archiveren

Maandelijks archief: november 2012

a564600f6acafd9593757785251444341587343

Houdt u van Brahms…van Françoise Sagan is om onduidelijke redenen in mijn kast beland. Waarschijnlijk in een opwelling aangeschaft. Maakt ook niet uit, het is een bekende titel en zo gelezen. 

Een klassieke driehoeksverhouding. Paula is 39 jaar en heeft een verhouding met de iets oudere Roger. Die is nogal met zichzelf ingenomen en houdt Paula aan het lijntje. Hij veroorlooft zich een avontuurtje als hem dat uitkomt en verzint doorzichtige smoezen voor Paula.

Paula komt op haar beurt de jongeling Simon tegen. Hij is 25, een beroepslanterfanter en behoorlijk in de ban van Paula. Zij beseft dat haar verhouding met Roger weinig meer voorstelt en is geamuseerd door de dweperige aandacht van Simon. Maar het is een dubbel gevoel.

“Laat me door,’ zei ze met ijzige kalmte. Hij antwoordde niet, maar bukte zich en trok voorzichtig haar hoofd tegen zijn schouder. Ze hoorde het hevig bonzen van zijn hart en voelde zich plotseling in verwarring raken. “Laat me, Simon; u verveelt me.’
Maar hij bewoog zich niet. Hij mompelde alleen zacht haar naam. Paula, Paula…”Mijn kleine Simon,’ zei ze, eveneens fluisterend, ‘laat me er door.’ Hij ging opzij; zij glimlachte vaag voor ze heen ging.

 Het is aantrekken en afstoten tussen die twee. De titel komt van een vraag van Simon aan Paula, hij neemt haar mee naar een concert. Dat kan makkelijk, wnat Roger is vaak weg. Toch heeft Roger een enorme zwak voor Paula en blijft haar opzoeken:

‘Paula, mijn kleine Paula, wat heeft die knul je verteld? En vooral: wat wil hij van je?’ Roger was woedend. Hij had het gevoel dat hij ergens van buitengesloten, dat hij beduveld werd. ‘Natuurlijk, hij is vijfentwintig,’ zei hij nadenkend. ‘Voor mij is dat geen kwaliteit, maar een gebrek’, zei ze teder. Hij sloot haar opnieuw in zijn armen.

Uiteindelijk trekt Simon bij haar in en heeft Roger het nakijken. Tot ze elkaar weer tegenkomen op een diner-dansant. Dat blijkt een keerpunt en het lijkt, ik zeg lijkt, allemaal goed te komen. Tot zover de cliffhanger. Het is een aardig verhaal over een klassiek thema, waarbij de vraag of iemand van Brahms houdt eigenlijk fungeert als een keerpunt. Ze had er namelijk nog nooit over nagedacht, of ze van Brahms hield. Ze had ook vermeden om over haar bestaan na te denken of over de absurde situatie waarin ze verkeerde. Tot ze naar Brahms ging…

Vertaling: Th. Oegema van der Wal

207638c83bf54485977496b5167444341587343

De kip die over de soep vloog van Frans Pointl is eigenlijk een autobiografisch relaas. Geschreven vanuit David, maar het heeft akelig veel raakvlakken met het leven van Pointl zelf.

Het is het verhaal van een Joodse jongen die na de oorlog alleen achterblijft met zijn moeder. Er leeft nog een oom die hij af en toe ziet, maar dat is het. Moeder was een begaafd pianiste en had het ver kunnen schoppen, maar de oorlog heeft haar gebroken. Ze kijkt alleen nog in familiealbums en wacht tot David groot genoeg is. Dan kan ze er uit stappen, net als haar vriendin Fré:

Op een dag deelde ze me, bijna achteloos, mee: ‘Fré is dood.’
‘Zo ineens? Is ze onder een auto gekomen?’ vroeg ik geschrokken…
‘Ze is uitgestapt,’ verklaarde moeder en ik begreep.
‘Ze is te werk gegaan alsof ze ratten moest verdelgen. Je kunt het toch op een min of meer behoorlijke manier doen,’ zei ze alsof tante Fré haar postuum had beledigd. Ze sprak, zoals vaak, tegen zichzelf. Deze woorden waren niet voor mij bestemd. In mijn zestienjarig bestaan was meer dood dan leven geweest.

David maakt zijn school af. Geen succes bij de dames, af en toe heibel met klasgenoten. Hij vindt werk, maar hij verprutst veel. Zijn enig overgebleven oom, Solomon, steekt zijn eigen huis in brand en wordt als psychiatrisch patiënt opgenomen. Als zijn moeder sterft moet hij het zelf doen. Hij gaat op kamers bij verschillende hospita’s en ontmoet een oude schoolvriendin. Het is allemaal geen succes. Even woont hij samen met Carla, maar zij gaat vreemd.

Wat een deprimerende ellende. Het moet een vreselijk boek zijn. Dat vond ik dus niet. Pointl schrijft het allemaal op met een soort van gelatenheid en ironie. Zo merkt hij op dat Carla het erg goed met ene Fred kan vinden:

Ik bespeur dat ze tot het uiterste is verzadigd. Ik heb een brevet van onvermogen gekregen. Ik slaap al maanden niet meer in ons brede bed maar op een stretcher bij het raam.
Steeds prettiger ga ik me voelen, heb veel meer tijd om te lezen en muziek te beluisteren. Mijn dagboek wordt weer uitgebreider, zoals toen ik alleen was. Fred krijgt er een belangrijke plaats in. Tevergeefs wacht ik op het verdriet; waar blijft het?

Zo beschrijft Pointl al die autobiografische elementen waar een mens toch niet echt vrolijk van wordt op bijna laconieke wijze. Die schrijfstijl bevalt mij. De recensies waren na het verschijnen ook erg positief en het boek werd een hit na een optreden van Pointl in het programma van Adriaan van Dis. Hij heeft dit succes niet meer geëvenaard, maar dit is hem gegund.

28f5cbb30532bba597865635677444341587343

Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers is een Nederlandse klassieker. Weer een die ik nooit had gelezen dus snel de schade maar eens ingehaald. Het was überhaupt mijn eerste Wolkers-boek, dus ik was zeer benieuwd. Eigenlijk was ik meteen enthousiast. Op pagina 10 kom ik al een “strumakeeltje” tegen en op pagina 11 een “pilopak” en dan ben ik verkocht. Ik ging er eens goed voor zitten.

Het boek is eigenlijk een verslag van een terugkeer van de schrijver naar zijn geboorteplaats. De hoofdstukken worden afgewisseld met een bezoek in het heden (let wel, het heden uit 1965) en met beelden uit het verleden. We zien de volwassen Jan, we beleven de jonge Jan. Jan had een streng gelovige vader en bijbelteksten waren alom aanwezig:

Mijn vader en moeder vertegenwoordigen elk een deel van de uitspraak van Paulus: ‘Wees oprecht als de duiven en listig als de slangen’. Niet dat ik mijn moeder nooit oprecht als een duif heb gezien, maar mijn vader listig als een slang, nee, dat is nooit voorgekomen. En misschien komt die vergelijking van de duif en de slang ook wel door het draaiende nekje. Want als mijn vader wel eens schertsend zei dat hij de baas in huis was, zei mijn moeder altijd met een sluw en verlegen lachje: ‘De man is het hoofd en de vrouw het nekje. Als ’t nekje draait, draait ’t hoofdje mee’.

Ik moest bij het lezen van dit boek sterk denken aan de verhalen van Maarten ’t Hart over Maassluis en het verhaal van Geert Mak over Jorwerd. Uitspraken, gebruiken en een scherp oog voor detail geven het verhaal sfeer. De natuur is alom aanwezig (zelfs het spuugbeestje wordt hier al genoemd), hoewel Jan de natuur ook danig op vrij sadistische wijze om zeep helpt als hij in het laboratorium werkt. Het is maar dat u het weet. Overigens, schrijver en laboratorium, zorgde weer voor een Maarten ’t Hart déjà vu.

Als Jan terugkeert naar Oegstgeest gaat hij op zoek naar de oude delicatessenwinkel van zijn ouders. Er zit nu een middenstandsbank in. Die ‘sentimental journey’ levert mooie doorkijkjes naar het verleden op:

Ik keek…naar ons huis. Het zag er zo netjes uit. Geen verveloze plekken meer op het houtwerk waarop zomers door de hitte van de zon grote blaren kwamen…Ik kon er niet afblijven als kind….Op de waranda zaten geen pollen huislook meer en de buitenkast was verdwenen met zijn plank vol blauwe cirkeltjes waar de natte zakjes Recitts blauw hadden gestaan.

Het schiet mij aangenaam terug naar een tijd die ik niet eens heb gekend. Op persoonlijk vlak geeft hij nog een mooi beeld van zijn jonggestorven broer. Niet de beste vrienden, Jan heeft alle foto’s van zijn broer verbrand, maar Jan is wel bij zijn sterfbed. Het is mooi geschreven.

Het is een nostalgieboek en dat dubbelop. Voor de lezer, omdat het teruggaat tot 1965 en voor de hoofdpersoon, omdat het teruggaat naar zijn jeugd. Het is ook een beetje blij zijn met je eigen jeugd, maar dat mag. Ik heb er best van genoten.

707c3d9bc8a4631593971725967444341587343

Het boek Liszt in Utrecht, 1842 van Mathieu Heinrichs trekt de Liszt-literatuur niet direct naar een hoger plan, maar mag er toch echt wel zijn. Zeker als je bekend in Utrecht bent is het leuk om te lezen.

De beroemde pianist en componist Frans Liszt doet in 1842 Utrecht aan om een concert te geven in de schouwburg aan het Vredenburg in Utrecht. Hij logeert in het Hotel des Pays-Bas aan het Janskerkhof. Dat lees ik op de achterkant en dan wil ik meer weten, ik heb er zelf ook gelogeerd.

Het boek gaat in vogelvlucht door het leven van Liszt heen, afgewisseld met beschrijvingen van het Nederlandse en Utrechtse muziekleven in de 19e eeuw. Liszt was 31 jaar en internationaal beroemd. Hij reisde zich een ongeluk door Europa om de kost te verdienen en had er eigenlijk een hekel aan. Het was uitputtend en het deprimeerde hem. Toch wilde iedereen de extravagante pianist zien. Het was duidelijk dat Liszt met kop en schouders boven iedereen uitstak, hij zag er goed uit en kleedde zich buitenissig. Een bezienswaardigheid.

Zijn relatie met de gravin Marie d’Agoult liep niet geweldig en zijn reputatie als ‘womanizer’ hielp hem ook niet echt. Deze privé-perikelen ten spijt blijkt Liszt uitermate belangrijk voor de latere pianist en zijn concertpraktijk. Liszt is één van de eerste artiesten die gewaardeerd wenst te worden om wat hij kan. Waar Mozart en Haydn ‘gewoon’ dienaren van het hof waren, zag Liszt dat toch iets anders:

Liszt doorbrak de maatschappelijke barrière die de adel van de rest van de mensheid scheidde. Toen Nicolaas I bij een optreden in St.-Petersburg te laat binnenkwam en ook nog eens begon te converseren, stopte Liszt met spelen en zat met gebogen hoofd achter de vleugel. De tsaar wilde weten wat er aan de hand was, waarop Liszt – volstrekt ongehoord voor die tijd – zei: ‘De muziek moet zwijgen wanneer Nicolaas spreekt’. Zoals het gezag van de vorsten door god gegeven was, zo had ook een artiest een goddelijke gave en waren mensen van alle standen hem respect verschuldigd.

Liszt als brutale pionier en dat geldt ook voor de concertpraktijk. Liszt gaf hele concerten in zijn eentje en dat was nieuw. Normaal was dat er werd afgewisseld met zang en dat deed Liszt ook in Utrecht, maar later bracht hij hier verandering in. Hij deed het alleen en werd daarmee de grondlegger van het pianorecital.

Veel succes en bewondering, maar als hoge boom natuurlijk ook tegenwind. Zijn composities werden niet altijd even hoog aangeslagen. Zij dienden vaak ter eer en glorie van Liszt zelf, waren dus hondsmoeilijk en voor anderen amper uit te voeren. Niemand minder dan medecomponist en pianist Felix Mendelssohn Bartholdy ergerde zich aan Listz:

Felix ergerde zich mateloos aan het aanstellerige podiumgedrag (‘alberne Possen’ – ‘malle fratsen’) waarmee de virtuoos zijn publiek probeerde te behagen. Wat hem nog veel meer irriteerde, was de manier waarop Liszt met de muziek omging: ‘Werken van Beethoven, Bach, Händel en Weber heeft hij hier zo erbarmelijk gebrekkig, zo onzuiver en zonder enige kennis van zaken gespeeld, dat ik met aanzienlijk meer genoegen naar een uitvoering door middelmatige musici had geluisterd’.

Heerlijk om dit soort anekdotes te lezen. Hoewel het boek dus opgehangen is aan een relatief kleine gebeurtenis in de muziekgeschiedenis, geeft het in vlotte stijl een mooi overzicht van een deel uit het leven van Liszt, gekoppeld aan het Europese en Utrechtse muziekleven in het bijzonder.

Onderstaand fragment geeft een aardige indruk van het vuurwerk van zijn composities, “Totentanz” van Franz Liszt door Valentina Lisitsa.

2160b73b2efcf105932336a5241444341587343

Ik ben liefhebber van de schrijfsels van Umberto Eco, dus Op reis met een zalm kocht ik even snel ergens voor een euro. Het zijn een aantal columns, voornamelijk uit de jaren tachtig, die Eco schreef voor het weekblad Espresso.

Het zijn stukken met een instructief karakter, meestal ironisch van toon. Bij het lezen van de titels kreeg ik er al zin in:

– Hoe reis je met een zalm
– Hoe wordt je een Maltezer ridder
– Hoe gooi je telegrammen in de prullemand
– Hoe vermijd je over voetbal te praten
– Hoe gebruik je het beletselteken 

En ga zo maar door, 35 in totaal in een bestek van 110 pagina’s. Het is zo gelezen maar ik heb er van genoten. Eco laat een fijnzinnig absurdisme zien in zijn verhalen, zoals in de column Hoe vermijd je besmettelijke ziektes;

Draag er zorg voor dat je niet wordt ontvoerd door Sardijnse herders of terroristen: ontvoerders gebruiken doorgaans een en dezelfde kap voor meerdere gegijzelden…zorg dat je niet verzeild raakt in gebieden die getroffen zijn door atoomkoppen: bij het zien van de atomische paddestoel is men geneigd ‘mijn God’ mompelend de handen voor de mond te slaan (zonder ze gewassen te hebben!). Tot de groep met een verhoogd risico behoren bovendien stervenden die het crucifix kussen; ter dood veroordeelden (indien het mes van de guillotine voor gebruik niet behoorlijk gedesinfecteerd is).

Eco gaat af en toe lekker met zichzelf aan de haal. Dat het wat gedateerd aandoet af en toe (een fax is zo handig omdat je direct allerlei tekst en plaatjes kan versturen…) mag hem de pret niet drukken. Hij ironiseert er op los, geeft tegendraadse instructies en is geestig. Volg je zijn tips op om een bibliotheek in te richten, je zult geen boek uitlenen. En alleen Eco kan een betoog eindigen over hoe je een ijsje moet eten met de zin:

De moraal van die tijd eiste dat we allemaal Spartanen waren, en die van vandaag dat we allemaal Sybarieten zijn.

Vertaling:  Yond Boeke en Patty Krone

729ab5fa7d943a9596e54366651444341587343

De Onverschilligen van Alberto Moravia gaat over een Italiaanse familie uit de middenklasse, ergens jaren twintig van de vorige eeuw. Er is een financiële crisis (what’s new) en de familie probeert uit alle macht de schone schijn op te houden. Daar is de twistzieke moeder Mariagrazia, haar dochter Carla die het allemaal zat is en haar leven wil veranderen, de centrale figuur en zoon Michele, Leo, de minnaar van moeder die het met Carla wil aanleggen en Lisa, de ex-minnares van Leo die het met Michele wil aanleggen. Genoeg stof voor allerlei familiaire ontwikkelingen.

Het verhaal speelt zich af rondom Michele. Hij ziet wat er in de familie aan de hand is, maar hij staat er onverschillig tegenover. Hij is ook niet in staat om ergens iets aan te doen. Hij weet dat ze financieel afhankelijk zijn van Leo. Hij ziet wat Leo doet met zijn moeder, later met zijn zus, maar het maakt hem niet uit.Hij staat er wel eens bij stil, bij die onverschilligheid:

Hij keek weer naar de grond; de voeten bewogen onophoudelijk, modder spatte weg onder de hakken, de mensen liepen. ‘En waar ga ik heen?’ vroeg hij zich weer af…’Wat ben ik? Waarom ga ik nergens naar toe, waarom haast ik me niet zoals al die mensen? Waarom ben ik geen mens die doet wat zijn hart hem ingeeft? Waarom geloof ik in niets? De beklemming steeg hem naar zijn keel.

Hij komt er niet uit. Leo laat de moeder vallen en richt zijn pijlen op Carla. Lisa komt erachter en zet Michele op tegen Leo. Die gaat er op uit om Leo te vermoorden. De afloop tekent meteen de onmacht van Michele.

Het is een boek vol onuitgesproken gedachten. Als Leo proost op hun vriendschap, nadat duidelijk is dat zij financieel afhankelijk van hem zijn, wordt Michele misselijk van medelijden:

‘Wees maar niet bang,’ had hij willen zeggen, ‘niemand krenkt die man van jou een haar op zijn hoofd, mama, niemand…’ Zijn ogen staarden, tussen zijn moeder en Leo, in een waas van wit licht…het was een droom, een nachtmerrie van onverschilligheid.

Michele zegt niets, hij proost. Het hele boek staat vol met zijn gedachten die afwijken van zijn handelingen. Onverschilligheid en onvermogen om de werkelijkheid onder ogen te zien, daar draait het om. De onderhuidse politieke boodschap is er ook nog, hoewel er geen splinter politiek in voorkomt, maar we leven mee met een familie die slachtoffer is van zijn tijd vol corruptie en crisis en daar niet mee om kan gaan. Een prettig leesbaar boek.

Vertaling: F. de Matteis-Vogels