archiveren

Thriller

9024590418.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Omdat ik heb genoten van zijn boeken HEX en Orakel heb ik in mijn vakantie ook Echo gelezen van Thomas Olde Heuvelt. Wellicht kent u de verhalen, na het grote succes van HEX vond Olde Heuvelt het lastig dit te evenaren en had hij last van een writers block tijdens het schrijven van dit boek.

Is dat te merken? Ik vond van niet. Of wel, als je het boek gaat uitpluizen op constructie en perspectief, maar het stoorde mij niet. Ik kom er zo op terug.

Hoe ga je dit vertellen zonder teveel weg te geven, vraag ik mij altijd af bij thrillers. Ik ga een poging doen en het verhaal begint bij een vrouw alleen in een ingesneeuwd chalet in Zwitserland. Na het lezen van deze opening kijkt u nooit meer hetzelfde naar uw trapgat. Het is een fijne aftrap van het verhaal dat gaat over Nick Grevers die een berg gaat beklimmen met zijn klimmaat Augustin. Het gaat om de Zwitserse berg de Maudit. Die is nog maar weinig beklommen en daar is een goede reden voor. De mannen komen daar ook achter. Augustin overlijdt en Nick wordt in het ziekenhuis wakker uit een coma.

Olde Heuvelt neemt de tijd voor de beschrijving van de beklimming van de berg. Hij heeft zich goed in de materie verdiept als Nick al zijn vaardigheden nodig heeft als het mis gaat;

Ik heb twee prusiklussen aan mijn gordel hangen en als ik ze tevoorschijn heb gehaald, begin ik ze om het touw te wikkelen. De prusikknoop is een geweldig mechanisme dat zich onder spanning aan het touw vastgrijpt, maar dat zich zonder spanning vrij laat bewegen.

En maar hopen dat Augustin’s dode lichaam niet ‘over hem heen komt lazeren’ als hij daarmee in de weer is. Zoals we vooraf al weten komt Nick ook niet ongeschonden uit de strijd en beseft hij dat de berg invloed op hem heeft en op iedereen waarmee hij in aanraking komt.

Intussen is zijn vriend Sam druk met de gevolgen van het ongeval en moet hij meemaken hoe zijn ooit zo knappe partner ineens een heel ander uiterlijk heeft. Ook Nick’s gedrag is anders en laat op zijn minst te wensen over, getuige het feit dat Nick Sam’s gezicht onderhanden heeft genomen waar Sam tot zijn eigen verbazing niet van wakker is geworden;

‘Ik bedoel, een ontbijtje op bed was leuk geweest, maar dit? You’re so overdoing it, Nick.’ Ik schreeuwde nu haast, speeksel spatte tegen zijn verband. ‘Ik heb even gegoogeld wat het symbolisch betekent als je partner je fucking gezicht inwikkelt met ijzerdraad en de experts zijn er nog niet over uit. Maar geen ervan raadt het aan als constructieve relatietherapie, Nick.’

Zo maar een voorbeeld van de vele vreemde dingen die in dit boek gebeuren. Nick en Sam gaan terug naar Zwitserland, naar de berg om een oplossing te zoeken voor het vreemde gedrag van Nick. Daar zijn de lokale bewoners niet echt van gediend en de zwarte vogels die eenieder in een kooi buiten heeft hangen nog minder. Ook die vogels spelen een grote rol in het boek en u zult altijd achterdochtig naar een gemiddelde kraai blijven kijken ben ik bang.

Ik ga niet teveel weggeven. Wel dat er, tijdens Nick’s herstel in het AMC, een groot aantal patiënten daar ineens ook de geest geven. Ook dat Sam’s zus Julia te hulp komt en zich alleen in het chalet bevindt en daarmee de opening van dit boek mag verzorgen. Ook dat Augustin blijkbaar nog een keer opbelt met het feit dat hij het niet warm heeft én dat de verpleegster die Nick als eerste heeft verzorgd nog eens terugkomt. Maar of dat weer met goede zorgen is? Gaat u het vooral lezen.

Want dan kom ik op de kwaliteit en dat writers block. Ik had er eerlijk gezegd wat andere recensies voor nodig om mij te wijzen op bepaalde tekortkomingen, zoals het vertelperspectief. Het verhaal wordt afwisselend door Nick en Sam verteld. We lezen uit hun notities en je kan je inderdaad afvragen waarom die notities gemaakt zouden zijn en voor wie. Ook bedient Olde Heuvelt zich van bepaalde clichés, maar die vind ik eerlijk gezegd wel prettig lezen. Ook de spoilers waar hij zich van bedient (en zelfs benoemt) laten mij doorlezen;

Oké, ik kan nu vooruitjumpen en dan zou ik vertellen over een harde bonk. Spoiler alert, maar om negen uur die avond zou die bonk het einde inluiden van mijn leven zoals ik het kende.

Die Engelse termen hoeven van mij ook niet per se, maar dat zal wel een generatieding zijn, ik stoor mij er ook niet aan. Sommigen haken af bij het bovennatuurlijke en dat, heb ik eerder bij zijn boeken aangegeven, heeft ook niet direct mijn interesse, maar bij de boeken van Olde Heuvelt vind ik het vooralsnog hoogst amusant. Het leuke is dat de bizarre dingen die wij te lezen krijgen de hoofdrolspelers net zo verbaast als het ons zou doen, alleen hebben zij er mee te maken en kunnen wij het gadeslaan vanuit onze leesstoel.

Kortom, Olde Heuvelt zal een writers block hebben gehad en er zal genoeg af te dingen zijn op het boek, mijn criterium is altijd of het mij heeft vermaakt en dat is een volmondig ja. 

9022591107.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Omdat zijn thriller HEX mij goed was bevallen besloot ik ook om het nieuwe boek van Thomas Olde Heuvelt te lezen, Orakel. Een boek van 458 pagina’s, maar ik heb het in één ruk uitgelezen (okay, twee) dus ik heb mij er uitstekend mee vermaakt.

Nu ben ik niet per definitie een fan van het bovennatuurlijke, maar bij deze auteur heb ik daar absoluut geen last van. Hoewel niet-verklaarbare fenomenen wel degelijk de hoofdrol spelen in zijn verhalen is het knappe dat Olde Heuvelt ze weet in te bedden in een omgeving die u en ik kennen uit ons dagelijks leven.

Zo zijn velen vast wel eens naar de bollenvelden geweest, wellicht ook die bij Noordwijk. Luca fietst er ’s morgens met zijn vriendin Emma langs op weg naar school. Het is vrij mistig en wat doemt er op uit die mist, liggend in zo’n bollenveld? Een achttiende-eeuws zeilschip.

U zou daar van op kijken en dat doen Luca en Emma natuurlijk ook. Ze klauteren het schip op en Emma gaat zelfs naar binnen door een openstaand luik. Zij kon het niet weten, maar dat had ze beter niet gedaan, ze verdwijnt spoorloos. Terwijl ze verdwijnt klinkt er een mysterieuze scheepsbel.

Er komen meer mensen op af en stuk voor stuk verdwijnen ze om niet meer terug te komen. Eerst bemoeien een aantal agenten zich ermee maar het wordt al snel overgenomen door de geheime dienst. Niet zomaar de ons bekende AIVD, maar een geheime, uitvoerende arm daarvan, NOVEMBER-6. Luca, zijn moeder en zusje moeten zwijgen over wat er is voorgevallen en worden constant in de gaten gehouden door die diensten.

Dan duikt er een oude bekende op uit de thriller HEX, Robert Grim. Die had vanuit overheidswege al wat ervaring met bovennatuurlijke zaken in het dorp Beek en wordt door het hoofd van NOVEMBER-6, Eleanor Delveaux, opgeroepen om uit te zoeken wat er aan de hand is. Hij vertelt haar meteen dat het zo makkelijk allemaal niet is;

‘U bent bang,’ zei Grim plotseling. ‘U doet wel van niet, maar ik heb genoeg angst in mijn leven gezien om het te herkennen. U zit met een raadsel opgescheept dat u niet kunt oplossen en dat maakt u doodsbenauwd. En terecht…Dit soort dingen,’ zei hij en hij priemde met zijn vinger naar de gevelramen, ‘zijn geváárlijk. In de voedselketen van het onverklaarbare staan wij mensen onderaan de ladder, en waar het in uitmondt is een feestmaal. Met ons op het menu.’

Nu wil ik niet teveel weggeven maar deze auteur staat niet bekend om het feit dat hij iedereen mee laat delen in een ‘happy end’. Waar ik zei dat de verdwenen mensen nooit meer terug werden gezien klopt dat niet helemaal namelijk. Tot zover deze spoiler… Luca vindt aansluiting bij een nieuwe vriendin, Safiya. Samen worden ze opgejaagd door de geheime dienst en Luca krijgt visioenen waardoor hij ontdekt dat hij een cruciale rol heeft in het geheel.

Wat ook een belangrijke rol heeft is een beschadigde boortoren in de Noordzee, de Mammoet III. Die is flink beschadigd tijdens een brand en staat eigenlijk op instorten. Vincent Becker inspecteert het ding en heeft dan nog geen idee dat hij er onder andere omstandigheden nog eens zal terugkeren. Dat er op de binnenkant van dit mooi uitgegeven boek een wolharige mammoet staat afgebeeld op een sterrenkaart is geen vergissing overigens, u komt er wel achter.

Het gevonden schip, de Orakel, blijkt een turbulent verleden te hebben en ook dat wordt langzamerhand duidelijk. Het wordt door de geheime dienst uit het veld gehaald en naar de Vliegbasis Volkel overgebracht voor nader onderzoek. Talloze konijnen ondergaan een droevig lot als ze voor de wetenschap door het luik gekieperd worden en nooit meer terugkomen. Ondertussen trekt de geheime dienst een geweldig rookgordijn op om al die gebeurtenissen een beetje te verklaren voor de bevolking.

Dan zie je weer dat dit verhaal helemaal in deze tijd staat, want die verhalen worden prompt gefact-checked door de site Bellingcat, wat de diensten nog verder in de problemen brengt.

Als alle hoofdrolspelers samenkomen op de vliegbasis Volkel wordt het duidelijk dat we naar de climax toe gaan;

…toen Luca plotseling opstond kwam dat nauwelijks als een verrassing…’Shhh.’ Luca hief zijn hand…Er trad een vreemd geladen moment op en hij was er niet zeker van of de anderen het ook opmerkten, maar hij deed dat wel. Allemaal staarden ze naar Luca. Allemaal waren ze plotseling gealarmeerd…
‘We moeten gaan,’ zei Luca. Zijn stem klonk schel en gespannen en alle kleur was nu uit zijn gezicht weggetrokken. Hij leek niet langer op een hert dat gevaar rook – hij leek op een hert dat besefte dat het al zat ingesloten door de vuurzee….Safiya keek slecht op haar gemak om zich heen en zei: ‘Okay, you’re freaking me out.’

Een terechte opmerking want Olde Heuvelt gaat vanaf hier vol op het orgel. Er gebeuren in razendsnel tempo allerlei dingen in die hangar met het schip en alles wat eromheen hangt. De geheime dienst doet dingen die je niet verwacht in een beschaafd land en uiteindelijk laten ze de vliegbasis achter zich. Had ik al gezegd dat er een Saoedisch moord-commando onderweg was? Het hele gezelschap gaat naar de plaats waar alles tot een nog grotere climax komt, terwijl Gerrit Hiemstra op televisie bezig is de moeder aller stormen aan te kondigen. Het zou er zo maar mee te maken kunnen hebben.

Kortom, onverklaarbare zaken die u en mij ook zouden kunnen overkomen, want het speelt zich gewoon af in het Nederland dat wij kennen. Olde Heuvelt maakt er een erg spannend verhaal van. Wat leuk is, is dat hij een karakter uit Neil Gamans American Gods tot leven wekt in dit boek. Hij heeft er speciaal toestemming voor gevraagd. Verder heeft de auteur voor dit boek gesproken met een ex-medewerker van de AIVD en die gaf een klein inkijkje in de keuken. U weet wel, die persconferentie van de AIVD over die gesnapte Russen die aan het spioneren waren? De AIVD geeft nooit persconferenties. Alleen als onze aandacht moet worden afgeleid van iets anders. Iemand nog ergens een schip in een veld zien liggen?

9024564867.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Wolf van Mo Hayder is het zevende boek in de thriller-serie over de Britse rechercheur Jack Caffery. Het boek is als afzonderlijk deel te lezen, maar het helpt wel als u de voorgaande delen ook hebt gelezen, want er zit iets van een rode draad in.

Die rode draad gaat over Caffery en een zwerver die hij De Wandelaar noemt. Beiden zijn ze iemand verloren aan een pedofiel. Caffery zijn broertje, in zijn jeugd toen beiden nog klein waren en De Wandelaar zijn dochter. Van beide slachtoffers is het lichaam nooit gevonden en dat verdriet verbindt hen.

Maar Caffery is ook rechercheur en hij belandt in de zaak die in dit boek de hoofdrol speelt. De Wandelaar geeft Caffery een hond met een halsband waaraan een klein stukje papier zit met de tekst ‘help ons’. Verder blijkt de hond een maaginhoud te hebben die je niet bij een doorsnee-hond aantreft. Caffery moet uitzoeken waar die hond vandaan komt in ruil voor informatie over zijn overleden broertje, waar De Wandelaar meer van schijnt te weten.

Dat doet hem belanden in een omgeving waar vroeger een gruwelijke moord is gepleegd door ene Minnet Kable. Die heeft twee tieners afgeslacht, iets met ze gedaan wat alle verbeelding tart en dat u maar mooi zelf moet gaan lezen, én ook nog de misdaad bekend waarop hij achter de tralies verdween.

Eind goed, maar verder helemaal niet goed. Want in de buurt woont een gezin dat direct betrokken was bij die moord, en dat gezin krijgt bezoek van twee heren die zich aanvankelijk als politie-agenten voordoen. Maar dat natuurlijk niet zijn.

De leden van dat geteisterde gezin zijn wapenhandelaar Oliver Anchor-Ferrer, zijn vrouw Matilda en hun dochter Lucia. Die laatste heeft een connectie met de moorden van veertien jaar terug, want één van de slachtoffers was haar ex-vriendje Hugo. Maar wie zijn die twee ongenode gasten dan? Dat wordt niet meteen duidelijk, maar de auteur brengt de spanning er lekker in. De gezinsleden worden ieder in een aparte kamer van hun afgelegen huis opgesloten en we keren steeds weer terug naar zo’n kamer, die allen een eigen naam hebben als ‘de pepermuntkamer’, ‘de rozenkamer’ of ‘de amethistkamer’. De twee mannen, Molina en Honey leggen even de bedoeling uit;

‘We willen jullie bang maken.’
Er valt een korte stilte. Dan zegt Oliver: ‘Oké. Nou, dat is jullie gelukt. Gefeliciteerd.’
‘Dank u. Maar als ik bang zeg, bedoel ik wel écht bang. Laten we zeggen dat het huidige niveau op de schaal van angst – o, ik weet niet, ik zeg maar wat, laten we uitgaan van een vier. Waar ik en mijn partner naar toe willen is een tien.’

Of dat allemaal gaat lukken zeg ik natuurlijk niet, maar wat de auteur prima doet, en dat herken ik uit de vorige delen, is in korte hoofdstukjes toch subtiele cliffhangers neerleggen waardoor ik het boek maar moeilijk weg kan leggen. Als één van die twee de kamer in komt lopen waar een gezinslid ongemakkelijk aan de radiator vastgebonden zit, denk je niet ‘dat komt morgen wel’.

Caffery ondertussen moet met onmogelijk materiaal aan de slag om wat van deze situatie te maken en zijn gedachten gaan uit naar de vrijmetselarij, naar het leger en langzaam maar zeker komt hij stapjes dichterbij. Dan is het fijn dat de twee heren in het huis alle tijd lijken te hebben, wellicht komt hij nog op tijd.

Veel meer kan ik niet zeggen zonder teveel weg te geven. Wellicht dat, want die moet het altijd ontgelden, de huishoudster van het gezin ineens vermist wordt. Of dat de titel van het boek, Wolf, te maken heeft met een wapensysteem van Oliver Anchor-Ferrer én dat de moorden uit het verleden als inspiratie dienden voor dat wapentuig.

Zoals het een goede thriller betaamt is de uitkomst tamelijk verrassend en wel op twee fronten. Op dat van het huis, het gezin en wat er allemaal is gebeurd én op dat van waar het mee begon, de informatie over het verdwenen broertje van rechercheur Caffery. Er is nog genoeg rode draad over voor een nieuw deel, dus wij wachten rustig af.

Vertaling; Yolande Ligterink

9024573343.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Omdat de boog niet altijd gespannen kan zijn had ik zin in een ontspannende thriller en ik had goede verhalen gehoord over HEX van Thomas Olde Heuvelt. Als zelfs thriller-koning Stephen King roept dat het briljant en volstrekt origineel is dan moet het wat zijn, toch? En het is me zeker wat, ik heb mij prima vermaakt met dit griezelverhaal en nog nooit zoiets gelezen, hoewel ik zeker geen kenner ben op dit gebied.

Het is leuk wonen in het Gelderse dorpje Beek. Zo leuk, dat er wel eens mensen uit de Randstad hun toevlucht zoeken tot de rust en ruimte die deze omgeving biedt. Het is alleen vreemd dat men alle mogelijke moeite doet om die mensen te weren. Niemand wil nieuwe bewoners in Beek.

Dat komt door Katharina, de Wylerheks. Het is een vrouw uit de zeventiende eeuw met dichtgenaaide mond en ogen. Ze loopt stil door de straten, dringt huizen binnen en kan nachtenlang in iemands slaapkamer staan. Mensen zijn er aan gewend, zoals wanneer ze ineens in het huis van Stefan, Jolanda en hun zoons Timo en Max verschijnt;

In de hoek tussen de bank en de haard…stond ze inderdaad: een kleine, gedrongen vrouw, broodmager en roerloos. Ze zag eruit als iets wat niet paste in het heldergele namiddaglicht: donker, vuil, iets van de nacht. Jolanda had een oude vaatdoek over haar hoofd gehangen zodat je haar gezicht niet kon zien.

Dat klinkt grappig maar dat is het niet. De heks bepaalt namelijk het doen en laten van de dorpelingen. Ze kunnen niet lang wegblijven uit hun dorp, dat heeft desastreuze gevolgen. Ze mogen met niemand buiten het dorp over de heks praten en alles is daar op ingericht. De AIVD heeft een speciaal team in Beek geïnstalleerd om alle internetverkeer te monitoren, zodat er maar niets over haar naar buiten gaat. Voor de dorpelingen is er een HEXapp voor de mobiele telefoon, zodat men weet waar ze op dit moment is. Er hangen overal camera’s om haar in de gaten te houden, maar ook om buitenstaanders die natuurlijk wel in Beek komen niet met haar te confronteren. Het zit ingenieus in elkaar allemaal.

Maar…natuurlijk werkt het zo niet. De kinderen van het dorp zijn slim en hebben manieren om toch ongezien op het internet te komen en ze zijn ook wel een beetje klaar met die beperkingen. Ze slaan aan het experimenteren, tegen alle voorschriften in. Een zonnebril op haar gezicht zetten is één ding, maar als ene Jelmer besluit om de kleding van de heks kapot te snijden en vervolgens Katharina ook te steken en zelfs een hond op haar los te laten, dan gebeuren er dingen die je niet wil meemaken.

De heks heeft het vermogen om ineens te verdwijnen en in ongeschonden staat weer op te duiken. Aanvankelijk lijkt de rust weergekeerd. Dat mocht ook wel na een paar op hol geslagen paarden door het huis en bloedslierten in de rivier. De moeder van Jelmer probeert een wit voetje te halen bij Katharina en zoekt haar op in het bos. Of dat een goed idee is…lees het vooral zelf.

Wat Olde Heuvelt prima doet is de spanning opbouwen. Er zitten best een aantal cliffhangers in het verhaal, maar die zorgen ervoor dat ik echt wel door wil lezen;

Hij snelt de trap af, naar wat de laatste en meest choquerende reportage uit zijn loopbaan als journalist zal worden.

De vorige keer…hadden de dorpelingen hem vergeven dat hij voor zijn idealen was opgekomen. Dit keer zouden ze dat niet doen. De collectieve waanzin was te ver gevorderd, de meltdown was onomkeerbaar.

Maar niets was goed, niets kon ooit nog goed zijn, want het zou de laatste keer zijn dat ze elkaar vasthielden…

Even lijkt de heks haar patroon weer op te pakken van haar rustige verschijningen overal, tot haar weer iets wordt aangedaan. Langzaam blijkt het dorp te vervallen tot middeleeuwse praktijken. Katharina is daarvan het boosaardige middelpunt, zo lijkt het althans. Misschien ligt het allemaal toch wat anders. Het werkt allemaal wel toe naar een mooie climax. Het einde? Ik zeg er maar niets over maar er schijnen nog steeds mensen in Beek te wonen.

 

cms_visual_148162.jpg_1416114750000_291x450
Veel thrillers lees ik niet, maar de serie van Mo Hayder over rechercheur Jack Caffery mag ik graag lezen. Nu was Poppenspel aan de beurt, het vervolg op Diep. Het is geen voorwaarde om de boeken in volgorde te lezen, maar wel handig omdat er wel wordt teruggegrepen op gebeurtenissen in eerdere delen. Daarover later meer.

Hoofdpersoon in dit boek is de psychiatrisch verpleger AJ. Hij werkt op de krankzinningenafdeling van een tbs-kliniek in Bristol. Daar wordt hij geconfronteerd met een aantal gruwelijke incidenten, heel toevallig iedere keer nadat zich een stroomstoring voordoet. Er gaan verhalen rond over een oude geest die rondwaart en dan helpt het niet als de bewoners al zo hun eigen problemen hebben. Het verhaal begint dan ook vrij surrealistisch;

Nu hoort Monstermoeder iemand ademen…Langzaam en stilletjes verdwijnt haar trillende hand onder het rode negligé. Haar vingers kruipen over de huid tussen haar borsten, tastend en zoekend. Als ze vindt wat ze zoekt, trekt ze. Nog nooit heeft ze zo’n pijn gevoeld…Maar ze gaat door en trekt de rits open, van haar borstbeen tot haar schaamheuvel. Haar buikspieren springen met een nat, smakkend geluid onder haar huid vandaan.

Bent u er nog? Het is de eerste pagina nog maar, maar laat u niet afschrikken; het wordt keurig verklaard en het is geen ‘bovennatuurlijk’ boek. Het is wel een spannend boek. Meer dan in vorige delen laat Hayder het van de suspense afhangen, van wat er zou kùnnen gebeuren. AJ krijgt een verhouding met de directrice van de kliniek, Melanie Arrow. Die had er al een relatie op zitten met een andere werknemer, Jonathan Keay, maar deze gedragstherapeut is plotseling met de noorderzon vertrokken.

Melanie Arrow blijkt een belangrijke stem te hebben gehad in het vrijlaten van de patiënt Isaac Handel. Die zat daar voor de gruwelijke moord op zijn ouders. Handel stond bekend om de poppen die hij maakte. Onder meer van zijn ouders, maar ook van omgekomen bewoners in de kliniek. Bewoners, waarvan men niet weet hoe ze precies zijn overleden.

De zaak komt terecht bij Jack Caffery van de afdeling Zware Misdrijven. Die is nog met een oude zaak bezig, namelijk met de verdwijning van ene Misty Kitson. Politieduiker Flea Marley weet daar meer van en Caffery is daar ook van op de hoogte. Hij wil die zaak oplossen, een zaak die speelde in het vorige deel van de Caffery-serie, en wil dat Flea openheid van zaken geeft. Ik kan vast verklappen dat dit waarschijnlijk wordt vervolgd in het volgende deel (dat ik nog niet gelezen heb), maar er worden stappen gezet.

Handel is inmiddels vrij en bezoekt een bouwmarkt om zaken te kopen waar, met zijn verleden, een mens niet blij van wordt. Penny, de voormalig minnares van zijn vader, die net haar hondje Suki is verloren, weet dat dan nog niet;

Penny wordt met een schok wakker. Ze hijgt. De geur is echt en iemand houdt haar hand vast. Het is donker in de slaapkamer, donkerder dan normaal. Maar ze kan nog net het gezicht zien op het kussen naast het hare. Niet dat van Suki, maar dat van Isaac Handel. Hij ligt op een paar centimeter van haar af en hij glimlacht.

Geef ik een spoiler weg? Welnee, want zoals Penny tegen Caffery zegt in dit boek; Niets is wat het lijkt en dat klopt ook. Hayder geeft talloze hints en ik heb me een paar keer afgevraagd of er geen losse eindjes overbleven, maar alles komt keurig bij elkaar.

Caffery bijt zich vast in de zaak samen met AJ en het verhaal komt tot een kookpunt in de kliniek zelf. Daar zal ik niets over weggeven, lees dat vooral zelf.

Net als de andere boeken van Hayder heb ik dit ook in één ruk uitgelezen. De auteur staat bekend om haar gruwelijke details en die zijn hier ook wel aanwezig, maar minder dan anders. Wat hier weer goed gedaan is, is dat er verschillende verhaallijnen zijn. We volgen AJ met Melanie, Caffery met zijn onderzoek en Flea die haar geheim met zich meedraagt. Meestal volgt er aan het eind van de korte hoofdstukken een cliffhanger die maakt dat je door wil lezen. Precies wat ik deed dus.

Vertaling; Yolande Ligterink

 

b18c42bbd1a4856593061535877444341587343
Diep van Mo Hayder is precies het boek dat je verwacht te lezen. Spannend, soms ijzingwekkend en vermakelijk. De trouwe lezer weet dat ik al een paar thrillers van haar heb gelezen en dit is de volgende in de rij. Hoofdpersonen zijn weer rechercheur Jack Caffery, politieduiker Flea Marley en de mysterieuze Wandelaar, bij wie Caffery af en toe zijn oor te luister legt.

De inleiding tot het verhaal is snel verteld. Er wordt in Bristol een auto gestolen. Een man met een Kerstmannenmasker slaat de bestuurster neer en scheurt weg in haar auto, met haar vierjarig dochtertje op de achterbank. Dat gebeurt vaker en vaak worden die kinderen weer vrijgelaten want dan gaat het om de auto; maar nu even niet….

Er worden meer meisjes ontvoerd en dan begint er een beklemmend verhaal met steeds nieuwe wendingen. Zo hoort dat natuurlijk, maar de details zijn bizar af en toe. Het tandje van je vermiste dochter in een stukje taart tegenkomen…verzin het maar. Ook de brieven van de kidnapper mogen er zijn;

Lieve mama van Martha,
Ik weet zeker dat Martha zou willen dat ik contact met je opneem, hoewel ze er niets over gezegd heeft of zo. Ze is op het moment niet erg SPRAAKZAAM…Ze GENOOT van de dingen die ik afgelopen nacht met haar gedaan heb…Maar nu gaat ze opeens tegen me liegen. Je zou haar gezicht moeten zien als ze dat doet. Lelijk, dat wil je niet weten. Gelukkig heb ik het nu een beetje VERBOUWD. Ze ziet er nu veel beter uit.

U begrijpt, de wanhoop spat af en toe van de pagina’s. Zeker als je een foto ontvangt van de dader die boven op het bed van je kind ligt…

Hayder mengt het werk van de hoofdpersonen weer met hun privé-leven en het blijft nog steeds handig om de boeken in volgorde van verschijnen te lezen, dan volg je het allemaal wat makkelijker. In dit boek ligt de nadruk echter op de verdwenen kinderen en minder op het privé-leven.

Soms denken ze de dader te hebben. Maar als dat op pagina 197 van de 399 al lijkt te gebeuren weet je al dat ze er naast zitten. Gelukkig is er nog de eigenwijze Flea Marley die haar eigen gang gaat, in dit geval heel erg letterlijk. Ze graaft zich door een tunnel om uiteindelijk een deel van de oplossing te leveren. Daar ligt mijn enige kritiekpunt bij dit boek. Ondanks mijn levendige fantasie kon ik moeilijk die tunnel voor ogen halen met onmogelijke doorgangen, nauwe luchtschachten maar waar toch oude, verroeste vaartuigen in lagen. Verder, spannend, zoals het hoort.

Vertaling; Yolande Ligterink

9024530687.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Tijd voor een thriller en dat werd de volgende in de cyclus van Mo Hayder, Huid. Hoofdpersonen zijn, net als in Ritueel, rechercheur Jack Caffery en de politieduiker Phoebe ‘Flea’ Marley.

Het is handig om de boeken in volgorde van verschijnen te lezen, want de gebeurtenissen in dit boek borduren voort op eerdere boeken. Dat begint met een duiktocht van Flea naar de vermiste Lucy Mahoney, in een diepe ondergelopen groeve. Zij wordt niet gevonden maar het gedonder begint meteen al, Flea denkt dat zij niet alleen is en dat lijkt onwaarschijnlijk op een diepte waar zij de zuurstof uit haar flessen hard nodig heeft…

Dan is er Misty, de vermiste voetbalvrouw die weggelopen is uit een centrum waar zij behandeld werd voor haar cocaïne-verslaving. Caffery wordt op deze zaak gezet, maar hij is eigenlijk nog bezig met de zaak uit het boek Ritueel, die voor hem niet afgesloten is. Hij is er zeker van dat er nog iemand vrij rondloopt.

Lucy Mahoney wordt gevonden met een zelfmoordbriefje naast haar. Ze heeft pillen in haar maag zitten en alles wijst ook op zelfmoord. Caffery komt ook hier kijken en hij gelooft er niets van. Ondertussen doet Flea een gruwelijke ontdekking waar haar broer Thom alles mee te maken heeft. Zij helpt haar broer maar beseft dat ze zich vreselijk in de nesten werkt als dit uitkomt;

Tussen een stapel gereedschap bij de deur lag een breekijzer. Ze nam het mee naar de auto, stak het voorzichtig onder het slot en wachtte even, omdat ze het eigenlijk niet wilde weten. Toen haalde ze diep adem door haar mond en leunde op het uiteinde. De klep vloog met een golf van stank open…’Verdomme.’ Ze hief haar handen en staarde hijgend naar de kofferbak. Wat had Thom verdomme nu weer gedaan?

Er volgen korte flitsen door het verhaal heen van iemand die geobsedeerd is door huid. Mensenhuid, in kleine stukjes, bewaard in grote koelkasten. Wellicht heeft de gevilde hond van Lucy er iets mee te maken die later wordt gevonden. Dan wordt er nog iemand gevonden, ene Susan Hopkins. Dezelfde omstandigheden als Lucy, het lijkt zelfmoord, maar ook hier gelooft Caffery daar niets van.

Flea probeert uit alle macht haar broer te helpen maar komt van een koude kermis thuis als haar broer en zijn vriendin haar met de ellende willen opschepen. Er zou bewijs moeten zijn in de vorm van een foto van Thom, maar de dame die deze foto heeft, u raadt het, zelfmoord…of niet…

Caffery ontdekt uiteindelijk de overeenkomst tussen de dode dames en dat leidt hem naar de dader. Toch belandt hij daar in een beerput waar hij ook weer uit wordt gered. Door iemand of iets uit een vorige zaak. Die iemand zou Flea wel eens tegen kunnen komen diep in een donkere, ondergelopen groeve. Bent u er nog?

Als je de boeken in volgorde leest snijdt het wel hout en weet je dat er waarschijnlijk nog een vervolg gaat komen. Dat is het sterke én zwakke punt van de boeken. Lees je alleen dit boek, dan mis je wat. Lees je alles keurig in volgorde, dan wil je toch doorlezen. Ook hier mixt Hayder weer op mooie wijze de privé-besognes van de hoofdpersonen met hun werk. Een mooi figuur is de Wandelaar, een zwerver die door Caffery in vertrouwen wordt genomen, ondanks zijn gewelddadige verleden;

Sommige mensen hebben de instincten van dieren. Die krijg je als je jaren leeft zonder enig gemak. Zelfs slapend lijkt de Wandelaar soms te weten wat er in de wakkere wereld gebeurt en wie hij kan verwachten. Die nacht…sliep de Wandelaar vast en vredig. Hij verwachtte iemand. Hij had een extra schuimrubber matje met een slaapzak naast het vuur gelegd. Caffery arriveerde om halfvier. Hij kroop in de slaapzak en verzonk meteen in een verdoofde, versufte slaap.

Als je een aantal van de boeken van Hayder leest kom je steeds dezelfde thema’s en hoofdpersonen tegen. Gruwelijke misdaden en degenen die ze moeten oplossen, met al hun eigen zwakheden. Ik kan mij voorstellen dat de boeken meer van hetzelfde zijn voor sommigen. Ik vermaak mij er prima mee en heb toch weer zin in het volgende boek. Op zijn tijd, dat wel.

Vertaling; Yolande Ligterink

1a7a73407865214597057316751437641414141
Op vakantie lees ik in de regel niet te zware ‘kost’, dus daarom had ik de thriller Ritueel van Mo Hayder meegenomen. In de hoofdrol de bekende inspecteur Jack Caffery, nu uitgeweken van Londen naar Bristol. Hij werkt daar samen met de politieduiker Phoebe ‘Flea’ Marley. Deze laatste vindt in het pikzwarte water van de haven een hand. Een dag later wordt een andere hand gevonden, van hetzelfde lichaam. Er zijn aanwijzingen dat het slachtoffer in leven was toen de handen geamputeerd werden.

Dat klinkt niet prettig en dat wordt het ook niet. Het gaat om een schimmige drugswereld waar wanhopige verslaafden aan geld proberen te komen en om gewetenloze handelaren die Afrikaanse rituelen misbruiken om daar grof geld mee te verdienen. De dood van de ouders van ‘Flea” in het peilloos diepe Boesmansgat in Zuid-Afrika speelt een belangrijke rol in het boek en wordt mooi gelinkt aan de wereld van drugs in Bristol en de diepe angst voor de “Tokoloshe”, de Afrikaanse watergeest.

Wat Hayder altijd knap doet is het mixen van de privé-beslommeringen van de hoofdpersonen, in dit geval vooral van ‘Flea’, met de hoofdlijn in het verhaal. Ook hier komt het allemaal weer keurig bij elkaar en wordt je als lezer prettig op het verkeerde been gezet. Of ik heb het gewoon nooit door, dat kan ook.

Hoe dan ook, de grootste verliezer is uiteraard de sukkelaar die zijn handen verliest, ene Mossy. Die heeft het allemaal net iets te laat door en zorgt daarmee voor een vermakelijke pageturner;

‘Verdomme,’ mompelt hij, en hij wordt warm en daarna koud. ‘Godallemachtig. Dus dat hebben jullie met mijn bloed gedaan. Dus dat…O, jezus. Dus dat willen jullie met mijn handen doen?’ Hij duwt Skinny van de bank. Hij trilt over zijn hele lichaam. ‘Het was niet gewoon dat iemand het wilde zien, jullie willen mijn handen verkopen.’…Mossy doet zijn ogen dicht en haalt een paar keer diep adem om zichzelf onder controle te krijgen…Hij dacht dat hij wist hoe slecht mensen kunnen worden. Maar nu ziet hij hoe stom hij is geweest. Nu ziet hij dat er een heel andere wereld bestaat, een wereld waar hij niets van weet, een wereld vol verschrikkingen en wanhoop, duisterder dan hij ooit voor mogelijk had gehouden.

Vertaling; Yolande Ligterink

8ea38647b0c47df593079625451437641414141
Als ontspannend tussendoortje doet een thriller het altijd prima, vandaar De Behandeling van Mo Hayder maar eens gelezen. Waar deze dame grossiert in gruwelijkheden in haar debuut Vogelman, doet ze er hier nog een schepje bovenop. Zelf zegt zij hierover;

‘Loop maar een tijdje mee met de moordbrigade, of lees eens een politierapport, de werkelijkheid is nog veel gruwelijker.’

Je kan het je nauwelijks voorstellen, maar alla, wij zijn voor geen kleintje vervaard. Inspecteur van dienst is weer Jack Caffery en die krijgt een vreemde zaak voor de kiezen. Het echtpaar Peach wordt meer dood dan levend in hun huis aangetroffen. Vastgebonden, mishandeld en uitgedroogd. Zoontje Rory en de dader zijn weg. Wat wel duidelijk is, is dat de dader blijkbaar gelogeerd heeft bij zijn slachtoffers…

Caffery wordt ook nu geplaagd door zijn privé-demonen. Broertje Ewan is op jonge leeftijd ontvoerd door buurman Penderecki en dat gegeven speelt een belangrijke rol in het boek. Omdat Rory ook vermist wordt, komt dit voor Jack angstig dichtbij. Dit werkt best goed in het geheel, het geeft het verhaal een extra laag en maakt de sfeer nog meer sinister;

Opeens moest hij aan Brockwell Park denken, aan de moordenaar van Rory, aan de verbanden. Bestond er soms een drenkplaats van trucjes en zieke gedachten waar elke pedofiel in Londen zich kwam laven? Jaren geleden had hij een keer iets gelezen over het grootste organisme ter wereld: een ondergrondse schimmel die een kleine twintig hectare van Michigan in beslag nam. Soms stelde hij zich voor dat het pedofielennetwerk iets van die schimmel weg had: ze leefden allemaal ondergronds…en waren stuk voor stuk met elkaar verbonden door een vlezige schakel. Penderecki was een oude, afgeleefde man, zijn dagen van gevangenisstraf en jongetjes waren voorbij, maar hij maakte deel uit van het netwerk en Caffery was er van overtuigd dat die oude man iemand kende die iemand kende die iemand kende die Rory’s moordenaar kende.

Bovenstaande geeft al aan dat je geen fijne scènes gaat tegenkomen in dit boek. Aan de andere kant, die dingen gebeuren dus kunnen ze ook in een thriller worden gebruikt. Wat doet de zwemleraar in het verhaal die panisch is voor de aanrakingen van zijn leerlingen? De man in het park die alles lijkt te verzamelen en er alles aan doet om foto’s te ontwikkelen? Het boek leest als een page-turner en je verwacht het, maar het is prettig om ook te constateren dat een auteur zich goed in de materie heeft verdiept, getuige de beschrijving van een sectie, of de bouwkundige beschrijving van een huis waar een andere familie opgesloten zit (u dacht toch niet dat het bij één familie bleef?).

Jack komt wel iets verder met zijn privé-sores, maar de auteur laat een prettig open eindje waar we vast meer van gaan horen. Een intens en spannend boek.

Vertaling; Bob Snoijink

69a7d20fd94872059364f415977437641414141
Via het blog van Sue kwam ik in aanraking met de Britse auteur Mo Hayder. Ik kende deze Britse schrijfster niet maar de besprekingen waren goed en hoewel ik ze niet veel lees, houd ik wel degelijk van een goede thriller. Daarom vol goede moed begonnen in haar debuut, Vogelman.

Nu had ik al gelezen dat de auteur bekend stond om haar fascinatie voor gruweldaden. Daar is niks van gelogen. Ik heb bij dit boek wel eens gedacht “Hoe krijg je het bij elkaar verzonnen”…In het kort de inhoud dan. Er worden een aantal overleden vrouwen gevonden op een braakliggend terrein, allemaal gruwelijk verminkt en verbonden door één detail dat ik hier niet ga noemen, maar waarvan ik dacht…precies…wat hierboven staat.

Rechercheur Jack Caffery wordt op de zaak gezet. Een rechercheur die privé wat besognes heeft in zijn relatie met Veronica én met zijn buurman Penderecki. Deze laatste speelt volgens Caffery een rol in de verdwijning van zijn broertje, op nog jonge leeftijd. Privé wordt afgewisseld met beroep en het boek, zo’n 350 pagina’s lang is een echte pageturner.

Langzaam worden er, na forensisch onderzoek en veldwerk meer en meer details bekend over de moorden. Het heeft allemaal te maken met het nabijgelegen ziekenhuis. Alle slachtoffers zijn opengesneden door iemand die van opensnijden weet. Ze zijn verdoofd door iemand die van verdoven weet. Ze hebben allemaal, naast het snijwerk aan de torso, vreemde littekens op het hoofd, behalve één. Aan Jack de taak om zijn superieuren te overtuigen. De afro-haar en de Jamaicaanse rumflessen overtuigen hem niet, dit is een blanke moordenaar.

Als het verhaal zo’n beetje opgelost lijkt (je weet wel beter, je bent pas op blz. 235), neemt het weer een wending. Dat is fijn voor ons, dat is minder fijn voor Susan Lister;

Ze kauwde op haar wang en maakte haar gordels vast. Een hond was een goed idee. Een boxer of een dobermann. Iets groots. Iets gespierds. Die kon ze dan meenemen als ze ging joggen. Misschien zou dat de vrachtwagenchauffeurs op Trafalgar Road afleren om haar op straat na te roepen. In het licht van de straatlantaarn vond ze de contactsleutel, startte en keek in haar spiegeltje. Op de achterbank ging een man rechtop zitten. Hij glimlachte.

Blogger Sue zegt het al, misschien verwacht je het niet van zo’n fris uitziende blonde schrijfster, al die gruwelen die een man een vrouw aan kan doen, maar ze staan er toch echt. Soms wellicht wat ver gezocht maar het klopt uiteindelijk allemaal wel. Geen hogere literatuur in dit boek maar dat hoeft ook niet, ik heb mij er uitstekend mee vermaakt.

Vertaling; Bob Snoijink