archiveren

Voetbal

9f9e3afcf83d10f59764a326e41444341587343
In mijn vorige bespreking over Büch had ik het over een fenomeen. Johan Cruijff is dat ook. Kort na zijn overlijden verscheen zijn autobiografie Johan Cruijff, mijn verhaal, opgetekend door sportjournalist Jaap de Groot. Omdat het boek maar een kleine 280 pagina’s telt, weet je dat het niet het complete verhaal is en dat klopt. De definitieve biografie moet nog geschreven worden. Het is een lange monoloog door Johan Cruijff zelf, waarin hij met zevenmijlslaarzen door zijn leven heen loopt en en passant complimenten uitdeelt en met mensen afrekent. 

Is het daarmee lezenswaardig? Zeer zeker. Cruijff is altijd onnavolgbaar geweest in zijn uitspraken en redeneringen en de verdienste van dit boek is dat de stem van Cruijff helemaal doorklinkt. Je hoort hem vertellen. Verder kom ik zaken te weten waarvan ik niet op de hoogte was, zoals het feit dat Cruijff een prima honkballer is geweest, en dat hij het Wereldkampioenschap van 1978 heeft gemist vanwege de overval op zijn gezin kort daarvoor.

Cruijff is een eigenheimer (zijn eigen woorden) en dat zorgt voor nogal wat conflictsituaties. Met Rinus Michels, Frank Rijkaard, het bestuur van Ajax en Barcelona enzovoort. Michels loopt bijvoorbeeld als een rode draad door zijn leven heen en is belangrijk voor Cruijff geweest, maar is ook degene geweest die hem het bondscoachschap door de neus boorde. Het enige waarvan Cruijff spijt heeft in zijn carrière.

Cruijff was ook iemand van de oude stempel. Moderne technieken zoals doellijntechnologie waren niet aan hem besteed. Cruijff:

Want voor jou is een bal over de lijn, maar voor mij niet. Dus gaan wij na afloop van de wedstrijd naar een bar en beginnen daarover te discussiëren. Het maakt niet uit wat je zegt, maar er gebeurt iets. Er is sfeer. Er wordt gepraat en er wordt een borrel bij gedronken. Stel dat er iemand is die op tv laat zien dat die bal niet uit was, dan is de hele discussie weg. Het leukste van discussiëren over voetbal is dat iedereen kan zeggen wat hij wil. En hij heeft altijd gedeeltelijk gelijk.

Een groot deel van het boek gaat over zijn drijfveren achter de voetbalveldjes die hij financierde en over de Cruyff Foundation. Deze is opgezet met het doel om kinderen, ook met een beperking, te laten sporten. Zijn eigen filosofie is daarbij leidend, naar Amerikaans model, gedacht vanuit de sporter. Boeiend om te lezen. Maar de grote verdienste van dit boek blijft de stem van Cruijff zelf, hij mag eigenheimer zijn zoveel hij wil. Hoor hem spreken;

Er is geen mens die in het voetbal meer van tactiek, techniek en jeugdopleiding weet dan ik. Dus waarom discussieer je met mij? Zinloos. Je kunt het alleen maar fout doen. Dus luister naar mij. Doe er je voordeel mee. Hoe groot kan je ego zijn als je dat niet inziet?…Intussen werd ik niet door iedereen begrepen. Als voetballer, als coach en ook daarna. Maar goed, Rembrandt en Van Gogh werden ook niet begrepen. Dat is wat je leert: je bent net zo lang gestoord tot je een genie bent.

Was getekend, Johan Cruijff.

Advertenties