archiveren

Psychiatrie

4929e991129fe21592f79635877444341587343

Na het lezen van Vaslav door Arthur Japin werd ik gegrepen door de hoofdpersoon, Vaslav Nijinski. Een wereldberoemd balletdanser die zich meer en meer terugtrok, fanatiek een dagboek begon te schrijven en waarbij de diagnose schizofrenie werd gesteld. Ik bestelde het dagboek en dit werk, Het dossier Vaslav Nijinski, deel II uit de Schizofrenie-dossiers, met een inleiding van de psychiater G.J. van der Ploeg. Detail is een begeleidend schrijven van deze psychiater aan Frédéric Bastet, de Couperus-biograaf, uit wiens bibliotheek dit deel afkomstig is. Het boek is voorzien van zijn ex libris.

Terug naar Vaslav Nijinski. Nog even zijn leven in een notendop zoals beschreven in dit dossier. Hij komt uit een Poolse familie en was de middelste van drie kinderen. Zijn ouders scheidden en hij werd ondergebracht op de Keizerlijke Balletschool. Op zijn zestiende kon hem niets meer geleerd worden, hij was de absolute ster. Hij had een relatie met prins Lvov maar werd ‘doorgespeeld’ naar de invloedrijke intendant van Les Ballets Russes, Sergei Diaghilev. Deze begon een verhouding met hem en zorgde voor zijn grote, wereldwijde doorbraak. Toch trouwt Nijinski tijdens een tournee door Zuid-Amerika met de balletdanseres Romola. Diaghilev is woest en Nijinski hoeft niet meer bij hem terug te komen. Nijinski richt zelf een groep op, maar dit mislukt. Hij is geen manager. In deze periode heeft hij al last van heftige angsten en schreeuwbuien. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verblijft hij in Boedapest bij zijn schoonmoeder. Hij ervaart dit als een nare tijd, er zijn veel ruzies tussen zijn vrouw en haar moeder. Nijinski treedt nog wel een keer op met Diaghilev in de Verenigde Staten maar ook dit is geen succes. In 1918 vertrekt het gezin naar Sankt Moritz in Zwitserland en in januari 1919 gaat het mis. Nijinski gaat dwangmatig tekenen, allerlei ogen, soldatengezichten, vlinders en spinnen. Hij spreekt mensen aan op straat met een groot gouden kruis om zijn nek en maant hen om naar de kerk te gaan. Hij wordt ook gewelddadig. Dat is de periode waarin psychiater Eugen Bleuler geconsulteerd wordt door Romola. Aanvankelijk wordt zij gerustgesteld door hem:

‘Ach mevrouw, uw man is Rus èn kunstenaar, dat verklaart veel: op zichzelf bewijzen de symptomen nog niet dat sprake is van een psychische stoornis’.

Toch wil hij Nijinski zien en hij stelt vervolgens zijn diagnose drastisch bij. Onder vier ogen informeert hij Romola dat haar man ongeneeslijk ziek is en dat ze beter kan scheiden om zo haar leven en dat van hun dochter, Kyra, nog te redden. Feilloos begrijpt Nijinsky, die in de wachtkamer op de uitslag wacht, de ernst van Bleulers oordeel:

‘Femmka (vrouwtje)’, zegt hij, ‘je brengt me mijn doodsbericht.’

Op 19 januari 1919 danst hij voor het laatst in het openbaar, in het Suvretta Haus in Zwitserland. Dat is de benefietvoorstelling die door Japin wordt beschreven in zijn roman. Nijinski wordt uiteindelijk opgenomen in verschillende inrichtingen en zou nog tot 1950 leven. Hij overleed in Engeland en is later herbegraven in Parijs.

Wat interessant is aan deze uitgave, is dat het vanuit de psychiatrie geduid wordt. Het draait in feite om het hoofdstukje De Diagnose, waarin wordt aangegeven dat menig psychiater zich over het geval Nijinski gebogen heeft. Alfred Adler bevroedde bijvoorbeeld een minderwaardigheidscomplex bij de danser. Piano spelen zou de oplossing moeten zijn. Sigmund Freud verwachtte geen effect van psychoanalyse bij Nijinski dus heeft verder geen bijdrage geleverd. Er wordt wat vaktaal gebezigd in dit hoofdstuk, maar volgens Peter Ostwald, Professor in de Psychiatrie, heeft Nijinski een schizo-affectieve stoornis èn een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Verder worden diverse diagnosen genoemd, zoals neurasthenie, depressie, melancholie, manie, catatonie, paranoia en schizofrenie. Volgens Van der Ploeg zijn de catatone verschijnselen het meest opvallend. Deze worden door hem in het kader geplaatst van de schizofrenie, ergo, de diagnose luidt uiteindelijk “catatone schizofrenie”.

Het dossier bestaat verder uit een deel van het dagboek van Nijinski en een deel over Nijinski’s ziekte en opname, verteld door zijn vrouw Romola. Op het Dagboek ga ik verder niet in omdat dit later nog besproken wordt. Het deel van Romola is met name interessant door haar toewijding. Er wordt haar wel verweten dat ze als een soort groupie achter hem aan is gegaan en hem heeft veroverd, van Diaghilev heeft verwijderd en daarmee zijn carrière in de weg heeft gestaan, aan de andere kant heeft zij hem nooit in de steek gelaten. Niet in de hoogtijdagen, maar ook niet gedurende zijn opnames in allerlei klinieken en gedurende zijn gewelddaige uitspattingen. Dat mag gezegd worden.

Hieronder een interview met Nijinski’s dochter Kyra, zelf balletdanseres en choreografe.