archiveren

Maandelijks archief: juni 2015

69a7d20fd94872059364f415977437641414141
V
ia het blog van Sue kwam ik in aanraking met de Britse auteur Mo Hayder. Ik kende deze Britse schrijfster niet maar de besprekingen waren goed en hoewel ik ze niet veel lees, houd ik wel degelijk van een goede thriller. Daarom vol goede moed begonnen in haar debuut, Vogelman.

Nu had ik al gelezen dat de auteur bekend stond om haar fascinatie voor gruweldaden. Daar is niks van gelogen. Ik heb bij dit boek wel eens gedacht “Hoe krijg je het bij elkaar verzonnen”…In het kort de inhoud dan. Er worden een aantal overleden vrouwen gevonden op een braakliggend terrein, allemaal gruwelijk verminkt en verbonden door één detail dat ik hier niet ga noemen, maar waarvan ik dacht…precies…wat hierboven staat.

Rechercheur Jack Caffery wordt op de zaak gezet. Een rechercheur die privé wat besognes heeft in zijn relatie met Veronica én met zijn buurman Penderecki. Deze laatste speelt volgens Caffery een rol in de verdwijning van zijn broertje, op nog jonge leeftijd. Privé wordt afgewisseld met beroep en het boek, zo’n 350 pagina’s lang is een echte pageturner.

Langzaam worden er, na forensisch onderzoek en veldwerk meer en meer details bekend over de moorden. Het heeft allemaal te maken met het nabijgelegen ziekenhuis. Alle slachtoffers zijn opengesneden door iemand die van opensnijden weet. Ze zijn verdoofd door iemand die van verdoven weet. Ze hebben allemaal, naast het snijwerk aan de torso, vreemde littekens op het hoofd, behalve één. Aan Jack de taak om zijn superieuren te overtuigen. De afro-haar en de Jamaicaanse rumflessen overtuigen hem niet, dit is een blanke moordenaar.

Als het verhaal zo’n beetje opgelost lijkt (je weet wel beter, je bent pas op blz. 235), neemt het weer een wending. Dat is fijn voor ons, dat is minder fijn voor Susan Lister;

Ze kauwde op haar wang en maakte haar gordels vast. Een hond was een goed idee. Een boxer of een dobermann. Iets groots. Iets gespierds. Die kon ze dan meenemen als ze ging joggen. Misschien zou dat de vrachtwagenchauffeurs op Trafalgar Road afleren om haar op straat na te roepen. In het licht van de straatlantaarn vond ze de contactsleutel, startte en keek in haar spiegeltje. Op de achterbank ging een man rechtop zitten. Hij glimlachte.

Blogger Sue zegt het al, misschien verwacht je het niet van zo’n fris uitziende blonde schrijfster, al die gruwelen die een man een vrouw aan kan doen, maar ze staan er toch echt. Soms wellicht wat ver gezocht maar het klopt uiteindelijk allemaal wel. Geen hogere literatuur in dit boek maar dat hoeft ook niet, ik heb mij er uitstekend mee vermaakt.

Vertaling; Bob Snoijink

Advertenties

65961ee4cfb4eb85976486f6a77437641414141
T
oen ik bij mede-blogger Bibliofilos het boek Afgronden, Verontrustende literatuur uit de Romantiek van Anton Haakman tegenkwam, was ik direct geïntrigeerd. Het is een combinatie van een aantal essays en een bloemlezing over zogenaamde ‘fantastische’ literatuur uit de Romantiek. Niet te verwarren met sprookjes dus. Dit gaat over de gothic novel, ‘mooie gruwelen’, zwarte kunst en het fenomeen van de dubbelganger of ‘bleke metgezel’. Als ik dan de namen op de kaft zie prijken van Poe, Verne, Hoffmann en Dickens, dan weet ik het al; het boek moet gelezen.

Dat was een feestje. In de essays wordt keurig geduid waar de stijlen hun oorsprong vinden en wordt gezocht naar een definitie van de ‘fantastische’ literatuur. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Waar de Franse auteur Roger Caillois doodleuk zegt dat zijn persoonlijke smaak die definitie bepaalt, komt de auteur tot een nadere definitie, die mij zinvoller lijkt;

In engere, vooral negentiende-eeuwse zin gaat het om een fictie van het onverklaarbare of onverklaarde die realistisch aandoet, op de rand van de geloofwaardigheid balanceert en de volwassen, min of meer kritische lezer op zijn zwakste punt wil treffen – zijn angsten.

Met deze definitie worden in één klap de grote boze wolven en peperkoeken huisjes gediskwalificeerd en kunnen we ons met een gerust hart overgeven aan duivels, vampieren en geesten. Daar ontbreekt het dan ook niet aan in dit boek. Leef mee met zeeman Elis die zijn einde vindt in de mijnen van Falun, een verhaal van de Duitse E.T.A. Hoffmann. Jules Verne schreef over Zacharias de Klokkenmaker, die mee moet maken dat al zijn klokken stil blijven staan, behalve die ene, waarnaar hij op zoek gaat. Wat een prachtverhaal. Of reis mee met Peter Rugg, die als een soort Vliegende Hollander rusteloos met zijn sjees over de Amerikaanse wegen rijdt, altijd met zijn dochtertje op zoek naar Boston. Ook een prachtverhaal, van William Austin. Klassiek is natuurlijk het huis waar het spookt. Edward Bulwer Lytton schreef er een verhaal over, De Bezoekers. Een nuchter heerschap wil wel eens een nacht doorbrengen in een huis waar niemand het meer dan twee nachten uit heeft gehouden. Hij meent dit wel aan te kunnen en heeft een theorie;

Welnu, mijn theorie is, dat het Bovennatuurlijke het Onmogelijke is, en dat wat wij bovennatuurlijk noemen, slechts iets in de natuurwetten is waar wij tot nu toe onkundig van zijn. Als er dus een geest voor mij verschijnt, heb ik niet het recht om te zeggen:’Het bovennatuurlijke bestaat dus’, maar veeleer: ‘In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen valt de verschijning van een geest dus binnen de natuurwetten, dat wil zeggen, is niet bovennatuurlijk.’

Het nuchtere heertje krijgt meer dan zijn portie thuis, maar ik vind het een prachtredenatie. Zelfs Montaigne had het hier al over in zijn essays (vraag even niet welke…); wellicht is er veel meer om ons heen dan wij überhaupt kunnen waarnemen. De wind, elektriciteit, straling, we zien het allemaal niet maar het is er wel, dan kan dit net zo goed opgaan voor geesten, nietwaar?

Wat hebben al die verhalen gemeen in dit boek? Overal manifesteren zich machten uit de onderwereld of uit een schimmenrijk. Fantastische literatuur is de literatuur van de schaduw, van de keerzijde. In de verhalen krijgen onze oerangsten gestalte. Het gaat over ongrijpbare tegenstanders die we niet begrijpen. Als ik terugdenk aan dit boek en de verhalen de revue laat passeren blijft de Seinwachter van Charles Dickens hangen. De plichtsgetrouwe man die de signalen van de donkere figuur niet begreep op de berg. Natuurlijk loopt dat slecht af. Dat hoort zo in dit boek.

9021557622.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik ontsnapte uit Auschwitz van Rudolf Vrba is het verhaal van één van de slechts vijf mensen die het is gelukt om uit het concentratiekamp Auschwitz te ontsnappen. Een behoorlijk beklemmend verhaal dat uit de eerste hand de verschrikkingen van het kamp goed weergeeft.

De jonge Rudolf is van plan zich aan te sluiten bij het Tsjechoslowaakse leger in ballingschap, in Engeland. Hij komt echter niet ver, wordt opgepakt en uiteindelijk naar Auschwitz getransporteerd. Het best bewaakte kamp dat er was en met reden. De nazi’s waren hier de grootste, meest efficiënte moordmachine aan het bouwen die er was. De wereld wist dit nog niet en het was daarom van het grootste belang dat er niemand zou ontsnappen om de wereld op de hoogte te stellen. Joden werd gezegd dat ze elders een leven konden opbouwen en lieten zich in feite als makke lammeren naar de slachtbank toe leiden. Rudolf merkt het al als hij er aankomt;

Het waren deze mannen in hun onberispelijke groene uniformen die me voor het eerst deden vermoeden dat Auschwitz anders was dan elke andere plek die ik ooit had gekend…Deze doodstil rechtopstaande figuren ademden een sfeer van koude, bloedeloze efficiëntie uit en hun aanblik bracht me in verwarring…Dachten ze dat we gevaarlijke moordenaars waren? Saboteurs? Het puikje van de geallieerde legers? Op de een of andere manier klopte het niet.

Je moet slim zijn, de weg kennen en soms domweg geluk hebben wil je het in Auschwitz een tijdje uithouden. Dat geluk heeft Rudolf. Hij krijgt soms werk waarbij hij aan genoeg eten kan komen en niet teveel straf. De keerzijde ziet hij ook. Verraad, moord, een vlektyfus-epidemie. Je moet fit blijven als arbeider want anders ga je naar de ziekenboeg. Dat staat gelijk aan een dodelijke dosis fenol, geïnjecteerd in het hart.

Rudolf blijft denken aan een ontsnapping. Eerst alleen voor zichzelf, later om juist het vernietigingsverhaal aan de wereld kenbaar te maken, zeker als hij hoort dat er vanuit Hongarije grote transporten op stapel staan. Het lukt hem ook om te ontsnappen, samen met vriend Alfréd Wetzler;

Laarzen stommelden over de planken boven ons en maakten dat we een kleine wolk van gruis op ons kregen. Door het gestamp kwam het stof omhoog en we bedekten onze neus om niet te hoeven niezen…Toen de honden, snuffend, hijgend, hun nagels over het hout schrapend terwijl ze van plank naar plank waggelden. Ik had mijn mes in de hand en zag dat Fred ook klaarzat, met de tanden op elkaar geklemd in een grimas van gespannen afwachting.

Ze redden het en kunnen hun verhaal doen. Niet iedereen wordt erdoor gered, er vertrekken talloze treinen uit Hongarije door schimmige onderhandelingen tussen de Joodse raad en Himmler. Toch was het belangrijk om het naar buiten te brengen. Vrba en Wetzler hebben hun verklaringen aan de geallieerden doorgegeven in het Vrba-Wetzlerrapport. Dit rapport diende later als basis voor de zogenaamde Auschwitz-protocollen. Die zijn integraal opgenomen op de site http://www.ikontsnapteuitauschwitz.nl. Door dit rapport hebben de wereldleiders er bij de Hongaarse leider Admiraal Miklós Horthy op aangedrongen de transporten te stoppen wat zo’n 200.000 levens heeft gered. Vrba heeft tevens in talloze processen tegen de nazi-beulen getuigenissen afgelegd en uiteindelijk dit boek geschreven. Goed geschreven ook, hij brengt de sfeer zeer treffend over. Uiteraard heeft de vertaling hier ook een grote rol in. Voor € 10,- zou ik dit boek niet laten liggen.

Vertaling: M.J. Strengholt