archiveren

Nederlands Indië

Afbeelding

Opgevangen in andijvielucht van onderzoeksjournalist Griselda Molemans belicht op heldere wijze een vergeten stuk Nederlandse geschiedenis: hoe is de Nederlandse overheid omgegaan met hen die na de oorlog vanuit Nederlands Indië naar Nederland kwamen.

Daar is genoeg over te zeggen. Zo’n 380.000 ‘ontheemden’ kwamen naar ons land. Nederlandse staatsburgers, onderdanen en loyalisten die niet konden of wilden blijven in de voormalige kolonie Nederlands Indië. Zij werden in Nederland opgevangen. Soms in kampen of op boten, maar vaker in pensions. Een pensioneigenaar gaat een contract aan met de overheid en sluit zo een lucratieve deal; bezetting is verzekerd en er wordt tijdig betaald.

Er worden reglementen opgesteld voor minimumeisen aan huisvesting en er is een ‘menuboek’ vereist waarin de verstrekte voeding bijgehouden moet worden. Ook worden er contractambtenaren aangesteld om op de naleving toe te zien. Tot zover lijkt alles prima geregeld, maar schijn bedriegt.

Op het moment dat de gezinnen in Nederland aankomen is er al kleding verstrekt of wordt dat gedaan. Er worden meubelvoorschotten verstrekt en tijdens het verblijf in een contractpension krijgt men zakgeld. Wat er niet bij wordt gezegd, is dat iedere cent terugbetaald moet worden. Hetty Anderson-Kuitems vertelt;

‘We waren dankbaar dat we geholpen werden, aangezien we helemaal niets meer hadden, maar eigenlijk zijn we heel erg naïef geweest,’ blikt Hetty terug. ‘In feite heeft de overheid ons belazerd: de maatschappelijk werkster die ons begeleidde, heeft nooit iets toegelicht over het verstrekte zakgeld dat bij onze schuld werd opgeteld, noch over de kleding- en meubelvoorschotten.’

Feit is dat vaak werd aangewezen welke kleding men moest kopen en dat het eten in veel gevallen ondermaats was. Melk werd met water aangelengd, vlees of vleesvervangers ontbraken vaak en zelf koken mocht niet. Het komt steeds weer terug in de persoonlijke verhalen waar het boek vol mee staat. Als men het pension verlaat voor een eigen woning en er is werk gevonden, wordt men geconfronteerd met een schuldbrief. Er moet betaald worden voor de kosten van onderdak, kleding, meubels en zakgeld. Er wordt direct zestig procent van het loon ingehouden en er moet gedurende tien tot vijftien jaar lang afgelost worden. Er heerst stille armoede onder hen die door Nederland opgevangen zijn. Gezinnen met bloeiende ondernemingen in Indië worden geconfronteerd met een enorme afwaardering van hun bezittingen. Een voorbeeld;

Weduwe Henriëtte Pompe van Meerdervoort-Ziesel heeft zich…aangemeld voor ontvangst van de schadeformulieren. Haar bloeiende rubberonderneming Jombang in Jakarta (bestaande uit een plantage en fabriek plus een woonhuis met paardenstallen) is door de Indonesische overheid genationaliseerd…Vanuit haar vlieringkamertje in het bejaardentehuis Patria in Bussum dient Henriëtte een claim voor 150.000 gulden in….Inclusief de uitgestelde rente krijgt ze onder de Verdelingswet 21.950 gulden uitgekeerd op 5 november 1969.

Onder de Nederlandse bevolking heerst vaak onbegrip. Er wordt gedacht dat alles met belastinggeld wordt betaald. Er is al woningnood en dan moeten er voor ‘repatrianten’ ook nog woningen komen. Er valt dus van alles af te dingen op de “geruisloze integratie” die door de overheid graag wordt gehanteerd als modelvoorbeeld van een geslaagd integratiebeleid.

Molemans heeft uitputtend archiefonderzoek gedaan, maar het sterke punt van het boek zijn de vele persoonlijke verhalen. Het verleden komt tot leven met vaak schrijnende voorbeelden maar ook met mooie verhalen. Er waren pensionhouders die het beste voor hadden met de mensen die zij opvingen. Het boek wordt besloten met een sterke epiloog waarin nog tien openstaande financiële claims beschreven worden. Claims die de Indische gemeenschap nog tegoed zou hebben van de overheid en van verzekeringsmaatschappijen. Besloten in archieven die (nog) niet toegankelijk zijn voor onderzoek of die verloren zijn gegaan. Er valt nog genoeg uit te leggen.

 

Advertenties