archiveren

Maandelijks archief: juli 2011

9061005558.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Even een niet te dik boek voor tussendoor, De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry. Kinderboek, literatuur, allebei? Ik vind het altijd lastig om dat soort etiketten uit te delen. Het is in ieder geval een verhaal dat op meerdere niveaus is te lezen en dat is altijd leuk.

Antoine de Saint-Exupéry was schrijver en vliegenier. Hij schreef dit verhaal een jaar voor zijn dood, toen hij in dienst van de Geallieerden in 1944 tijdens een vlucht werd neergeschoten. Het zal dan ook niet toevallig zijn dat het verhaal wordt verteld door een piloot, die na een noodlanding in de Sahara plotseling een klein mannetje naast hem ziet staan.

Het mannetje vraagt hem om een schaap te tekenen. Nu is dat in de woestijn eenmaal niet een logisch verzoek en de piloot is dan ook stomverbaasd. Het kereltje zegt niet veel, maar langzamerhand wordt duidelijk dat hij van een andere planeet komt. Een piepkleine asteroïde met één bloem en drie nog piepkleinere vulkanen. Ik ga hier niet te veel weggeven, maar het is een surrealistisch verhaal. De kleine prins verlaat zijn planeet om andere planeten te bezoeken en ontmoet een koning, een ijdeltuit, een dronkaard, een zakenman, een lantaarnopsteker, een aardrijkskundige en uiteindelijk belandt hij op aarde. Ga het vooral lezen, het is een leuk verhaal in 89 pagina’s met tekeningen van de auteur zelf.

De schrijfstijl is eenvoudig, ik ga het mijn dochter nog eens voorlezen. Zo schrijft hij over een tekening die hij als kind maakte:

Ik liet mijn meesterwerk aan de grote mensen zien en vroeg hun of ze er bang voor waren. Zij antwoordden: << Wie zou er nu bang zijn voor een hoed?>> Mijn tekening stelde geen hoed voor maar een boa constrictor, die bezig is een olifant te verteren. Toen heb ik het binnenste van de boa getekend, zodat de grote mensen het zouden begrijpen. Die moeten altijd bij alles uitleg hebben.

Dat snapt mijn dochter en dan is het een leuk kinderverhaal. Anderzijds kan je het lezen als de volwassene die het kind in zichzelf tegenkomt. Het kind laat de verteller kritisch naar zichzelf en zijn leven kijken. In een bespreking lees ik zelfs dat het verhaal leest als een manifest over hoe het volwassen leven geleefd zou kunnen en moeten worden. Dat is wel heel zwaar ingezet, maar ala, het kan. Ik zou eigenlijk willen eindigen met het begin, de opdracht. Want door die te lezen werd ik meteen al meegetrokken in de aanstekelijke schrijfstijl van de schrijvende vliegenier:

Aan Léon Werth

Hopelijk zullen de kinderen mij vergeven dat ik dit boek aan een groot mens heb opgedragen.
Ik heb er een goede reden voor: dit grote mens is de beste vriend, die ik op de wereld heb.
En dan is er nog een reden: dit grote mens kan alles begrijpen, ook kinderboeken. En een derde
reden: dit grote mens woont in Frankrijk, waar hij honger en kou lijdt. Hij heeft echt troost
nodig. En als dat nog geen redenen genoeg zijn, dan wil ik dit wel opdragen aan het kind dat dit grote mens vroeger geweest is. Alle grote mensen zijn eerst kinderen geweest (maar alleen een
héél enkele herinnert het zich). Ik verbeter dus mijn opdracht:

Aan Léon Werth
toen hij nog een klein jongetje was.

Vertaling: Laetitia de Beaufort-van Hamel