archiveren

Verenigde Staten

b18c42bbd1a4856593061535877444341587343
Ik lees niet veel thrillers, maar het verhaal achter het Pilgrim Fathers-complot van Jeroen Windmeijer is wel bijzonder. In het voorjaar van 2017 vond taalwetenschapper Piet van Vliet in het archief van Leiden en Omstreken een manuscript dat een uniek inkijkje biedt in het leven en denken van de Pilgrim Fathers. Dat waren Engelse puriteinse protestanten die in 1609 in Leiden verbleven en waarvan een deel met het schip de Mayflower naar Amerika zouden vertrekken. Zij zouden daar een belangrijke rol spelen bij de invoer van moderne ideeën als scheiding van kerk en staat, het burgerlijk huwelijk, vrijheid van meningsuiting enzovoort.

Piet van Vliet benaderde de auteur Windmeijer met dit manuscript, omdat hij het te belangrijk vond om het alleen in vakbladen te publiceren. Hij zocht een breder podium en zo ontstond dit boek. Omdat er een link is tussen de vrijmetselarij en de Pilgrim Fathers is hier een verhaal omheen geweven dat zich in Leiden, Boston en in de Sinaï-woestijn afspeelt. Daartussenin zijn hoofdstukken opgenomen met de zeven hoofdstukken van het gevonden manuscript, over de tocht van de Pilgrim Fathers, overgezet in hedendaags Nederlands. Ik vind het een originele opzet.

De voorzitter van de Leidse vrijmetselarij wordt gruwelijk vermoord en hij wordt gevonden door de universitair docent Peter de Haan en zijn vriendin Fay Spežamor. Fay is vrijmetselaar en blijkt een intensief mailcontact met de voorzitter te hebben. We maken kennis met de rechercheurs die de zaak in handen krijgen en met wat direct betrokkenen, zoals de Amerikaan uit Boston Tony Vanderhoop. Hij is ook vrijmetselaar en nazaat van de Pilgrim Fathers en op bezoek in Leiden.

Er wordt nog een lijk gevonden en die wordt gelinkt aan de dood van de voorzitter. Als Peter in Boston een vriendin bezoekt, ontmoet hij ook Tony weer. In Boston zijn ook twee vrijmetselaars vermist en het blijkt dat in Jeruzalem ook twee vrijmetselaars zijn vermoord. Langzaam gaan alle puzzelstukjes in elkaar passen. De uitkomst is iets wat aan de grondvesten van de wereldorde knaagt zoals wij hem kennen. Alles kan op de schop…

Ik zal niets weggeven want als je van geschiedenis houdt is dit boek de moeite waard. Je leert in korte tijd snel bij over de achtergronden en riten van de vrijmetselarij. De link met de Pilgrim Fathers was mij eerst wat onduidelijk maar ook die wordt helder. Absolute meerwaarde vind ik de ontsluiting van het gevonden document op een toegankelijke wijze;

De Mayflower bleef gelukkig tot maart 1621 bij ons. Zo hadden we altijd het schip om op terug te vallen. Maar we konden niet voorkomen dat de helft van de nieuwe kolonisten tijdens dat eerste jaar al stierf. Daar in het dorp begonnen sommigen van het volk zich te beklagen. ‘Had de Heer ons maar laten sterven in Leiden’, zeiden ze tegen William en John. ‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten.’

Wat de auteur ook knap doet is het terug laten komen van het thema vrijheid en wat dat inhoudt. Hij verbindt daarmee de reis van de kolonisten naar het beloofde land en de genocide op de indianen met de Bijbelse exodus onder leiding van Mozes en de genocide in hùn beloofde land. Hij is ook niet vies van het ontkrachten van Bijbelse verhalen en speelt daarbij leentjebuur bij Maarten ’t Hart (die hij overigens met name noemt in het boek) die in zijn boek De schrift betwist nog dieper op de materie ingaat.

De spanning zit erin, soms is het boek een tikje voorspelbaar (niemand gelooft dat Peter iemand gedood heeft in Boston) én de knipogen naar de realiteit zijn leuk. De Amerikaanse vrijmetselaar Walter over zijn vermiste collega’s;

“Tot nu toe wordt het behandeld als een gewone vermissingszaak, een ongeluk zoals ik al zei. Maar stel nou eens dat er wel degelijk een verband is tussen al die zaken? Dat is meer stof voor een van mijn romans, maar de waarheid is soms vreemder dan fictie.”

Ik had die kleine 500 pagina’s met een weekend uit, was deze zomer nog in Leiden maar moet eigenlijk snel weer terug. Achterin het boek staat een plattegrond van de stad met alle genoemde plekken uit het boek.

71c44b58e2fb3095933344c5751444341587343
Ik ben even een luie blogger dus het boek Mevrouw de minister van Madeleine Albright heb ik al even geleden gelezen. Het is de autobiografie van de vierenzestigste minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten van Amerika, onder Bill Clinton. Daarvoor was ze onder meer ambassadeur van de VS bij de Verenigde Naties.

Albright werd geboren in Praag en kwam met haar familie via Groot-Britannië naar de VS toe. Daar wordt ze uiteindelijk gevraagd door Clinton om minister te worden. Het heeft geen zin om een hier een samenvatting van haar loopbaan te geven, lees daar vooral het boek voor. Ik kan beter aangeven waarom dit zo’n leuk boek is. De makke met autobiografieën is bekend, de hoofdpersoon komt er vaak prima vanaf. Toch is het mooi om te lezen hoe Albright worstelt met vragen en dilemma’s die ze tegenkomt. Variërend van heel praktische, hoe combineer een gezinsleven met zo’n baan tot morele. Hoe hebben we de massaslachtingen tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda kunnen laten gebeuren?

De gesprekken die zijn opgenomen geven het boek vaart en laten zien hoe ze te werk gaat. Albright was net drie maanden in functie toen duidelijk werd dat er een aanslag was verijdeld op voormalig president Bush, gepland door het Iraakse regime. Albright gaat op bezoek bij de Iraakse ambassadeur;

De Iraakse ambassadeur kwam binnen, we deden vriendelijk tegen elkaar en hij bood me thee aan. ‘Wel, wat voert u vandaag hierheen?’ vroeg hij met een glimlach. Ik zei: ‘Wel, ik ben hier om u te zeggen dat we uw land bombarderen omdat jullie hebben geprobeerd onze gewezen president Bush te vermoorden.’ Geen thee dus. Hamdoen sputterde: “Dat is een flagrante leugen.’

Dat soort kijkjes in de keuken zijn mooi. Beschamend is de affaire Lewinsky, waarin de president zich verantwoord voor zijn ministers, nadat gebleken had dat hij had gelogen over de affaire en waarbij iedereen zijn of haar commentaar erop mocht geven.

Door een boek als dit krijg je meer inzicht in het functioneren van een regering van een dergelijk groot land. Ze hebben te maken met terrorisme en krijgen in een periode meer dan duizend dreigementen per maand met betrekking tot gebouwen en functionarissen in het buitenland. Ieder dreigement wordt beoordeeld en de impact wordt bepaald.

Srebrenica en de oorlog op de Balkan komt voorbij en de vredesbesprekingen tussen Arafat en Barak. Absoluut fascinerende leesstof, je snapt beter waarom het zulke lastige materie is, los van de halsstarrige persoonlijkheden die soms moeten onderhandelen. Ook het contact met haar Russische collega Primakov is interessant. Soms koel en zakelijk, maar evengoed heeft ze een parodie op een nummer uit de West Side Story met hem gezongen tijdens de bijeenkomst van het Verbond van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN). Je verwacht het niet.

Je ziet waarom het zo’n zware, maar mooie baan is. Onderstaand citaat geeft een beetje weer hoe het er aan toe gaat en waarom de ruim 500 pagina’s de moeite waard zijn om te lezen;

Zittend aan mijn bureau…las ik elke ochtend over nieuwe gevechten, moorden, gewelddaden en bedreigingen. Ik deed dat in de wetenschap dat overal mensen oplossingen verwachtten van de Verenigde Staten en de Veiligheidsraad. We kregen geen kans om op adem te komen. Alles was dringend en dus namen we onze besluiten gebaseerd op de beste informatie die elke dag beschikbaar was…We zochten ons tastend een weg, stap voor stap, soms stapten we mis en moesten terug. In Somalië probeerden we teveel te doen. In Rwanda deden we te weinig. In Haïti en Bosnië deden we het, na een paar valse starts, uiteindelijk goed.

Vertaling; Amy Bais en Frans Hillen

a8b36500e4bb680597046316c41444341587343
Waar moet je beginnen als je Johnny Cash De Biografie van Robert Hilburn hebt gelezen? Zo’n 680 pagina’s barstensvol muziekhistorie over een muzikaal icoon. Ik kende zijn belangrijkste nummers maar wat een leven; ik had geen idee.

Het boek gaat vooral over de mens Cash. Het schetst niet zozeer een tijdsbeeld, hoewel je daar indirect genoeg van meekrijgt. De focus ligt op zijn privé-leven en de muziek die hij maakt. Zijn eerste contract krijgt hij bij Sun Records, het label waar Elvis Presley ook voor zingt. Zo leer ik dat Cash met het idee van Blue suede shoes komt en dat Carl Perkins het nummer schrijft. De oprichter van het label, Sam Phillips, gelooft in Cash en geeft hem de ruimte om platen op te nemen. Cash trouwt met zijn jeugdliefde Vivian. Hier ontstaan zijn grote hits Folsom prison blues, I walk the line en Hey Porter. Er wordt muziekgeschiedenis geschreven bij Sun, luister eens naar een opname van The Million Dollar Quartet (helaas…van internet verwijderd), een spontane jamsessie tussen Johnny Cash, Elvis Presley, Carl Perkins en Jerry Lee Lewis bijvoorbeeld.

Grote successen volgen en hectische reisschema’s eveneens. Cash grijpt naar amfetamine om op de been te blijven. Veel amfetamine, hij raakt zwaar verslaafd. Als hij zich ondergewaardeerd voelt, tekent hij bij Columbia. Een grote maatschappij waar hij de vrije hand krijgt. Hij neemt op wat hij wil, ook de gospelliederen waar eigenlijk zijn hart ligt. Hij treedt op in gevangenissen, komt op voor gevangenen, indianen en andere achtergestelde groepen. Hij wordt mateloos populair. Zijn relatie met Vivian loopt stuk en hij ontmoet June Carter, die met de Carter Family al furore maakte. Hij zal haar trouwen. Dat is Cash ook. Waar hij eerst I walk the line schreef, een nummer om Vivian te bewijzen dat hij trouw was op zijn tournees, schreef hij later het keiharde Understand your man, waar hij ijskoud meedeelt dat hij vertrekt. Luister er eens naar.

Cash is af en toe volledig de weg kwijt door de drugs. Hij komt bijna om in een zelf gestichte brand en geeft zijn neef de schuld. Hij mag optreden in Carnegie Hall maar verknalt het. Vaak is er niet met hem te werken en June heeft een keer echtscheiding aangevraagd, hoewel niet doorgezet.

Dat hij de vrije hand krijgt bij Columbia lijkt mooi, maar er volgt een lange periode waarin hij geen hit scoort. Hij wordt niet gecorrigeerd en soms zit er tenenkrommend materiaal tussen;

Opnieuw knikte Law alleen maar goedkeurend bij alles wat Cash voorstelde – hoewel hij zijn vriend een veel betere dienst zou hebben bewezen door hem te wijzen op het bizarre arrangement van weer een nieuw nummer, ‘Allegheny’ van Chris Gantry, waarin June krijste als een aangeschoten havik.

Ik heb het beluisterd, het is geen gehoor. Als Cash ouder wordt gaat het slechter en slechter met zijn gezondheid, het resultaat van drank en drugs. Zijn carrière gaat niet geweldig, tot hij producer Rick Rubin tegen komt. Die vraagt Cash gewoon eens wat te zingen, alleen met zijn gitaar. Hij ziet dat Cash het nog steeds heeft en maakt een album met hem, onder de titel American Recordings. Cash is weer helemaal terug, onder meer met het geweldige Delia’s Gone, een wrang nummer met een magistrale, door Anton Corbijn geregisseerde clip. Kijken!

Op een volgend album volgt een cover van de groep Nine Inch Nales en dat is Hurt. In het boek wordt beschreven hoe de clip tot stand komt. Het moet bij Cash thuis omdat hij te ziek is. Cash thuis, met een interpretatie tot op het bot. June komt er in voor en kijk naar haar gezicht. Ze weet daar dat ze zelf ziek is (een lekkende hartklep) en de beelden van de oude, zieke Cash worden afgewisseld met beelden van een jonge, vitale Cash. Cash twijfelde of hij dit wilde laten zien, maar hij stemde toe. Ook, kijken!

June overleed eerder en Cash was er kapot van. Hij zou een paar maanden later overlijden.

Het lijkt mij de definitieve biografie te zijn over de mens en zijn muziek. Hilburn heeft Johnny en June vaak geïnterviewd en heeft medewerking en de goedkeuring verkregen van de kinderen van Cash. Hij was als enige journalist bij het beroemde concert in de Folsom Prison gevangenis en heeft inzage gekregen in persoonlijke documenten van de familie.

Minpunt van het boek is de slechte inhoudsopgave achterin. Meerdere malen wilde ik informatie terugzoeken over een nummer en blijkt het niet op de genoemde pagina’s te staan. Slecht redactiewerk dus. Verder heb ik bewust lang over het boek gedaan. Reden is dat ik The Complete Columbia Recordings van Cash heb aangeschaft. Die kan je prachtig meeluisteren met het boek. Van het merendeel van de 64 cd’s wordt uitgelegd hoe ze tot stand kwamen en wat de hoogte- en dieptepunten zijn. Een grote toegevoegde waarde, net als de latere American Recordings (zes cd’s) met Rick Rubin. Goed, ik heb me dus 3 weken begraven in de muziek van Cash, ik schat een goede 70 uur muziek beluisterd en het nadeel is even dat ik niet weet wat nu te lezen of te luisteren. Afkicken heet dat, geloof ik.

Misschien moet ik afsluiten met wat Keith Richards over zijn muziek zei;

‘Wat de vroege rock-‘n-roll betreft: als iemand naar me toe zou komen en om een of andere reden maar van één persoon muziek zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, zou ik zeggen: “Chuck Berry is belangrijk, maar man, zorg dat je Cash te pakken krijgt!”‘

Vertaling; Conny Sykora en Vera Sykora

9079770159.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Als je van een goede road-novel houd dan moet je zeker Al die tijd de duivel van Donald Ray Pollock lezen. Het speelt zich af in contreien in Ohio waar je niet wilt zijn, waar niets is en waar de troosteloosheid van af druipt. Heerlijk dus.

Willard Russell is getraumatiseerd terug gekomen uit de Tweede Wereldoorlog. Hij woont met vrouw en zoon in Knockemstiff, Ohio (jawel, dat gehucht bestaat). Als zijn vrouw kanker krijgt draait Willard door. Hij heeft een gebedsstam in het bos waar hij offert en waar hij zijn zoon Arvin dwingt tot vurige gebeden. Charlotte sterft en in zijn waanzin snijdt Willard zich de keel door.

Er trekt een stel moordend het land door. Carl is fotograaf en nietsnut, Sandy werk in een ruige bar en tippelt. Maar soms gaan ze op reis en pikken lifters op, “modellen”, zoals ze ze noemen. Een ander koppel, Roy en Theodore trekken predikend door het land. Roy denkt dat hij doden tot leven kan wekken en die gedachte kent een dramatische afloop.

Arvin woont inmiddels bij zijn oma en er komt een nieuwe predikant in het dorp. Dat blijkt een perverseling en u raadt het; ook hier vallen slachtoffers. Arvin is eigenlijk degene die zich tussen al deze figuren in beweegt en bij wie alle verhaallijnen uiteindelijk samen komen.

Het klink allemaal niet vrolijk en dat is het ook niet. Maar het is geweldig mooi geschreven. Overal hangt een duistere sfeer, getekend door het troosteloze gebied en de karakters die er in zijn gezet. Zoals hier, waar Arvin de hulpsherriff Bodecker naar zijn dode vader bij de gebedsstam brengt;

Bodecker richtte zijn zaklamp omhoog. Dieren in verschillende staten van ontbinding hingen overal om hen heen, sommige in de takken en andere aan hoge houten kruisen. Een dode hond met een leren halsband rond zijn nek was boven aan een van de kruisen gespijkerd als een soort afschuwelijk Christusfiguur… ‘Verdomme jongen, wat is dit in godsnaam?’ zei hij terwijl hij het licht weer op Arvin richtte, juist op het moment dat een witte, kronkelende made op de schouders van de jongen viel…’Het is een gebedsstam,’ zei Arvin, met een nauwelijks hoorbare stem.
‘Wat? Een gebedsstam?’ Arvin knikte en staarde naar zijn vaders lichaam. ‘Maar hij doet het niet,’ zei hij.

Het verhaal is met vaart geschreven en verveelt geen moment. Er zit redelijk wat geweld in, maar dat wordt overal erg matter-of-fact beschreven. Geen overbodige details om het extra aan te zetten. Kortom, een donker maar erg goed verhaal.

Lees hier het verslag van Bettina.

Vertaling; Mon Faber en Uitgeverij Karaat

3dae589f6c343405935686a5951444341587343

En dan zit je ineens met je neus in een autobiografie van George Bush, genaamd Met de blik vooruitDat heeft een reden. Ongebreidelde hebzucht. Ik kocht voor een zacht prijsje de autobiografieën van Tony Blair en George Bush junior. Ik wilde meer. Dus kwamen die van Clinton, Albright, Thatcher en zelfs die van Hillary Clinton, godbetert. Deze kwam ook langs en ik kon het weer niet laten.

Goeie koop? Welnee. Het gaat over Bush senior in de periode voor zijn presidentschap. Dat wordt in zo’n 200 pagina’s door meneer Bush zelf behandeld. Vooruit, in vogelvlucht dan. Hij heeft natuurlijk goed geboerd. Hij was oorlogsvlieger en is een selfmade businesmann in olie. Uiteindelijk wil hij meer en kiest hij voor de politiek.

Hij bekleedt verschillende functies, waaronder die van ambassadeur bij de Verenigde Naties, leider van de Republikeinse Partij, ambassadeur in China, directeur van de CIA en tenslotte Republikeins presidentskandidaat. Dat levert wel wat leuke inkijkjes op. Zo spreekt hij toenmalig president Johnson over de keuze tussen zijn senaatszetel of een plek in het Huis van Afgevaardigden:

‘M’n zoon’, zei Johnson, terwijl hij langzaam en nadrukkelijk sprak. ‘Ik heb in het Huis gezeten.’ Hij pauzeerde. ‘En ik heb de eer gehad om ook in de Senaat te zitten.’ Opnieuw een pauze. ‘En het zijn allebei goede plaatsen. Dus ik zou er niet aan willen beginnen om je te adviseren wat je moet doen, behalve dat ik er dit van wil zeggen: het verschil tussen lid zijn van de Senaat of lid van het Huis van Afgevaardigden is het verschil tussen kipsalade en kippestront.’

Voilà, daar heb je wat aan. Het is natuurlijk leuk om te lezen hoe een campagne gerund wordt en het is ronduit ontluisterend om te lezen hoe machteloos een instituut als de Verenigde Naties soms is, getuige dit fragment:

Ik herinner me de meest indringende toespraak, die er tijdens de zitting van 1971 in de Veiligheidsraad werd gehouden. Hij was afkomstig van Zulfikar Ali Bhutto…die naar New York was gevlogen om de VN te vragen in aktie te komen om de inval van India in OostPakistan te stoppen. Bhutto deed een gepassioneerd appèl, maar het was zinloos…’daar zitten jullie dan met drie soorten wijn en jullie grote banketten en jullie ‘oui, monsieur’ en ‘non, monsieur’, terwijl mijn land door oorlog uit elkaar wordt gerukt.’ En met die opmerking raapte hij met een dramatisch gebaar de gele velletjes papier op…en scheurde ze in stukken..op welk moment Israel Byne Taylor-Kamara uit Sierra Leone, die toen de Veilgheidsraad voorzat, wakker schrok en…zei: ‘We danken de geachte afgevaardigde uit Pakistan voor zijn behartenswaardige opmerkingen’.

Mooie passages om te lezen, maar het is te weinig. Een (auto)biografie van personen van dit kaliber zie ik liever over een hele loopbaan. Daarbij komt dat de uitgave ronduit slordig is met foutieve voetnoten en soms onjuiste spelling. Een gemiste kans.

Vertaling: Verbunt PPP