archiveren

Islam

9462251762.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Na de aanslagen in Parijs werd het boek van schrijver/journalist Arthur van Amerongen, Brussel: Eurabia deel I en II ineens verrassend actueel. Deel I bestond al en werd in 2008 uitgebracht, deel II kwam vorig jaar uit als e-book en de papieren bundeling is haastig uitgebracht naar aanleiding van de actuele gebeurtenissen.

Voor deel I dook de auteur een jaar lang onder in de Brusselse wijk de Marollen. Hij wilde verslag doen van de islamgemeenschap en uitvinden hoe radicalisering tot stand komt en wat mensen er toe drijft om aanslagen te plegen. Directe aanleiding is de zelfmoord-aanslag van de Belgische Muriel Degauque die zich in Bagdad opblies. Het helpt natuurlijk dat Van Amerongen Arabisch spreekt en zijn studies in die richting heeft afgerond. Over zijn begintijd daar;

Iedere dag stond ik voor dag en dauw op en oefende de salat, het gebed en de woedoe, de rituele reiniging die eraan voorafgaat. Ik at halal, was geheelonthouder geworden en voelde me op mijn zevenenveertigste fitter dan ooit.

Want zo ver gaat hij. Hij gaat na wat er nodig is om zich te bekeren tot de islam en schrijft zich in aan de Al-Khaira-academie in Brussel. Hij bestudeert de koran, gaat gesprekken aan met moslims in de wijken en woont vele lezingen bij. Hoe meer hij zich in de materie verdiept, des te harder vallen de schellen van zijn ogen. Lezingen ontaarden vaak in scheldpartijen tegen het Westen, de boekhandels liggen vol met opruiende lectuur en de bekende druppel is het als hij, in nabijheid van zijn vriendin, in elkaar wordt geslagen.

Waar hij eerst sympathiek tegenover de islam stond, wordt Van Amerongen een verklaard tegenstander ervan. De multiculturele samenleving is mislukt en er wordt openlijk gesproken van een tikkende tijdbom.

Van Amerongen schrijft zijn verhaal vlot en hij spaart zichzelf daarbij niet. Zijn verslavingsgevoeligheid voor drank en drugs speelt als altijd een prominente rol. Hij trekt bovendien scherpe parallellen tussen zijn eigen streng calvinistische opvoeding en het moslim-extremisme;

Aanvankelijk vond ik het een warm geloof, gedreven door naastenliefde, broederschap en onbaatzuchtigheid. Maar in Brussel was ik, naarmate ik me meer in de islam verdiepte, verbitterd geraakt. De islam was het Ware Geloof, er was geen enkel begrip voor andere religies…De kerkgemeenschap waarin ik opgroeide, predikte diezelfde intolerantie en superioriteit…In al mijn naïviteit had ik gehoopt dat de islam mij rust zou schenken, maar het tegendeel was waar.

Waar deel I nog een zoektocht was, is deel II veel uitgesprokener. De mening is gevormd (Terug naar kalifaat Molenbeek) en hier worden de voorbeelden uitgewerkt. No-go area’s, islamknuffelaars, Mocro Wars en Syrië-gangers, Van Amerongen zit bovenop de actualiteit, maar nu fulminerend vanuit zijn eigen ervaringen. Hoewel ik het niet helemaal met hem eens ben (het blijft een kwestie van een minderheid die het voor de meerderheid verstiert) heeft de man natuurlijk wel een punt. Bewijs is geleverd bij de laatste aanslagen, waar de daders uit het milieu kwamen waar Van Amerongen, op zijn eigen wijze, al voor gewaarschuwd had.

9025307558.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Ik weet wel iets van Mohammed en de islam, maar het blijft toch altijd een beetje klok en klepel. Toen verscheen het boek van Marcel Hulspas, Mohammed en het ontstaan van de islam. Tijd voor wat verdieping, zo vond ik.

Het boek is een biografie van Mohammed, maar het is ook meer dan dat. Dat moet wel, want veel feitenmateriaal over de profeet is er niet. Hulspas begint zijn boek dan ook met het schetsen van de ‘Arabische’ wereld voor de komst van Mohammed. Die wereld wordt gedomineerd door de Perzen en de Byzantijnen. Zij vechten om de heerschappij en daartussen bewegen zich de bewoners van oudsher, de Arabische stammen.

Die stammen ontwikkelen geleidelijk aan iets van een gemeenschappelijke identiteit door hun bewegingen via de vaste handelsroutes. We schrijven de 7e eeuw als Mohammed op het toneel verschijnt. Hij zegt de laatste profeet van God te zijn, zoals voorspeld in de bijbel;

Eeuwen eerder hadden christenen in de Hebreeuwse bijbel allerlei teksten gevonden die (volgens hen) de komst van Jezus aankondigden. Op hun beurt lazen Arabieren het Nieuwe Testament, op zoek naar bewijzen dat Jezus de komst van een Arabische profeet had voorspeld. En die vonden ze inderdaad…

Mohammed verkondigt het ware woord via allerlei openbaringen. Hij geeft aan dat Arabieren, net als joden en christenen afstammen van Abraham, maar dat ze allen van het ware geloof zijn afgedwaald. De Kaäba in Mekka speelt hierin een belangrijke rol want die zou het middelpunt hebben gevormd van het oude geloof van Abraham.

Zoals gezegd is er weinig feitelijks bekend over Mohammed. Hij wordt maar vier maal genoemd in de koran bijvoorbeeld. Wat rest zijn de sira’s ofwel de heilsgeschiedenissen. Die ontstonden pas na 700, toen christenen kritische vragen gingen stellen over de islam en de koran. Een sira dient om aan te tonen dat Mohammed de laatste en beste der profeten was. Hulspas citeert veelvuldig uit de meest volledige sira, die van Mohammed ibn Ishaak. Veelvuldig, maar kritisch.

Waar hij ook kritisch op is, zijn de openbaringen die opgetekend zijn in de koran. Hij is goed op de hoogte van zowel de koran als de bijbel en vergelijkt de boeken wanneer het maar kan, zoals op het punt van het laatste oordeel;

Volgens het visioen van Paulus werd een zondaar twee keer veroordeeld en gestraft: eerst direct na zijn (of haar) dood…en later volgde een tweede bestraffing op de Dag des Oordeels…Het standpunt van de Koran in dezen is niet helemaal duidelijk. De Profeet benadrukt dat ‘zij die gedood zijn op de weg Gods’ niet dood zijn maar direct verder leven in de hemel.

Hulspas gaat in op de bekende islamkritieken. Als God alles rechtstreeks aan Mohammed heeft geopenbaard, dan zitten er toch wat foutjes in God’s verhaal. Zo is er de curieuze opmerking dat Maria de zuster van Mozes zou zijn geweest (soera 19, vers 28). Elders staat dat de joden Christus niet gekruisigd hebben maar slechts zijn schaduw (soera 4, vers 157). Zo staan er tegenstrijdigheden in de koran, die de twijfel voeden of hier sprake is van één auteur. Beroemd is ook het verhaal van Mohammed die de vrouw begeerde van zijn aangenomen zoon. Prompt kreeg hij een openbaring die meldde dat dit toegestaan was, iets dat zijn favoriete vrouw Aïsja wat al te toevallig voorkwam…

Verder laat de auteur zien dat de sira’s ook niet altijd overweg konden met de openbaringen. De koran is ook geen makkelijk boek. Dat werd dan opgelost met een sabaab al-noezoel, verzonnen om een duistere koranpassage van een verklaring te voorzien.

Uiteindelijk gaat het boek over Mohammed. Hij had in Mekka grote moeite om zijn, toen nog gematigde openbaringen, aan de man te brengen. Hij snapte aanvankelijk ook niet waarom God de Mekkanen hiervoor niet strafte. Later begreep hij het. Hij Mohammed, was het instrument om te straffen. In Medina werden de openbaringen veel radicaler en die dienen helaas nu nog ter inspiratie voor de meest verschrikkelijke daden. Al die sleutel-soera’s zijn opgenomen en worden geduid in dit boek. Mohammed is daarmee een fascinerend persoon. De juiste man op de juiste plaats, trots verkondiger van zijn boodschap. Meedogenloos in zijn opdrachten maar ook een twijfelaar en uiteindelijk een inspirator voor velen. Hulspas heeft een prachtig werk afgeleverd. Niet altijd even makkelijk, maar zeer de moeite waard als je meer wilt weten over de islam en zijn profeet.

1001004007800693
I
k heb zelf altijd een beetje moeite met Ayaan Hirsi Ali. Daarom kocht ik haar boek Nomade, wellicht dat zijzelf hier iets aan kon doen. Dat kon zij niet. Maar laat ik bij het begin beginnen.

De auteur werd geboren is Somalië en heeft in haar jeugd ook in Saoedi-Arabië en Kenia gewoond. Daar kreeg zij een traditionele, streng Islamitische opvoeding. Zij werd besneden en uiteindelijk uitgehuwelijkt aan een Canadese man. Op weg naar hem vroeg zij in Nederland politiek asiel aan, juist om onder dit huwelijk uit te komen. Zij kwam hier terecht in een asielzoekerscentrum, kreeg een verblijfsvergunning en leerde Nederlands. Daarna studeerde zij politicologie en kwam via de PvdA uiteindelijk voor de VVD in de Tweede Kamer terecht.

Daar stond ze bekend om haar kritiek op de Islam. Als afvallige moslim deed ze forse uitspraken over de Islam en over Mohammed, ” Mohammed is, gemeten naar onze westerse maatstaven, een perverse tiran” (Dagblad Trouw 25 januari 2003). Zij maakte in 2004 met cineast Theo van Gogh de film SubmissionDat kostte hem zijn leven en zorgde ervoor dat Hirsi Ali tot op de dag van vandaag permanente bewaking nodig heeft vanwege doodsbedreigingen aan haar adres.

Waarom heb ik dan zo’n moeite met haar? Dat ligt niet zozeer aan haar ideeën. Allereerst heb ik oprecht bewondering voor de stappen die zij heeft genomen om haar eigen koers te varen. Ze gaat hiermee dwars tegen de wil van haar ouders in en dat weegt zwaar in de Somalische cultuur. Het is knap dat zij zo snel onze taal leert en in de Tweede Kamer komt. Niets dan doorzettingsvermogen. Haar overtuiging, die kent prima punten. Ik vind ook dat kritiek op een geloof mogelijk moet zijn, ik ben ook tegen vrouwenbesnijdenis en onderdrukking van de vrouw in een geloof. Ik ben ook tegen geweld uit naam van een geloof. Allemaal mee eens, maar ik dacht toch…open deuren?

Goed, zij spreekt ze wel hardop uit en dat wordt haar niet in dank afgenomen. Het is prima om de discussie aan te gaan en de vinger op de zere plekken in de samenleving te leggen. Waar ik mij aan erger is de manier waarop zij dat doet. Die film, dat moet kunnen natuurlijk. Die doodsbedreigingen moet je maar incalculeren, je weet dat ze gaan komen. Het gaat mij meer om het tomeloze gehamer op haar eigen afkomst en de rol die zij zich heeft aangemeten. Als haar staatsburgerschap haar door Rita Verdonk wordt ontnomen zegt ze:

Ik was dus niet alleen stateloos, maar ook dakloos. In plaats van te worden beschouwd als iemand die een bijdrage leverde aan de oplossing van de problemen die het gevolg waren van de grote golven vreemdelingen die de Nederlandse samenleving binnenstroomden – wat ik had geprobeerd – werd ik gezien als onderdeel van het probleem.

Dat vind ik geen sterke passages en daar is meer van. Ik krijg kromme tenen als zij bij de bezichtiging van Vermeer’s Melkmeisje alleen moet denken aan het feit dat zij ook moest opgroeien in zo’n armoedig klein kamertje als waar het Melkmeisje in staat. Effectbejag noem ik dat. Ook het verzonnen verhaaltje tussen een christelijk en islamitisch meisje over de verschillen in geloof (“Zou jij mij vermoorden, je eigen vriendin?”) is veel te makkelijk.

Is het een slecht boek dan? Niet helemaal. Het geeft een goede inkijk in de financiële problemen van de immigranten in Nederland. Ze komen in een cultuur terecht van kredieten en geldautomaten die vreemd voor ze is. Dan is aanpassen erg moeilijk. Hirsi Ali beschrijft ook goed de verschillen tussen gematigde en fundamentalistische moslims en vergelijkt dit met christenen;

Gematigde christenen gaan er niet langer van uit dat elk woord in de Bijbel het woord van God is…Ze hebben zelfs kritiek op de Bijbel…Een ‘gematigde’ moslim stelt zich geen vragen bij Mohammeds doen en laten…Een gematigde moslim praktiseert het geloof misschien op een andere manier dan een fundamentalistische moslim – die zich bijvoorbeeld sluiert, of weigert een vrouw de hand te schudden – maar zowel de fundamentalistische moslim als de zogenaamd gematigde moslim is overtuigd van de authenticiteit en waarachtigheid van de moslimgeschriften.

Dat is wel de kern van haar verhaal. Als men zich binnen de Islam openstelt voor kritiek en het geloof en de geschriften ter discussie durft te stellen, dan is er veel gewonnen. Dat onderschrijf ik, alleen is dat hier in bar slechte stijl opgeschreven. Daar doet geen vertaler meer iets aan.

Vertaling: Marianne Orvelte, Roelien Vermaant en Janet van der Lee

Afbeelding
De duivelsverzen van Salman Rushdie is zo’n boek waarvan ik benieuwd ben hoeveel mensen het nu echt hebben gelezen. Ik was nieuwsgierig naar het boek, maar zag er wat tegenop door de magisch-realistische stijl, gecombineerd met mogelijke Islam-technische termen waar ik weinig van af weet. Toen las ik ook wat besprekingen van lieden die niet of moeilijk door het boek kwamen, afijn…het boek heeft even in de kast staan wachten.

Het kan allemaal op een hoop. Ik heb er van genoten. Ik had er geen moeite mee. Ik snap ook dat niet iedere vrome Moslim het een aardig boek vindt. Een doodvonnis aan schrijver en vertalers snap ik nooit.

Het begint ook vreemd. Het vliegtuig van Djibriel Farisjta en Saladin Chamcha wordt door terroristen opgeblazen en de acteurs storten naar beneden. Ze overleven echter wonderwel een val van negen kilometer. Maar…na de val veranderen ze. Saladin transformeert geleidelijk aan in een duivel, compleet met hoorns en stinkende adem en Djibriel krijgt een prachtig aureool, hij waant zich de aartsengel Gabriël.

Het boek kent geen chronologische volgorde, want we gaan mee met de wanen van beide heren. Zo fluistert Djibriel als aartsengel ene Mahoen (lees: Mohammed) de do’s and don’ts in van de Islam. Daar zit hem meteen de kneep. Mahoen is er na een worstelpartij met de Engel van overtuigd dat hij eerst met de Duivel heeft gevochten en dus Duivelsverzen heeft gehoord in plaats van Goddelijke openbaringen. Dat wil hij graag rechtzetten, maar…:

Djibriel, die vanuit zijn hoogste camerastandpunt zweeft-toekijkt, kent één klein detail, zo’n heel klein kleinigheidje dat toch een beetje een probleem is, namelijk dat ik het alle twee die keren zelf was, baba, eerst ik en toen nog eens ik. Uit mijn mond: zowel verklaring als herroeping, verzen en controverzen, perversie en conversie, de hele troep…

Daar zou zo maar eens een Ayatollah over kunnen vallen. Saladin heeft zo zijn eigen besognes. Hij kampt met een afschuwelijk uiterlijk, is gruwelijk door Djibriel in de steek gelaten en zij komen elkaar later uiteraard tegen. Ook wordt er geflashbacked naar de goddelijke Aisja (die ook als vrouw van Mahoen voorkomt en als prostituee in het boek) die een Indiaas dorp meetroont op een voettocht naar Mekka, in de overtuiging dat de zeeën voor hen zullen splijten. Gevolgd door een veelkleurige vlinderzwerm is het een meesterlijk beschreven tocht:

Dat de toeschouwers de vlinders niet zagen, of wat die vervolgens deden, was wèl vreemd. Niettemin zag mirza Saïd duidelijk dat de grote glanzende wolk tot boven de zee vloog; weifelde; bleef hangen; en zich modelleerde tot de gedaante van een kolossus, een stralende reus die volledig was opgetrokken uit fladderende vleugeltjes en die zich uitstrekte van de ene horizon tot de andere, en de hemel vulde.
‘De engel!’ riep Aisja naar de pelgrims. ‘Zien jullie nu wel! Hij is de hele weg al bij ons. Geloven jullie me nu?’

Kortom, geen boek om haarfijn na te vertellen maar ik had geen enkele moeite met het verhaal of om het te volgen. Rushdie geeft een prachtige kijk op de Engelse samenleving, op de Islam en de migrantenproblematiek. Alleen het opnemen van de Profeet in zijn fictie en een man met waanbeelden tot aartsengel bombarderen leidde tot een nooit voorziene ophef in de literaire wereld.

Vertaling: Marijke Emeis