archiveren

Frankrijk

902257511X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Daar is hij dan, Het Eeuwige Vuur van Ken Follett. De langverwachte opvolger van Pilaren van de aarde en Brug naar de hemel. Het derde boek op rij waarin de fictieve plaats Kingsbridge in Engeland als uitgangspunt wordt genomen. Het eerste deel speelde zich af in de 12e eeuw, het tweede deel in de 14e eeuw en met dit boek bevinden we ons in de 16e eeuw, in het Tudor-tijdperk.

We zien dan ook dat Kingsbridge niet meer de centrale plaats van handeling is. Follett breidt zijn toneel aardig uit, en wel naar Antwerpen, Parijs, Sevilla en zelfs naar De Nieuwe Wereld. Voor fans van de eerste twee, gewoon lezen dit boek want Kingsbridge speelt wel degelijk een rol, er gebeuren genoeg ellendige én mooie dingen volgens het vaste recept van Follett.

Wat is dat recept? Het kundig mengen van historische figuren en gebeurtenissen met verzonnen romanfiguren. Het opstarten van verschillende verhaallijnen op verschillende plaatsen en deze mooi bij elkaar laten komen. Met zijn ruim 850 pagina’s is het boek niet zo dik als zijn voorgangers maar wordt het weer mooi afgerond.

En dan heb ik nog niets over het verhaal zelf gezegd. Hoofdpersonen zijn Ned Willard en Margery Fitzgerald, die we in hun jeugd ontmoeten in 1558. Ze willen trouwen, maar de één is protestant en de ander katholiek. Voilà, de rode draad. Follet creëert zijn drama’s op persoonlijk niveau en vertaalt deze naar het grote politieke toneel, waar het gaat om de strijd tussen de protestantse koningin Elizabeth en de katholieke Maria Tudor. De verhaallijn in Sevilla volgt de broer van Ned, Barney. Hij wordt uiteindelijk kanonnier en kapitein en zal Engeland verdedigen tegen de Spaanse armada. In Frankrijk woedt ook een felle strijd tussen protestanten en katholieken. Centrale figuren zijn hier de protestantse boekverkoopster Sylvie, die later met Ned zou trouwen, en de intrigant Pierre Aumande. Deze wil zich omhoog werken via de adellijke familie De Guise en speelt een rol die leidt tot de beruchte Bartholomeusnacht, waarbij de katholieken meedogenloos afrekenden met de protestantse elite.

Voor de rest geef ik niets weg, lees het vooral zelf. Het is bijna schandalig hoe snel je door dit boek heen bent en daarmee vind ik het dus een goed boek. Ja, er zitten best weer wat toevalligheden in om het verhaal goed te laten lopen (Spaanse schone duikt onverwacht handig op in Parijs om informatie door te spelen) maar dit stoort mij niet, het houdt de vaart erin.

Follett is naar eigen zeggen drie jaar en drie maanden met schrijven bezig geweest. Uiteraard zit er veel research in zo’n boek, zo leer ik uit een interview met hem. Hij heeft alle plaatsen bezocht die hij heeft beschreven, musea bezocht en huizen en kastelen bezichtigd die in die tijd gebouwd waren. Verder natuurlijk literatuuronderzoek. Hoe zag de kleding eruit, waren er al vorken, hoeveel kilometer kan een paard afleggen in een dag, welke wapens werden er gebruikt? Ook dat vind ik de kracht van zijn boeken, de details zijn mooi uitgewerkt, zoals wat er bij komt kijken om een scheepskanon tijdig te laden.

Ik heb geen enkel bericht gehoord over een vervolg, wel over de voltooiing van een trilogie. Follett is nu 68 en hoeft het voor het geld niet meer te doen, met zo’n 160 miljoen verkochte boeken, maar wie weet…hij vindt het ongelofelijk leuk om te doen, dat schrijven.

Vertaling; Joost van der Meer en William Oostendorp

Advertenties

39651276e483be3597158636c77444341587343
Ik kwam bij Anna dit boek tegen van Patrick Leigh Fermor over abdijen en het kloosterleven, Een tijd om te zwijgen. Fermor was een bekende reisboekenschrijver waar ik nog wat boeken van op de verlanglijst heb staan, maar dit leek me een mooie opmaat.

Het boekje telt maar 87 pagina’s en gaat over zijn bezoeken in de jaren ’50 aan de Abdij van St. Wandrille de Fontanelle, de abdij van Solesmes, de abdij Notre-Dame de la Grande Trappe (allen in Frankrijk) en de rotskloosters van Cappadocië in Turkije. Die laatste vond ik dan weer een beetje vreemd in de bijt hier, maar goed.

De Abdij van St. Wadrille kent een regime, waar de auteur even aan moest wennen;

Alle maaltijden…werden in stilte gegeten: men werd gemaand zich afzonderlijk te ‘ontspannen’ en alleen met toestemming van de abt tot de monniken te spreken; geen lawaai te maken wanneer men door het klooster liep; niet te roken op de kloostergang; op fluistertoon te spreken en de perioden van stilte strikt in acht te nemen. Ik vond ze onmogelijk grimmig. Wat een stilte en ingetogenheid! Het gebouw kreeg het karakter van een gigantische graftombe, een necropolis waarvan ik de enige bewoner was.

Waarom wil je dit dan? De auteur observeert en verwondert zich over het verschil met bijvoorbeeld de monniken die hij in Griekenland ontmoette. Daar was er vrolijkheid, hier ingetogenheid. Hij beseft;

Deze mannen leefden echt alsof elke dag hun laatste was, ze hadden zich verzoend met de wereld, hadden absolutie gekregen, waren gesterkt door de sacramenten, altijd klaar om op het middernachtelijk uur een zachte dood te sterven.

Ondanks dat hij moest wennen, merkt de auteur langzamerhand dat hij een ritme vindt. Hij hoeft zijn energie niet meer aan talloze afleidingen te besteden maar ervaart ineens vrijheid. Hij schrijft ook en merkt dat dit ook beter gaat. En lees wat hij voelt als hij de abdij verlaat;

Mijn eerste dagen in de abdij mogen dan een periode van neerslachtigheid zijn geweest, het ontwenningsproces achteraf was tien keer erger. Het klooster was eerst een kerkhof, maar de buitenwereld leek later in vergelijking een hel van lawaai en vulgariteit, uitsluitend bevolkt door proleten, sletten en misdadigers…De advertenties voor Byrhh en Cinzano – anders zulke heerlijke symbolen van vrijheid en ontsnapping – …ervoer ik zelfs als een persoonlijke belediging.

De Abdij van Solesmes was een tussenstop op weg naar de Abdij Notre-Dame de la Grande Trappe. Deze abdij  behoort van oorsprong tot de cisterciënzerorde van strenge observatie. Vond de schrijver het regime van St. Wandrille streng, het kon nog veel erger en dat was (let wel, in de jaren ’50) hier;

Een trappist staat om één of twee uur op, al naar gelang het jaargetijde. Zeven uur van zijn dag brengt hij door in de kerk met het zingen van koorgebeden en geknield of staande mediteren, vaak in het donker. de rest van de dag wordt besteed aan primitief en zwaar werk op het land, aan privaat gebed, aan preken en het lezen van de martyrologie…Het eten bestaat bijna uitsluitend uit wortelen; vlees, eieren en vis zijn verboden…

Voeg daarbij de strikte vastenwetten, het altijd dragen van dezelfde dikke kleren, ook in de zomer, het slapen in een gezamenlijke ruimte op een strozak en je kan je weer afvragen. Waarom? Maar ook daar heeft iemand het antwoord op klaar;

Met geduld en oefening levert dit permanent op God geconcentreerd zijn van de geest een rijke beloning op: zielerust, een soort goddelijke vervoering, een onuitsprekelijk geluk, dat een Franse trappist ooit heeft beschreven als een langdurige glimp van het paradijs.

Voilà, ga daar maar eens tegenin. Als laatste worden de verlaten kloosters in Cappadocië in Turkije beschreven. Uitgehouwen in de tufstenen rotsen boden ze jarenlang onderdak aan de verdwenen christelijke gemeenschap in centraal-Turkije. Ik heb ze zelf bezocht en het is inderdaad een indrukwekkend gezicht. De eetzalen in de rotsen, de uit stenen gehakte goten en de nog zwarte haarden, het is leuk om een keer terug te lezen. En ik leer nog wat bij over Anachoreten (ofwel mensen die zich uit de samenleving terugtrokken) die zich inmetselden in grotten en over Dendrieten (wat is afgeleid van dendros, het Griekse woord voor boom) die zich tientallen jaren lang vastketenden aan de hoogste takken van grote bomen.

Dit is een aardig lange bespreking van een kort boekje, maar dat geeft dan aan dat ik het de moeite waard vond. De andere boeken van Fermor zullen vast wel eens voorbij komen.

Vertaling: Barbara de Lange

9023485173.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik had van de Dreyfus-affaire gehoord, maar wist zeker niet van de hoed en de rand. Na het lezen van De Officier van Robert Harris ben ik echt een heel stuk wijzer.

Het boek gaat over de beroemdste gerechtelijke dwaling aller tijden. Het speelt rond 1900 en gaat over de veroordeling van de joods-Franse officier Alfred Dreyfus wegens hoogverraad. Hij werd er van beschuldigd voor Duitsland te hebben gespioneerd en werd verbannen naar Duivelseiland voor de kust van Frans-Guyana.

Nu werd ene Georges Picquart benoemd tot het hoofd van de afdeling Statistiek van de Franse overheid. Lees; hij werd kolonel van de afdeling spionage. Daar krijgt hij te maken met de affaire Dreyfus en beetje bij beetje ontdekt hij dat de zaken toch niet helemaal in elkaar steken zoals de regering het doet voorkomen. Hij komt er achter dat er in ieder geval een echte verrader rondloopt, Ferdinand Walsin Esterhazy. Het document waarop Dreyfus is veroordeeld blijkt geschreven door Esterhazy.

Picquart bijt zich erin vast en er komt steeds meer modder naar voren. Hij wil dit bespreken met zijn superieuren maar wat blijkt; hij moet het laten rusten. Dreyfus is veroordeeld op basis van onomstotelijke feiten in een geheim document, dat de verdediging niet heeft mogen inzien. Dat gaat volledig tegen het rechtsgevoel van Picqaurt in, hoe toegewijd hij ook is aan het leger dat hij dient. De gemoederen lopen soms hoog op;

‘Maar als we nu ontdekken dat Esterhazy de verrader was, en niet Dreyfus…?’
‘Nou, dat ontdekken we dus niet, begrijpt u? Dat is namelijk het hele punt. Want zoals ik net aan u heb uitgelegd, is de zaak-Dreyfus voorbij. Het hof heeft zijn vonnis gewezen, en dat is einde verhaal.’

Het leest als een roman, wat het ook is, alleen leunt de roman zwaar op wat er echt is gebeurd. Iedere persoon die voorkomt heeft ook echt bestaan. De ik-persoon, Picquart, heeft het zwaar te verduren. Hij constateert, signaleert en krijgt dit;

“Het enige waar ik om vraag, is dat de zaak nog eens grondig wordt onderzocht…’
‘Het enige?”Nu ontploft Gonse. ‘Het enige! Die is goed! Ik begrijp u niet Picquart! Weet u eigenlijk wel wat u zegt? Dat het hele leger – het hele land, wat dat aangaat – om uw gevoelige geweten draait!

Picquart blijft tegen muren oplopen. Hij wordt weggepromoveerd naar Afrika, wordt teruggeroepen om te getuigen en gevangen gezet. De kwestie splijt het land en er zijn beroemde voorstanders als de schrijver Émile Zola die zijn beroemde pamflet J’accuse schreef, op het gevaar af voor smaad veroordeeld te worden.

Uiteindelijk loopt het goed af en worden zowel Dreyfus als Picquart in het gelijk gesteld, maar wat een inkijk geeft dit in het gekonkel en gedoe in het Franse rechtssysteem rond 1900. Verbluffend.

O ja, lees vooral ook Anna’s bespreking. Voor meer achtergronden zie hier.

Vertaling; Paul Witte

9400503288.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
I
k hoef doorgaans geen enkele moeite te doen om mij te verheugen op een vakantie in Frankrijk en zo ook nu niet. De wijnboeken van Ilja Gort geven er gewoon een extra slinger aan en dus ook Slurp Grand Cru. Ik kan met een gerust hart verwijzen naar mijn besprekingen van zijn vorige boeken, want het recept is idem, maar dan wordt dit een heel ielig stukje, daarom;

Na een meedogenloze selectie aan de sorteertafel op gezondheid en rijpheid, worden de overblijvende kwaliteitsdruiven opgesloten in roestvrijstalen cuves van vijftig hectoliter. Op elkaar liggend persen zij zichzelf uit door hun eigen gewicht. Maar op de druivenschilletjes krioelen bacteriën; gistbacteriën. Die bacteriën hebben een jaar lang gewacht op dit moment van zwakte. Vraatzuchtig grommend storten ze zich op de argeloze druiven. Met miljoenen tegelijk doen ze zich tegoed aan de suiker in het druivenvruchtvlees, die zij vervolgens uitpoepen als alcohol.

Kortom, hoe wijn wordt gemaakt op z’n Gort’s. Ik leer zowaar wat bij over de voor-gisting en de remontage. Hierbij wordt het sap onder uit de cuves gehaald en van boven weer over de schilletjes uitgevloeid, voor nog meer fruit, kleur en smaak. Ik krijg informatie over kurk of schroefdop, over de plukmachine en het bottelproces. Gort strooit weer met eet- en drinkadresjes en er wordt wat gekout over het onderhouden van een château, het onderhandelen met een pak Duitsers en het kopen van een konijn. Geen hogere wiskunde allemaal maar in de voorpret voldoet dit prima.

Ook in dit boek verschillende QR-codes die je met je mobiele telefoon kunt scannen waarna de bijbehorende filmpjes op je scherm worden afgespeeld. Je kan ze ook gewoon zien op http://www.slurp.nu/filmpjesslurpgrandcru.

Overigens komen de vele foto’s in het boek en de vormgeving voor rekening van de wijnboerminnares, Caroline d’Hollosy.

9044515411.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
A
ls je wielerliefhebber bent en de Tour de France wordt verreden, dan kan je eigenlijk niet om het boek Bidon van Peter Ouwerkerk heen. Ouwerkerk loopt als journalist al dertig jaar mee in de Tour en zit vol verhalen, die hij aan de hand van souvenirs én aan de hand van één etappe uit de Tour van 2014 aan de lezer vertelt. Het is de etappe door de “Hel van het Noorden”, over de kasseistroken die de Nederlander Lars Boom wist te winnen.

De auteur neemt ons mee langs een stuk geschiedenis. De Tour is ooit bedacht begin 1903 op een servetje, met het doel meer kranten te verkopen van het magazine L’Auto. Die Tour kwam er en werd verreden door zestig renners. Maurice Garin, een schoorsteenveger uit Mauberge, werd de eerste eindwinnaar. Daar begint het al, de verhalen gaan stromen. Vooruit, een mooie dan, Ouwerkerk vertelt;

Het is de ongelooflijke geschiedenis van Norbert Callens…Norbert Callens pakte in de derde etappe van de Tour van 1949 ritwinst én gele trui! Alleen, voor de West-Vlaming was op 2 juli geen gele trui voorhanden. Callens moest het doen met het ijlings aangereikte overhemd van een wielerjournalist. Een gekreukt, goor en smoezelig hemd. Geel van nature, van het bier of van het zweet?…De ochtend van de derde juli was er nog steeds geen gele trui. Norbert Callens besloot te starten in zijn gewone koersplunje…Dat mocht niet: hij kreeg een boete. Norbert Callens was de eerste en enige rechtmatige geletruidrager ooit die buiten zijn schuld zonder gele trui reed en daarvoor nog gestraft werd ook.

Het bleek dat de vrachtwagen van de Tour met het roerend materiaal onderweg pech had. Prachtige verhalen zijn dat. Ondertussen vertelt hij over de de Tour anno nu én over zijn tastbare herinneringen die hij op zijn bovenkamer heeft liggen. Hij vertelt over de geoliede machine van het Nederlandse bedrijf Movico die de finishplaats iedere dag opbouwt en afbreekt, geeft een kijkje achter de schermen van het tv-programma De Avondetappe en laat haarfijn zien dat de officiële Toursite www.letour.fr bomvol fouten zit. Daar zitten veel slordigheden tussen, zoals het domweg ontbreken van de ritzege van Rob Harmeling in Bordeaux in 1992. Anderzijds is het sinds de dopingschandalen een tikje ondoorzichtig. Lance Armstrong is geschrapt uit de uitslagen vanwege zijn dopingmisbruik, andere betrapte zondaars weer niet. Als alle zondaars geschrapt werden uit die tijd houden we heel obscure winnaars over namelijk…

De auteur gaat uitvoerig op de dopingkwestie in en terecht, het blijft een heet hangijzer, ook nu weer in de Tour van 2015. Hij geeft aan;

De illusie dat het ooit anders zal worden, zal een illusie blijven. Flikken hoort bij de wielersport, een beetje doping ook. Waar het om gaat, is de ándere benadering. Om een beetje meer begrip voor acteurs die een fysiek beroep uitoefenen, voor sportentertainers, voor professionals. Ik durf te wedden dat in de Tour van 2014 geen renner op doping zal worden betrapt. Dat kun je regelen. Dat kan de sport gebruiken.

Hij had gelijk, er waren geen dopinggevallen. In 2015 tot nu toe één, een renner met sporen van cocaïne, iets dat dan weer buiten het gebruikelijke plaatje valt. Laat verder de verhalen maar over je heen rollen, van de Schotse renner Robert Millar die nu vrouw schijnt te zijn, van de kunst van het aangeven van een bidon aan een renner, van de jaren dat er nog prijzen waren voor de vriendelijkste renner, de knapste renner en de grootste pechvogel van de dag. Het is heerlijk lezen met de beelden van de mooiste wielerwedstrijd ter wereld op tv.

9043911879.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Het Merlot Mysterie van Ilja Gort was precies het boek dat ik op een vakantie in Zuid-Frankrijk wilde lezen. Dat speelt wel mee in de hoge waardering die ik het boek op Librarything heb gegeven. Geen hogere literatuur, maar een erg vermakelijk boek over een goedmoedige Franse wijnboer en zijn superwijn.

Harold Wechter is een succesvolle reclamemaker die een goedlopend wijnchâteau in Frankrijk heeft. Zijn buurman is de sympathieke Régis. Die verbouwt ook wijn, maar op zijn gevoel. Toch heeft hij ieder jaar er altijd een paar vaten wijn tussen zitten die uitzonderlijk lekker zijn. Het is zijn “meilleur vin”. Dat valt Harold ook op en hij wil er achter komen van welke wijnstokken die bijzondere wijn komt. Toch moet Régis er verder bovenop geholpen worden en Harold raadt hem een “camping à la ferme” aan. Régis gaat hier op in en het wordt een groot succes. De broer van Régis, Bernard de boekhouder, wil er eerst niets mee te maken hebben, maar als hij geld ruikt gaat hij er in mee. Het leidt allemaal tot hilarische situaties. Een Alpenkreuzer vol met gier, naaktlopers die biodansen, bezoekers vallen door de poepdoos of vinden een hazelworm in de wasbak, zen-raften in een roeiboot. Het kan allemaal niet authentiek genoeg en dat is het geheim van het succes. 

Toen Bernard, na een lange kantoordag, zijn Renault voor de zoveelste keer weer eens niet op zijn vaste plek kon parkeren, ging het mis. Bij thuiskomst had hij zijn keurig onderhouden eenpersoonsprivéparkeerplaats bezet gevonden door een grote, enigszins gehavende caravan met een slordig opgezette partytent ervoor. Voor de tentopening stond een dikke man in een lawaai-overhemd, worstjes om te draaien op een barbecue…Over Bernards strakgeknipte buxushaagje was een rij vrolijk-gekleurd wasgoed te drogen gehangen en op de binnenplaats was een drietal kinderen joelend aan het voetballen met een kapot plastic emmertje…’En nou is het afgelopen!’..’Wat jij doet, moet jij weten, maar ik wil dat zigeunergajes van jou niet voor m’n deur hebben!’
‘Oké, oké, rustig maar’, suste Régis. ‘Dat zijn gasten, hoor. Maar goed, pas de problème, ik vraag wel of ze ergens anders gaan staan’.

Het knettert nogal eens tussen de broers. Zeker als de familiebegraafplaats moet wijken voor bungalows. Régis wil er niets van weten. Moeder wordt niet gecremeerd zoals Bernard wil, maar gewoon begraven en Régis timmert persoonlijk een mooie kist van de oude, gezamenlijke keukentafel. Het boek heeft zo zijn mooie momenten. Ondertussen wordt zijn wijn door Harold wereldberoemd en zelfs hogelijk geprezen door dé wijnkenner Robert Parker. Hoe dat afloopt, lees het bij een lekker glas wijn.

Het is een dun verhaal, Gort grossiert weer in bonte vergelijkingen (de wijn tijgert traag als magma, een balzak als een rimpelige bruine sok met twee papegaaieneieren erin enzovoort) maar voor mij viel alles op zijn plaats op mijn vakantiestek tussen de wijnstokken. Dat Gort zelf een succesvolle ex-reclamemaker en wijnboer is en ene Régis als wijnreus in dienst heeft draagt volledig bij aan de herkenning natuurlijk.

9400502273.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ter voorbereiding op een vakantie in Frankrijk heb ik Château Slurp van Ilja Gort gelezen. Nou ja, meer gekeken. Het recept is vrijwel identiek aan de andere Slurp-boeken. Het leven van een wijnboer in Frankrijk in beeld gebracht en beschreven. Tegenwoordig lardeert Gort het ook met eigen verzonnen verhaaltjes over waarom “wijn een vrouw is”, hoe hij zijn geliefde vindt op een IKEA-bed of over de losgemaakte endorfine na een goed glas wijn.

Maar het meest wordt het leven van alledag beschreven. Een bezoek van Chinese gasten, de jaarlijkse druivenpluk, bezoekjes aan concullega’s op andere chateau’s en zijn bezoek aan het chateau van Cliff Richard. Nog een kleine proeve van Gort’s schrijfstijl, over het resultaat na het samenstellen van een prachtige wijn;

Het druivenbloed dat na afloop van dit stukje diabolische natuurkunde in je glas walst, is verschrikkelijk. Neem één slok en je smaakpapillen slaan allemaal tegelijk aan het gangbangen. Het is alsof je de Amazone opdrinkt: een machtige oerwoudrivier van lekkerte stroomt door je borst. Paardenzweet, knallende zwepen, voorbijstampende kuddes grizzlyberen. Hartverwarmend en zielsgelukkig. Maar pas op! Deze wijn glijdt naar binnen als een pianoglissando, maar verborgen achter die streelzachte smaakomhelzing loert een alcoholkaliber van zo’n 16%. Dus wees op je hoede: je bedrijft de liefde met een nymfomane non…

Leuk zijn de 14 afbeeldingen achterin met een QR-code. Die kan je scannen en de filmpjes op je mobiel bekijken. Filmpjes over het maken van tonnen, zoeken van paddenstoelen, het rollen van de tonnen enzovoort. De commerciële handigheid om het eerste hoofdstuk van zijn laatste roman te plaatsen hoeft voor mij dan weer niet. De boekjes hebben niet veel om het lijf, maar voor een vakantie in die regionen vormt dit toch een erg prettige opmaat.