archiveren

Fiets

3a1313cf7840e935937376a5341444341587343
I
k had Met fiets en tent naar de Oriënt van Gerard Monnink al eens gelezen maar wilde het zelf hebben. Toen ik laatst voor een paar euro een gesigneerd exemplaar kon kopen dacht ik niet lang na. Waarom ik dit boek persé moest hebben kom ik op terug.

Gerard Monnink heeft het plan opgevat om naar Palestina te fietsen. Het is dan kort voor de Tweede Wereldoorlog. Hij zoekt iemand om hem te vergezellen en hoort dat Toon Damhuis een ervaren fietser is en die is toevallig in de buurt. Monnink wil Damhuis vragen of hij mee wil. Dan volgt het welhaast legendarische gesprek;

“Hm, waar wilde je dan naar toe?”
“Nou, een wat excentrieke tocht”, en ietwat verlegen ga ik verder: “een lange reis, helemaal naar Palestina.” Een moment slechts denkt hij na. Dan volgt in zijn sappig Twents dialect: “Ja, dan konk wa metgaon.”
Alsof het een reisje van een paar dagen gold!
“Wanneer wilde je vertrekken?”
“Aanstaande zaterdag liefst”, stamelde ik perplex.
“Goed – dan ben ik hier wel. Daar kun je van op aan.”

Hij was er. Monnink had twee stevige Veeno’s van een sponsor gekregen en hij heeft perskaarten laten maken want onderweg schrijven ze artikelen voor kranten en tijdschriften om zo aan geld te komen. Wat volgt is een heroïsche tocht dwars door Europa en Turkije om uiteindelijk aan te komen in Palestina. Wat het zo fascinerend maakt is dat het toen een heel andere wereld was. Het is oppassen geblazen voor de Födl-zigeuners in Roemenië. Ze komen in gevecht met ze en weten zich alleen te redden door te dreigen met een nep-revolver. Als ze geen vergunning krijgen om door Europees Turkije te fietsen moeten ze 500 kilometer om rijden naar Sofia in Bulgarije. Ze moeten daarvoor de bergruggen van de Stara Planina over. Er is niet overal eten te krijgen dus ze lijden honger, komen in ontzagwekkende regenbuien terecht en zeulen hun fietsen over slechte weggetjes naar boven, meer lopend dan fietsend. Er breekt een fietsas en ze raken in gevecht met een Bulgaar die Monnink uiteindelijk met een zweep te lijf gaat. Monnink weet hem buiten westen te slaan.

In Turkije worden ze aangevallen door de wolfshonden van een aantal herders. Ze worden goed toegetakeld maar weten zich te redden door de “klootschiet-vaardigheden” van Monnink. Uiteindelijk bereiken ze Palestina. Daar maken ze kennis met Sefania. Zij komt uit Egypte en doet daar iets met het hof, maar duidelijk wordt het ze niet. Tot ze Egypte niet in kunnen komen vanwege geldgebrek:

Ik stond op ’t punt om ondanks mijn machteloosheid toch een scherp antwoord te geven, toen vriend Toon me rustig aan mijn jas trok en lakoniek opmerkte: “Doe zos dat wicht toch opbellen.”…Na afloop van het telefoongesprek boog de politie-autoriteit naar ons: “Had u toch direkt gezegd, dat u relaties had au palais royal en journalisten bent van Nederlands grootste dagblad.”

Sefania blijkt gouvernante van de Egyptische koning en zal later met Gerard Monnink trouwen. Het boek staat vol prachtige verhalen en die hebben mij ooit geïnspireerd om ook zo’n tocht te maken, zij het in een ander deel van de wereld. Daarom moest dat boek persé de kast nog in hier.

                       Gerard Monnink over zijn boek bij Kopspijkers