archiveren

Maandelijks archief: september 2015

ff05d117c4793a4592f66595241437641414141
Het overlijden van Joost Zwagerman triggerde mij om nog eens wat van hem te lezen, dus ik kocht zijn bekende boek Vals Licht.  Het boek beschrijft ‘de economie van het vlees’ ofwel de prostitutie aan de hand van de levens van Simon Prins en de prostituee Lizzie Rosenfeld.

Simon is vijftien als hij voor het eerst een hoerenbuurt bezoekt in zijn woonplaats Alkmaar. Hij is geïntrigeerd en als hij verhuist naar Amsterdam voor zijn studie wordt hij een regelmatige bezoeker van de rode ramen;

Met de tred van de angsthaas uit Alkmaar begaf hij zich gemiddeld een keer per week onder de processie van hoerenlopers die in wisselende samenstelling maar met altijd eendere ernst hun Stille Omgang over de wallen maakten.

Het onvermijdelijke gebeurt, hij wordt verliefd op Lizzie. Zij werkt al jaren als prostituee maar verlaat het wereldje voor Simon. Hun relatie is een complexe. De liefde wordt aanvankelijk niet bedreven, Lizzie kan het niet. Ze praten veel en Simon hoort over haar huwelijk met Jasper. Die heeft haar het wereldje in geholpen en ze komt maar moeilijk los van hem, ook nu nog. Simon hoort van Wesley, die Lizzie duizenden guldens afhandig heeft gemaakt.

Simon merkt dat Lizzie naar het consultatiebureau gaat waar verslaafden afkicken én hij komt erachter dat Lizzie achterna wordt gezeten door een paar ongure types. Die elementen en het gebruik van een paar cliffhangertjes maken dat het verhaal makkelijk leest. Veel boeiender echter is de omgang tussen Simon en Lizzie. Ze wonen samen en sinds Lizzie niet meer werkt moeten ze van weinig rondkomen. Dat valt niet mee;

Zij liet hem geen andere keuze dan haar te betuttelen. Het kwam zelfs zover dat hij aanbood haar uitkering te beheren…Simon meende dat zij winkelde uit wanhoop. Niemand kon zo vreugdeloos geld uitgeven als zij. Uiteindelijk haatte Lizzie baar geld. Het herinnerde haar aan de omstandigheden waaronder het haar was toegestroomd. Ja, dát moest het zijn: Lizzie kocht niet om te krijgen maar om kwijt te raken…Geld was besmet, de goederen ademden onschuld…Het was te vergelijken met het geloof in de heilzame werking van vitaminepreparaten. Spilzucht en vitaminegekte kwamen voort uit één verlangen: rituele reiniging.

Verder is het aantrekken en afstoten. Of alles goed afloopt geef ik verder niet weg, lees daar vooral zelf het verhaal voor. Ik heb geboeid zitten lezen over verrukkelijke onschuld in vals licht en over de harde kanten van het schaduwbestaan.

77da3d5ffb9e3875971376e6a67444341587343
De stoel van God is een roman van de kinderarts Paul Brand. Het is het indrukwekkende verhaal van Klaas, een jongen die lijdt aan cystic fibrosis (CF), ofwel taaislijmziekte. Het is ook het verhaal van de kinderarts Theo van Diepen. Hij wordt de vaste arts van Klaas en leert hem en zijn ouders goed kennen. Uiteindelijk, de achterflap verraadt dit al, loopt het niet goed af en komt Theo voor een dilemma te staan.

Omdat ik zelf jaren als vrijwilliger met de zomerkampen van de Stichting Fibrosekinderen op Kamp ben mee geweest, wilde ik dit boek graag lezen, maar de CF is niet precies waar het in dit boek om draait. De auteur vertelt;

Dit boek is geschreven om te laten zien wat er gebeurt als kinderartsen besluiten om actief levensbeëindigend te handelen. Het wil laten zien hoe artsen tot dit besluit kunnen komen, en dat deze artsen geen monsters, maar mensen zijn…Artsen die een centraal onderdeel uit hun eed, primum non nocere (boven alles geen kwaad doen…) serieus nemen. Mensen die ook feilbaar zijn, fouten maken.

Het verhaal begint met Theo die in opleiding is en snel te maken krijgt met Eduard, Annemarie en hun zoontje Klaas. Hij wordt de vaste arts van Klaas en krijgt al snel te maken met alle dilemma’s die je bij een cf-patiënt tegen komt;

Het verschil tussen Klaas en gezonde kinderen zou voor Klaas steeds duidelijker worden, naarmate hij ouder werd. En dus zouden er meer en meer vragen komen. Wanneer was nou een goed moment om hem iets te vertellen over zijn ziekte? En wat vertelde je hem dan? En hoe? Hoe kun je een kind duidelijk maken dat hij een akelige erfelijke ziekte heeft, waarvoor hij elke dag medicijnen moet nemen en toch, steeds zieker wordt en doodgaat?

Er wordt gekozen voor duidelijkheid. Alles wordt Klaas stukje bij beetje verteld en naarmate hij ouder wordt begrijpt hij beter hoe het zit. Hij wordt boos, tegendraads maar is ook meegaand, berustend en soms verbluffend volwassen. Dat laatste herken ik uit de praktijk. Het gaat slecht met Klaas, zijn longfunctie holt achteruit en hij komt in aanmerking voor longtransplantatie. Dat weigert hij. Hij heeft meegemaakt dat de longen bij een getransplanteerd vriendinnetje werden afgestoten en heeft gezien wat de medicijnen met haar hebben gedaan. Klaas laat Paul beloven dat hij menswaardig en zonder pijn mag sterven.

Dat is de crux van het boek. Actieve levensbeëindiging bij kinderen is niet toegestaan. Bij volwassenen wel. Die stellen een verklaring op en als de arts het protocol volgt is er niets aan de hand. Kinderen zijn echter niet wilsbekwaam, dus pijnverlichting is alles wat rest. Ook Theo krijgt hier mee te maken en volgt hierin zijn eigen weg. De uitkomst laat zich raden.

De romanvorm is gebruikt zodat de karakters wat meer aangedikt kunnen worden dan bij non-fictie. Dat werkt goed. Klaas krijgt helaas alles over zich heen, bloedingen, diabetes, schimmelinfecties, afstoting bij zijn vriendinnetje. De stijl is onverbloemd en je krijgt de woede en onmacht van ouders, patiënt én arts akelig goed mee;

‘Luister, het goede nieuws is dat Klaas geen longbloeding heeft en dus niet in levensgevaar is…Die diabetes, da’s dik balen maar dat krijgen we wel onder controle.’
‘Het lijkt verdomme wel alsof Klaas alles moet krijgen’, barstte Eduard uit. ‘Alles. Alles wat bij CF hoort. Klaas krijgt het allemaal.’
Weer had ik niks te zeggen. Hij had gewoon gelijk.

Een beklemmend maar mooi boek van zo’n 280 pagina’s over een groot thema. Dat het thema nog altijd zeer actueel is, blijkt uit dit artikel van 19 juni 2015.

2bb209fcfb000e5593830575841437641414141
Na het lezen van De waanzinnige veertiende eeuw van Barbara Tuchman, kan het adagium “Vroeger was alles beter” voorgoed de prullenbak in. Dit is toch een tijdperk waarin je beter niet geleefd kan hebben. Ik wist er wel iets van, maar mijn liefde voor geschiedenis kon dit boek absoluut niet laten liggen, ik leer vast iets bij in zo’n 660 pagina’s.

Tuchman stelt niet teleur. Om de ellende meteen maar te benoemen, de veertiende eeuw werd geteisterd door vier gesels, namelijk niet-aflatende oorlogen, de pest, de vrije benden en het pauselijk schisma. Die thema’s worden, met talrijke uitstapjes, belicht aan de hand van het leven van een belangrijke edelman uit die tijd, Enguerrand VII van Coucy (1340-1397). Wat mij betreft een prima formule. Waar in een geschiedenisboek de valkuil van dorre feiten dreigt, wordt met een hoofdpersoon het verhaal leven ingeblazen.

De oorlogen dan. Eigenlijk een stroom van niet-aflatende conflicten tussen Engeland en Frankrijk. Frankrijk, dat van zichzelf vond de dapperste ridders ter wereld te hebben moest bijvoorbeeld het onderspit delven tegen de Engelsen die zowaar voetvolk inzetten met een nieuw apparaat, de handboog. Fransen zijn hardleers, onbesuisde dapperheid zou ze veel vaker de kop kosten.

De pest deed zijn intrede en decimeerde uiteindelijk 40 tot 50% van de Europese bevolking. Men wist eenvoudig niet waar de ziekte vandaan kwam en wat er tegen te doen. Joden werden beschuldigd van het vergiftigen van bronnen en er werden onvoorstelbare wreedheden tegen hen begaan. Er ontstonden gemeenschappen van geselbroeders die door zelfkastijding de pest trachtten te weren, zonder resultaat uiteraard.

Had men de pest overleefd, dan waren er nog de vrije benden. Als de oorlog op een laag pitje stond, vormden zich benden van voetvolk en al of niet verarmde ridders, die het land werkelijk teisterden. Niemand was veilig. Moord, plundering en verkrachting was aan de orde van de dag.

Het schisma in de kerk is wat ingewikkelder, maar kort gezegd was er een paus in Rome en een tegenpaus in Avignon. Beiden werden gesteund door andere machtsblokken en dat hielp niet mee voor het machtsevenwicht in Europa. Hoe belangrijk dit was geeft Tuchman zelf aan:

De verkiezing van een tegenpaus zou onvermijdelijk verdeeldheid brengen…De verkiezing van een man die in heel Italië werd gevreesd en veracht doet denken aan een machtswaan die bijna even waanzinnig was als het gedrag van Urbanus. Misschien was op dit tijdstip de 14de eeuw zelf wel niet helemaal bij haar verstand.

Het boek staat vol met beschrijvingen van allerlei veldslagen (de Gulden Sporenslag bijvoorbeeld) vol wapperende banieren en glanzend gepoetste harnassen. Geweldig om te lezen vind ik, maar wat ik minstens zo mooi vind zijn de beschrijvingen van alledag, hoe de mensen leefden:

’s Zomers werden de vloeren bestrooid met welriekende kruiden en grassen en in andere jaargetijden met biezen of stro dat viermaal per jaar werd verwisseld of, zoals in de armere huizen, eens per jaar; tegen die tijd wemelde het van de vlooien en was bezaaid met hondepoep en afval. Een welgestelde koopman strooide vóór een feestmaaltijd viooltjes en andere bloemen op de vloer en sierde zijn muren en tafels met vers groen dat in de vroege morgen op de markt werd gekocht.

Dit zijn inkijkjes die er toe doen. Lees over de mechanieken om elkaar voor de gek te houden, zoals die van graaf Robert van Artois:

In zijn tuin stonden standbeelden die de bezoekers natspoten als zij er langs liepen (14de eeuw, I remind you – kdj) of als papegaaien woordjes naar hen krijsten; door een valluik viel men op een verenbed in de diepte; in een vertrek werd er bij het openen van de deur regen, sneeuw of onweer geproduceerd, er waren leidingen die onder een bepaalde druk ‘de dames van onderen natspoten’.

Een persoonlijke noot dan; uit mijn jeugd staat één boek mij het meest bij en dat is Het rad van fortuin van Thea Beckman. Gefascineerd was ik door de heroïsche figuur Bertrand du Guesclin. Ook hij krijgt in dit boek zijn plaats in de geschiedenis als connétable, opperbevelhebber, van de Franse troepen.

‘Vroeger was alles beter’? Welnee. Dit boek laat zien dat de gruwelen die we vandaag op tv zien vroeger ook voorkwamen, soms op nog veel grotere schaal ook. Ik denk dat we wel moeten leren van de geschiedenis en daar mag best een paar tanden bijgezet, maar ik ben prima tevreden in dit tijdsgewricht. Een must-read voor geschiedenisliefhebbers, dit boek.

Vertaling; J.C. Sliedrecht-Smit