archiveren

Ballet

68274eabadc97c0592f75635877444341587343

Wat het Dagboek van Vaslav Nijinski interessant maakt, is dat het de beleving van een man weergeeft, waarbij de diagnose schizofrenie is gesteld. In mijn voorgaande verslagen Vaslav en Het dossier Vaslav Nijinski komt de levensloop van de balletdanser Nijinski aan bod en het verdient aanbeveling om deze boeken eerst te lezen, voor men aan dit dagboek begint.

Het dagboek bestaat uit drie hoofdstukken, getiteld Leven, Dood en Gevoelens. Dit zijn titels die door Nijinski zelf bedacht zijn, hoewel de onderwerpen in de delen wel een grote overlap vertonen. Wat vooral opvalt zijn een paar thema’s die steeds weer terugkeren. Nijinski geeft consequent aan dat hij God is en tegelijkertijd maar een normaal mens. Hij heeft het vaak over zijn gevoel en onbaatzuchtigheid. Ook heeft hij het vaak over zijn geestesgesteldheid en het lijkt of hij goed weet hoe men over hem denkt. Hij speelt er zelfs mee:

Ik ben God in mensengedaante. Ik voel wat Christus gevoeld heeft. Ik ben als Boeddha. Ik ben de God van de Boeddhisten en iedere gestalte van God. Ik heb ze allemaal ontmoet. Ik doe express of ik gek ben, ik heb daar mijn bedoelingen mee. Ik weet dat wanneer iedereen maar zal denken dat ik een ongevaarlijke gek ben, niemand meer bang voor me zal zijn. Ik houd niet van mensen die denken dat ik een gevaarlijke krankzinnige ben. Ik ben een krankzinnige die de mensheid lief heeft. Mijn waanzin is mijn liefde voor de mensheid.

Nijinski schrijft fanatiek in zijn dagboek en weet dat van zichzelf. Af en toe is hij concreet en verwijst naar gebeurtenissen zoals beschreven in de roman van Japin. Zo komt zijn relatie met de balletimpresario Diaghilev uitgebreid aan bod. Hier komt de ambivalentie in zijn karakter tot uiting. Hij noemt Diaghilev zijn aartsvijand, maar draagt hem tegelijkertijd een goed hart toe. Die ambivalentie komt ook terug in zijn gedragingen ten opzichte van zijn vrouw Romola en zijn dochter Kyra. Soms is hij hard en ongevoelig of kan hij uitbarsten in redeloze woede, aan de andere kant houdt hij van ze en kan hij niet zonder ze. Zijn dagboek staat vol met liefdesbetuigingen aan beiden.

Er wordt veel herhaald in het dagboek, het is geen coherent geheel. Een voorbeeld hiervan is het volgende stuk, dat in andere bewoordingen elders ook weer opduikt:

Zonder energie kan er geen leven bestaan. Het leven is moeilijk omdat de mensen niet begrijpen hoe belangrijk het is. Het leven is kort. Ik schrijf niet om mezelf te amuseren, maar om de mensen dood en leven te doen begrijpen. Ik houd van de dood. De dood kan lieflijk zijn wanneer God dat zo wil, verschrikkelijk wanneer hij komt zonder God…Ik studeer niet zo veel, alleen als God wil dat ik studeer. God verlangt niet van de mensen dat zij zich overbelasten. Hij wil dat de mensen gelukkig zijn…

Deze beschouwingen komen vaak voor en hij spreekt zichzelf nog wel eens tegen. Hier houdt hij van de dood, elders is hij er bang voor. Enerzijds looft hij de intelligentie van zijn vrouw, anderzijds wil hij die vernietigen zodat zij zich in andere opzichten kan ontwikkelen. Er zitten veel kanten aan een persoonlijkheid, geteisterd door wat dan als schizofrenie is gediagnosticeerd. Het boek is de moeite waard als aanvulling op de roman Vaslav van Japin.

Advertenties

4929e991129fe21592f79635877444341587343

Na het lezen van Vaslav door Arthur Japin werd ik gegrepen door de hoofdpersoon, Vaslav Nijinski. Een wereldberoemd balletdanser die zich meer en meer terugtrok, fanatiek een dagboek begon te schrijven en waarbij de diagnose schizofrenie werd gesteld. Ik bestelde het dagboek en dit werk, Het dossier Vaslav Nijinski, deel II uit de Schizofrenie-dossiers, met een inleiding van de psychiater G.J. van der Ploeg. Detail is een begeleidend schrijven van deze psychiater aan Frédéric Bastet, de Couperus-biograaf, uit wiens bibliotheek dit deel afkomstig is. Het boek is voorzien van zijn ex libris.

Terug naar Vaslav Nijinski. Nog even zijn leven in een notendop zoals beschreven in dit dossier. Hij komt uit een Poolse familie en was de middelste van drie kinderen. Zijn ouders scheidden en hij werd ondergebracht op de Keizerlijke Balletschool. Op zijn zestiende kon hem niets meer geleerd worden, hij was de absolute ster. Hij had een relatie met prins Lvov maar werd ‘doorgespeeld’ naar de invloedrijke intendant van Les Ballets Russes, Sergei Diaghilev. Deze begon een verhouding met hem en zorgde voor zijn grote, wereldwijde doorbraak. Toch trouwt Nijinski tijdens een tournee door Zuid-Amerika met de balletdanseres Romola. Diaghilev is woest en Nijinski hoeft niet meer bij hem terug te komen. Nijinski richt zelf een groep op, maar dit mislukt. Hij is geen manager. In deze periode heeft hij al last van heftige angsten en schreeuwbuien. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verblijft hij in Boedapest bij zijn schoonmoeder. Hij ervaart dit als een nare tijd, er zijn veel ruzies tussen zijn vrouw en haar moeder. Nijinski treedt nog wel een keer op met Diaghilev in de Verenigde Staten maar ook dit is geen succes. In 1918 vertrekt het gezin naar Sankt Moritz in Zwitserland en in januari 1919 gaat het mis. Nijinski gaat dwangmatig tekenen, allerlei ogen, soldatengezichten, vlinders en spinnen. Hij spreekt mensen aan op straat met een groot gouden kruis om zijn nek en maant hen om naar de kerk te gaan. Hij wordt ook gewelddadig. Dat is de periode waarin psychiater Eugen Bleuler geconsulteerd wordt door Romola. Aanvankelijk wordt zij gerustgesteld door hem:

‘Ach mevrouw, uw man is Rus èn kunstenaar, dat verklaart veel: op zichzelf bewijzen de symptomen nog niet dat sprake is van een psychische stoornis’.

Toch wil hij Nijinski zien en hij stelt vervolgens zijn diagnose drastisch bij. Onder vier ogen informeert hij Romola dat haar man ongeneeslijk ziek is en dat ze beter kan scheiden om zo haar leven en dat van hun dochter, Kyra, nog te redden. Feilloos begrijpt Nijinsky, die in de wachtkamer op de uitslag wacht, de ernst van Bleulers oordeel:

‘Femmka (vrouwtje)’, zegt hij, ‘je brengt me mijn doodsbericht.’

Op 19 januari 1919 danst hij voor het laatst in het openbaar, in het Suvretta Haus in Zwitserland. Dat is de benefietvoorstelling die door Japin wordt beschreven in zijn roman. Nijinski wordt uiteindelijk opgenomen in verschillende inrichtingen en zou nog tot 1950 leven. Hij overleed in Engeland en is later herbegraven in Parijs.

Wat interessant is aan deze uitgave, is dat het vanuit de psychiatrie geduid wordt. Het draait in feite om het hoofdstukje De Diagnose, waarin wordt aangegeven dat menig psychiater zich over het geval Nijinski gebogen heeft. Alfred Adler bevroedde bijvoorbeeld een minderwaardigheidscomplex bij de danser. Piano spelen zou de oplossing moeten zijn. Sigmund Freud verwachtte geen effect van psychoanalyse bij Nijinski dus heeft verder geen bijdrage geleverd. Er wordt wat vaktaal gebezigd in dit hoofdstuk, maar volgens Peter Ostwald, Professor in de Psychiatrie, heeft Nijinski een schizo-affectieve stoornis èn een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Verder worden diverse diagnosen genoemd, zoals neurasthenie, depressie, melancholie, manie, catatonie, paranoia en schizofrenie. Volgens Van der Ploeg zijn de catatone verschijnselen het meest opvallend. Deze worden door hem in het kader geplaatst van de schizofrenie, ergo, de diagnose luidt uiteindelijk “catatone schizofrenie”.

Het dossier bestaat verder uit een deel van het dagboek van Nijinski en een deel over Nijinski’s ziekte en opname, verteld door zijn vrouw Romola. Op het Dagboek ga ik verder niet in omdat dit later nog besproken wordt. Het deel van Romola is met name interessant door haar toewijding. Er wordt haar wel verweten dat ze als een soort groupie achter hem aan is gegaan en hem heeft veroverd, van Diaghilev heeft verwijderd en daarmee zijn carrière in de weg heeft gestaan, aan de andere kant heeft zij hem nooit in de steek gelaten. Niet in de hoogtijdagen, maar ook niet gedurende zijn opnames in allerlei klinieken en gedurende zijn gewelddaige uitspattingen. Dat mag gezegd worden.

Hieronder een interview met Nijinski’s dochter Kyra, zelf balletdanseres en choreografe.

8294562b31e6e8c597731795877444341587343

Ik weet eigenlijk niet goed wat mij deed besluiten om Vaslav van Arthur Japin aan te schaffen. Ik heb weinig tot niets met ballet dus waarom begin ik aan het verhaal van Vaslav Nijinski, één der grootste balletdansers aller tijden? Geen idee.

Het verhaal beslaat welgeteld een dag uit het leven van Vaslav. Het is een dag waarop hij zich klaarmaakt om een benefietvoorstelling te dansen. Daar wordt door iedereen naar uitgekeken, want de hoogtijdagen zijn al lang voorbij. Dit zou een nieuwe start kunnen zijn van zijn carrière en dat zal weer voor inkomsten zorgen. Men zou weer kunnen genieten van zijn befaamde sprongen waarmee hij de zwaartekracht leek te tarten.

Maar…de meester lijkt er niet altijd bij met zijn gedachten en dat wordt opgemerkt door Peter, zijn bediende. Peter is de eerste verteller in het verhaal. Als hij de vuurkorven klaarzet waar Vaslav zijn oefeningen bij doet, vertelt hij over Vaslav’s verleden. Over de breuk van zijn ouders en de Keizerlijke Balletschool en over zijn carrière. Peter is een mooi karakter die vertelt met een mooi ironische ondertoon:

Genieën, ik heb het er niet op. Iedereen beweert dat meneer Nijinski er een is, maar dat weet ik nog zo net niet. Dan is het eerder nog een kind. Ik weet waar ik het over heb, want ik heb er wel degelijk één gekend, een algemeen erkend genie, en geloof me, onnozel ben je beter af…Ideeën zijn heilig in dit huis…Zou ik met een groot gebaar een pendule van de schoorsteenmantel vegen en roepen dat het een artistieke inval was, ik denk dat ik er nog mee weg zou komen ook.

De tweede verteller is Diaghilev, de grote impressario van Les Ballets Russes en voormalig minnaar van Vaslav. Hij heeft een uitnodiging ontvangen voor de benefiet en wil Vaslav vooraf ontmoeten. Hij wil hem weer laten optreden nadat hij er eerder voor heeft gezorgd dat Vaslav niet meer bij hem aan de slag kon. De reden was het huwelijk van Vaslav met Romola en de afwijzing van Diaghilev.

De derde verteller is Romola, zijn vrouw. Zij vertelt hoe zij Vaslav heeft ontmoet en veroverd. Dat wordt haar niet in dank afgenomen maar ze houdt van hem en belooft hem altijd te verzorgen, wat er ook gebeurt.

Uiteindelijk danst Vaslav de benefietvoorstelling en het zou zijn laatste, gedenkwaardige voorstelling worden. Hij trekt zich terug en gaat dagboeken schrijven. Hij spreekt minder en minder mensen en de diagnose schizofrenie wordt uiteindelijk bij hem gesteld.

Japin heeft een prettig leesbaar verhaal geschreven en weet fraaie beelden te schetsen, zoals het beeld van een gebombardeerd huis, waarin een ongedeerde Vaslav fier overeind staat tussen de puinhopen:

Daar stond de man van wie ik hou, onder de blote hemel, zijn haren, zijn pyjama, alles onder het stof en gruis. Zijn gezicht zag eruit alsof hij geschminkt was voor Petroesjka, helemaal witgrijs met daarin alleen, heel groot, die mooie, donkere, lieve ogen…Alsof een spot aanfloepte en hem volgde, zwierde hij voor mij van de gebroken schouw naar de omgevallen boekenkasten en weer terug….Op onhoorbare muziek draaide de grote Nijinski tour na tour na tour, onaangetast, tussen de scherven van ons leven, totdat hij in volle vaart op de half bedolven sofa af rende, zich op de kapotte veren afzette en sprong, de wolken in, en weg was hij!

Japin heeft zich goed voorbereid en blijft dicht bij de oorspronkelijke gebeurtenissen. Veel van wat in het boek staat is op internet terug te vinden en natuurlijk in de dagboeken van Nijinski zelf. Ik heb ze direct besteld, evenals Het Dossier Vaslav Nijinski, wat over zijn schizofrenie gaat. Leuk voor mij is dat ik van dit dossier het exemplaar van Frédéric Bastet, de Couperus-biograaf, heb weten te bemachtigen. Er is weinig bewegend beeld van Nijinski te vinden, het zijn allemaal korte fragmenten maar om een idee te geven voeg ik een fragment toe. Ik heb nog steeds niet veel met ballet, maar de mens Vaslav Nijinski is fascinerend dus ik ben erg blij met dit boek.