902257511X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Daar is hij dan, Het Eeuwige Vuur van Ken Follett. De langverwachte opvolger van Pilaren van de aarde en Brug naar de hemel. Het derde boek op rij waarin de fictieve plaats Kingsbridge in Engeland als uitgangspunt wordt genomen. Het eerste deel speelde zich af in de 12e eeuw, het tweede deel in de 14e eeuw en met dit boek bevinden we ons in de 16e eeuw, in het Tudor-tijdperk.

We zien dan ook dat Kingsbridge niet meer de centrale plaats van handeling is. Follett breidt zijn toneel aardig uit, en wel naar Antwerpen, Parijs, Sevilla en zelfs naar De Nieuwe Wereld. Voor fans van de eerste twee, gewoon lezen dit boek want Kingsbridge speelt wel degelijk een rol, er gebeuren genoeg ellendige én mooie dingen volgens het vaste recept van Follett.

Wat is dat recept? Het kundig mengen van historische figuren en gebeurtenissen met verzonnen romanfiguren. Het opstarten van verschillende verhaallijnen op verschillende plaatsen en deze mooi bij elkaar laten komen. Met zijn ruim 850 pagina’s is het boek niet zo dik als zijn voorgangers maar wordt het weer mooi afgerond.

En dan heb ik nog niets over het verhaal zelf gezegd. Hoofdpersonen zijn Ned Willard en Margery Fitzgerald, die we in hun jeugd ontmoeten in 1558. Ze willen trouwen, maar de één is protestant en de ander katholiek. Voilà, de rode draad. Follet creëert zijn drama’s op persoonlijk niveau en vertaalt deze naar het grote politieke toneel, waar het gaat om de strijd tussen de protestantse koningin Elizabeth en de katholieke Maria Tudor. De verhaallijn in Sevilla volgt de broer van Ned, Barney. Hij wordt uiteindelijk kanonnier en kapitein en zal Engeland verdedigen tegen de Spaanse armada. In Frankrijk woedt ook een felle strijd tussen protestanten en katholieken. Centrale figuren zijn hier de protestantse boekverkoopster Sylvie, die later met Ned zou trouwen, en de intrigant Pierre Aumande. Deze wil zich omhoog werken via de adellijke familie De Guise en speelt een rol die leidt tot de beruchte Bartholomeusnacht, waarbij de katholieken meedogenloos afrekenden met de protestantse elite.

Voor de rest geef ik niets weg, lees het vooral zelf. Het is bijna schandalig hoe snel je door dit boek heen bent en daarmee vind ik het dus een goed boek. Ja, er zitten best weer wat toevalligheden in om het verhaal goed te laten lopen (Spaanse schone duikt onverwacht handig op in Parijs om informatie door te spelen) maar dit stoort mij niet, het houdt de vaart erin.

Follett is naar eigen zeggen drie jaar en drie maanden met schrijven bezig geweest. Uiteraard zit er veel research in zo’n boek, zo leer ik uit een interview met hem. Hij heeft alle plaatsen bezocht die hij heeft beschreven, musea bezocht en huizen en kastelen bezichtigd die in die tijd gebouwd waren. Verder natuurlijk literatuuronderzoek. Hoe zag de kleding eruit, waren er al vorken, hoeveel kilometer kan een paard afleggen in een dag, welke wapens werden er gebruikt? Ook dat vind ik de kracht van zijn boeken, de details zijn mooi uitgewerkt, zoals wat er bij komt kijken om een scheepskanon tijdig te laden.

Ik heb geen enkel bericht gehoord over een vervolg, wel over de voltooiing van een trilogie. Follett is nu 68 en hoeft het voor het geld niet meer te doen, met zo’n 160 miljoen verkochte boeken, maar wie weet…hij vindt het ongelofelijk leuk om te doen, dat schrijven.

Vertaling; Joost van der Meer en William Oostendorp

Advertenties

4aee6b856930032596f442b6e41444341587343
Hoewel ik van klassieke muziek houd heb ik geenszins een hekel aan de door het Maarten ’t Hart zo verfoeide ‘daverdreun’, ofwel de populaire muziek. Toen ik dit boek zag, 1001 albums die je gehoord moet hebben! van Robert Dimery, besloot ik tot een projectje. Ik zette de klassieke muziek gedurende een klein jaar op een laag pitje en ik begon in dit boek te lezen, terwijl ik die 1001 albums allemaal beluisterde.

Dat was een mooi avontuur mag ik wel zeggen. Het boek begint in de jaren ’50 van de vorige eeuw, het laatst beluisterde album is van 2015 en in zo’n 950 pagina’s krijg je een breed spectrum aan muziek voorgeschoteld. Daar zitten ook, voor de Nederlandse editie veertien albums bij uit de Lage Landen. Verder zijn de recensies geschreven door maar liefst 96 auteurs, waarvan de samensteller van dit boek, Robert Dimery er één is.

Ik heb talloze aantekeningen gemaakt en het is ondoenlijk ze allemaal te vermelden, maar een aantal hoogtepunten zijn wel te noemen. Het album “In The Wee Small Hours” van Sinatra is een parel, het mooiste break-up album ooit. “Sunday At The Village Vanguard” van Bill Evans uit 1961. Een prachtige jazz-plaat en wrang om te beseffen dat de bassist Scott LaFaro 10 dagen na de opnames stierf. Ik leer dat de hoes van het debuutalbum van Elvis Presley (1956) de inspiratie vormde voor de hoes van “London Calling” van The Clash (1979). Ik heb genoten van de electriserende live-opname van Sam Cooke op “Live At The Harlem Square Club” (1963) of van de ingehouden woede van Nina Simone op “Four Women”. Ik heb nieuwe muziek gehoord van bekende namen, zoals “Trout Mask Replica” van Captain Beefheart (1969) en bijna vergeten muziek weer opgehaald zoals bij “Moondance” van Van Morrison (1970). Ook mij volledig onbekende artiesten verrasten mij soms. Zo werd John Prine ooit als de nieuwe Dylan aangekondigd. Dat vind ik niet maar het is aangename, soms grappige singer/songwriter muziek.

Een stortvloed aan informatie, in prettig leesbare stukjes opgeschreven. Zoveel auteurs, zoveel kwaliteit, maar meestal to the point en soms grappig, zoals over deze vondst; een mij onbekend Genesis-album van voor de grote hits “The Lamb Lies Down On Broadway”(1974):

Gabriel gold in die tijd als een serieuze schrijver en schreef  een moderne Pilgrim’s Progress over ene Rael, een in leer gestoken Puerto-Ricaanse straatpunker die een lam zag liggen op Broadway. Of iemand, inclusief Gabriel, echt begreep waar dit over ging is onduidelijk, maar het dubbelalbum behoort tot zijn meest consistente werk en de band was op zijn best.

Nog wat weetjes dan. Het eerste nummer van Neil Young’s album “Rust Never Sleeps” is legendarisch geworden omdat Kurt Cobain van Nirvana het noemde in zijn afscheidsbrief voor zijn zelfmoord. De beroemde Amerikaanse muziekjournalist Lester Bangs luisterde naar “Dare!” van The Human League toen hij stierf aan een overdosis. David Bowie gaf een sneer naar zijn fans op zijn album “The Next Day” (2013) die geloofden dat zijn lange afwezigheid te maken had met zijn slechte gezondheid. “Here I am, not quite dying”, zong hij toen.

Uiteraard staan er ook zaken in waarbij ik mijn wenkbrauwen even optrok. Het debuutalbum van Run-DMC de bergrede van de rap te noemen is een tikje over de top, net als het afdoen van het album “Graceland” als de midlifecrisis van Paul Simon. Ronduit slordig was het ontbreken van de bespreking van het album “Remedy” van Basement Jaxx. Daar was opnieuw de bespreking van “H.M.S. Fable” van Shack onder geplaatst.

Verder is de keuze van die 1001 albums natuurlijk subjectief. Er was in mijn optiek onevenredig veel aandacht voor Indie muziek (op rock georiënteerde kunstmuziek) en drum-‘n-bass muziek (jaren ’90 dance genre). Daar houd ik niet persé van dus daar was het af en toe even doorbijten. Ook het ontbreken van klassiekers van Fleetwood Mac of Kiss wegen voor mij niet op tegen het opnemen van drie albums van de band My Bloody Valentine bijvoorbeeld. Maar dat gezegd hebbend was dit luisteravontuur zeer de moeite waard, al was het maar om de ontdekking van “Shake Your Money Maker” van The Black Crowes (1990), “Dry” van P.J. Harvey (1992) en “Kala” van M.I.A. (2007). Absolute topmuziek wat mij betreft.

Vertaling; Sietske Boonstra, John Degen, Carlo Gremmen, Ellen Hosmar, Debbie Nieberg, Wilma Paalman, Inge Pieters

d02ca3866475a1e597030387041444341587343
Ik las dit jaar Parijs is een feest van Ernest Hemingway en ik schreef toen al dat ik meer uit dit boek haalde dan ik had verwacht. Dat klopt, ik ben nog steeds met Parijs bezig en dan met name de kunstenaars en schrijvers die Parijs in het eerste deel van de vorige eeuw bewoonden.

Daarom kocht ik het boek De literaten van de linkeroever van Martin Koomen.  De ondertitel geeft het aan, Engelstalige schrijvers in Parijs 1900-1944. Het boek geeft korte biografieën van schrijvers als Ernest Hemingway, James Joyce, Gertrude Stein, F. Scott Fitzgerald, Samuel Becket, Henry Miller, Ezra Pound etc. en behandelt de voornaamste werken en onder wat voor omstandigheden zij tot stand kwamen.

Ook de oorspronkelijke eigenaar van boekhandel Shakespeare and Co én eerste uitgever van Joyce’s beroemde boek Ulysses, Sylvia Beach,  komt aan bod. Er kwamen in die periode tienduizenden Engelstaligen naar Parijs, vaak om uiteenlopende redenen. Het was een gemeenschap op zich, die zich weinig mengden met de Parijse bevolking. Er waren er die amper Frans spraken zelfs. Veel namen kende ik inmiddels, maar ik heb ook nieuwe namen leren kennen, zoals de dichter Alan Seeger. Die was zo gek van Frankrijk en Parijs, dat hij besloot te gaan vechten in de Eerste Wereldoorlog. Hij perste er nog een gedicht uit dat terstond beroemd werd;

I have a rendez-vous with Death
At some disputed barricade,
When Spring comes back with rustling shade
And apple-blossoms fill the air – 
I have a rendez-vous with Death
When Spring brings back blue days and fair.

Hij zou de oorlog inderdaad niet overleven. Andere figuren als Hemingway waren bekend maar ik heb toch bijgeleerd. Zoals de afspraak die Hemingway maakte met de journaliste Janet Flanner:

De twee spraken af dat als een van hen over de vrijwillige dood van de ander zou horen, hij of zij niet zou mogen treuren,  maar zich moest herinneren dat vrijheid net zo goed in de daad van het sterven kan worden beleefd als in de activiteiten van het leven…De heroïsche afspraak tussen Ernest Hemingway en Janet Flanner maakte deel uit van een verleden dat afgelopen was…Die ogenblikken aan dat rustige tafeltje achterin Les Deux Magots waren ongemerkt overgevloeid in een legende die andere legendes had geabsorbeerd: literair Parijs tussen twee wereldoorlogen… 

Korte biografieën, literaire werken en hun achtergronden, de verhoudingen tussen al die literaire geesten, de uitspanningen die men frequenteerde én mooi fotomateriaal (een prachtige foto van de componist George Antheil die via het balkon zijn kamer boven de boekhandel van Sylvia Beach probeert te bereiken). Als toegift staan er drie wandelingen achter in het boek die je langs de woonhuizen en brasseries brengen waar de hoofdpersonen zoveel tijd hebben doorgebracht. Jammer dat ik dit niet twee weken eerder las op mijn trip naar Parijs, maar het lijkt me een prima reden voor een vervolgbezoek.

9910d0b249c597f5974776d7041444341587343
Een boek van 379 pagina’s over één boekhandel, is dat interessant? Ja. Er is ontzettend veel over te vertellen en nog meer te laten zien. Shakespeare and Company van samenstelster Krista Halverson kan worden gezien als de autobiografie van de beroemde boekhandel in Parijs, aan de Rue de la Bûcherie, uitkijkend op de Notre Dame.

Het begint allemaal in 1919, als Sylvia Beach haar boekwinkel Shakespeare and Company opent aan de Rue Dupuytren in Parijs. Door de oorlog gedwongen moest ze haar winkel sluiten. Na de oorlog kwam de Amerikaan George Whitman naar Parijs en opende zijn boekhandel Le Mistral aan de Rue de la Bûcherie. Zijn winkel was een voormalig klooster uit de 17e eeuw. Na verloop van tijd en met toestemming van Sylvia Beach wijzigde hij de naam naar Shakespeare and Company.

George had een aparte filosofie. Hij verzamelde enorm veel boeken om zich heen. Omdat hij op zijn reizen overal welkom was geweest, was iedereen welkom bij hem. Beneden werd een winkel ingericht, boven een bibliotheek. Boeken werden verkocht, uitgeleend of ter plekke gelezen. Er werden bedden geïnstalleerd en men was welkom om te blijven slapen. George noemde zijn gasten ‘Tumbleweeds’, naar de tuimelende prairieplanten die zich van hun wortels hebben losgemaakt. Hij stelde een paar eisen aan de overnachting; een paar uur meehelpen in de winkel, een autobiografie schrijven met foto en een boek per dag lezen.

En gasten kwamen er, maar ook schrijvers, dichters en muzikanten. Er werden bijeenkomsten georganiseerd waar werd voorgedragen, gemusiceerd en gefilosofeerd. Whitman was daarbij de spil. Hij kookte voor zijn gasten en kwam en ging zoals het hem goeddunkte. Hij kon gerust een gast vragen ‘even’ op de winkel te letten en een paar dagen later terugkeren. Geld interesseerde hem niet, alleen om zijn winkel uit te breiden.

Hij werd op late leeftijd vader van een dochter Sylvia (inderdaad vernoemd naar Sylvia Beach) die na zijn overlijden in 2011 de winkel zou voortzetten.

Tot zover in vogelvlucht het verhaal van de winkel, maar rechtvaardigt dat zo’n lijvig boek? Jazeker. Het boek biedt een schat aan informatie over al diegenen die de winkel hebben bezocht en wat er over de winkel is geschreven. Ook geeft het een inkijkje in het Parijs van die tijd. Tijdens de grote studentenprotesten was de winkel een toevluchtsoord bijvoorbeeld. In het boek staan veel foto’s van gasten, prominent of niet, autobiografieën van de Tumbleweeds, strips, schilderijen en tekeningen van de winkel, brieven van George (onder meer aan Gorbatsjov over het oprichten van een varende universiteit) en werk van dichters die de winkel bezochten, zoals Alan Ginsberg, Jim Morrison, Anaïs Nin enzovoort. Het is een rijk en gevarieerd boek.

Maar het meest staat toch de eigenaar bij, George Whitman. Een citaat uit het verhaal van een Tumbleweed, Overty Darren Peter, die hem aansprak in de winkel;

“Excuse me, are you the owner? Yes? Oh. Do you by chance need any staff?”
“Sure we do, boy! Can ya work twenty-five hours a day? Do ya like scrubbing floors? Can ya go without sleep for three weeks? Do ya love books? Do you know how not to run a bookstore? You do? Then what are you waiting for? Take over!

Een man met het hart op de juiste plaats maar die hangt aan zijn eigen gewoontes en systemen. Als zijn dochter Sylvia in de winkel komt helpen en langzaam wat verbeteringen en moderniseringen doorvoert, sluipt George ’s nachts naar beneden om ze weer ongedaan te maken, tot het laten verdwijnen van de computer aan toe. Zo staan er talloze verhalen en anekdotes in het boek. De altijd aanwezige kat heet altijd Kitty, naar de beste vriendin van Anne Frank (er staat overigens een prachtige brief van George aan Anne Frank in het boek), de hond heet naar de schrijfster Colette. George die zijn haren ‘knipt’ met de vlam van een kaars (foto in het boek), het bezoek van voormalig president Clinton waar George te verlegen voor is maar waarmee hij uiteindelijk in zijn pyjama mee op de foto gaat (ook deze staat in het boek). De nukken en grillen van George, terwijl hij uiteindelijk alleen maar wil dat mensen lezen en genieten, desnoods door ze maanden achtereen te laten blijven (favoriet citaat van George “I’m tired of people saying they don’t have time to read. I don’t have time for anything else!”)

Voor iedereen die er geweest is en zeker als je de winkel nog wil bezoeken is het boek een aanrader. Als ik er weer kom bekijk ik de winkel met heel andere ogen. Ik laat nog even de huidige eigenaresse aan het woord, Sylvia Whitman, over haar vader;

George believed that the books we read form an essential part of our identities, the books signify freedom, and that books connect us. In building his shop, he expressed these convictions in every corner. A bookstore – or, in this case, a “socialist utopia masquerading as a bookstore” – is a place of possibility, where ideas and curiosity permeate the millions of pages lining the walls.

Sylvia Whitman wilde de boeken van haar vader op alfabet zetten in de winkel. George geloofde daar niet in. De boeken stonden door elkaar, zodat interessante verbindingen en relaties ontstonden. Hij ligt begraven op Père-Lachaise, tussen Jim Morrison en Héloïse en Abelard in, nu zelf zo’n interessante verbinding vormend als de boeken in zijn winkel.

 

IMG_4045
Als je dan toch in Parijs bent met je lief, dan mag een bezoek aan de meest beroemde boekhandel niet ontbreken, dus wij togen naar Shakespeare and Company, aan de Rue de la Bûcherie, met uitzicht op de Notre Dame. De geschiedenis van deze winkel heb ik al eens beschreven in mijn bericht over Jeremy Mercer’s boek, Een bed tussen de boeken, dus lees dat vooral terug. Ik vroeg me vooral af of het gevoel klopte. Iedereen praat erover als het boekenparadijs op aarde, de boekhandel der boekhandels.

Het gevoel was prima, kan ik u vertellen. Ik zal niet vervallen in overdreven lyriek, daar ben ik te nuchter voor, maar het is leuk om een boekhandel te zien met een inrichting zoals deze. Boeken overal waar je kijkt. Kruip door, sluip door. Bukken, pas op je hoofd. Schuine trap, dan schuine planken, daar kunnen ook boeken op staan.

IMG_4049
Als je die trap op loopt, zie je die mooie quote die de oorspronkelijke eigenaar George Whitman heeft aangebracht; Be not inhospitable to strangers lest they be angels in disguise. Whitman dacht dat hij deze van de Ierse dichter Yeats leende, maar het staat gewoon in de Bijbel, Hebreeuwen 13:2.

Maar het gevoel klopt. Er staan nog steeds bedden, waar schrijvers kunnen overnachten, in ruil voor wat werk in de winkel én, de enige eis, een korte autobiografie. Het wachten is nog op de bundeling van al die autobiografieën door al die jaren heen…

IMG_4050
Bedden dus, een bibliotheek, ernaast een café waar je je gekochte of geleende boek kan lezen. Er staat een piano waar iedereen op mag spelen en er loopt een kat. Een apart bord met de tekst; De kat heeft de hele nacht gelezen, ontzie hem een beetje (vrije vertaling). Relaxt beest, net als de sfeer.

IMG_4048
Het is een druk bezochte winkel maar niet te druk, op één of andere manier. Zoals gezegd, het gevoel klopt. Koop je dan een boek, omdat je daar toch een boek moet kopen? Ik ben dus nuchter en heb echt boeken terug gelegd, maar onder dit boek kon ik toch niet uit. Als je er toch bent en de winkel ervaart, dan is een boek over de geschiedenis ervan, met talloze foto’s een absolute must. Ik ben er al in bezig….

9910d0b249c597f5974776d7041444341587343

IMG_3966
Ik begon vol goede moed aan de dubbelroman van Willem Elsschot, Lijmen / Het been. Ik had de novelle Kaas al gelezen van hem en die beviel mij best dus ik was benieuwd naar deze werken. Hoewel ze met enige tijd ertussen werden geschreven, respectievelijk in 1928 en in 1938 is het een vervolg op elkaar en werden ze na de oorlog altijd samen uitgegeven.

De verteller en ik-figuur ontmoet een oude bekende, Frans Laarmans (iemand die we ook al in de novelle Kaas tegenkwamen). Laarmans vertelt over het werk dat hij doet, en dat is klanten werven voor het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Dat begon allemaal met de ontmoeting van Laarmans met Boorman. Die verdiende zijn geld met dit tijdschrift en hij zoekt een opvolger. Dat moet Laarmans worden maar er zijn regels;

…je moet doen zoals ik doe, praten zoals ik praat en zwijgen zoals ik zwijg. Wij maken een contract, waarbij bepaald wordt dat je van heden af duizend frank in de maand krijgt gedurende niet langer dan twaalf maanden. Na die tijd, of vroeger, word je er uitgetrapt of doe ik mijn zaak aan je over…

Laarmans gaat akkoord, maar is niet gerust;

 ‘Ik vind het goed,’ sloeg ik toe, niet zonder waardigheid en niet geheel zonder beklemmend gevoel, als verkocht ik mijn ziel.

Laarmans moet namelijk gaan ‘lijmen’. Binnenlopen bij bedrijven en vervolgens aanbieden om een editie van het tijdschrift te wijden aan het fantastische product of de geweldige diensten die geleverd worden. Daartoe liggen al een aantal artikelen panklaar op de plank, die makkelijk omgewerkt kunnen worden naar het betreffende onderwerp.

Zo lopen Boorman en Laarmans binnen bij de smidszaak Lauweryssen. Die wordt gerund door broer en zus. Mevrouw heeft een slecht been en doet de administratie en wordt zo ‘gelijmd’, dat ze besluit 100.000 exemplaren te bestellen van het tijdschrift, dat gaat over hun zaak en de fantastische keukenliften die ze maken. Af te betalen in termijnen, die Laarmans moet gaan innen.

Het vervolg, Het been, gaat over de wroeging van Boorman. Hij loopt mevrouw Lauweryssen tegen het lijf en komt met haar ten val. Ze heeft een houten been inmiddels en Boorman krijgt spijt van zijn vroegere praktijken. Hij wil haar het geld terug betalen, maar zij weigert. Hij zet alles op alles om het voor elkaar te krijgen en geraakt er zelfs even door in een psychiatrische kliniek. Uiteindelijk lukt het toch via bemiddeling van een oom van Laarmans. Dat klinkt heel simpel en dat is het ook, en meteen daar ligt mijn reserve bij deze verhalen.

Het zijn verhalen uit het interbellum, verhalen over het verdienen van geld en een bepaalde moraal. Tot zover niets mis mee. Het is ook geen dik boek, in totaal 219 pagina’s, maar ik kon er mijn aandacht niet bijhouden. Het verhaal kon mij maar heel matig boeien. Er hoeft ook niet persé een plot in te zitten, maar als heel het tweede verhaal draait om het moeizaam teruggeven van het geld, en het is ineens opgelost met een paar gesprekken, dan vind ik dat te mager. Ook het eerste deel, Lijmen, kwam bij mij niet verder dan een aardig verhaal, maar haalde niet het niveau van Kaas.

De mooiste passage? Waarin Laarmans het omgewerkte artikel voor piano’s voorleest aan mevrouw Lauweryssen, maar dan voor keukenliften;

‘…dat Lauweryssens fabriek een waar industrieel paradijs is. Wie er eenmaal werkt gaat niet meer weg, zodat dezelfde mensen reeds jarenlang dezelfde taak verrichten en zich geleidelijk hebben opgewerkt tot een weergaloze bedrevenheid. Het mag dan ook gezegd worden dat Lauweryssens piano’s…
‘Keukenliften,’ verbeterde Boorman kortaf.
‘…dat Lauweryssens keukenliften,’ hervatte ik als de bliksem, ‘voor generlei verbetering vatbaar zijn.

9048827655.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Ik was niet van plan een boek te kopen. Maar ik was wel in een boekhandel…Ik zag dit boek liggen, Duitsland Biografie van een natie van Neil MacGregor, ik begon te bladeren en kon het niet meer wegleggen. U begrijpt, pure overmacht.

Toch twijfelde ik wel. Goed 550 pagina’s, erg veel foto’s en illustraties en geschreven door een Engelsman, zij het voormalig directeur van het British Museum. Ook kon ik zo snel geen chronologische lijn ontdekken in het boek, dus wat had ik nu hier in handen? Ik besloot toch tot aankoop (€ 20,- leek niet veel) en werd voor de kassa aangesproken door een enthousiaste jongeman die aangaf dat ik een heel goed boek in handen had.

Nu is dat altijd heel subjectief maar het moet gezegd, ik heb het met erg veel plezier gelezen. Dat gebrek aan chronologie wordt goedgemaakt door een heldere indeling in onderwerpen. Het boek bestaat uit delen, zoals Waar ligt Duitsland?, Duitsland verbeeld, Het hardnekkige verleden, Made in Germany en Leven met de geschiedenis. Vervolgens word je aan de hand van praktijkvoorbeelden die voor iedereen herkenbaar zijn door de geschiedenis geloodst.

Allereerst wordt duidelijk gemaakt dat “De geschiedenis van Duitsland” niet bestaat. Door de talloze Duitse vorstendommen en deelstaten zijn er talloze geschiedenissen. Er komt pas een beetje lijn in na de samensmeding van die lappendeken door Bismarck in 1871. Daarvoor was er maar een vaag gevoel van een gemeenschappelijk doel;

Wel zijn er veel breed gedeelde herinneringen aan wat Duitsers hebben gedaan en ervaren. Die herinneringen oproepen en op een deel ervan nader ingaan is de bedoeling van dit boek.

Dat gebeurt door een breed scala van onderwerpen te beschrijven. Zo wordt duidelijk wat het belang was van de Lutherse vertaling van de bijbel. Die kon ineens gelezen worden in de taal van de straat. In het hoofdstuk Duitsland verbeeld worden de wouden beschreven, de monumenten zoals het ongemakkelijk megalomane beeld Het Hermannsdenkmal in het Teutoburgerwald, het Walhalla met de bustes van alle belangrijke Duitsers (ruim genomen, Duits sprekend was al voldoende) en de Faust van Goethe. Maar ook de verscheidenheid aan bier en worst wordt uitgebreid beschreven.

Ik heb echt teveel aan notities om ze allemaal te beschrijven, maar interessant was het deel over Karel de Grote of Charlemagne, Duitser of Fransman? Dit hoofdstuk geeft goed weer hoe lastig gebiedsbepaling en nationaliteit soms ligt. De man wordt door beide landen geclaimd als groot landgenoot. Dat loopt ook door het hele boek heen. Waar liggen de grenzen precies?

Ik heb (nader) kennis gemaakt met de houtsnijder Tilman Riemenschneider, aangehaald door Thomas Mann in zijn speech in de Library of Congress. Grootheden als Goethe, Dürer (maakte zich druk om schending van zijn logo), Kollwitz en fenomenen als het Bauhaus en het Wirtschaftswunder hebben wat minder geheimen voor mij.

Wat zo goed is aan dit boek is dat alles met elkaar in verband wordt gebracht. Als het beklemmende logo op het hek van Buchenwald wordt beschreven “Jedem das seine”, wordt terugverwezen naar het Bauhaus, want de letters zijn niet voor niets in die stijl geplaatst. Maar ook wordt verder verwezen naar Johann Sebastian Bach, die een cantate schreef met die titel. Zo zijn er talloze verwijzingen in dit boek. Er zijn ook erg veel illustraties maar ik vind dat een pré. Ik was door de beschrijvingen zo vaak benieuwd naar de afbeelding (een porseleinen neushoorn bijvoorbeeld), maar ik weet dat die afbeelding verderop komt. Voor in het boek zijn ook acht duidelijke kaarten opgenomen van Duitsland door de eeuwen heen.

Het is niet alleen achteromkijken in dit boek. De lijnen met het heden liggen er. Er zijn verwijzingen naar de oude Hanzesteden op de nummerborden in Hamburg en in de naam Lufthansa. De erfopvolger van Bauhaus, waar voor een groot publiek duurzaam geproduceerd wordt, is IKEA. Ook de omgang van Duitsland met zijn bezwaard verleden is indrukwekkend. Het land is opgebouwd (wat een rol voor de Trümmerfrauen, die dit vaak steen voor steen deden), maar loopt niet weg voor het verleden. Gebouwen zijn bewust in beschadigde toestand gelaten, in de Reichstag zijn, vaak keiharde, teksten van de Russische overwinnaars bewust zichtbaar gelaten en niemand kan om het Holocaust Monument in Berlijn heen. Eén van de mooiste is de Engel van Barlach;

De figuur hangt boven een doopvont, het traditionele christelijke symbool voor vergiffenis van zonden en nieuw leven…De lippen van de engel zijn gesloten, geluidloos. Hier is de oorlog naar binnen gekeerd. Afgrijzen en angst komen des te harder aan doordat ze niet worden verwoord…Barlach zelf heeft gezegd dat dat ongeveer de manier is waarop we de oorlog moeten beschouwen: Erinnerung und innere Schau.

Er zit nog een prachtig verhaal vast aan deze engel zoals er talloze staan in dit boek, maar lees dat vooral zelf. Ik zou het ook niet op E-reader lezen want de foto’s en illustraties zijn prachtig en paginagroot soms. Voor die twee tientjes heb je een prima naslagwerk in huis.

Vertaling; Pon Ruiter