archiveren

Australische literatuur

47b7014af5036f1593841745877444341587343

Parrot en Olivier in Amerika van Peter Carey is een boek van zo’n 460 pagina’s en verhaalt over de bonte gebeurtenissen op de reis van een onwaarschijnlijk duo aan het begin van de 19e eeuw. Leer Olivier-Jean-Baptiste de Clarel de Barfleur de Garmont kennen. Een nuffige Franse aristocraat die op reis wordt gestuurd naar Amerika door zijn familie. Zogenaamd om een verslag te maken over het gevangeniswezen aldaar, in werkelijkheid om de guillotine te ontlopen waar al teveel voorvaderen het hoofd in verloren. Leer ook Parrot kennen, ofwel John Larrit. Ooit in Engeland bij een drukker de duvelstoejager en leerling-graficus bij ene Watkins. Als de drukkers en zetters, inclusief zijn vader, opgepakt worden wegens clandestiene activiteiten, vlucht Parrot met een schimmige, eenarmige Fransman en wordt zijn bediende. Hij reist met hem naar Australië en Frankrijk.

Olivier en Parrot ontmoeten elkaar in Parijs. Parrot heeft een relatie met Mathilde, die een vaardig schilderes is. Hij wordt als secretaris en bediende toegewezen aan Olivier op zijn reis naar Amerika. Aan boord van het schip ontmoet Olivier de bankier Peek, die hem alvast een klein beetje voorbereid op het feit dat er in Amerika iets anders tegen de aristocratie wordt aangekeken:

‘Ziet u, het gaat om het feit dat uw bediende naar beneden wordt gestuurd.’…’Dat zullen de Amerikanen niet nemen,’ zei hij…
‘O, ja. Maar de bediende is uw geboren vijand, een Engelsman.’
‘En u, uw lordschap, bent een aristocraat.’…
Wat staat me te wachten? dacht ik en ik vroeg:’Hoe gaat de bezittende klasse met deze toestand om?’…Hij trok zo’n heftige grimas dat zijn bovenlip niet meer was dan een potloodstreep onder zijn hooghartige neus. ‘Ze ondergaat het,’ zei hij. ‘De plutocraat en de eenvoudige arbeider schudden elkaar bijvoorbeeld op straat de hand…

Dat is even anders dan Olivier het gewend is. Een nieuw land vraagt om nieuwe mores en daar gaan de heren op eigen wijze mee om. Parrot ziet uiteindelijk de mogelijkheden die het nieuwe land hem biedt. Olivier wordt er verliefd, denkt te gaan trouwen maar dat gaat niet door. De aristocratie verliest er definitief zijn grandeur en hij merkt dat er voor succes gewerkt dient te worden.

De relatie tussen Olivier en Parrot begint als meester en bediende. Parrot heeft geen hoge pet op van ‘Lord Migraine’, maar gaandeweg ontwikkelt zich iets van affectie tussen de twee, tot uiteindelijk Parrot Olivier moet opvangen als deze hem gehavend komt opzoeken en ze op voet van gelijkheid staan:

Ik waste zijn haar en ontdekte dat het vol zat met gruis en grind en twijgen en het was zo vies dat het pas bij de derde keer ging schuimen…’Dank je wel, baas Larrit’, zei hij. ‘Graag gedaan,’ zei ik, ook al dacht ik dat in dit speciale geval meneer beter op zijn plaats zou zijn geweest. Ik had een dringende en kinderlijke behoefte hem te zeggen: Ik zal voor u zorgen, te zeggen: Dit is mijn huis, dit is mijn geliefde vrouw, dit is mijn succesvolle onderneming. U kunt hier veilig blijven en schrijven wat u maar wilt.

Het verhaal is los gebaseerd op de reizen door Amerika van Alexis de Tocqueville, de auteur van Democracy in America. De belevenissen van de twee kunnen makkelijk als metafoor worden gezien voor de maatschappelijke ontwikkelingen in die tijd. Oude waarden botsen met nieuwe, van loopjongen tot ondernemer, democratie in wording, het zit er allemaal in. Grappig is dat meestergraveur Watkins uiteindelijk opduikt en met Parrot een onderneming opzet in vogel-gravures die wel de ontstaansgeschiedenis lijkt van de beroemde Audubon-serie.

Dan een puntje van kritiek. Ik vind Carey nogal eens lang van stof met allerlei bijzinnetjes die er feitelijk niet toe doen, vandaar de vele openingen in het eerste citaat. Het mag wat korter en bondiger. Hij kan het wel, want de dialoog waarin het misgaat tussen Olivier en zijn verloofde is wel to-the-point:

‘Dus dat vind jij ook. Dat ik een provinciaaltje ben.’
‘Beter een leven te midden van provincialen dan lijden onder centralisten. Liefste, niet pruilen. Hier zal de grote wereldbeschaving zijn. Frankrijk zal nooit bereiken wat Amerika heeft bereikt.’
‘Dat geloof je zelf niet.’
‘Geloven? Ik weet het zeker.’
‘Je houdt dus vol dat ik een provinciaaltje ben en je wilt me niet meenemen naar Frankrijk.’
“Ja,’ zei ik geërgerd.
‘Welterusten dan, meneer,’ riep ze en ze liep weg de duisternis in.

Voilà, dat loopt. Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als opgediend en is het een vermakelijk verhaal tussen twee verschillende naturen die elkaar zo af en toe toch weten te vinden.

Vertaling: Hien Montijn

Advertenties

9044319655.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

De Boekendief van Markus Zusak is een hoogst origineel boek over de Tweede Wereldoorlog. Het wordt namelijk verteld door de Dood. De Dood, die vertelt over een meisje, Liesel Meminger, dat ondergebracht wordt bij een pleeggezin.

Het is geen gruwelijke Dood die het verhaal doet. Het is een milde, licht ironische Dood, die toch af en toe zeer “to the point” is:

Ziehier een Klein Feit
  Je gaat dood.

Of:

Een Spectaculair Tragisch
  Moment
Een trein reed heel erg hard.
Hij was afgeladen met mensen
In het derde rijtuig
Stierf een jongetje van zes.

Hiermee begint het verhaal. Liesel verliest haar broertje tijdens een treinreis. Hij wordt begraven en Liesel vindt een handboek voor doodgravers op het kerkhof. Ze kan nog niet lezen maar neemt het mee. Door haar moeder, een communiste, wordt ze afgeleverd bij een pleeggezin, Rosa en Hans Hubermann. Rosa scheldt doorlopend maar heeft, zoals zal blijken, een groot hart. Hans neemt Liesel liefdevol op. Hij is er als ze nachtmerries heeft en leert haar lezen.

Liesel maakt vrienden in de buurt en haar grootste vriend is Rudy Steiner. Ze voetbalt met hem en ze gaan samen uit stelen. Rudy probeert altijd een kus van haar te stelen en dan komt de Dood met een genadeloos doorkijkje:

             Een Kleine Opmerking Over
          Rudy Steiner
       Hij verdiende het niet om op die manier te sterven

Het is oorlog, het is duidelijk dat niet alles goed zal aflopen en deze opmerkingen maken dat je graag wilt doorlezen. Er komt ook een onderduiker, een Jood. Het is de zoon van de man die Hans Hubermann in de Eerste Wereldoorlog het leven heeft gered. Hans verbergt hem en Liesel ontwikkelt een speciale band met hem. Uiteindelijk kan hij niet langer bij hen blijven door een fout van haar pleegvader.

Liesel heeft honger naar boeken. Zij steelt ze uit de bibliotheek van de burgemeester. Rudy helpt haar daarbij. Zij krijgt van hem de naam Boekendief. Uiteindelijk heeft ze een kleine collectie waaruit ze voorleest in de schuilkelders tijdens de bombardementen.

Tussendoor doet de Dood zijn verhaal over de gruwelen van de oorlog:

De zomer brak aan. Met de boekendief ging alles uitstekend. Voor mij had de hemel de kleur van joden. Wanneer hun lichamen waren opgehouden met het zoeken naar openingen in de deur, stegen hun zielen op. Hun vingernagels hadden aan het hout gekrabd en waren er in sommige gevallen zelfs in vast komen te zitten door de brute kracht der wanhoop, en hun geesten kwamen naar mij toe, regelrecht in mijn armen. We klommen uit die douchefaciliteiten, naar het dak en hoger, de zekere uitgestrektheid van de eeuwigheid tegemoet.

Gruwelijk, maar mooi verwoord. De Dood heeft genoeg te doen, ook in de nabije omgeving van Liesel, maar laat ik niet meer verklappen.

Er zitten een aantal mooie karakters in het boek. Allereerst de pleegouders, Rosa en Hans. Rosa scheldt alleen, is narrig maar je kan er op bouwen in tijd van nood. Hans is vriendelijk en sleept Liesel door moeilijke tijden. Zelfs de Dood mag hem graag. De buurvrouw Frau Holzapfel spuugt dagelijks tegen de voordeur, zoekt ruzie, maar wil toch graag door Liesel voorgelezen worden. Tenslotte Rudy Steiner, die het bestaat om zichzelf zwart te verven en als Jesse Owens sprintjes te trekken over de renbaan. Hij redt een boek voor Liesel uit de koude rivier en is daarmee een held natuurlijk.

Uiteindelijk draait het om de liefde van Liesel voor de boeken en hun verhalen, maar ook voor de mensen om haar heen. Zij en haar naasten krijgen het behoorlijk voor de kiezen en dat maakt dit boek tot een page-turner waardoor 556 pagina’s als vanzelf omslaan.