archiveren

Rooms-Katholicisme

54b9a753c6baa765976325a7467444341587343_v5
Katholiek in de Republiek is de pakkende titel van dit boek van jurist en historicus Carolina Lenarduzzi. Zij promoveerde in 2018 aan de universiteit Leiden op een historisch proefschrift over de katholieke subcultuur in de Republiek en dit boek is de prima leesbare versie daarvan voor een wat breder publiek.

Wellicht mag de grondslag bekend zijn. Na de Nederlandse Opstand tegen hun landsheer Filips II werd in het noorden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gevormd. Vanaf het jaar 1580 werden daarmee een aantal anti-katholieke edicten uitgevaardigd die de grondvesten onder het bestaan van overtuigde katholieken deed schudden. Ze mochten hun geloof niet meer in het openbaar belijden en moesten toezien hoe hun belangrijke rituelen en symbolen als ‘paapsche superstitien ende affgoderie’ werden geweerd en hoe hun heilige objecten het mikpunt van spotternij en vandalisme werden.

De aanleiding voor de studie en dus voor dit boek was het paradoxale samengaan van het verbod op de uitoefening van het katholieke geloof en het bestaan van een bloeiende katholieke gemeenschap. Lenarduzzi wil beschrijven wat een inwoner van de Republiek tot een katholiek maakte en dat doet ze aan de hand van een aantal egodocumenten, variërend van particuliere kronieken en dagboeken tot poëzie en liederen.

Het boek is verdeeld in drie delen. Het eerste deel, Van mainstream naar marginale cultuur, onderzoekt de marges waarin katholieken nog zichzelf konden zijn. Hun kerken en kloosters kregen andere bestemmingen maar er verschenen bijvoorbeeld schuilkerken. Katholieke bestuurders werden verbannen en anderen, zoals de priester Franciscus Dusseldorpius (1567-1630) emigreerden zelf. Dusseldorpius liet een aantal jaarboeken na waaruit vaak geciteerd wordt. Hij beschrijft het bestaan van glippers, de katholieken die liever in ballingschap gingen dan onder het juk van de ‘ketters’ te moeten leven. Ook worden in dit deel de katholieke herinneringsculturen beschreven en hoe die nog steeds een rol speelden in het dagelijks leven. Het gaat dat om de verbeelding van het verleden, processies en bedevaarten die nog steeds plaatsvonden en de religieuze objecten die nog overal werden verborgen.

Het tweede gaat dieper in op De katholieke gedragscode. Hoe kijken de katholieken naar de wereld en hoe bewegen ze zich hier in? Alle vanzelfsprekende rituelen moesten immers heroverwogen worden. Een priester kon niet zomaar over straat;

De vanuit Gouda naar Amsterdam gevluchte broeder Wouter Jacobz noteerde in 1572 in zijn dagboek, dat priesters zieken bezochten ‘in vrouwencleeder […] om tselfde den guesen te verduysteren.’

Lenarduzzi gebruikt veel van dergelijke voorbeelden en dat maakt het tot een levendig boek. Er staan ook langere fragmenten in en dan moet u zich even concentreren op het taalgebruik, er wordt geen vertaling bijgegeven. In dit deel merken we ook hoe belangrijk de muziek is in het katholieke geloof. De liturgische gezangen verloren hun gebruikelijke setting en veel expertise ging verloren. Dat was van belang, want kosteres Tryn Oly (1585-1651), uit wiens geschriften ook vaak wordt geciteerd, gaf aan dat muziek belangrijk was voor de aanwas van nieuwe katholieken;

Weyntgen Hendriks, bijvoorbeeld, besloot haar wereldlijke leven vaarwel te zeggen toen de ‘soeticheyt des gesank’ en de ‘lieffelicheit der spelende instrumenten’ van de Haarlemse maagden haar ziel raakten.

Het derde deel tenslotte heet Dynamiek en gaat over het feit dat de katholieke gemeenschap en haar gedragscode geen statische maar dynamische grootheden zijn. Ze zijn onderhevig aan beweging en verandering, zowel intern als extern. Een voorbeeld hiervan is het schisma dat ontstond tussen rooms-katholieken en jansenisten. Ben je al een onderdrukte groep, moet je nog uitmaken of je wel in de juiste onderdrukte groep zit. Dat onderdrukte gevoel kwam er ook wel eens uit en katholiek geweld kwam dan ook voor. De Kroniek van het Sint Geertruyklooster beschreef tot in detail hoe de Bossche stadhouder Martinus Achterdijck in 1673 aan katholiek geweld ten prooi viel. Er overkwam hem van alles

Maer oock verschijnde slaegen, soo binnen als buijten de deure bij hem ontfangen, hem noch geïnfligeert was een seer periculeuse wonden int hooft, penetrerende tot in het pericranium, ende alnoch een diepe steeck met een moortpriem int dick van sijn lijff;

U heeft meteen een idee van al die fragmenten en hoe ze te lezen. Aparte vermelding verdienen de prachtige illustraties in het boek, soms over twee pagina’s. Het is een zeer interessante inkijk in de belevingswereld van een religieuze minderheid die zich toch behoorlijk liet gelden.

cd49e361183d05b596b4d656a67444341587343
I
k had van John Julius Norwich in mij pré-blogtijdperk al eens zijn boek De Middellandse Zee gelezen. Dat is een prachtig boek over de geschiedenis van dit gebied. Zijn boek over De pausen is voor mij dus een logische keuze.

Niet omdat ik mij zo verbonden voel met dit instituut. Wel omdat ik van geschiedenis houd en vooruit, ook van intriges. Ik vermoedde dat zoiets hier te halen was en ik werd niet teleurgesteld. Ik wist er niets van. Iets van Petrus, iets van een schisma en dat was het wel. Allereerst, het aantal pausen en tegenpausen is enorm. Ik kom uit de tijd dat pausen (lees Johannes Paulus II) even meegaan, maar dat was natuurlijk niet altijd zo. We zijn al toe aan paus nummer 266. Uiteraard kunnen die niet allemaal besproken worden, er is een selectie gemaakt en die beslaat ruim 500 pagina’s.

Hoe kwam het zo? Petrus is natuurlijk de grondlegger van de Rooms-Katholieke kerk en de stichter van dit alles, is ons geleerd. Welnu, dat zou kunnen. Er zijn wat flintertjes bewijs dat Petrus in Rome geweest zou kunnen zijn, maar niets is zeker. Er zijn aanwijzingen dat, als Petrus in Rome is geweest, hij er maar heel kort is geweest en dus razendsnel de Kerk van Rome heeft moeten stichten. Sterker, het is niet eens zeker of hij wel een kerk moest stichten, toch het fundament van het Rooms-Katholicisme. Kortom, het boek begint al veelbelovend.

Feit is wel dat er in die tijd veel christenen naar Rome trokken en de eerste paus aan het firmament verscheen. Dat is het begin van een lange stoet aan pausen en een duizelingwekkend aantal feiten en weetjes. De grote rode draden zijn de verhouding met de kerk in Byzantium, daar hebben ze hun eigen geestelijk leider, de verhouding met de heersende keizers in Europa en de schisma’s over theologische zaken. Lees daar vooral het boek zelf voor, het is fascinerend materiaal.

Norwich vertelt met luchtige toets en maakt duidelijk dat het pausdom allerminst een begeerlijke baan was. De arme Formosus (pontificaat van 891 tot 896) werd beschuldigd van meineed en begeerte naar het pausdom. Hij stierf voor zijn proces, maar dat maakte niet uit. Hij werd opgegraven, in zijn gewaden gehesen, op een troon gezet en alsnog onderworpen aan een schijntribunaal.

Er gebeurt veel meer in het pauselijk paleis der Lateranen. Norwich citeert de historicus Edward Gibbon als hij het heeft over paus Johannes XII;

[…] we lezen, met enige verbazing, dat de waardige kleinzoon van Mazoria openlijk in overspel leefde met de Romeinse matrones; dat het paleis van de Lateranen omgetoverd werd in een prostitutieopleiding; en dat zijn gewoonte om maagden en weduwen te verkrachten de vrouwelijke pelgrims er uit angst van weerhield de tombe van St. Petrus te bezoeken…

Het zijn taferelen waar je je nu niets meer bij kan voorstellen. De meest onwaarschijnlijke paus was wel Celestinus V (pontificaat 1294). Hij was een boer van 85 jaar die meer dan 60 jaar lang als kluizenaar in de Abruzzen had geleefd. Met tegenzin aanvaarde hij de benoeming en hij hield het vijf maanden vol. Hij was de eerste voor Joseph Ratzinger in 2013 die vrijwillig aftrad. Prachtige weetjes, maar er is natuurlijk zo veel meer gebeurd. De bouw van de Sixtijnse kapel en de beschildering door Michelangelo. De oorlogen in Europa en de rol van de paus daarin. Het schisma en de zetel in het Franse Avignon. Napoleon die huis komt houden, de beide Wereldoorlogen en de rol van de kerk daarin, de omvangrijke misbruikschandalen, het is een lange geschiedenis die aan je voorbij trekt. Norwich geeft veel feiten, soms iets teveel; “Innocentius XII was de laatste paus die een baard droeg”. 

Een recenter raadselachtig pontificaat is dat van paus Johannes Paulus I (pontificaat 1978). Een beminnelijke, innemende man, wars van uiterlijk vertoon en verlangend naar vroomheid en eenvoud. Na 33 dagen werd hij dood op bed gevonden. De theorieën wisselen tussen moord en een natuurlijke dood;

Is Johannes Paulus I vermoord? Zeker, er waren goede redenen om dat aan te nemen. Voor een man van zevenenzestig verkeerde hij in uitstekende gezondheid. Sectie of autopsie bleef achterwege. De curie…liet zich betrappen op een serie leugentjes betreffende de omstandigheden van zijn dood…En als de paus…inderdaad op het punt stond een omvangrijk financieel schandaal te onthullen waar de Vaticaanse bank en de directeur…tot over hun nek inzaten, dan waren er tenminste drie internationale criminelen die tot het uiterste zouden zijn gegaan om hem daarvan te weerhouden…

Zijn opvolger, paus Johannes Paulus II ligt nog vers in het geheugen. Nog steeds populair en een recordhouder in heiligverklaringen. Hij voegde 483 heiligen toe aan de kalender, meer dan in de vijf eeuwen ervoor. Ook een paus met orthodoxe opvattingen aangaande homoseksualiteit, anticonceptie en euthanasie.

Ik had dieper kunnen ingaan op het instituut of nog veel meer mooie feiten kunnen weergeven. Vooruit dan nog één. De enige Nederlandse paus, onze Hadrianus, gaf geen zier om kunst en architectuur. Hij was het die bijna een witkwast door de hele Sixtijnse kapel had laten halen en het beroemde beeld de Laocoön in de Tiber wilde smijten. Verder, laat Norwich u een beetje onderwijzen, het is de moeite waard.

Vertaling: Roland Fagel

luciani_3e6d04

Paus Johannes Paulus I