziek, haar tendens, aan de Russische kinderbeweging…Het bestaan van een kindertheater alleen al -het enige in West-Europa waarschijnlijk- was iets Russisch. Er heerste een democratische sfeer, die ik vergeefs in andere kinderorganisaties gezocht heb.

Daar werd al de kiem gelegd voor zijn latere interesse voor Rusland, de Russische literatuur en de taal. Dat gaat als een rode draad door het boek heen. Erg lezenswaardig is zijn studie Sovjet-annexatie der klassieken. In het kort gaat dat over de houding die het marxisme volgens zijn aanhangers dient aan te nemen tegen de kunst van het verleden. Daar is genoeg over te vertellen en Reve doet dat in een goede 130 pagina’s.

Toch heb ik het meest genoten van de kortere essays en besprekingen. De complete Russische literatuur komt voorbij, van Gorki en Oblomov tot Gogol en Tsjechov. Vergelijkingen tussen Heinrich Heine en Poesjkin, Thomas Mann over Tsjechov, Leskov afgezet tegen Tolstoj. Over die laatste zegt Reve bijvoorbeeld;

Leskov treedt zichzelf terug, en laat de Rus spreken. Het resultaat daarvan is voor ieder die Russisch leest, een openbaring. Het lijkt wel of men bij Leskov voor het eerst kennis maakt met de Russische taal; men beseft plotseling dat Poesjkin, Toergenjev en Tolstoj in een soort gerussificeerd Frans schreven. Zij schreven glashelder, geniaal, meeslepend, maar zij schreven geen Russisch.

Om maar even een statement te maken. Reve heeft zelf ook vertaald voor Uitgeverij Van Oorschot en ook daar heeft hij uiteraard een mening over;

Hebt u wel eens een boek van zevenhonderd bladzijden uit het Russisch in het Nederlands vertaald? Ja? Dan hoeven wij elkaar niets te vertellen. Nee? Dan moet ik u ten sterkste afraden er ooit aan te beginnen…Het is moeilijk. U denkt misschien dat u Russisch kent. Dat dacht ik vroeger ook. Maar zelfs als het waar is, hebt u daar niet veel aan. Al begrijpt u wat er staat, daarom kunt u er nog geen Hollands van maken. Een paar bekende voorbeelden: u weet misschien hoe uw grootmoeder u over haar brilleglazen aankijkt? Neem haar die bril nu eens af. Hoe zoudt u die manier van kijken nu noemen? De Russen hebben er een woord voor, wij niet. Zij noemen het ‘van-onder-voorhoofd’. Hoe wilt u dat vertalen?

Tenslotte zijn er nog de essays en toelichtingen over het marxisme, communisme, Lenin, Stalin en het hele politieke spectrum in de Oostelijke regio. Reve geeft een fascinerende inkijk in de politieke arena van die tijd.

Het zijn mooie verhalen in een prachtige, zevendelige editie. Het gaat om Verzameld Werk en niet het complete werk; gedichten ontbreken bijvoorbeeld omdat dit niet Reve’s forte was. Doublures zijn er ook uitgelaten evenals enkele onvoltooide teksten. Er is een uitgebreid notenapparaat en de uitgaven zien er zeer verzorgd uit. Deel II volgt vanzelf een keer.

 

 

Afbeelding

Dan maar eens begonnen aan het complete oeuvre van Lev Tolstoj, Deel 1: Verhalen en novellen. Waar ik even beducht was voor zware Russische kost, viel dat helemaal mee, vadertje Tolstoj houdt het luchtig genoeg.

Het begint eigenlijk met een semi-autobiografisch verhaal. We volgen Nikolaj/Tolstoj door zijn kindertijd, zijn jeugdjaren en zijn jongelingschap. In mooie stijl, zonder opsmuk wordt een leven beschreven. Personen en karakters worden ferm neergezet, je leeft mee als huishoudster Natalja de geest geeft. Mooier nog vind ik de beschrijvingen van landschap en natuur, zoals het naderend onweer:

Ik word bang en ik voel hoe mijn bloed sneller gaat stromen. De voorrand van de wolk schuift al over de zon heen; ze werpt ons nog een laatste blik toe, laat een zonderling somber schijnsel vallen aan de gezichtseinder, en verdwijnt. Het hele landschap verandert op slag en krijgt een droefgeestig aanzien. Er gaat een trilling door het laaggroeiende espenloof; de bladeren krijgen een dofwitte kleur en steken scherp af tegen de paarsachtige achtergrond van de wolk; ze ritselen en draaien; de toppen van de grote berkebomen beginnen te wiegelen en plukjes dor gras vliegen de weg over. Witborstige huis- en boerezwaluwen fladderen om de sjees heen alsof ze ons willen staande houden, ze vliegen zelfs onder de buiken van de paarden door; kauwtjes vliegen dwars op de wind en de veertjes in hun vleugels staan overeind; de uiteinden van de leren plaid waar wij ons hebben gewikkeld beginnen omhoog te flapperen, zodat koude windvlagen tot ons doordringen, en klepperen tegen de carosserie van de sjees aan.

Een lang citaat, maar wat een zeggingskracht! Het gaat nog even door en je zit er echt midden in. Dat leest als een trein. Wat volgt na dit drieluik zijn een aantal verhalen over het soldatenleven. Tolstoj zelf vocht mee op de Kaukasus tegen de naar onafhankelijkheid strevende Tataren en daar gaat een groot deel van de verhalen over. Tenminste, dat neem ik aan want in de vertaling wordt constant over Tartaren gesproken (overigens wel een bestaand volk, maar meer gesitueerd richting Mongolië en niet in de Kaukasus).

Ook in de soldatenverhalen is veel te genieten. Meerdere keren komt de onzekerheid voorbij van soldaten die ieder moment verwachten gedood te worden:

Daar ginds steeg een steeds groter wordende blauwe rookwolk op en dreef met de wind mee. Toen ik begreep dat dit een tegen ons gericht schot van de vijand was kreeg alles wat ik op dat ogenblik voor ogen had als het ware een ander, groots karakter….dit alles leek me toe te roepen dat het projectiel dat op dit ogenblik de loop van een geweer al had verlaten en door de ruimte vloog wellicht koers zette op mijn borst.

Na de soldatenverhalen volgen nog een paar mooie novellen, waarvan Sneeuwstorm het meest bij blijft. Op weg met een trojka in de nacht met een onbekwame koetsier, overal sneeuw, zoekend naar een sledespoor of een mijlpaal is dit wel de “Winterreise” to the max. Overigens (los van die Tartarenkwestie) vind ik de vertaling erg prettig. Het kan best ouderwets zijn, maar ik houd van woorden als “fluks” en “weeuwtje”. Wat ik mij af en toe wel afvraag, waarom sommige verhalen stoppen. Het laatste verhaal, over een wat naïeve landheer die goed wil doen bij zijn boeren gaat een beetje uit als een nachtkaars, dat had nog hoofdstukken lang door kunnen gaan. Toch, ik heb genoten, er liggen nog wat delen te wachten gelukkig.

Vertaling: Hans Leerink

dbff498aa6a635a593671435351444341587343

Het werd tijd om eens wat van Dostojewski in huis te halen. Dat werden de Verzamelde Werken van de Russische Bibliotheek. Niets logischer om dan maar te beginnen met Deel 1: Romans en verhalen.

Na ruim 550 pagina’s, twee romans en wat novellen verder weet ik dat ik opgewekt aan de andere 10 delen verder kan gaan. Ik heb een flinke dosis Russische melancholie tot me genomen en er valt iets van een lijn in de verhalen te ontdekken. Het gaat veelal over eenzame, arme en/of verwarde zielen. Rondom dat gegeven weet Dostjewski een mooie sfeer te scheppen.

Het eerste verhaal heet dan ook Arme Mensen en is een briefroman tussen een arme ambtenaar en een weesmeisje. Zij schrijven elkaar hartstochtelijke brieven waarin ze elkaars vriendschap bezingen. Uiteindelijk vertrekt het meisje met een landheer voor een huwelijk waar ze geen nee tegen kan zeggen. Dat leidt prompt tot een verscheurde Russische ziel bij de achterblijver:

Mijn hart is zo vol, zo vol van tranen…Zij verstikken mij, verscheuren mij!…Vergeet mij niet, vergeet niet uw arme Warenka!…Ach, ik had liever dat ze mijn hart uit mijn borst rukten, dan dat ze jou meenamen!…Langzaam zul je wegkwijnen van heimwee. Je zult daar sterven, ze zullen je in de koude aarde begraven en er zal niemand zijn die tranen om je vergiet daarginds!

En dat gaat twee-en-een-halve pagina lang zo door. Toch houd ik daar van. Ik verwacht bij de Russische klassieker emoties, zwaar aangezet zoals hun tongval, hun muziek, hun klimaat. Soms schrijnt het en wringt het, soms jubelt en straalt het.

Een mooie vondst is De Dubbelganger. Iemand komt een getrouwe kopie van zichzelf tegen. Deze dubbelganger intrigeert in zijn leven en neemt het langzaam over, tot wanhoop van de hoofdpersoon. Uiteindelijk moet iemand het veld ruimen en gehoorzamen aan een onvermijdelijk vonnis. Alsof je Kafka opnieuw leest…

Naast deze twee romans staan er nog acht kortere verhalen in het boek. Een terugkerend thema is het feit dat een schijnbaar futiele gebeurtenis opgeblazen wordt tot grote proporties, waardoor de hoofdpersonen moeizame discussies met elkaar aangaan. Een roman in negen brieven geeft daar een fraai voorbeeld van. Twee bekenden proberen af te spreken maar lopen elkaar telkens mis. De verhoudingen worden er niet beter op:

Mijn beste geachte vriend Iwan Petrowitsj, Uw brief heeft mij tot in het diepst van mijn ziel bedroefd. En schaamt u zich eigenlijk niet, mijn dierbare, maar onrechtvaardige vriend, mij zoiets te schrijven, mij, die u meer dan iemand anders altijd het beste toewenst, mij zo haastig te beoordelen…

“Tot in het diepst van mijn ziel”, “dierbaar maar onrechtvaardig”; grote emoties, ook hier weer. Zo hoort het. Subtiliteiten overboord, ruim baan voor de lyriek. Dat geldt ook voor het prachtige verhaal Een schuchter hart. De relatie tussen twee vrienden wordt op de proef gesteld als één van de twee aankondigt te gaan trouwen. Dostojewski trekt alle registers open en wat mij het meest trof hierin was zijn beschrijving van de stad en de rivier. Zo stelde ik mij de Russische klassiekers voor:

Het was reeds laat in het schemeruur, toen Arkadi naar huis terugkeerde. Bij de Newa aangekomen, bleef hij een ogenblik staan en, langs de rivier turend, boorde hij zijn blik in de nevelige, vorstkoude verte, die plotseling dieprood was getint door de laatste, purperen weerschijn van het bloedende avondrood dat aan de mistige horizont wegstierf. De nacht daalde over de stad en heel het onmetelijke, door de bevroren sneeuw bobbelig geworden oppervlak van de Newa werd in de laatste stralen van de zon als bezaaid door ontelbare miriaden fonkelende ijsnaalden. Het vroor twintig graden…Een witte damp sloeg van de afgejakkerde paarden en van de zich voortspoedende mensen…

Hoe mooi ook, Dostojewski heeft ook zijn burleske kanten zoals het laatste verhaal laat zien, De vrouw van een ander en de man onder het bed. Het is wat het is, een man en vrouw liggen op bed, onder het bed liggen twee mannen die nog worden aangevallen ook door het kleine keffertje van mevrouw. Keffertje wordt gewurgd, de heren komen er mee weg.

Om mijzelf en de lezer voor een overdosis te behoeden zal ik niet alle delen achter elkaar lezen. Ik zal mij beheersen. Toch kijk ik uit naar het volgende deel en doe geen beloften. Ik pak snel een ander boek.