archiveren

Thriller

9024530687.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Tijd voor een thriller en dat werd de volgende in de cyclus van Mo Hayder, Huid. Hoofdpersonen zijn, net als in Ritueel, rechercheur Jack Caffery en de politieduiker Phoebe ‘Flea’ Marley.

Het is handig om de boeken in volgorde van verschijnen te lezen, want de gebeurtenissen in dit boek borduren voort op eerdere boeken. Dat begint met een duiktocht van Flea naar de vermiste Lucy Mahoney, in een diepe ondergelopen groeve. Zij wordt niet gevonden maar het gedonder begint meteen al, Flea denkt dat zij niet alleen is en dat lijkt onwaarschijnlijk op een diepte waar zij de zuurstof uit haar flessen hard nodig heeft…

Dan is er Misty, de vermiste voetbalvrouw die weggelopen is uit een centrum waar zij behandeld werd voor haar cocaïne-verslaving. Caffery wordt op deze zaak gezet, maar hij is eigenlijk nog bezig met de zaak uit het boek Ritueel, die voor hem niet afgesloten is. Hij is er zeker van dat er nog iemand vrij rondloopt.

Lucy Mahoney wordt gevonden met een zelfmoordbriefje naast haar. Ze heeft pillen in haar maag zitten en alles wijst ook op zelfmoord. Caffery komt ook hier kijken en hij gelooft er niets van. Ondertussen doet Flea een gruwelijke ontdekking waar haar broer Thom alles mee te maken heeft. Zij helpt haar broer maar beseft dat ze zich vreselijk in de nesten werkt als dit uitkomt;

Tussen een stapel gereedschap bij de deur lag een breekijzer. Ze nam het mee naar de auto, stak het voorzichtig onder het slot en wachtte even, omdat ze het eigenlijk niet wilde weten. Toen haalde ze diep adem door haar mond en leunde op het uiteinde. De klep vloog met een golf van stank open…’Verdomme.’ Ze hief haar handen en staarde hijgend naar de kofferbak. Wat had Thom verdomme nu weer gedaan?

Er volgen korte flitsen door het verhaal heen van iemand die geobsedeerd is door huid. Mensenhuid, in kleine stukjes, bewaard in grote koelkasten. Wellicht heeft de gevilde hond van Lucy er iets mee te maken die later wordt gevonden. Dan wordt er nog iemand gevonden, ene Susan Hopkins. Dezelfde omstandigheden als Lucy, het lijkt zelfmoord, maar ook hier gelooft Caffery daar niets van.

Flea probeert uit alle macht haar broer te helpen maar komt van een koude kermis thuis als haar broer en zijn vriendin haar met de ellende willen opschepen. Er zou bewijs moeten zijn in de vorm van een foto van Thom, maar de dame die deze foto heeft, u raadt het, zelfmoord…of niet…

Caffery ontdekt uiteindelijk de overeenkomst tussen de dode dames en dat leidt hem naar de dader. Toch belandt hij daar in een beerput waar hij ook weer uit wordt gered. Door iemand of iets uit een vorige zaak. Die iemand zou Flea wel eens tegen kunnen komen diep in een donkere, ondergelopen groeve. Bent u er nog?

Als je de boeken in volgorde leest snijdt het wel hout en weet je dat er waarschijnlijk nog een vervolg gaat komen. Dat is het sterke én zwakke punt van de boeken. Lees je alleen dit boek, dan mis je wat. Lees je alles keurig in volgorde, dan wil je toch doorlezen. Ook hier mixt Hayder weer op mooie wijze de privé-besognes van de hoofdpersonen met hun werk. Een mooi figuur is de Wandelaar, een zwerver die door Caffery in vertrouwen wordt genomen, ondanks zijn gewelddadige verleden;

Sommige mensen hebben de instincten van dieren. Die krijg je als je jaren leeft zonder enig gemak. Zelfs slapend lijkt de Wandelaar soms te weten wat er in de wakkere wereld gebeurt en wie hij kan verwachten. Die nacht…sliep de Wandelaar vast en vredig. Hij verwachtte iemand. Hij had een extra schuimrubber matje met een slaapzak naast het vuur gelegd. Caffery arriveerde om halfvier. Hij kroop in de slaapzak en verzonk meteen in een verdoofde, versufte slaap.

Als je een aantal van de boeken van Hayder leest kom je steeds dezelfde thema’s en hoofdpersonen tegen. Gruwelijke misdaden en degenen die ze moeten oplossen, met al hun eigen zwakheden. Ik kan mij voorstellen dat de boeken meer van hetzelfde zijn voor sommigen. Ik vermaak mij er prima mee en heb toch weer zin in het volgende boek. Op zijn tijd, dat wel.

Vertaling; Yolande Ligterink

1a7a73407865214597057316751437641414141
Op vakantie lees ik in de regel niet te zware ‘kost’, dus daarom had ik de thriller Ritueel van Mo Hayder meegenomen. In de hoofdrol de bekende inspecteur Jack Caffery, nu uitgeweken van Londen naar Bristol. Hij werkt daar samen met de politieduiker Phoebe ‘Flea’ Marley. Deze laatste vindt in het pikzwarte water van de haven een hand. Een dag later wordt een andere hand gevonden, van hetzelfde lichaam. Er zijn aanwijzingen dat het slachtoffer in leven was toen de handen geamputeerd werden.

Dat klinkt niet prettig en dat wordt het ook niet. Het gaat om een schimmige drugswereld waar wanhopige verslaafden aan geld proberen te komen en om gewetenloze handelaren die Afrikaanse rituelen misbruiken om daar grof geld mee te verdienen. De dood van de ouders van ‘Flea” in het peilloos diepe Boesmansgat in Zuid-Afrika speelt een belangrijke rol in het boek en wordt mooi gelinkt aan de wereld van drugs in Bristol en de diepe angst voor de “Tokoloshe”, de Afrikaanse watergeest.

Wat Hayder altijd knap doet is het mixen van de privé-beslommeringen van de hoofdpersonen, in dit geval vooral van ‘Flea’, met de hoofdlijn in het verhaal. Ook hier komt het allemaal weer keurig bij elkaar en wordt je als lezer prettig op het verkeerde been gezet. Of ik heb het gewoon nooit door, dat kan ook.

Hoe dan ook, de grootste verliezer is uiteraard de sukkelaar die zijn handen verliest, ene Mossy. Die heeft het allemaal net iets te laat door en zorgt daarmee voor een vermakelijke pageturner;

‘Verdomme,’ mompelt hij, en hij wordt warm en daarna koud. ‘Godallemachtig. Dus dat hebben jullie met mijn bloed gedaan. Dus dat…O, jezus. Dus dat willen jullie met mijn handen doen?’ Hij duwt Skinny van de bank. Hij trilt over zijn hele lichaam. ‘Het was niet gewoon dat iemand het wilde zien, jullie willen mijn handen verkopen.’…Mossy doet zijn ogen dicht en haalt een paar keer diep adem om zichzelf onder controle te krijgen…Hij dacht dat hij wist hoe slecht mensen kunnen worden. Maar nu ziet hij hoe stom hij is geweest. Nu ziet hij dat er een heel andere wereld bestaat, een wereld waar hij niets van weet, een wereld vol verschrikkingen en wanhoop, duisterder dan hij ooit voor mogelijk had gehouden.

Vertaling; Yolande Ligterink

8ea38647b0c47df593079625451437641414141
A
ls ontspannend tussendoortje doet een thriller het altijd prima, vandaar De Behandeling van Mo Hayder maar eens gelezen. Waar deze dame grossiert in gruwelijkheden in haar debuut Vogelman, doet ze er hier nog een schepje bovenop. Zelf zegt zij hierover;

‘Loop maar een tijdje mee met de moordbrigade, of lees eens een politierapport, de werkelijkheid is nog veel gruwelijker.’

Je kan het je nauwelijks voorstellen, maar alla, wij zijn voor geen kleintje vervaard. Inspecteur van dienst is weer Jack Caffery en die krijgt een vreemde zaak voor de kiezen. Het echtpaar Peach wordt meer dood dan levend in hun huis aangetroffen. Vastgebonden, mishandeld en uitgedroogd. Zoontje Rory en de dader zijn weg. Wat wel duidelijk is, is dat de dader blijkbaar gelogeerd heeft bij zijn slachtoffers…

Caffery wordt ook nu geplaagd door zijn privé-demonen. Broertje Ewan is op jonge leeftijd ontvoerd door buurman Penderecki en dat gegeven speelt een belangrijke rol in het boek. Omdat Rory ook vermist wordt, komt dit voor Jack angstig dichtbij. Dit werkt best goed in het geheel, het geeft het verhaal een extra laag en maakt de sfeer nog meer sinister;

Opeens moest hij aan Brockwell Park denken, aan de moordenaar van Rory, aan de verbanden. Bestond er soms een drenkplaats van trucjes en zieke gedachten waar elke pedofiel in Londen zich kwam laven? Jaren geleden had hij een keer iets gelezen over het grootste organisme ter wereld: een ondergrondse schimmel die een kleine twintig hectare van Michigan in beslag nam. Soms stelde hij zich voor dat het pedofielennetwerk iets van die schimmel weg had: ze leefden allemaal ondergronds…en waren stuk voor stuk met elkaar verbonden door een vlezige schakel. Penderecki was een oude, afgeleefde man, zijn dagen van gevangenisstraf en jongetjes waren voorbij, maar hij maakte deel uit van het netwerk en Caffery was er van overtuigd dat die oude man iemand kende die iemand kende die iemand kende die Rory’s moordenaar kende.

Bovenstaande geeft al aan dat je geen fijne scènes gaat tegenkomen in dit boek. Aan de andere kant, die dingen gebeuren dus kunnen ze ook in een thriller worden gebruikt. Wat doet de zwemleraar in het verhaal die panisch is voor de aanrakingen van zijn leerlingen? De man in het park die alles lijkt te verzamelen en er alles aan doet om foto’s te ontwikkelen? Het boek leest als een page-turner en je verwacht het, maar het is prettig om ook te constateren dat een auteur zich goed in de materie heeft verdiept, getuige de beschrijving van een sectie, of de bouwkundige beschrijving van een huis waar een andere familie opgesloten zit (u dacht toch niet dat het bij één familie bleef?).

Jack komt wel iets verder met zijn privé-sores, maar de auteur laat een prettig open eindje waar we vast meer van gaan horen. Een intens en spannend boek.

Vertaling; Bob Snoijink

69a7d20fd94872059364f415977437641414141
V
ia het blog van Sue kwam ik in aanraking met de Britse auteur Mo Hayder. Ik kende deze Britse schrijfster niet maar de besprekingen waren goed en hoewel ik ze niet veel lees, houd ik wel degelijk van een goede thriller. Daarom vol goede moed begonnen in haar debuut, Vogelman.

Nu had ik al gelezen dat de auteur bekend stond om haar fascinatie voor gruweldaden. Daar is niks van gelogen. Ik heb bij dit boek wel eens gedacht “Hoe krijg je het bij elkaar verzonnen”…In het kort de inhoud dan. Er worden een aantal overleden vrouwen gevonden op een braakliggend terrein, allemaal gruwelijk verminkt en verbonden door één detail dat ik hier niet ga noemen, maar waarvan ik dacht…precies…wat hierboven staat.

Rechercheur Jack Caffery wordt op de zaak gezet. Een rechercheur die privé wat besognes heeft in zijn relatie met Veronica én met zijn buurman Penderecki. Deze laatste speelt volgens Caffery een rol in de verdwijning van zijn broertje, op nog jonge leeftijd. Privé wordt afgewisseld met beroep en het boek, zo’n 350 pagina’s lang is een echte pageturner.

Langzaam worden er, na forensisch onderzoek en veldwerk meer en meer details bekend over de moorden. Het heeft allemaal te maken met het nabijgelegen ziekenhuis. Alle slachtoffers zijn opengesneden door iemand die van opensnijden weet. Ze zijn verdoofd door iemand die van verdoven weet. Ze hebben allemaal, naast het snijwerk aan de torso, vreemde littekens op het hoofd, behalve één. Aan Jack de taak om zijn superieuren te overtuigen. De afro-haar en de Jamaicaanse rumflessen overtuigen hem niet, dit is een blanke moordenaar.

Als het verhaal zo’n beetje opgelost lijkt (je weet wel beter, je bent pas op blz. 235), neemt het weer een wending. Dat is fijn voor ons, dat is minder fijn voor Susan Lister;

Ze kauwde op haar wang en maakte haar gordels vast. Een hond was een goed idee. Een boxer of een dobermann. Iets groots. Iets gespierds. Die kon ze dan meenemen als ze ging joggen. Misschien zou dat de vrachtwagenchauffeurs op Trafalgar Road afleren om haar op straat na te roepen. In het licht van de straatlantaarn vond ze de contactsleutel, startte en keek in haar spiegeltje. Op de achterbank ging een man rechtop zitten. Hij glimlachte.

Blogger Sue zegt het al, misschien verwacht je het niet van zo’n fris uitziende blonde schrijfster, al die gruwelen die een man een vrouw aan kan doen, maar ze staan er toch echt. Soms wellicht wat ver gezocht maar het klopt uiteindelijk allemaal wel. Geen hogere literatuur in dit boek maar dat hoeft ook niet, ik heb mij er uitstekend mee vermaakt.

Vertaling; Bob Snoijink

ijstweeling-tremayne
I
Jstweeling van S.K. Tremayne is een pageturner van ruim 300 pagina’s. Angus en Sarah Moorcroft verhuizen naar een klein Schots eiland, een jaar nadat één van hun identieke tweelingdochters door een ongeluk overlijdt. Ze willen opnieuw beginnen na een periode van intense rouw.

Prima idee, maar hun zekerheden worden overhoop gehaald door hun nog levende dochter:

‘Nou,’ zeg ik. ‘Hoe vind je dat? Verhuizen naar ons eigen eiland? Vind je dat niet spannend?’ Kirstie knikt zachtjes. Ze kijkt naar haar boek, slaat het dicht, en dan kijkt ze weer naar mij en vraagt: ‘Mama, waarom noem je me steeds Kirstie?’
Ik zeg niets. De stilte galmt door de kamer. Dan vraag ik: ‘Wat zeg je lieverd?’
‘Waarom noem je me steeds Kirstie, mam? Kirstie is dood. Kirstie is doodgegaan. Ik ben Lydia.’

Daarmee is de toon van het boek gezet. Omdat de tweeling volkomen identiek was (met nagellak konden ze hun dochters uit elkaar houden) slaat de twijfel toe. Ze namen aan dat Lydia van het balkon gevallen was omdat Kirstie dat had geroepen, maar de meiden wisselden vaak van identiteit. Verwarring alom.

Ze verhuizen naar een bouwval van een huis op het eiland en Kirstie gaat naar een nieuwe school waar ze Gaelic spreken. Ze wordt er niet geaccepteerd en heeft het zwaar. Sarah en Angus hebben het ook zwaar. Hun relatie vertoont barsten die alleen maar groter worden. Kirstie vertoont ineens gedrag van Lydia en waarom reageert de hond op Kirstie zoals hij alleen deed bij Lydia? Je wordt als lezer ook constant op het verkeerde been gezet en dat is precies wat ik verwacht van zo’n boek.

De barsten in de relatie worden groter en slaan om in wantrouwen. Heeft Angus of juist Sarah een rol gehad in de dood van Kirstie of Lydia? Sarah gaat op onderzoek uit en vindt zaken die ze niet wil vinden;

De mogelijkheden zijn eindeloos en allemaal even verbijsterend, maar ze leiden steeds tot dezelfde conclusie: mijn echtgenoot is verantwoordelijk voor de dood van zijn dochter en nu maakt hij ook zijn andere dochter kapot…Ik ben in staat hem dood te schieten. Beng. De woede die ik voel is gevaarlijk en hevig.

Wie denkt dat ik hiermee een spoiler weggeef: dat zou kunnen. Maar misschien ook niet. Niets is wat het lijkt in dit boek. Komt Kirstie of Lydia naast Sarah slapen in die stormnacht? Sarah weet het zelf niet.

Kortom, een prachtig boek waarvan de rillingen je door het lijf lopen af en toe. Er hangt door het hele boek een ‘unheimische’ sfeer, goed geholpen natuurlijk door de setting van een verlaten Schots eiland met veel wind en regen. Overigens is S.K. Tremayne het pseudoniem van een internationale bestsellerauteur, die woont en werkt in Londen. Wie het weet mag het zeggen.

Vertaling: Lidwien Biekmann