archiveren

Maandelijks archief: april 2011

904461732X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

De Begraafplaats van Praag van Umberto Eco opent meteen stevig. Naast de Joden krijgen direct de Fransen, Italianen, de clerus én de vrouwen er flink van langs. De toon is direct gezet, de taal is helder.

Aan het woord is Simone Simonini, een meestervervalser uit Turijn. Hij woont boven een kleine winkel en is bezig aan een dagboek. Dat doet hij samen met een abt, Dalla Piccola, die ook in dat boek blijkt te schrijven. Of deze twee personen één en dezelfde zijn, zal blijken.

Simone is van jongsaf aan door zijn grootvader geïndoctrineerd met anti-joodse theorieën. Dat zal een stempel zetten op de rest van zijn leven. Hij maakt zich druk over allerlei complottheorieën waarin Joden, Vrijmetselaars en Jezuïten een rol spelen. In Italië raakt hij bedreven in het vervalsen van documenten als hij bij een notaris in de leer gaat en raakt hij betrokken bij het bespioneren van de vrijheidsstrijder Garibaldi.

Als de grond hem te heet onder de voeten wordt wijkt hij uit naar Parijs. Ook hier staat hij midden in de geschiedenis en beleeft hij de opstanden van de Parijse communards. Eco laat hem zelfs een cruciale rol spelen in de Dreyfus-affaire. In Parijs laat hij zich ook in met vervalsingen en spionage voor diverse groeperingen

Overal doorheen sijpelt het antisemitisme van Simonini. Hij is geïntrigeerd door een bijeenkomst op een Joodse begraafplaats in Praag, waarbij Joodse rabbi’s een masterplan zouden hebben opgesteld om het christendom te ondermijnen. Dit verhaal is ontleend aan historische romans van Alexandre Dumas en Eugène Sue, maar Simonini gaat ermee aan de haal en dikt het aan. Zo ontstaat één van de meest lasterlijke geschriften uit de wereldgeschiedenis: De Protocollen van de Wijzen van Zion.

Terwijl hij zit te schrijven, geeft Simonini blijk van grote tevredenheid…En zo nam er allengs een gedachte bezit van hem die, ofschoon hij dat niet wist, zeer Joods en kabbalistisch was. Hij moest niet slechts één scene op de Praagse begraafplaats beschrijven, niet slechts één betoog van de rabbijn, maar een aantal betogen: een voor de priesters, een ander voor de socialisten, een voor de Russen, een ander voor de Fransen.

En zo worden de protocollen geboren. Eco schetst een mooi beeld van de roerige 19e eeuw en trekt alle registers wel open. Vervalsingen, moord, complottheorieën, geschiedenis, geloof, ant-semitisme, waanzin, het vindt allemaal een plek in deze roman. Wat het verhaal zo mooi maakt is dat de Protocollen echt bestaan, evenals het merendeel van de personages en gebeurtenissen in dit boek. Nu zijn de Protocollen, waar zelfs Hitler in Mein Kampf nog naar verwijst, uiteindelijk als vervalsing aangemerkt, ze zijn toch van invloed geweest op het anti-semitisme in Europa. Eco geeft een korte explicatie over het waarheidsgehalte in het hoofdstuk Nutteloze erudiete toelichting:

Het enige verzonnen personage uit deze roman is de hoofdpersoon..alle andere personages…hebben werkelijk bestaan en hebben de dingen die ze doen en zeggen in deze roman ook daadwerkelijk gedaan en gezegd…De Verteller is zich er van bewust dat de lezer wellicht moeite zou kunnen hebben met de tamelijk chaotische intrige van de hier weergegeven dagboeken…

Daar heeft de auteur een punt, je moet af en toe het hoofd erbij houden want er wordt veel met flash-backs gewerkt. Het boek werkt niet echt naar een plot toe en wijkt daarmee af van zijn grote roman De naam van de roos, maar als geheel vond ik het zeer de moeite waard. O ja, de culinaire uitweidingen in het boek amuseerden mij, ze geven een mooie bourgondische twist aan het boek.

Vertaling: Yond Boeke en Patty Krone

c9d15c397532362592f68535341444341587343

De vergankelijkheid is het eerste boek dat ik las van Midas Dekkers. Ik ken deze bioloog van radio en televisie en daar weet hij mij regelmatig te boeien met zijn eigen kijk op de natuur. Ik was benieuwd naar dit boek en heb mij er enorm mee vermaakt..

De Vergankelijkheid gaat natuurlijk over verval. In onze maatschappij draait alles om jong, nieuw en mooi. Op de achterkant staat het mooi omschreven:

Oude mensen doen zich jong voor. Want iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. Na het gelukwensen van de honderdjarige wast de burgemeester zijn handen. Liever opent hij een nieuwbouwwijk…Toch lonkt het verval. Afwaarts is een berg ook mooi. Schilders schilderen ruïnes, toeristen fotograferen tandeloze vissers, Fellini begreep dat de nadagen de mooiste dagen van het oude Rome zijn.

Daar gaat dit boek over. Het is een loflied op het verval. Dekkers neemt ons in 10 hoofdstukken mee langs alle mogelijke soorten van vergangelijkheid. Hij schildert de levensloop van de mens, op weg naar het einde. Hij pleit voor het in stand houden van ruïnes. Niks restaureren, bouw maar nieuw en laat maar weer vervallen. Een restauratie is niet meer gelijk aan het origineel, een ruïne of vergeeld doek wel. Een restauratie is wat wij denken wat het origineel was.

Dekkers voert ons langs de zeven wereldwonderen (allen vervallen op de pyramides na), bespreekt mummies en veenlijken en geeft aan hoe ons lichaam direct na de geboorte begint te vervallen. Hij vertelt onsmakelijk over ons voedsel en wat daarin te vinden is aan micro-organismen. Zo weten wij nu dat wij nooit vers vlees eten, het is al aan het rotten. Als het vlees vers is, is het nog warm, net na de dood. Daarna verstijft het, zij het ook nog redelijk vers. Als wij het eten is de verrotting al lang in gezet. Leeuwen zijn vleeseters, mensen zijn aaseters. Wij zijn weer op onze plek gezet.

Daar staat dit boek vol van. We kijken net weer even anders naar de zaken om ons heen. Zo is iedereen dol op de lente. Een nieuw begin, nieuw leven, niets mooiers dan dat. Dekkers laat ons er even anders naar kijken:

Ieder jaar is het weer hetzelfde liedje: het voorjaar breekt uit…De hele natuur wordt weer van voren af aan opgebouwd. Net een strandtent…De vraag is of dat leuk is. Wie staat er graag op? Een normaal mens draait zich liever nog eens om. Moeder Natuur is een normaal mens. Niet dan met tegezin zet ze zich weer aan het werk…Als een vogel het zelf voor het zeggen had, begon hij er niet aan…Geen veer op hun hoofd vermoedt dat ze over een paar weken als brave huisvaders zullen sloven voor het zelfgemaakte nageslacht…Ben je net uit Afrika terug, beginnen je hormonen op te spelen. Niks rustig even bijkomen. Meteen aan de slag. Shit. Wat wij lente noemen, is niets anders dan de natuur haar ochtendhumeur.

Een onnavolgbaar betoog. Hij strooit met mooie one-liners die het boek vaart geven, zoals ‘De meeste mensen veranderen meer van een halve liter jenever dan van vijftigduizend jaar evolutie” of “In de meeste kerken zitten meer vleermuizen dan gelovigen“.

Het boek is met foto’s geïllusteerd maar er blijft genoeg te lezen over. Dekkers komt af en toe op eerder behandelde thema’s terug in andere bewoordingen, maar met zo’n vlot geschreven boek stoort dat eigenlijk niet. Ik ga vast meer van hem lezen.

ed010a8a88cef1c59324b695467444341587343

Memoriaal van het klooster van José Saramago is de veel vertaalde roman van een Portugese nobelprijswinaar. Nu is dat voor mij geen garantie voor succes, zeker niet als ik vooraf lees dat het hier om een magisch-realistische roman gaat. Maar het verhaal op de achterkant trok mij aan dus ik toog enthousiast aan het lezen.

Het verhaal is eenvoudig. De koning van Portugal en zijn gemalin krijgen maar geen nageslacht en de koning belooft de bouw van een groot klooster als hij een troonopvolger krijgt. Die komt er, het klooster dus ook. In dit verhaal spelen er twee een hoofdrol. Baltasar, een soldaat die in de oorlog zijn linkerhand is verloren, ontmoet Blimunda, op het moment dat haar moeder wordt verbannen naar Angola. Zij is een bijzondere vrouw, zij kan door mensen heen zien en ziet wat hen mankeert.

De twee ontmoeten een pater, Bartolomeo Lourenço Gusmão, en die pater werkt aan een grote vogel van metaal en rijshout. Hij is er van overtuigd dat hij kan vliegen en Baltasar en Blimunda gaan hem daar bij helpen. Om te vliegen is er ether nodig, maar hoe kom je daar aan en wat is dat? De pater legt het hen uit:

…ik dacht ook dat ether uiteindelijk werd gevormd door de zielen die door de dood werden bevrijd van het lichaam, voordat zij op het einde der tijden en van het heelal worden beoordeeld, maar ether bestaat niet uit de zielen der doden, hij bestaat, jawel, jullie horen het goed, uit de willen der levenden.

Magisch-realistischer wordt het niet. Blimunda trekt er op uit om willen te verzamelen en het lukt. Er wordt gevlogen en het klooster wordt gebouwd. De pater overlijdt uiteindelijk, de grote vogel staat vleugellam en Baltasar knapt hem langzaam op. Tot hij verdwijnt en Blimunda naar hem op zoek gaat.

Er zitten veel elementen in dit verhaal. Het is een mooie liefdesgeschiedenis, de erotiek druipt er soms vanaf. Het is ook een historisch verhaal. Het klooster bestaat nog steeds in Mafra.Ook de vliegende vogel is niet uit de duim gezogen. Er bestaat wel degelijk een verhaal over een Braziliaanse geestelijke, Bartolomeo de Gusmão, die lang voor de broertjes Montgolfière al met een luchtschip aan de gang was. Niemand weet hier echter het fijne van. De schrijvers Monaldi & Sorti gebruiken dit gegeven ook in hun boek Veritas. Last but not least is het ook een kritiek. De kerk en haar inquisitie worden meedogenloos aan de kaak gesteld.

Wat verder opviel was de droge humor die her en der de kop opstak, zoals bij een opsomming van een aantal gestraften:

…en deze halfbloed uit Caparica, die Manuel Mateus heet…en als bijnaam Saramago heeft, god weet wat voor nakomeling hij ooit nog zal krijgen, die bestraft werd omdat hij een eminent toverkunstenaar was…

Blijft over de prachtige, barokke stijl van Saramago. Het zijn soms lange zinnen, maar dat heeft mij niet gestoord en dat is dan meteen een compliment voor de vertaling.

Vertaling: Harrie Lemmens

b79b2034e39b94b593861615967444341587343

Grafreizen van Boudewijn Büch is een boekje van ruim honderd pagina’s. Het is geschreven in opdracht van de Vereniging voor Crematie AVVL ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan in 1994.

 

Büch was gefascineerd door de dood. Hij is de aangewezen persoon voor zo’n boekje. Het zijn eigenlijk wat bijeengesprokkelde verhalen over uiteenlopende onderwerpen die met de dood te maken hebben. Büch zelf noemt het een geschiedenisboekje, een kijkje in ons begraaf- en begrafenisverleden.

 

Hij begint ook in Nederland. Zo komen we te weten dat Multatuli de eerste Nederlandse schrijver, en wellicht de eerste Nederlandse staatsburger, was die gecremeerd werd, in 1887. Büch schrijft over het gesol met de laatste resten van de grote geleerde Hermannus Boerhave en de verstoring van de grafrust van de fysicus Van Musschenbroek.

 

Hij vertelt over de romantiek van de Joodse begraafplaatsen in Nederland. Deze zien er vaak zo woest uit omdat er volgens de Joodse religie maar weinig gewijzigd mag worden, bestaande graven blijven ongewijzigd. Gras mag alleen met een zeis gemaaid worden en dat gebeurt dus niet tot weinig.

 

Hoewel het volgens Büch over “ons” verleden zou moeten gaan heeft hij het ook over het buitenland. Het gaat over Eva Perón, de Argentijnse presidentsvrouwe. Ook met haar stoffelijk overschot is heen en weer gesleept. Zij werd eerst gebalsemd en opgezet, waarna ze na de val van haar man als president verdween in de kelders van een Argentijns overheidsgebouw. Vervolgens werd ze verscheept naar een kerkhof in Milaan, daarna kwam ze terecht in de garage van de naar Madrid uitgeweken Perón en uiteindelijk kwam ze weer in Buenos Aires terug. Büch hierover:

 

Omdat maoïstische Perónisten (het kan allemaal niet gekker) zich daar van haar nog steeds goed geconserveerde karkas (het haar was wat minder glansrijk, de neus enigszins platter) meester wilden maken, besloot de overheid Evita’s overblijfselen meters onder de grond van het Duarte-familiegraf in gewapend beton in te metselen. Men kan nu door een glazen luikje op het pad voor een monument meters in de diepte kijken. Aldaar ziet men een glimp van de bovenkant van Evita’s kist. Elke lezer zal begrijpen dat ik op Cementerio Recoleta een uur door het luikje heb staan loeren.

 

En zo kennen we Büch weer. Hij vertelt wie er ten onrechte in het Parijse Panthéon ligt, weet te vertellen dat er Egyptische mummies onder het Place de la Bastille begraven liggen en verhaalt over het graf van Jim Morrison (leadzanger van The Doors) op Père-Lachaise.

 

Büch neemt ons mee naar de Kanaaleilanden, naar het kleinste kerkhofje op Herm, één grafsteen, twee lichamen. Tussendoor zien we foto’s van het hoogst gelegen schrijversgraf (Robert Louis Stevenson op West-Samoa), een Noorse begraafplaats in het uiterste zuiden van Nieuw-Zeeland, een obscuur Duits grafmonument op Isla Robinson Crusoe op 600 kilometer voor de Chileense kust. Het zijn stuk voor stuk mooie verhalen.

 

Hij reist naar de States en bezoekt Arlington, de grote militaire begraafplaats. Hier liggen natuurlijk een aantal Amerikaanse presidenten, maar bijvoorbeeld ook Robert Todd Lincoln, de zoon van de vermoorde president. Hij ligt er omdat hij als enige Amerikaan aanwezig was bij het neerschieten of tenminste bij het overlijden van drie presidenten van de Verenigde Staten. Bizar detail:

 

Robert Todd Licolns leven stak vol ironie…Als jongeman werd hij, toen hij uit de trein dreigde te vallen, gered door de acteur Edwin Thomas Booth…Deze Booth was de broer van John Wilkes Booth…, de moordenaar van Abraham Lincoln.

 

Het zijn dit soort verhalen en details die dit boekje tot een prettige leeservaring maken en het is Boudewijn Büch ten voeten uit. Bevlogen, bereisd en belezen.

904141651X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Ik loop weer eens jaren achter de hype aan, want iedereen heeft Het Diner van Herman Koch al gelezen. Nu kan ik het op mijn gemak tot me nemen en eens kijken wat ik er van vind.

Misschien nog een piepkleine uiteenzetting van waar het over gaat. Paul Lohman en zijn vrouw Claire gaan uit eten met Serge Lohman en zijn vrouw Babette. Paul en Serge zijn broers. Paul is een geschiedenisleraar op non-actief en Serge staat op het punt de verkiezingen te winnen en landelijk een politieke prominent te worden.

Zij eten niet voor de lol maar moeten het nodig over de kinderen hebben. Via de mobiele telefoon van zijn zoon Michel is Paul achter een geheim gekomen. Zijn zoon en Serge’s zoon Rick hebben iets gedaan. Iets ernstigs. Dat wil je als ouder niet. Voor die paar mensen die het boek toch niet kennen zal ik de plot maar verzwijgen.

Het schept echter een interessant gegeven. Hoe ga je als ouder om met een kind dat iets ontoelaatbaars heeft gedaan, waar schande van gesproken wordt. Je komt in een vreemde spagaat terecht:

Sinds een paar uur…wist ik dat het waar was. Michel was de leider van de twee, Michel deelde de lakens uit, Rick was het volgzame watje. En diep in mijn hart was ik blij met deze rolverdeling. Liever zo dan dat het andersom was, dacht ik bij mezelf.

Serge moet als landelijke beroemdheid hier ook mee overweg kunnen en hij trekt een conclusie. Hij wil niet dat hij dagelijks onverwacht geconfronteerd kan worden met het geheim van zijn zoon en hij gaat een landelijke persconferentie geven. Paul en zijn vrouw Claire hebben ook een keuze gemaakt en dat leidt tot een confrontatie met Serge. De afloop houd ik maar voor mijzelf.

Het Diner is een boek met een aantal thema’s. Bijvoorbeeld morele dilemma’s. De keuze tussen rechtvaardigheid en de liefde voor je kind. Bijvoorbeeld medische wetenschap. Paul heeft zelf nare trekjes, hij is niet voor niets op non-actief gesteld. Als hij daaraan herinnerd wordt door Michel’s rector in een discussie draait hij door:

Ik greep hem bij zijn haar en trok zijn hoofd naar achteren, met grote kracht beukte ik het vervolgens tegen het raamkozijn…Er waren veel mensen op het schoolplein…Ze keken allemaal naar boven – naar ons. Ik zag de jongen met het zwarte mutsje meteen tussen de rest, het had iets vertrouwds, iets geruststellends, om tussen al die gezichten een gezicht te zien dat ik kende…Ik zwaaide. Dat weet ik nog goed. Ik zwaaide naar Michel, en ik probeerde te lachen.

Papa spoort soms niet en vervolgens laat zijn zoon ook heel nare dingen zien. Dat werpt de vraag op of hier een medisch aspect aan zit en dat is ook een interessant gegeven in dit boek. Verder heeft Serge nog een geadopteerde zoon uit Burkina Faso en die speelt ook een rol in het geheel. Geadopteerd uit liefde of komt het ook goed uit voor het imago? Is de liefde voor hem even groot als voor je eigen kinderen? Last but not least de daad van Michel en Rick. Ongeoorloofd, ontoelaatbaar, maar is het te begrijpen? Kunnen we ons verplaatsen in de daders? Ook die vragen worden in het boek gesteld en bieden stof tot nadenken.

Is de hype daarmee terecht? Ten dele wel. Het boek is uitgeroepen tot Winnaar van de NS Publieksprijs 2009 en wie ben ik om dat te betwisten. Maar…Ik vond het verhaal traag op gang komen. De eerste honderd pagina’s werd ik niet gegrepen. Daarna wel. Als eenmaal bekend is wat het delict is wordt ik nieuwsgierig naar hoe de ouders er mee om gaan. Het heeft mij aan het denken gezet over hoe ik zou handelen als het mijn kind zou zijn. Dat is een verdienste. Jan Anton (scrollennaar5augustus2010) toont aan dat er wel wat rammelt aan de inhoud en ik ben het daar grotendeels mee eens (niet met de Dame Blanche-kritiek, in het boek staat dat het vreemd is dat dit dessert überhaupt op de kaart staat). Het zijn maar een paar kanttekeningen. Het boek is snel uitgelezen en daarmee misschien wel erg van deze tijd.

dcb4f3c3a9a019559306c775951444341587343

Ik mag dan ongebreideld mijn voornamelijk klassieke muzieksmaak op Twitter etaleren, ik hou ook van de door Maarten ’t Hart zo verfoeide daverdreun. Omdat ik ook gek ben op biografieën, mag De Autobiografie van Keith Richards niet in de collectie ontbreken.

 

Het is een lijvig werk van 556 pagina’s en beschrijft zo’n beetje zijn hele leven. Dat is een nogal turbulent leven en ik verwacht niets minder dan dat van zo’n boek.

 

Het begint in zijn jeugd met moeder Doris en vader Bert. Hij is enig kind en leert gitaarspel van zijn opa, Gus. Op het station van het gat Dartford ontmoet hij Mick Jagger en dan is de beer los. Zij luisteren alles wat los en vast zit en leven alleen voor de muziek. Ze ontmoeten Brian Jones en zien zichzelf als echte blues-band. Charlie Watts is dan al een bekende drummer met zijn roots in de jazz. Zij willen hem er graag bij hebben, maar kunnen hem aanvankelijk niet eens betalen.

 

Bill Wyman komt erbij en Charlie uiteindelijk ook. Het repertoire bestaat voornamelijk uit covers, totdat Keith en Mick letterlijk in een keuken worden opgesloten door manager Oldham om een song te schrijven. Dan gaat het hard. Er worden concerten gegeven, tournees gemaakt en The Rolling Stones ontwikkelen zich tot één van de belangrijkste bands ter wereld.

 

Wat het verhaal zo smeuïg maakt is het leven dat Richards en de bandleden er op na houden. Een stormachtige relatie met Anita Pallenberg. Hij krijgt een zoon en dochter met haar, één zoon overlijdt op jonge leeftijd. Beiden gebruiken ze ontzettend veel drugs, ze zijn verslaafd. Een groot deel van het boek gaat over het gebruiken en het afkicken en wat de invloed ervan is op hun werk en privé-leven. Die invloed is onwaarschijnlijk groot.

 

Ik hou van een vurige vrouw. En met Anita wist je dat je een Walkure in huis haalde, de vrouw die beslist wie er tijdens de strijd het leven laat. Maar zij ontspoorde totaal, werd fataal. Anita was gek, of er nu dope was of niet, maar als er geen dope was werd ze helemaal hysterisch. Marlon  en ik waren wel eens bang voor haar, voor wat ze zichzelf zou aandoen, of ons. Dan nam ik hem mee naar benden, naar de keuken, waar we op de grond gingen zitten en zeiden: we moeten maar even wachten tot mama uitgeraasd is.


Het is maar een klein voorbeeld van de talloze gebeurtenissen. Het gaat over de dood van Brian Jones, de nieuwe vriend van Anita schiet zichzelf door het hoofd, het gaat over de moeilijkheden met justitie in diverse landen, het gaat over zijn hersenoperatie maar het gaat ook veel over muziek. We komen te weten door wie Richards wordt beïnvloed, wie zijn helden zijn en welke richting hij uit wil. Hij is gek van het gitaarspel en tracht zichzelf voortdurend te verbeteren. Zo vertelt hij:

 

Er is nog altijd een Scotty Moore-lick die ik niet kan spelen en hij wil het me niet vertellen. Negenenveertig jaar en ik kan het nog steeds niet…En Scotty is een slimme vogel. Hij is heel droog. ‘Hé jochie, je hebt alle tijd om het uit te zoeken.’ Elke keer als ik hem zie, is het: ‘Die lick al geleerd?’

 

De clashes met Mick Jagger worden uitgebreid beschreven. Jagger komt er niet goed van af en dat pleit wel voor de openhartigheid waarmee dit verhaal wordt verteld. Toch is Richards zelf ook geen makkelijk heerschap. Hij heeft regelmatig pistool en mes op zak en gebruikt deze ook. Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar het verhaal van Mick Jagger, omdat daar vast een heel ander verhaal verteld wordt. Toch denk ik dat Richards okay is. Hij laat zijn kinderen opgroeien in moeilijke omstandigheden, hij is grof en opvliegend tegen zijn naasten maar hij heeft ook een andere kant. Hij gaat door het vuur voor zijn vrienden, houdt van zijn ouders, is een groot dierenliefhebber, leeft voor de muziek en zijn ogen deugen. Zijn ogen? Ja, zijn ogen. Als ik mensen niet ken, kijk ik naar de ogen. Dat is een gevoel, maar daaruit leid ik af of mensen naar mijn gevoel deugen of niet. Het heeft mij nog nooit in de steek gelaten. Richards doet stomme dingen maar hij deugt.

 

Toch draait het uiteindelijk om de muziek in dit boek en Richards beschrijft mooi wat een optreden met hem doet:

 

Het vermoeiende is het reizen, het hoteleten, wat dan ook. Soms is het behoorlijk zwaar. Maar als ik eenmaal op het podium sta, verdwijnt alles op miraculeuze wijze. Het vermoeiende is nooit het optreden zelf. Ik kan hetzelfde nummer steeds opnieuw spelen, jaar in jaar uit…En die lange tours kan ik alleen maar volhouden door me op te laden met de energie die we van het publiek terugkrijgen. Dat is mijn brandstof.

En dat is wat dit boek ademt. Optreden, songs schrijven en experimenteren met muziek en speelstijlen. Een must voor iedere muziekliefhebber.

Vertaling: Jolanda te Lindert