archiveren

Maandelijks archief: april 2017

9200000051759408
Aan de Amstel in Amsterdam staat een familiehuis. Die staan er meer in de hoofdstad, maar dit is het familiehuis van de familie Six. Een familie, die al vanaf de 16e eeuw met Amsterdam is verbonden, tot aan de dag van vandaag. In dat huis ligt een enorme verzameling aan materiaal opgeslagen over de geschiedenis van deze familie. Schrijver Geert Mak had gedurende drie jaar onbeperkt toegang en dat leidde tot het boek De levens van Jan Six. De ondertitel is Een familiegeschiedenis en dat klopt, maar het is evenzeer een geschiedenis van Amsterdam en Nederland door de eeuwen heen.

Dat is meteen de grote kracht van dit boek. We volgen de opeenvolgende Jannen Six door de eeuwen heen maar net zo interessant is de tijd waarin zij leefden. Die wordt door de auteur in talloze eindeloos interessante details weergegeven. Omdat er zo’n ontzettend groot archief is, zou dit een ontzettend dikke pil kunnen zijn, maar Mak houdt het in ruim 400 pagina’s zeer overzichtelijk en uitstekend leesbaar. Geen minpunten? Wel iets, maar niets schokkends, ik kom er nog op terug.

Het verhaal begint bij Charles Six, die in de 16e eeuw vanuit Saint-Omer in Vlaanderen naar Amsterdam trekt. De familie is in goeden doen door de lakenhandel en neemt al snel een prominente plaats in. Het verhaal van de Jannen begint met Jan Six I (1618-1700). Dit is de Jan waar in het boek steeds op wordt teruggegrepen en het is de Jan wiens portret door Rembrandt is geschilderd. Het hangt nog steeds in het huis aan de Amstel. Naast Rembrandt was Vondel een huisvriend en was de beroemde art Nicolaas Tulp de vader van zijn vrouw. Dat geeft een prachtige inkijk in onze vaderlandse geschiedenis. Mak vertelt uitgebreid over Jan Six I en zijn illustere vrienden en dat is meteen het minpuntje, de andere Jannen passeren veel sneller de revue, soms ook omdat ze minder interessant zijn of omdat er minder materiaal voorhanden is, dat wel. Overigens is achter in het boek een handige tijdlijn opgenomen met de verschillende “Jannen”, die bovendien een bijnaam hebben gekregen als ‘de rentenierende Jan’ of als ‘de professor’, zodat je altijd weet met welke Jan je van doen hebt.

Terug naar het verhaal. Ik ga geen chronologie weergeven van de inhoud, lees daar vooral het boek voor, maar ik tracht weer te geven waarom ik bleef lezen in dit boek. Dat zijn vooral de details en feiten die Mak geeft, zoals wanneer hij de inboedel van het huis aan de Amstel beschrijft;

Er staat Venetiaans glaswerk en sommige smalle drinkglazen van de 17e-eeuwse voorouders zijn er ook nog, dun en hoog om de enorme kanten kragen te ontzien. Er hangt een pomander, een fraai bewerkt korfje met amber dat deftige dames vroeger aan een kettinkje tussen de plooien van hun rokken hingen om luizen en schaamlucht te weren.

Je leert in rap tempo bij zo. Het leukst vind ik misschien wel de zijpaadjes die Mak bewandelt. Zo is er een Haagse tak die hij links laat liggen, maar waar wel snel vermeld wordt dat een achterachterkleinzoon van die tak in Tolstoj’s Oorlog en Vrede opduikt als Hollandse ambassadeur.

Jan Six II is heer van Hillegom, waar hij veel land heeft opgekocht. Dat land wordt veelal begrensd met grenspalen, die nog steeds her en der zijn terug te vinden (zie de foto hieronder). De familie blijft in goede doen en verzamelt enorm veel kunst door de eeuwen heen. Er is zoveel geld, dat Jan Six III, geheel conform de mores van zijn tijd, zelfgenoegzaam rentenierend het leven doorgaat. Dat staat synoniem voor de staat van het land. volgens sommige historici:

Johan Huizinga schilderde…de periode als een ‘grote inzinking op bijna het gehele veld van de beschaving’: ‘In de plaats van de 17e eeuw, vol leven en gedruis, schuift zich het beeld naar een 18e eeuw waarin ons land in de late middagzon van een lange zomerdag lijkt te sluimeren.’ dat beeld is, terecht, omstreden. Maar het stemt wel overeen met de bevindingen van onderzoekers naar vergelijkbare elitefamilies uit die tijd…De ondernemingslust was verdwenen, het politieke leven was gestold, maar dat was niet het enige. De mensen zelf waren veranderd.

En dat laatste is iets wat mooi wordt aangetoond in het boek. Tijden veranderen, de maatschappij verandert en een grote familie als de familie Six tracht hierin mee te gaan, terwijl ze eigenlijk vast zit in een ijzeren korset van mores en tradities. Een enkeling in de familie breekt hieruit, zoals de aangetrouwde Lucretia van Merken die een groot dichteres zou worden, of Henriette Six, die het bestond om er met een burgerman vandoor te gaan.

Wat lang in stand bleef was de immense kunstcollectie van de familie. Op enig moment hingen er honderden schilderijen in het huis, waaronder ettelijke werken van Rembrandt (waaronder Maerten en Oopjen, onlangs samen met Het Louvre teruggekocht door het Rijksmuseum), Vermeer (Het Melkmeisje en Het Straatje van Vermeer), Hals, Van Ruysdael enzovoort. Daarbij nog serviezen, glaswerk, munten, kostuums en manuscripten. Het is een geluk dat de contacten met het Rijksmuseum altijd prima waren.

Aparte vermelding verdient nog Pieter Jacob Six, zoon van Jan Six VII. Ogenschijnlijk een op zijn landgoed rondscharrelend heerschap, maar in werkelijkheid het hoofd van de Ordedienst, een op militaire leest geschoeide verzetsbeweging in de Tweede Wereldoorlog. Voor zijn daden is hij beloond met de Militaire Willems-orde en je zou een apart boek aan hem alleen kunnen wijden.

Bovenstaande geeft al aan, er is eindeloos meer te vertellen en Geert Mak doet dat een stuk meer coherent dan ik hier. Er is nog zoveel meer, de Arabische sjeik die met een Six een goed heenkomen zoekt in de V&D, het gedwongen dansje van de Hillegomse burgervader Jan Six na de Franse aftocht en waarom Lucretia pas begraven mocht worden ‘tot zij begon te rieken.’

Prachtige verhalen allemaal, maar wat ik het meest interessant vind is dat je een verhaal leest over een familie die op veel vlakken erg verstrengeld is met onze geschiedenis en waar nog talloze tastbare herinneringen van zijn overgebleven, zoals de huizen in Amsterdam, de kunstcollectie, gedichten van Vondel, hun kostuums, de grenspalen van hun landerijen of het stadhuis in Hillegom. De collectie in het huis aan de Amstel 2018 is nog steeds te bezichtigen op afspraak, maar de site leert ons wel dat, door dit boek, alles al wel volgeboekt zit tot in oktober 2017.

Lees vooral ook de besprekingen van Joke en Bettina

DSCN4425.JPG
Grenspaal landgoed Jan Six

Advertenties

b20a11d4dfb12ec5974634c6f41444341587343
In Wat zegt? Wat doet? Verzameld Herenleed van Armando en Cherry Duyns zijn de verzamelde teksten opgenomen van het televisieprogramma Herenleed. Dit programma werd van 1971 tot 1995 uitgezonden. Absurdistische humor in korte sketches, gespeeld door Man 1 (Armando als ‘het bescheiden heertje met bril, hoge schoenen en te krappe jasje’) en Man 2 (Cherry Duyns als ‘de verwaten heer met bolhoed, sik, opstaande snor, pandjesjas en horlogeketting’). Johnny van Doorn figureerde ook in vele gedaanten (Moeder, Kabouter, Koning) in de serie tot aan zijn dood in 1991. Het decor, vaak duinen en zandverstuivingen op de Veluwe.

Je moet er van houden en ik kan er erg om lachen. Eigenlijk werd ik hieraan herinnerd door een Facebookvriend, die hele discussies voert op het internet in de stijl van Herenleed. Ik vermaak mij daar erg mee en het deed mij op zoek gaan naar de teksten. Ik vond dit boek, ongelezen en gesigneerd door beide auteurs.

Waarom spreekt de humor mij zo aan? Ik houd van taal en het spelen met taal en dat gebeurt hier. Er worden zinnen afgekort, gezegden verzonnen en de meest kolderieke verbanden gelegd. Zomaar een voorbeeld;

Man 1 tot Man 2: Wat kunnen vaders weten hè?
Man 2: Ja, dat komt dus door die toespraak van mij, hè, dat die lui alles weten.
Man 1: Staat er nou bijvoorbeeld in uw redevoeringspapieren waarom vogels geen kuiten hebben?
Man 2: Eh…Dat zal ik even moeten nakijken…Ja, het staat erin, ja. Ja, hoor…
Man 1: O, gelukkig. Ik zag laatst een mus met boter aan z’n snaveltje.
Man 2: Vinken?
Man 1: Nee, spechten.
Man 2: O!
Man 1: Er is een giraffenmeisje geboren, overigens.
Man 2: Bah.
Man 1: Ze weegt 60 kilo en de ouders zijn overwegend trots voornamelijk.

En zo gaat het 263 pagina’s door. De teksten zijn uit de periode 1971 tot en met 1985 en ik herkende nog wel een aantal uitdrukkingen, die ik ook in de Facebookconversaties voorbij zie trekken (Vrouwen zijn touwenVogeltjes zijn rotkerels!). Door het succes op televisie is het later ook nog in de theaters gebracht, aanvankelijk met Johnny van Doorn en na zijn dood nog twee maal zonder hem. Nog een kleine proeve van de dialogen dan:

Man 2: Meneer, staat u toch eens even stil, wilt u.
Man 1: Ja, dat is het danseresje in me, dat doet me steeds bewegen, het danseresje.
Man 2: Ach juist.
Man 1: Want wat ik niet al in me heb, ik heb in me: het pelgrimmetje, het bloemenverkoopstertje, het roverhoofdmannetje, en het danseresje natuurlijk, dat zei ik al.
Man 2: Dat is veel te weinig om prat op te gaan, wilt u.
Man 1: Ik ga niet prat!
Man 2: U ging heel erg prat.
Man 1: Ja, soms ga ik wel es een beetje prat ja.

De programma’s zijn ook uitgebracht op dvd, daar moest ik maar eens achteraan gaan.

9026338090.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik kocht Catch-22 van Joseph Heller eigenlijk een beetje in een opwelling. Het boek viel op door de helgroene kaft, het is een bekende titel en levendige dialogen op de eerste pagina. De achterkant leerde mij dat dit de oorlogsroman is die alle andere overbodig maakt, dus dan schiet je meteen een eind op.

En dan ga je lezen…en wordt alles weer anders. Jazeker, het is een oorlogsroman. Het gaat over een luchtmachtbasis op het (niet bestaande) eilandje Pianosa voor de Italiaanse kust. Hoofdpersoon is Yossarian, de bommenrichter die er vast van overtuigd is dat de vijand en wellicht vele anderen er op uit zijn om hem te vermoorden. Goed, de term absurd staat op de achterkant, maar dit verwachtte ik ook niet;

‘Ze proberen me te doden,’ zei Yossarian kalm.
‘Niemand probeert jou te doden!’ schreeuwde Clevinger.
‘En waarom schieten ze dan op me?’ vroeg Yossarian.
‘Ze schieten op iederéén,’ antwoordde Clevinger…Clevinger dacht echt dat hij gelijk had, maar Yossarian had de bewijzen, omdat vreemdelingen die hij niet eens kende, telkens als hij de lucht inging om bommen op hen te laten vallen, met kanonnen op hem schoten, en dat was allesbehalve grappig.

Met stijgende verbazing en geamuseerd las ik door en snorde wat achtergrondinformatie op. Satire en absurdisme dus. Prima, daar kan ik ook mee uit de voeten. Yossarian denkt ook dat zijn eigen superieuren op zijn dood uit zijn. Het aantal gevechtsmissies dat hij moet vliegen om op lang verlof te gaan wordt telkens verhoogd. Hij verzint uitvluchten, wendt ziekte voor maar bevindt zich uiteindelijk in een catch-22 situatie. De dokter legt het uit;

‘Natuurlijk is er een catch,’ antwoordde doc Daneeka. ‘Catch-22. Iemand die geen gevechtsmissies meer wil vliegen is zo gek nog niet.’…iemand die…een bezorgdheid over zijn eigen veiligheid aan de dag legde, bewees daarmee dat hij geestelijk normaal was. Orr was gek en kon worden afgekeurd. Hij hoefde er maar om te vragen, maar zodra hij dat deed, zou hij niet gek meer zijn en zou hij meer gevechtsmissies moeten vliegen.

Het is dus een oorlogsroman, maar de vijand is niet aanwezig, hoogstens op de missies die worden gevlogen. Het boek is verdeeld in hoofdstukken die handelen over de personages op de luchtmachtbasis of over de plaatsen die worden bezocht, zoals Rome op verlof. Het zijn er veel, er trekken zo’n 50 personages in totaal voorbij en het boek telt ook goed 500 pagina’s. Boeklog vond het wat té veel, ik had er geen last van en heb mij uitstekend vermaakt. Een sterk karakter is Milo Minderbinder, die groot wordt in de zwarte handel. Hij gaat zover, hoezo absurdisme,  dat hij zelfs zijn eigen basis bombardeert;

Hij had weer een contract afgesloten met de Duitsers, ditmaal om zijn eigen onderdeel te bombarderen…Zijn bemanningen spaarden de landingsbaan en de messrooms, zodat ze netjes konden landen na hun opdracht te hebben uitgevoerd en nog een warm hapje konden eten voordat ze gingen slapen.

Er vallen talloze citaten te geven, over de legerpredikant, over de volledig ingezwachtelde soldaat in het wit (Misschien zit er niemand in), over Nately’s hoer die een grotere rol speelt dan aanvankelijk gedacht, over Majoor Major Major Major (geen tikfout) en ga zo maar door. Lees het vooral zelf.

Het is een absurdistische oorlogsroman maar ook meer dan dat. Er is aandacht voor oorlogstrauma’s en er vallen wel degelijk slachtoffers. Daarmee is het ook een anti-oorlogsroman én een aanklacht tegen het kapitalisme, in de vorm van de ongebreidelde hebzucht en expansiedrift van Milo Minderbinder. Het boek verscheen in dezelfde tijd als Norman Mailers The Naked and the Dead en Kurt Vonneguts Slaughterhouse Five en bevindt zich daarmee in een illuster gezelschap van oorlogsromans.

Achter in het boek staan een aantal documenten opgenomen die de achtergronden van het boek toelichten, onder meer één door de auteur zelf. Zo leer ik dat de titel eerst Catch-18 was, maar omdat de auteur Leon Uris een oorlogsroman uitbracht met de titel Mila-18, moest de titel aangepast worden. Het werd Catch-22 en deze term is inmiddels toegevoegd aan de Engelse woordenschat. Veel meer erkenning is er niet lijkt me.

Vertaling; J.F. Kliphuis