archiveren

Humanisme

9403120312.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Af en toe heb je mensen nodig die van de gebaande paden afwijken om de mensheid vooruit te helpen. Erasmus is zo’n persoon en ik was al benieuwd waar hij die reputatie aan te danken had. Daarom las ik zijn Lof der Zotheid, zijn biografie en heb ik zijn correspondentie aangeschaft. Maar als Sandra Langereis dan komt met een nieuwe biografie met de titel Erasmus dwarsdenker, dan ben ik daar uiteraard zeer benieuwd naar.

Met 700 pagina’s is deze biografie een keer zo dik als bovengenoemde biografie van Léon Halkin, dus ik ben aardig wat wijzer geworden. De inleiding echter zette mij wel even op het verkeerde been. Die begint namelijk met

Op 27 juni 1598 vertrok Erasmus uit de haven van Rotterdam.

Voor een reis naar het westen zelfs, om Zuid-Amerika heen helemaal naar Japan. Die reis was ik even niet tegengekomen in de andere biografie en dat kon ook niet, gezien het sterfjaar van 1536 van Erasmus. Het blijkt om een houten beeld van hem te gaan. Afijn, het is een verrassend begin van de biografie en de inleiding verklaart ook waarom de grote humanist in een bloemetjeshemd op de omslag staat.

Dan de biografie zelf. Langereis heeft er werk van gemaakt. Dat is te zien aan het uitgebreide notenapparaat, dat veel informatie bevat en zeer de moeite waard is. Zo is er geen zekerheid over de geboortedatum van Erasmus, maar de auteur weet het aannemelijk te maken dat dit 28 oktober 1469 is geweest. Zeer fascinerend om te lezen hoe ze tot die hypothese komt en het geeft aan dat hier geen gemakzuchtig werk is afgeleverd.

Wat dit boek ook heel duidelijk maakt is de grote verdienste van Erasmus. Waarom was hij zo’n vernieuwer? Dat begint al bij zijn leergierigheid als kind. Hij raakt thuis in de teksten van de Bijbel maar is een kritisch lezer. Hij raakt er meer en meer van overtuigd dat de bekende teksten van de kerkgeleerden die iedereen nu voor lief neemt opnieuw beoordeeld moeten worden en wel vanuit de oerteksten. Daarom is het van belang om, naast Latijn, ook het Grieks uitstekend te beheersen.

Na jaren doorgebracht te hebben in een abdij besluit hij dat dit niets voor hem is. Hij wil zich gaan toeleggen op het schrijven. De teksten van de Bijbel begrijpelijk maken voor iedereen en uitleggen hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. Wat Langereis dan echt prima doet is ons eerst uitgebreid bijpraten over wat die teksten zijn die Erasmus zonodig moest herzien. De Summa theologiae van Thomas van Aquino en de commentaren van Hiëronymus van Stridon, die de Vulgaat maakte, een Bijbelvertaling in alledaags Latijn.

Wat opvalt is de ijzeren wil van Erasmus om die geweldige taak te volbrengen. Hij moet er veel voor laten. Hij reist door Europa, afhankelijk van giften en zal bijvoorbeeld nooit trouwen of zelfs maar een relatie aangaan. Daarnaast schrijft hij ook nog werken als zijn beroemde Lof der Zotheid en de Adagia, een verzameling Griekse en Latijnse spreuken. Maar de kern was toch wel een juist begrip van de Bijbel, van de teksten die golden als de standaard;

Die voorkeur voor schoolse Latijnse vertalingen…had tot gevolg dat in de vulgaatbijbel zoals die sinds het jaar 400 was doorgegeven – de door de paus gecanoniseerde vulgaat… – allerlei Griekse zegswijzen zó letterlijk in het Latijn waren omgezet dat de beeldspraak gemankeerd raakte en de betekenis van de bijbeltekst in het geding kwam. Daarom begrepen geestelijken die een millenium later de bijbel in het Latijn van de vulgaat lazen terwijl ze geen enkel benul hadden van het achterliggende Grieks de betekenis van allerlei bijbelfrasen verkeerd.

Erasmus’ publicaties hierover waren niet meer dan revolutionair. Het is indrukwekkend om te lezen hoeveel geschriften hij overal opduikelt en hoe grondig hij te werk gaat. Zo brengt hij het complete Nieuwe Testament uit. In twee kolommen, links in het Grieks van de oertekst en rechts in het Latijn van de Vulgaat, zij het dat de Latijnse kolom niet de officiële vulgaatvertaling afdrukte, maar de vulgaat zoals die op basis van de meegeleverde Griekse oertekst was verbeterd door Erasmus. Vervolgens kreeg de lezer nog 400 pagina’s met aantekeningen van Erasmus over zijn keuzes én bronvermeldingen.

Erasmus wordt één van de grootste schrijvers van Europa. Uiteraard volgen er dan kritieken en zijn werken worden door de inquisitie verboden. Zijn botsing met Luther wordt ook uitgebreid toegelicht en dat is prachtige leesstof want de kritiek van Luther is niet mis;

‘En als het gaat over de erfzonde: die erkent hij wel, maar hij wil niet waar hebben dat de apostel daarover spreekt in de brief aan de Romeinen. Laat hij toch Augustinus lezen!’, klonk het kribbig in dezelfde brief. ‘Ik lees Erasmus, en mijn zin in hem verschrompelt met de dag’…

Erasmus negeert de kritiek van Luther aanvankelijk maar zal hem later toch aardig van repliek dienen als het echt een haatcampagne wordt. In geschrift natuurlijk en dat is Erasmus ten voeten uit.

Ik heb genoten van deze vlot geschreven biografie. Die volgt natuurlijk het leven van Erasmus, maar geeft vooral inzicht in waarom hij zo’n groot denker was én geeft een hoop informatie over al die teksten die hij onderhanden nam. Dat is mooi om mee te nemen als ik verder ga met het lezen van zijn correspondentie, want ik ben nog lang niet klaar met die man.

eaa32f00dcfc3c8593768445251444341587343_v5
Na het lezen van zijn Lof der Zotheid wilde ik meer weten over Erasmus, dus pakte ik De biografie van Erasmus erbij van de Belgische historicus Léon Halkin. Het is een boek van 376 pagina’s en al in 1987 uitgekomen, maar het leest prima weg en heeft mij aardig wat wijzer gemaakt. Het helpt dat er veelvuldig uit zijn weken wordt geciteerd om zijn ideeën toe te lichten.

Desiderius Erasmus, of Erasmus van Rotterdam, is in de gelijknamige plaats geboren en wordt er altijd mee geassocieerd, al is het maar door de brug, de universiteit en zijn standbeeld, maar hij heeft er maar een paar jaar gewoond. Zijn ouders overleden toen hij jong was en hij ging naar de parochieschool in Gouda. In Deventer leerde hij Latijn, de taal die hij zijn hele leven zou gebruiken. Ook zou hij Grieks leren. Onder druk van zijn voogden deed hij zijn intrede in het klooster in Gouda maar dat is hem te benauwend. Hij vertrekt naar Kamerijk, als secretaris van de bisschop. Hij heeft zijn priesterwijding dan al gehad.

Vervolgens begint hij aan de Sorbonne in Parijs een theologiestudie. Hij maakt een reis naar Londen en ontmoet daar Thomas More, de Engelse humanist en latere staatsman, met wie hij altijd bevriend zou blijven. Terug in Parijs wordt zijn eerste werk gedrukt, de Adagia. Het is een verzameling van Griekse en Latijnse spreuken van de grote klassieke schrijvers.

Het humanisme, een aan Cicero ontleend concept waarin “menselijkheid” centraal staat, wordt leidend voor het werk van Erasmus. Vanuit die benadering beziet en bekritiseert hij ook het geloof. Hij is wars van dogma’s en rituelen en dan met name de uitwassen daarvan. Een voorbeeld zijn de pelgrimstochten naar bedevaartsoorden. Erasmus ontkent het sacrale karakter hiervan niet, maar wil dat ze hun oorspronkelijke betekenis en zuiverheid terugkrijgen, in plaats van louter reislust of een oervorm van toerisme opwekken.

Naast zijn eigen werk bereidt Erasmus kritische uitgaven voor van Latijnse auteurs en vertaalt hij werken van Cicero, Plutarchus, Horatio, Plautus en Seneca. Verder is hij een begaafd briefschrijver. Zijn brieven zijn toegankelijk en vaak geschreven met het oog op publicatie. Hij gaf ook eigen brieven uit in druk, maar had waarschijnlijk niet kunnen bedenken dat zijn totale correspondentie nog steeds verkrijgbaar zou zijn in de 21e eeuw. Onlangs is de uitgave van de integrale correspondentie voltooid, zoals hier te zien is.

Zijn werk wordt gelezen en doet er toe, en hij is er zich van bewust ook, zoals blijkt bij een verzoek om geld bij de moeder van een leerling van hem;

‘Je zult laten zien hoe ik door mijn wetenschap mevrouw meer tot eer zal strekken dan andere theologen die zij ondersteunt. Want die zeggen alledaagse dingen, maar ik schrijf onvergankelijke dingen. Die domme kletsers hoort men in de ene of andere kerk; mijn boeken zullen worden gelezen door de kenners van Latijn en Grieks, door alle volken op de hele aarde.’

Uiteindelijk behaalt Erasmus in Italië zijn doctorstitel. Hij blijft schrijven en brengt werken uit als het Handboekje van de Christensoldaat, maar ook zijn commentaren op het Nieuwe Testament. Vooral de laatste uitgave zorgt voor grote verontwaardiging aan de theologische faculteiten, omdat zijn tekstkritische werk wordt gezien als een ondermijning en aantasting van het geloof.

Beroemd is ook zijn controverse met die andere geloofscriticus, Luther. Aanvankelijk zijn ze het wel eens, maar voor Erasmus gaat Luther veel te voortvarend te werk. Erasmus blijft het instituut veel meer trouw dan Luther maar nog belangrijker; Erasmus gelooft in de vrije wil, waar Luther betoogde dat God al had beschikt over het heil van de mens. Een zwarter mensbeeld dan waar Erasmus in geloofde.

Een andere pijler van Erasmus’ gedachtegoed is het pacifisme. Daar hangt het kernthema van zijn zedenleer aan vast, namelijk het thema van eendracht. Hij denkt groot, maar vertaalt die gedachte door, dus hij verlangt niets meer of minder dan eendracht tussen volken, kerken, theologische scholen, maar ook tussen vrienden en echtelieden.

Erasmus trouwt nooit en is een onvermoeibare werker. Hij heeft wel lichamelijke klachten als nierstenen, maar dat weerhoudt hem nooit van zijn reizen of van zijn werk. Door zijn kritiek wordt hij vaak aangevallen in geschriften en in de regel reageert hij daar met humor of met ironie op, maar soms geeft hij toe aan zijn verbittering en verweert zich fel;

‘Zolang men mij niets goddeloos te verwijten heeft, sta ik niemand toe mij voor goddeloos uit te schelden…De woorden van sommigen van u zijn mij niet ontgaan: “Als wij eerst Luther te gronde hebben gericht, dan pakken wij Erasmus aan”…Terwijl ik op aanwijzing van de keizer, de paus en andere vorsten…de strijd met Luther heb aangebonden. De inspanningen die ik onder gevaren op mij heb genomen, hebben de vijand verzwakt. En dan valt u mij meteen midden in het gevecht in de rug aan. Wat doet u toch? Misgunt u de kerk soms de overwinning? Wilt u de vijand te hulp snellen?’

Als Erasmus ouder wordt en zijn einde voelt naderen sluipt er in het boek wat drama, waar het verhaal tot nu toe vrij feitelijk was;

In de stilte van de ouderdom doorleeft Erasmus nog eenmaal voorbije dagen, zijn nogal trieste jeugd, de vroege dood van zijn ouders en de vurige hartstocht van zijn jongelingsjaren…Weemoedig leest Erasmus de brieven van zijn weinige trouwe vrienden nog eens door.

Hij overlijdt uiteindelijk in Bazel waar zijn grafsteen nog steeds in De Munster, de voornaamste kerk daar, te bezichtigen is.

Het is een informatieve biografie, die hoewel wat gedateerd, een prima overzicht geeft van leven en werk van Erasmus. Niet altijd chronologisch verteld, maar daar helpt de tijdtafel achter in het boek bij. Soms viel mij een herhaling van zetten op, zoals in welke geschriften Erasmus allemaal voortleeft. Dat wordt een aantal maal herhaald en had wat zorgvuldiger geredigeerd mogen worden. Verder ben ik wel benieuwd geworden naar zijn correspondentie, waaruit veel geciteerd is.