248d275b6636e1e5970786b6e77444341587343
Na zijn grote roman De grote Gatsby meteen maar het andere grote werk gepakt van F. Scott Fitzgerald, Teder is de nacht. De verwachtingen waren redelijk hoog gespannen en die werden ten dele ingelost.

Hoofdpersonen zijn zenuwarts Dick Diver en zijn zenuwzieke vrouw Nicole Warren. Zij wonen in de jaren twintig van de vorige eeuw aan de Franse Rivièra en omringen zich met voornamelijk Amerikaanse vrienden. Ze leven daar het goede leven tot er een actrice arriveert, Rosemary Hoyt. Dan begint de ellende;

Maar Dick Diver – hij was geheel zichzelf. Ze bewonderde hem in stilte…O, ze koos hem, en Nicole, die haar hoofd ophief, zag dat ze hem koos en hoorde, hoe ze even moest zuchten omdat iemand anders hem al bezat.

Na ruim 80 pagina’s beginnen eigenlijk de verwikkelingen pas en ik vond de aanloop ernaar vrij lang. Ik hoef er niet veel over te vertellen, de kern is dat Dick valt voor Rosemary en langzaam maar zeker verwordt van een populaire zenuwarts tot hopeloze dronkaard, terend op de zak van zijn puissant rijke vrouw. Ook Nicole valt uiteindelijk voor een ander. Er overlijdt nog iemand, er wordt gevochten en dames belanden in het gevang. Er gebeurt dus genoeg en het wordt allemaal in een aangename stijl opgeschreven, maar het had voor mij wat korter en bondiger gemogen.

Daarom zijn de verwachtingen deels ingelost. Fitzgerald heeft nu zo’n 350 pagina’s nodig voor zijn verhaal, waar hij in De grote Gatsby alles bundelt in 159 pagina’s. Dat vind ik veel sterker. Wat dan wel weer erg interessant is, is dat het verhaal een blauwdruk is van het leven van Fitzgerald zelf. Ook alcoholist en getrouwd met een zenuwzieke vrouw. Dat geeft een scene, waarin Nicole een zenuwinzinking heeft toch meer lading;

Nicole lag geknield bij de badkuip, met haar bovenlijf heen en weer zwaaiend. ‘Jij!’ riep ze, ‘jij bent binnengedrongen in de enige plek op de hele wereld waar ik mezelf kon zijn…’Beheers je Nicole!’ ‘I heb nooit verwacht dat je van me zou houden – daar was het al te laat voor – maar kom alsjeblieft niet in de badkamer, de enige plaats waar ik alleen kan zijn…’

Laat u verder vooral niet weerhouden van het lezen van deze, toch wel, klassieker. Het mocht wat korter maar alsnog heb je het zo uit en er zit veel moois in. Ik ben inmiddels zo geboeid door het echtpaar Fitzgerald dat ik de biografie over Scott en de autobiografische roman van zijn vrouw Zelda heb aangeschaft. Wordt vervolgd dus.

Vertaling; H.W.J. Schaap

gatsby
The Great American Novel, De grote Gatsby, geschreven door F. Scott Fitzgerald, auteur van The Lost Generation, aangenaam. Het zijn direct al twee kwalificaties waar je een apart essay aan zou kunnen wijden. Het vangen van de Amerikaanse ziel in een roman, door een schrijver die volwassen werd in de Eerste Wereldoorlog. Voorafgaand aan de publicatie in 1925 was Fitzgerald vaak met zijn vrouw in Parijs een aan de Franse Rivièra te vinden, waar hij andere literaire grootheden ontmoette zoals Hemingway.

De grote Gatsby (akelige titel in het Nederlands) is geen dik boek, het telt 159 pagina’s. De verteller is Nick Carraway, die naar Long Island verhuist, even buiten New York. Hij wordt de buurman van Jay Gatsby. Deze woont in een kast van een huis en staat bekend om zijn extravagante feesten waar iedereen die iets betekent gezien wil worden. Het zijn de hedonistische jaren ’20 van de vorige eeuw, ofwel “the jazz era”.

Maar er is iets met deze Gatsby. Niemand weet precies wat hij doet en waar hij zijn geld vandaan haalt. Hij had vroeger, voor de oorlog, een relatie met Daisy, de nicht van Nick. Zij raakten elkaar kwijt en Daisy trouwde met de miljonair Tom Buchanan. Wat denk je, ze wonen in de buurt van Gatsby. Als Nick een ontmoeting arrangeert tussen Daisy en Gatsby, blijkt dat ze nog steeds iets voor elkaar voelen. Tom, de man van Daisy, blijkt een maîtresse te hebben in Myrtle, de vrouw van zijn garagehandelaar Wilson.

Wat zo mooi is aan de roman, want ik heb er van genoten, is het verhaal achter het verhaal. Afreageren op de spanningen van de oorlog, het najagen of beleven van de Amerikaanse droom, de sfeer van corruptie en criminaliteit en de leegheid van het bestaan, het spat er overal vanaf. Gatsby staat model voor die droom, op zijn feesten moet je geweest zijn;

‘Het stuk staat bekend,’ besloot hij lustig”onder de titel “Vladimir Tostoff’s Jazz History of the World”!’ Het karakter van de compositie van de heer Tostoff ontging me omdat ik. net toen het begon, Gatsby in het oog kreeg die alleen op de marmeren trap stond en een goedkeurende blik over de verschillende groepjes mensen liet gaan. Zijn gebruinde strak gespannen huid gaf zijn gezicht iets aantrekkelijks en zijn korte haar zag eruit of het dagelijks bijgeknipt werd.

Uiteindelijk blijkt zijn levenswijze erop gericht om Daisy te verleiden. Dit krijgt zijn climax in een gezamenlijk bezoek van iedereen aan New York op een bloedhete dag. Als Tom dan ook nog merkt dat zijn maîtresse dreigt te vertrekken is de verwarring compleet;

Er is geen verwarring als de verwarring van een eenvoudige geest, en Tom voelde hete zweepslagen van paniek toen we wegreden. Hals over kop was hij de macht over zijn vrouw en zijn maîtresse, een uur geleden nog veilig en onaangetast, aan het verliezen. Zijn instinct deed hem op het gaspedaal trappen met het tweeledige doel Daisy in te halen en Wilson achter zich te laten, en we raasden met een snelheid van tachtig kilometer per uur voort richting Astoria… 

Het gaat allemaal niet goed aflopen, maar lees het vooral zelf. Het boek is zo geschreven dat je het voor je ogen allemaal ziet ontvouwen. De feesten, de troosteloze garage van Wilson en het zinderend hete New York.

Vertaling; Susan Janssen

 

fullsizerender
Ik schaf weinig boekjes aan uit de 19e eeuw, maar de aanschaf van Drie Novellen van Elize Baart had een reden. Dat staat hier uitgebreid beschreven, dus laat ik hier ingaan op het boekje zelf.

De schrijfster is 24 jaar als dit boekje in 1878 wordt uitgegeven. Het is een jaar voor haar dood. Het telt 151 pagina’s en de novellen Lucien, Graaf de Lomonde, Als kinderen en als menschen en Mariëtte. Nu ben ik weinig bekend met de 19e eeuwse literatuur, maar het lijkt mij opgeschreven door een kind van haar tijd. Hoogromantisch, vol pathos en drama en het las nog eens lekker weg ook.

Lucien is een verwende graaf die zijn oog laat vallen op Marianne, de stiefdochter van zijn trouwe tuinman Govert. Zij vertrekt met de graaf naar Brussel, waar zij een kind van hem krijgt. Liederlijk als hij is laat Lucien al snel zijn oog op een andere vrouw vallen en vergeet Marianne. Marianne verliest haar zinnen en belandt in het gesticht, hun kind overlijdt. Als Lucien terugkeert op zijn kasteel bezoekt een aanvankelijk wraakzuchtige Marianne hem op zijn sterfbed;

Ze staarde op het lijk. Wie zal zeggen wat er in haar ziel omging? – Ze staarde, staarde, staarde tot haar oogen door tranen beneveld werden; tot haar knieën knikten en ze snikkend op het lijk neerviel, met vergeving en liefde in haar hart! De dood had verzoend wat het leven had gescheiden.

Echt bezorgd dat ik een spoiler weggeef ben ik niet, het boekje is amper meer te vinden, ik vond maar één exemplaar op internet en dat heb ik nu. Het tweede verhaal gaat over twee kinderen die samen opgroeien, Mèla en Steven. Zij in een rijk gezin en hij in een arm gezin. Hun wegen scheidden zich als zij naar Brussel gaat. Ze zien elkaar nog eens maar;

De slang der ijdelheid had haar voor ’t eerst gekust en haar van kind tot vrouw gerijpt. Maar ’t gif was nu nog zonder kwaad; ’t verruimde en ’t verwarmde nog het hart en gaf meerder levensvreugd en kracht! Het zoet ging voor; – het bitter zou te zijner tijd wel komen!

Oei, een cliffhanger ook nog. Mèla wijst Steven af en schopt het tot gravin. Later ziet ze Steven optreden als gevierd zanger. Ze heeft spijt en wil hem ontmoeten maar dat loopt niet goed af. Uiteindelijk verlaat ze haar man en al haar bezittingen om naar Steven op zoek te gaan en bij hem te blijven. Ze vindt hem terug, u voelt hem al, als lijk. Hij heeft zojuist zichzelf uit verdriet verdronken.

De laatste novelle is er net zo één. Mooie, tengere Mariëtte woont samen met grote sterke Victor in Parijs. Intens gelukkig zijn ze in hun eenvoudige huisje. Toch is er onrust in Parijs en ja hoor, Victor moet onder de wapenen. Mariëtte is ontroostbaar;

De klok der Notre-Dame sloeg langzaam en plechtig het uur van vertrek. ’t Was of hun doodsklok luidde. Ieder slag trof hen, zooals een schop aarde op de doodkist van een geliefde doode, treft. De laatste was de genadeslag. Stuiptrekkend trok ze haar handen van zijn schouders af, en viel met een kreet, die luid en schel in alle kanten van het huis weêrklonk, machteloos op den grond!

Hij vertrekt en Mariëtte, gek van verdriet, gaat hem uiteindelijk zoeken in Duitsland, waar hij krijgsgevangen zou zijn. Daar belandt ze, jawel, in het gesticht. Uiteindelijk keert ze terug naar Parijs om hem te zoeken maar vindt zijn naam op een dodenlijst. Zij gelooft het niet en struint dakloos de straten af, op zoek naar haar geliefde. Op straat zal ze ook sterven.

Voilà, een portie romantiek en ellende in kort bestek. Het zal dan wel geen hogere literatuur zijn en ik ben eigenlijk per ongeluk tot dit boekje gekomen, maar heb het met plezier gelezen.

902950997x-01-_sx450_sy635_sclzzzzzzz_
Parijs is een feest van Ernest Hemingway bracht mij meer dan ik had verwacht. Ik had een aantal sfeertekeningen verwacht van Parijs in de jaren twintig van de vorige eeuw en die kreeg ik, maar er is heel wat meer over te vertellen. Ik kocht dit boek omdat ik het boek Herinneringen aan Montparnasse van John Glassco ken. Dit is een Canadese dichter die in dezelfde periode in dezelfde kringen in Parijs verbleef en daar een erg onderhoudend boek over schreef. Meer van hetzelfde door Hemingway leek mij erg plezierig en dat stelde niet teleur.

De Hemingway uit dit boek is een jonge, aankomende schrijver die na de Eerste Wereldoorlog met zijn vrouw in Parijs verblijft. De verhalen zijn echter opgetekend door een veel oudere Hemingway en eigenlijk nooit voor publicatie bedoeld. Hij was aan een boek over Parijs begonnen, maar zag er in een brief aan zijn uitgever vanaf. Redenen waren dat hij geen passend einde kon verzinnen en bang was om in rechtszaken wegens smaad te belanden. Ook zou het boek oneerlijk zijn tegenover Hadley, zijn eerste vrouw en de schrijver F. Scott Fitzgerald. Hij liet een kleine opening tot publicatie open, zolang de schetsen maar aangeduid werden als fictie. Het is een ‘gewone’ verhalenbundel dus, met autobiografische elementen. Reden ook waarom ik hem zelf onder de ‘fictie’plaats.

Een duidelijke brief aan zijn uitgever, ware het niet dat zijn toenmalige vrouw Mary de brief niet postte en zelf besloot de verhalen postuum uit te geven. De titel ontleende ze aan een uitspraak van Hemingway;

‘Waar je de rest van je leven ook naartoe gaat, als je zo gelukkig bent geweest om in Parijs te hebben gewoond toen je jong was, dan blijft die stad bij je, Parijs is altijd een feest.’

Nu vind ik de Nederlandse titel te eenvoudig, want in het Engels klinkt het beter “[…] for Paris is a moveable feast.’ Ook al omdat de spelling Hemingsways idiosyncratische voorkeur volgt om de ‘e’ te behouden in woorden die eindigen op ‘ing’ en die gevormd zijn uit werkwoorden die op een ‘e’ eindigen.

Nu al een heel verhaal en nog niets over de inhoud. Die is ook de moeite waard. Ik word blij van een sfeertekening van een herder door de straten van Parijs;

De geitenherder kwam de straat in en blies op zijn fluitje en een vrouw die op de verdieping boven ons woonde, kwam op het trottoir naar buiten met een grote pot. de geitenherder koos een van de zwaar bezakte zwarte melkgeiten en melkte haar boven de pot…

Dat, maar ook de verhalen zoals we Hemingway kennen. Schrijvend op het terras van Le Clos des Lilas, gokkend bij de paardenrennen, coachend bij een bokswedstrijd en tijdens zijn ontmoetingen met de schrijvers en dichters van zijn tijd. Leuk om te lezen dat hij inderdaad kind aan huis is bij Sylvia Beach van de boekhandel Shakespeare and Company, zoals ik in mijn bespreking over die winkel aangaf.

Hemingway kent schrijfster Gertrude Stein en ontmoet James Joyce en Ezra Pound. Schrijver F. Scott Fitzgerald (The Great Gatsby) en zijn vrouw Zelda worden vrienden en voor hen is redelijk wat ruimte ingeruimd. Fitzgerald is een notoire alcoholist en constant bezorgd om zijn gezondheid. Hij zou twee grote romans schrijven en vroeg aan een beroerte overlijden. Zijn vrouw Zelda belandt in een inrichting en komt bij een brand om het leven. Ik heb naar aanleiding van dit boek zijn romans, haar autobiografie en een biografie over Fitzgerald besteld, een klein projectje dus.

Veel hoeft er niet geciteerd te worden, het boek leest als een trein. Bedenk wel dat Hemingway het inderdaad mooier heeft opgeschreven dan in werkelijkheid, er is studie naar verricht. Daarom is het fictie met autobiografische kanten. Gustaaf Peek geeft het mooi weer in zijn nawoord;

Wie nostalgie met angst weet te verweven zoals Hemingway doet, en ook nog eens in een vocatieve en bezwerende stijl, verdient barmhartigheid. Laat een oude man dus nog eenmaal aan het woord, vanaf zijn tafel in de Closerie des Lilas, over de bomen en poivrottes van het place Contrescarpe, over pokerspellen in een warm gestookt hotel hoog in het Vorarlgebergte, over vrijen en daarna wakker liggen, over de eindeloze honger van de herinnering.

De bespreking is veel langer dan ik had gedacht naar aanleiding van 239 pagina’s, maar het is een boek waar ik dan ook meer uit haalde dan ik verwachtte. Dat zijn toch de leukste.

Vertaling; Arie Storm

9029505656-01-_sx450_sy635_sclzzzzzzz_
Een boek van Maarten ‘t Hart lezen is altijd een beetje thuis komen. Dat was ook zo met
De moeder van Ikabod & andere verhalen. Achttien verhalen in tweehonderdrieëntachtig pagina’s, dan weet je dat het lekker doorleest. Ik heb het grootste deel van zijn oeuvre gelezen, vandaar dat ook deze verhalen vertrouwd aandoen. Zijn stokpaardjes komen er allemaal in voor; zijn Bijbelkennis (hoewel zelf een afvallige gelovige), kennis van de natuur en van de klassieke muziek, het heeft allemaal weer een plaats.

Zo weet ik uit eerdere verhalen dat ’t Hart een platenclub heeft, waarin vrienden een klassiek werk opzetten en waarin werk en componist geraden moeten worden. Die platen haalden ze onder meer bij ambassades vandaan, zo ook de Russische. Prompt kwam er een nieuw lid de club binnen;

Blijkbaar vond de BVD het zo verdacht dat wij de ambassades uit landen aan gene zijde van het IJzeren Gordijn frequenteerden, dat ze het gewenst achtten ons met een infiltrant op te schepen…Maar hij wist niets, raadde nooit iets, doch bleef trouw komen, en nodigde ons ook gul bij hem thuis uit…Dus de infiltrant hebben wij goedmoedig geduld, en van zijn wijn hebben wij genoten.

Er staan dit keer ook wat verhalen in met wat zwaardere ondertoon, zoals het verhaal waarin hij wordt verdacht van de aanranding van een bakkersdochter, of waarin hij wordt gedwongen door een groep jongens een slager te overvallen. Dat kende ik eigenlijk niet van hem (of ben het vergeten, ik las zijn werk ongeveer twaalf jaar terug). Toch, de vrolijke en lichte toon overheerst.

Zo moet hij een Duitse filmploeg uitleggen hoe hij het spek op zijn spekpannenkoek wil hebben. Van een scharrelvarken dus, maar maak het maar eens duidelijk;

‘Het spek,’ zei ik, ‘moet dan wel afkomstig zijn van…’ En toen raakte ik in de moeilijkheden, want wat is ‘scharrelvarken’ in het Duits? Het Duitse woord voor een meisje met wie je scharrelt is Flittchen, maar was het dan Flittchen-färkelchen?

Ik hoor het hem zeggen en dat geldt ook voor de discussies die hij heeft met de voorgangster in de kerk in Warmond, die natuurlijk Ilonka de Priester heet. Hij valt in als organist op een snikhete dag en wat gebeurt er; er komt geen ziel opdagen voor de dienst. Maarten is er, de voorgangster en twee dames van de kerk. Houden we nu wel of geen dienst? De gesprekken die hij voert zijn ’t Hart ten voeten uit;

‘De dienst kan toch gewoon doorgaan,’ zei ik, ‘er zijn twee gemeenteleden en één dominee, en Jezus zegt: waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, ben ik in hun midden.’…”Er is,’ zei ik jolig, ‘zo’n mooie gelijkenis van Jezus over het bruiloftsmaal, Mattheüs 22 geloof ik, er daagt niemand op bij die maaltijd en dan zegt de koning: ga naar de kruispunten en sleep iedereen vandaar naar binnen. Wat let ons om dat ook te doen’…

Een heel prettig boek om te lezen en als klassiek muziekliefhebber doe ik weer een paar mooie tips op.

twee-verwoeste-levens
Twee verwoeste levens van Jeroen Brouwers is een dun boekje van 100 pagina’s. De ondertitel “De levensloop en de dubbelzelfmoord van Elize Baart en Bastiaan Korteweg” belooft niet direct een lading leesplezier, maar ik was wel geïntrigeerd. In zijn essaybundel De laatste deur, over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren, wijdt Brouwers namelijk maar een halve zin aan deze casus maar dat maakt hij hier ruimschoots goed.

Elize Baart werd in 1854 geboren en was actrice en schrijfster. Hierin was zij geenszins een hoogvlieger, maar ze heeft wat opmerkelijke wapenfeiten op haar conto. Zo was zij waarschijnlijk de eerste vrouw die openlijk het gebruik van voorbehoedsmiddelen propageerde. Zij verwerkte haar feministische stellingen vaak in vanillezoete romans zonder enige literaire kwaliteit. Toch kwamen deze onder de aandacht voor de in die tijd feministe pur sang, Mina Krüseman (waaraan de latere Dolle Mina’s hun naam zouden ontlenen). Elize werd een protegé van Mina en kwam zowaar in aanraking met Multatuli. Mina had namelijk geregeld dat zij beiden in een toneelvoorstelling van hem zouden optreden, Vorstenschool. Waar Elize ‘niets verknoeide’, kreeg Mina er van Multatuli ongenadig van langs toen hij de repetities bezocht.

Als auteur gooit Elize dus geen hoge ogen. Brouwers vertelt;

Hoe ook bekeken, het ontbrak de prille schrijfster aan levensinzicht en mensenkennis. Haar verhaalspersonages hebben de contouren van slordig uitgeknipte papieren poppetjes en de kleur van verbleekte waterverf. Mannen zijn onbetrouwbare ijdeltuiten, vrouwen zijn het slachtoffer van mannelijke listen, de maatschappij, het lot, of alles tegelijk. Het huwelijk is de ‘grootste slaverny, die de beschaving uit kon denken’.

Tot ze Bastiaan Korteweg leert kennen. Aanvankelijk een uitblinker in de marine en later daar als burger werkzaam als leraar wiskunde. Hij was echter ook een vrijdenker en pacifist. Hij bedacht dat hij zijn ideeën daarover best in zijn klassen naar voren kon brengen. Daar dachten de bevelhebbers toch wat anders over en hij verloor zijn betrekking. Bastiaan en Elize vinden elkaar en trouwen, ondanks de boude uitspraken van Elize in haar geschriften.

Krüseman (Brouwers; “Ze moet als onder een kruis (‘krüse’) gebukt zijn gegaan onder het feit dat ze ‘man’ in haar naam droeg”) en Multatuli in mindere mate blijven in contact met het koppel en  uiteindelijk vestigen Elize en Bastiaan zich in Groningen.

Daar gaat het gruwelijk mis. Er zijn misschien wat aanleidingen, maar het blijft bij giswerk;

De heer B.P. Korteweg, zo meldde het Algemeen Handelsblad van 16 October 1879, leed in de laatste dagen aan ‘vlagen van zwaarmoedigheid, die dikwijls in de vreeselijkste drift ontaardden’. Er was een ‘zeer gespannen verhouding’ ontstaan tussen hem en zijn compagnon Broese, en deze had ‘reeds eenige malen aanleiding tot heftige tooneelen gegeven’…Op de ochtend van Maandag 13 October culmineerde het conflict tussen Korteweg en Broese in ‘dadelijkheden’.  Gingen de compagnons met elkaar op de vuist?

Hoe dan ook, het echtpaar besloot om samen eruit te stappen. Er was een afscheidsbrief maar die is verloren gegaan, hoewel hij uit commentaren gedeeltelijk te reconstrueren is. Opvallend is dat ze hierin verwijzen naar de leer van Boeddha en samen het nirwana willen opzoeken. Brouwers biedt het de lezer aan met het grootst mogelijke voorbehoud.

Een kort, maar erg intrigerend verhaal. Waar ik van houd bij Brouwers is dat hij zo veel mogelijk informatie opdiept over zo’n casus, maar het zeer feitelijk vertelt. Ik citeer hier uit een bespreking van Harry Fleurke maar onderschrijf het volledig, de monografie blinkt uit door de terughoudende toon van de schrijver: een toon waarop hij op bewonderenswaardige wijze de vaak tragische feiten en gebeurtenissen van de levensverhalen zonder opsmuk en zonder iets te verdoezelen paart aan een groot gevoel van mededogen: ‘mijn toon is die van solidariteit’.

Zoals Brouwers aangeeft; Twee verwoeste levens, van toepassing op Elize en Bastiaan zelf. Die titel verzint Brouwers niet zelf, het is de titel van een melodramatische schets van Elize Baart zelf, die voorkomt in haar boekje Drie Novellen. Brouwers geeft aan dat dit boekje verloren is gegaan, maar ik tracht het op dit moment te bestellen via Marktplaats. Wie weet wordt het vervolgd…

En het wordt vervolgd: ik heb de Drie Novellen van Elize Baart in huis en wat blijkt, Twee verwoeste levens komt er  als titel vooralsnog niet in voor. De titels van de novellen zijn 1. Lucien, Graaf de Lomonde, 2. Als Kinderen en als Menschen en 3. Mariëtte. Nu kon Brouwers dit niet weten. Op het moment van schrijven was er niet één exemplaar van dit boekje terug te vinden. Brouwers;

Het enige bewijs dat het heeft bestaan is een bespreking ervan door H.C. Berckenhoff in de Nederlandsche Spectator…Zoals uit Berckenhoffs overzicht is op te maken, stond in Drie Novellen ook de melodramatische schets Twee verwoeste levens, die eerder in 1878 in De Tolk van den Vooruitgang had gestaan.

Brouwers borduurt wel voort op het eerste verhaal, dus misschien verwijst dit naar de titel. Ik ga de Drie Novellen nog lezen, wellicht komt de titel toch terug in één van de verhalen, dan kom ik er zeker op terug. Zo niet, dan zal ik dat ook vermelden. Het blijft werk in uitvoering.

In de eerste novelle is er inderdaad sprake van twee verwoeste levens, maar de term komt al zodanig niet voor. Op pagina 20 staat de zin “Het was de oude kwaal der De Lomondes, die reeds zooveel kwaad had gesticht, en zooveel levensgeluk had verwoest!“. Verder staat op pagina 57 de zin “Beiden waren slachtoffers geweest van den hartstocht, die al zoolang menschenlevens helpt te verwoesten“. Twee verwijzingen dus maar de titel Twee verwoeste levens komt in geen van de drie novellen voor. Wellicht moeten we de verwarring op het conto van H.C. Berkenhoff schrijven.

8vmfk3d1zhd7qhefc1ns
Het is al even geleden dat ik fictie las en Zonsopgangen boven zee van Jeroen Brouwers leek me een goede reden om dit weer op te pakken. Dat beviel zeer goed, hoewel ik ook snap dat dit boek niet ieder’s kop thee is.

Verwacht geen spannende roman met wendingen en plots. Het verhaal is namelijk vrij snel verteld. Een oudere man bevindt zich met veel jongere vriendin in een lift en die lift blijft steken, tussen de derde en vierde verdieping. Tas met kerstversiering, drank en hapjes mee om het gezellig te maken, maar dat loopt anders af.

Wat volgt is een minutieuze beschrijving van het claustrofobische gevoel dat de ruimte oproept. Niet alleen de ruimte, het leven van de man voelt net zo benauwend aan. Hij voelt zich mislukt in alle opzichten;

Met een schok die zich meedeelt aan mijn kruis en waarvan ik juist mijn evenwicht nog niet verlies, houdt de lift op met stijgen…Wat uit mij wil, is schreeuwen, angstschreeuw, paniekschreeuw, maar eerder zal ik stikken. Ik ruik mijn voeten. Alsof mijn voeten in derrie zijn vastgezogen, zo nat en broeierigwarm zijn mijn sokken en de binnenkanten van mijn schoenen en is de stank die er van opstijgt.

Nu is dit fragment goed te volgen, maar Brouwers gaat veel verder. Er komt een maalstroom van herinneringen op gang die hij met zijn gevoel verbindt en dat zich constant herhaalt. Zijn kostschoolverleden, de geboorte van zijn zoontje, zijn huwelijk, alles wordt onverbloemd en tot in detail verweven met de onmachtige situatie in de lift. Het gevoel van de kostschoolstropdas, de benauwdheid van de geboorte en de lift, het is maar een detail uit dit rijke boek;

….bij het aantrekken van de stropdas tegen mijn keel brak de bril in twee stukken. Met de zuignap aan zijn kruin hing dat enorme, bolvormige kind ondersteboven tussen de rode rubberhanden in de ruimte in het licht. Om de keel van het kind gekneld, als een dichtgetrokken lasso, zat de navelstreng. Slaat op de gong. Wij zijn getuige van een verijdeld zelfmoordpoginkje.

Het boek heeft meerdere lagen. Het helpt hier als je op de hoogte bent van het leven van de auteur, dan weet je waar fragmenten vandaan komen. De kracht van de herhaling en uitwerking van thema’s zoals de stropdas en de kerstbal werkt voor mij. Brouwers zelf zegt hierover in een interview;

‘Zonsopgangen is een verhaal zonder begin en zonder einde. Het gaat over opgeslotenheid, uitzichtloosheid, doodgelopendheid, levensclaustrofobie’

Hij gebruikt hiervoor het symbool van een acht, ‘een cijfer zonder begin en zonder eind.’ Je zou op een willekeurige plaats kunnen beginnen te lezen in het boek, of in willekeurige brokken. Brouwers heeft zelfs met het idee gespeeld om de tekst, in een doos bijvoorbeeld, in afzonderlijke stukken te laten uitgeven. Dat cijfer acht laat hij terugkomen in het boek. Zo woont hij boven het café De Krakeling en beschrijft hij haar draaiende achterwerk in de lijn van een liggende acht. Zo zijn er nog talloze voorbeelden te geven. Het loont zeer de moeite om je te verdiepen in de auteur en zijn werk wat mij betreft.