archiveren

Maandelijks archief: mei 2014

Afbeelding
Ik had het Boekenweekgeschenk van dit jaar nog liggen, Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa. Nu had ik daar wat wisselende verhalen over gehoord, dus ik was wel benieuwd. 

Edward Landauer is veertiger en gearriveerd microbioloog. Hij raakt zomaar hoteldebotel van Ruth Walta, een mooie jonge vrouw. Hij is doortastend en Ruth wil wel een afspraak maken. Zo begint het boek idyllisch met een tochtje in de roeiboot. Op bezoek bij haar ouders, waar vader Walta even genadeloos zijn leeftijdsperikelen aanstipt. Brilletje, prostaat, hij zit er vlak bij.

Scènes uit het werk van Edward komen voorbij. Het koppel mag mee op gesponsorde reizen en de verschillen tussen man en vrouw gaan zich aftekenen. Edward gebruikt dieren voor zijn onderzoeken, Ruth is vegetariër en begaan met dierenleed. Er komen discussies. Kunnen dieren pijn voelen, kunnen ze lijden? In breder verband, kan je doordringen tot de pijn van een ander als je deze niet eerst zelf hebt gevoeld?

Er is een kinderwens, vooral van Ruth. Na veel gedoe lukt het en ze krijgen een pracht van een huilbaby. Edward is dan al lang in een ‘faux pas’ beland met een jongere collega. Thuis gaat het ook niet lekker, Ruth denkt dat hij de oorzaak is van de onrust van hun kind, of hij maar even de biezen wil pakken. Uiteindelijk is de herinnering aan een witte kip, u leest het goed, nodig om hem te doen beseffen dat hij aan pijnlijke gevoelloosheid lijdt. Zo komen we mooi terug bij het hoofdthema.

Dan die wisselende verhalen die ik over dit werk heb gehoord. Vlak, wollig, prachtige novelle…eigenlijk alles wat ik over ieder Wieringa-boek hoor na Joe Speedboot. Het viel mij alleszins mee. Ik sloeg er niet van achterover, maar het leest lekker weg. Wieringa doet zijn research en sommige zinnen vind ik ronduit prachtig:

“Het groen had zich gesloten boven hun hoofden, door de bladerkronen schoten pijltjes prismatisch licht. Hij roeide geruisloos. Waar de roeispanen in het water verdwenen, ontstonden zijdeachtige kolkingen van zwart en zilver.”

Of wat dacht u van deze:

“De slaap kwam geruisloos als een zeis door het hoge gras”

Wierenga mag graag zijn eruditie tonen met woorden als “de pelagische leegte van hun ogen”, of de “nociceptieve keten van zoogdieren”, maar dat geeft het verhaal toch een wat rijkere kant, ik houd er wel van.

Er komt dus van alles voorbij. Lust, liefde, romantiek, ontrouw, midlife crisis, ethiek in de farmaceutische industrie en een machtige spiegel die de jonge vrouw de oudere man voorhoudt. Of lees het gewoon als een aangenaam verhaal, iets van alledag.

 

Afbeelding
De Cirkel van Dave Eggers is een apart boek. Beklemmend, verontrustend, angstaanjagend, heb ik ook gelezen. Zo ver ga ik niet, maar het stemt tot nadenken.

Waarom dan? Het boek gaat eigenlijk over social media, maar dan doorgevoerd tot in het extreme. Hoofdpersoon Mae is door vriendin Annie binnengehaald bij het bedrijf De Cirkel. Dit bedrijf is een grootheid op het gebied van social media en heeft andere giganten als Facebook, Google en Twitter al lang opgeslokt. Het bedrijf steunt op de grote gedachte van transparantie, ontwikkeld door Ty Gospodinov:

Ty had het allereerste systeem bedacht. Het Universele Systeem, dat alles samenbracht wat de gebruikers voorheen her en der ongeordend online hadden staan – hun sociale mediaprofielen, betaalsystemen, diverse wachtwoorden, e-mailaccounts, gebruikersnamen…iedereen één account, één wachtwoord, één betalingssysteem…Eén enkele knop voor je hele verdere online bestaan.

Mae doet het goed binnen het bedrijf en is een ‘rising star’. Ze begint met het beantwoorden van klantvragen. Ze krijgt een armband die haar lichaamsfuncties meet en moet deelnemen aan events binnen het bedrijf. Alles wat ze doet of heeft gedaan op social media gebied komt in de “Cloud” en is altijd beschikbaar. Alles wat ze doet wordt opgenomen in de ‘Participation Rank’, een soort totaalscore van haar online-activiteiten.

In het begin komt Mae zichzelf tegen. Als ze even gaat kayakken en daar niets over zegt. wordt ze op het matje geroepen. Waarom deelt ze dit niet? Er zijn kayakgroepen binnen het bedrijf, het is een grote industrie, liefhebbers, de kustwacht, vogelspotters, iedereen kan meeprofiteren als je deelt. Mae gaat er in mee.

Sterker, ze doet enorm haar best en wordt volledig ‘transparant’. Ook een idee van het bedrijf. Hang permanent een camera om je nek en laat iedereen weten wat je doet. Geen geheimen meer. Politici gaan er in mee. Geen achterkamertjespolitiek meer. Het lijkt allemaal ideaal. Er worden concepten ontwikkeld om ontvoeringen tegen te gaan. Plant een chip in het bot van je kind en je weet altijd waar hij of zij is. Totale transparantie.

Toch zijn er tegenkrachten. Mae’s ex-vriend wil er niks van weten en duikt onder, weg van social media. Binnen het bedrijf wordt Mae benaderd door iemand die wil dat het stopt. Mae is dan al een grote binnen het bedrijf en ontmoet hem. Zij heeft de sleutel in handen maar of zij er iets mee doet laat ik lekker even in het midden.

Maar het gaat verder. Er gaan al ideeën rond om een Cirkel-account verplicht te stellen. Je kan er mee stemmen, de regering kan direct de stem van het volk raadplegen over belangrijke kwesties en je belastingen kunnen via De Cirkel lopen. Miljarden kunnen zo bespaard worden.

Miljarden ook zijn inmiddels al lid van De Cirkel. Er worden ‘tools’ ontwikkeld om onvindbare mensen in no-time op te sporen. Het lukt. Niemand kan zich meer verbergen, alles is openbaar. Daar zit wel een gedachte achter;

“Zou die man verderop op de gang op zijn werk naar porno kijken als hij wist dat hij bekeken werd?”
“Nee, dat lijkt me niet.”
“Probleem opgelost, toch?”
“ja, dat zal wel.”
“Mae, heb je ooit het gevoel gehad dat je door een geheim werd opgevreten, en dat je je meteen beter voelde toen je het geheim had verteld?”
“O ja.”
“Ik ook. Zo zijn geheimen. We dragen ze bij ons als een kankergezwel, maar eenmaal blootgelegd kunnen ze geen kwaad meer doen.”
“U zegt dus dat geheimen niet zouden moeten bestaan.”

Dat stemt dus tot nadenken. Natuurlijk kan een bekentenis opluchten. Maar totale transparantie? Er staan voorbeelden in het boek die schreeuwen om het tegendeel, ga het vooral lezen. Het is geen literair boek, maar een boek dat iets voor het voetlicht wil brengen en daar is Eggers prima in geslaagd. Ik laat zinnetjes maar even links liggen als “Stenton keek alsof hij onder de indruk was van haar onverstoorbaarheid” (hoe kijk je dan?).

Boeiende materie dus en op de goede manier tenenkrommend af en toe. Je ziet de voordelen, begrijpt de nadelen en ik ben benieuwd waar we zelf naar toe gaan. Ik houd het kritisch in de gaten. Overigens leest het boek als een trein en dat is een compliment aan de vertalers.

Lees vooral ook de besprekingen van Anna en Hella 

Vertaling: Gerda Baardman, Lidwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker

Afbeelding
Ik heb zo links en rechts al wat gedichten gelezen, maar de Verzamelde gedichten van Federico García Lorca vormen een klasse apart. Ze beslaan meer dan 700 pagina’s en nemen je mee op een trip die bol staat van de hartstocht, verlangen en kwellingen. Zo moet het natuurlijk ook, een beetje dichter gaat door de mangel.

Zo ook Lorca. Als homoseksueel was hij niet in het meest handige land geboren, het van machismo overlopende Spanje. Daarbij leed hij regelmatig aan een fikse depressie en brak er ook nog eens een Burgeroorlog uit die hem uiteindelijk fataal zou worden; hij werd door de troepen van Franco op 38-jarige leeftijd geëxecuteerd. Toch wist hij zich in dat korte leven op te werken tot één van de belangrijkste figuren van de 20ste-eeuwse Spaanse literatuur.

Uiteraard heb ik zijn gedichten veel te snel achter elkaar uitgelezen. Dat geeft niet, bundels als deze pak ik terug en ik herlees gedichten. Het voordeel was wel dat ik helemaal werd meegenomen in de verteltrant van de schrijver. Een vroeg gedicht (ik zit pas op pagina 11) over Ontmoetingen van een avontuurlijke slak verzekerde Lorca van mijn eeuwige sympathie. Maar dan het echte werk. Lorca heeft volgens mij het oergedicht over de regen geschreven. Een deel:

De liefde ontwaakt in het grijze regenritme,
Onze innerlijke hemel heeft een zege van bloed,
Maar ons optimisme verandert in droefheid
Als we de dode druppels op de ruiten aanschouwen.

En het zijn de druppels: ogen eindeloos die kijken
Naar het eindeloze wit dat hun moeder was.

Iedere regendruppel trilt op de troebele ruit
En laat er goddelijke wonden van diamant op achter.
Het zijn waterdichters die wat de menigte van
De rivieren niet kent, hebben gezien en aanschouwd.

Ik heb talloze aantekeningen gemaakt van strofes en hele gedichten, maar dat is onmogelijk, het zijn er teveel. Zijn Zigeunerliedboek is monumentaal, hij bezocht de zigeuners in hun grotten, hij reisde door Andalusië en schreef zijn gedichten. Ook zijn reis naar New York is besloten in de bundel Dichter in New York. De mythische wereld van het Gedicht van de Cante Jondo, het is genieten. Een klein gedicht als voorbeeld, Prieel:

Op de onbeweeglijke fontein
slaapt een grote, dode vogel.

De twee gelieven kussen elkaar
tussen koele droomkristallen.

‘De ring, geef me de ring!’
‘Ik weet niet waar mijn vingers zijn.’
‘Omhels je me niet?”Ik liet mijn armen
gekruist en kil achter in mijn bed.’

Tussen de bladeren sleepte zich
een straal van oude maan voort.

De vertaling van de gedichten moet een monsterklus zijn geweest. Gelukkig heeft de vertaler, Bart Vonck, een keuze gemaakt voor onberijmde vertaling waardoor er veel meer nuance aan te brengen is. Schitterend gedaan. Ik kan nog tijden blij worden van een zin als omdat alleen het piepkleine banket van de spin volstaat om het evenwicht van de hele hemel te breken. Of over zoiets:

maar toen kwam de maan haastig over de trappen omlaag
en bedolf de steden onder hemels zeildoek en gevoelig talkpoeder,
ze vulde de bochtloze vlakte met marmeren voeten
en ze vergat, onder de stoelen, piepkleine katoenen schaterlachjes.

Overigens bevat het boek een prachtig nawoord met uitgebreide toelichtingen op de dichtbundels én een tijdtafel waarin het leven van de dichter in kort bestek voorbij trekt. Enig minpuntje waren een paar fouten in het uitgebreide notenapparaat. Verder, niks dan moois.

Vertaling: Bart Vonck

Afbeelding
Reinbert de Leeuw, mens of melodie van Thea Derks is een ongeautoriseerde biografie van één van Nederlands grootste muziekpioniers. Ongeautoriseerd, omdat De Leeuw aanvankelijk zijn medewerking had toegezegd, maar daar op terugkwam. Het is breed uitgemeten in de pers, hij was kwaad over een aantal passages, dus gaf geen toestemming. Ik kom er op terug.

In vogelvlucht, De Leeuw is kind van twee psychiaters. Ouders, die hij jong verliest. Aanvankelijk studeert hij Nederlands, maar hij besluit voor de (moderne) muziek te kiezen. Hoewel hij muziek componeert, komt De Leeuw terecht in het spanningsveld tussen componeren en uitvoeren. De Leeuw over de componist Mauricio Kagel en zijn compromisloze gedrag:

‘Als je zo bruist van ideeën is dat logisch. Dan staat alles in dienst van het creatieve en heb je geen ruimte voor interesse in een ander. Ik kan me zo’n leven niet voorstellen, want als uitvoerder heb je precies de tegenovergestelde houding. Je moet je totaal open durven stellen, bereid te zijn je te laten meeslepen en overtuigen door het werk van anderen. Voor mij is dat ook het wezenlijke conflict in mijn bestaan geweest, het spanningsveld tussen componeren en uitvoeren. Ik koos voor het laatste.’

Dat is wat dit boek overduidelijk maakt. De Leeuw gaat volledig voor de muziek en de bedoelingen van de componist. Hoe lastig het werk ook, hoe veeleisend de componist ook, zelfs als de componist zichzelf tegenspreekt, De Leeuw staat volledig achter het werk en gaat onvermoeibaar door. Zonder overigens zichzelf te verliezen, hij brengt zijn eigen ideeën in en men luistert naar hem.

Zo wordt De Leeuw een steeds belangrijker persoon in de muziekwereld. Hij is een prominent in de beruchte Notenkrakersactie en bekleedt later vooraanstaande functies in diverse besturen. Dat gaat zover dat hij als ‘kunstpaus’ wordt gezien en dat er kritische artikelen verschijnen over zijn invloed in de muziekwereld. De Leeuw is woest over insinuaties als zal hij uit zijn op macht of invloed hebben op benoemingen van mensen in bepaalde functies. Ook het feit dat zijn Schönberg Ensemble het leeuwendeel van de overheidssubsidie opslokt verdedigt hij uit alle macht.

Dit gezegd hebbend, uit het boek blijkt overduidelijk de immense betrokkenheid van De Leeuw bij de muziek die hij uitvoert. Componisten als Messiaen, Ligeti, Kurtág, Ustvolskaja, Gubaidulina, Vivier en natuurlijk Schönberg, hij pakt ze bij de lurven en weet zijn musici én het publiek mee te krijgen. Hij is daarbij niet de makkelijkste. Alles moet en zal precies volgens de wensen van de componist en hij drijft de musici tot het uiterste. Een proeve:

‘Dat hij zich soms schijnbaar bot of autoritair gedraagt, is geen vorm van arrogantie maar komt doordat hij volkomen opgaat in de muziek. Hij kan zich gewoon niet voorstellen dat anderen minder bevlogen en gedreven zijn dan hij en een compositie niet zo diep kunnen of willen doorgronden.’
De Leeuw herkent zich wel in deze analyse: ‘Voor mij geldt inderdaad: als je geen deelgenoot kunt worden van de extase van Messiaen, wat voor armzalig leven leid je dan?’

De Leeuw ten voeten uit. Ik heb dit boek als muziekliefhebber gelezen. In de kast staat het nodige van De Leeuw en zijn Schönberg Ensemble, maar ik heb enorm veel bijgeleerd. Ik kan het allemaal opnieuw beluisteren, met andere oren en dat is pure winst. Als je niet bekend bent met moderne muziek, dan spat de begeestering van De Leeuw je tegemoet, ik zou de muziek alle kans geven.

Dan de mens zelf. Ik ben er van overtuigd dat De Leeuw alleen voor de muziek leeft en deze zo zuiver mogelijk naar het publiek wil overbrengen. Derks laat hierbij iemand zien met al zijn kwaliteiten en valkuilen. Hij is celibatair, niet makkelijk en op het botte af soms. Hij is ook goedlachs en stralend enthousiast na een geslaagde uitvoering. Ik geloof best dat hij zijn invloed heeft doen gelden op de muziekcultuur daar waar hij kon, hoezeer hij het ook ontkent. Ik geloof ook dat dat niet was ter zelfverrijking, maar dat het wel degelijk om de muziek ging. Waarom De Leeuw zo woedend was toen de biografie ongeautoriseerd verscheen? Waarschijnlijk vanwege zijn privé-leven, waarvan hij vindt dat het niet ter zake doet. Het geeft mij echter een volledig beeld van een groot musicus. Ik zou blij zijn met zo’n monument.