archiveren

Klassieke muziek

9029090871.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Toen ik het boek De Matthäus-Passion zag liggen van Mischa Spel en Floris Don, was ik niet helemaal zeker of dit wat kon toevoegen aan mijn luisterbeleving van het werk van Johann Sebastian Bach. Het heeft als ondertitel Wat Bachs meesterwerk je vertelt, als je weet waar je op moet letten en dan staat er ook nog Complete Luistergids bij. Toe maar. Ik had vorig jaar al het vuistdikke boek Bachs grote Passie gelezen en dat ging vrij diep, dus was dit de moeite waard?

Jazeker. Het heeft een heel andere invalshoek. Uitvoerende musici die het werk door en door kennen (Max van Egmond, zo’n 800! uitvoeringen) nemen je mee door het hele werk en vertellen wat ze voelen bij de passages, hoe ze het uitvoeren en waar ze tegen aan lopen. Een feest om te lezen.

Dat de Matthäus een fenomeen is in Nederland, dat is bekend, maar de makers van dit boek wilden vooral een gids samenstellen om antwoord te krijgen op vragen als wàt het precies is dat ons raakt, wat gebeurt er nu in die muziek, hoe is het opgebouwd? Daar is onnoemelijk veel over te vertellen en in zo’n 240 pagina’s krijg je geen volledig beeld. Dat wordt ook niet nagestreefd. Wat wel wordt nagestreefd is een leesbaar werk vanuit passionele impuls. De kenners zijn ook niet de minsten, zoals Ton Koopman, Philippe Herreweghe, Peter Dijkstra, Peter Kooij, Nico van der Meel, Masaaki Suzuki, René Jacobs, Maarten ’t Hart en nog een pak meer.

Er staan talloze mooie fragmenten in het boek. Ik laat er een paar volgen:

Peter Kooij, bas: Als je eenmaal bekend staat als Bach-zanger, wordt je in die hoedanigheid ook weer gevraagd. Ik heb nooit de behoefte gevoeld dat te veranderen. Waarom verhuizen naar een rijtjeshuis als je in een kasteel woont? Bach verveelt mij nooit.

Nico van der Meel, tenor; “Judas smijt zijn verradersloon de tempel in en – dalende melodie – verhangt dan zichzelf. dat is een uitermate dramatisch moment, wat tijdens de uitvoeringen niet zelden wordt verstoord doordat de eerste violist ten bate van zijn solo in “Gebt mir meinem Jesum wieder” alvast ostentatief zijn lessenaar omhoog begint te schroeven. Enorm storend. Dan heb ik de neiging te roepen: “Hallo mensen, hoorde u wat ik net zong? Judas hangt zichzelf hier op!””

Ramsey Nasr, schrijver; De tekst van Picander is metrisch gezien, in alle eerlijkheid, vaak broddelwerk, niet consistent…De tekst van de Matthäus zit bovendien nog vol stoplappen ook…Maar het genie van Bach weet overal iets van te maken. Al die lappen prozatekst van de evangelist, dat is hier en daar het equivalent van een telefoonboek op muziek zetten. Bach komt er altijd glansrijk mee weg.

Het is niet alleen een vermakelijk boek maar leert mij nieuwe dingen, zoals de uitleg van Nico van der Meel over “de rietstok”, of “das Rohr”, waarmee Jezus wordt geslagen, in relatie tot de noten die eronder liggen. Dat is voor mij direct de meerwaarde van het boek.

Advertenties

9082408902.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Erik Voermans is muziekredacteur van Het Parool.  In zijn boek Van Andriessen tot Zappa bundelt hij in meer dan 100 hoofdstukken de interviews die hij afnam met de belangrijkste hedendaagse componisten en bespreekt hij hun muziek.

Nu weet ik van tevoren dat ik daar druk mee ga zijn. Ik heb best wat hedendaagse muziek in huis, maar kan nog erg veel bij leren, en daar gebruik ik zo’n boek dan ook voor. Het stelde niet teleur, ik heb een schat aan nieuwe informatie opgedaan.

Misschien moet ik beginnen met een citaat van de auteur zelf, over hoe het kan gaan met zo’n eerste kennismaking met hedendaagse muziek. Dat gaat over het stuk Le Marteau sans maître van Pierre Boulez en het komt overeen met mijn eigen ervaringen;

En toen belandde dus die Marteau op mijn draaitafel. Begrijpen deed ik het voor geen cent. Toch vond ik dat koele getinkel van die ijsblokjes meteen al hartstikke mooi, eigenlijk direct al bij de eerste beluistering. Maar het grillige vocale parcours van de zangeres – die rare grote sprongen, dat was toch geen melodie meer? – wilde zich maar niet in mijn oren nestelen, en dat is lang zo gebleven, eerlijk gezegd.

Hedendaagse klassieke muziek beluister ik ook niet vanwege de melodielijnen. Wel vanwege de klank, de energie en de spanning die er in zit. Luister eens naar het stuk Earth dances van  Birtwistle, wat een tomeloze energie zit daar in. Luister naar Tanzsuite mit Deutschlandlied van Lachenmann en zie wat hij met conventionele instrumenten voor een klankwereld kan oproepen. Fascinerend!

Het boek biedt veel meer dan alleen muziekvoorbeelden. Het brengt ons dichter bij de componist zelf en geeft een beeld van het klimaat waarin ze moeten werken in bijvoorbeeld Nederland. Zo is het pamflet opgenomen dat Cornelis de Bondt heeft geschreven waarin hij afrekent met het kortzichtig denken over de kunsten en kunstsubsidies;

“Neem nu zo’n Muziekcentrum van de Omroep. Dat moest eerst weg. Nu mag er weer een stuk van blijven. Denk je dat ze bij een onderneming als Philips op zo’n ondoordachte manier in essentiële bedrijfsonderdelen gingen snijden? Natuurlijk niet! Daar gaat uitgebreid onderzoek aan vooraf. Maar in de muziek hoeft dat kennelijk niet en dat vind ik onbegrijpelijk.”

De Bondt was uiteindelijk zo teleurgesteld dat hij al zijn werken heeft teruggetrokken voor uitvoering. Gelukkig valt er ook nog veel te genieten en te lachen in het boek. We leren dat smaak zeer subjectief is. Zo vindt Simeon ten Holt het werk van de Nederlandse componisten erg plat. Willem Pijper noemt hij niet veel soeps, terwijl Otto Ketting verderop debiteert dat Pijper toch echt heel goede dingen heeft geschreven. Ik lees over Heiner Goebbels, die aangeeft dat het heilige componistenvuur bij hem totaal ontbreekt;

“Ik vind het allemaal onzin. Ik doe niet mee aan het romantische cliché van de componist die in de eenzaamheid van zijn zolderkamer monumentale werken zit te scheppen die niemand ooit zal horen….Ik werk alleen als iemand iets nodig heeft.”

Anekdotes genoeg en citaten teveel, maar het boek doet mij (opnieuw) luisteren naar Ombre Cinesi van Willem Jeths, Naar de Anne Frank Cantate van Hans Kox, naar The Rise of Spinoza van Theo Loevendie, naar Grab it! van Jakob ter Veldhuis en ga zo maar door, het is een mèr à boire.

Gelukkig is het ook een actueel boek en worden er bij oudere interviews en stukken zinvolle toevoegingen geschreven. Zo wordt er nog melding gemaakt van het onlangs overlijden van Pierre Boulez. Enig minpuntje is de soms slordige redactie met spelfoutjes en/of foutieve afbrekingen, maar dat valt in het niet bij het plezier dat ik aan dit boek beleef.