archiveren

Maandelijks archief: januari 2016

9044618075.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Als je van wielrennen houdt, en dat doe ik, dan mag De Renner van Tim Krabbé niet in je literaire bagage ontbreken. Literair? Is het dan geen sportboek? Jawel, ook. Het boek beschrijft de driehonderdnegende wedstrijd van de auteur als amateur-wielrenner. Het is de Ronde van de Mont Aigoual, een zware klimkoers in Frankrijk.

Hoezo dan “ook” een sportboek? Op de achterflap staat het antwoord; ‘Krabbé doet wat geen enkele Tour de France-verslaggever ooit heeft gedaan: hij neemt de lezer mee in het hoofd van de renner.’ Het is een literair meesterwerkje van nog geen 160 pagina’s. Van kilometer tot kilometer beleef je de tocht mee en komen er flashbacks naar zijn jeugd of lardeert hij zijn verhaal met heroïsche voorbeelden uit de praktijk. Een genot om te lezen. Hij kleunt er op pagina 1 al lekker in;

Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokte me.

Zo dan, het draait hier even alleen om wielrennen, dat u het weet. Dat begon bij Krabbé vrij laat (hij schaakte fanatiek) maar toen was het ook raak. Hij stippelde routes uit en verzon methodes om de afstanden te bepalen. Dat ging best ver; het is prachtig om te lezen hoe hij zijn tandwielen of zelfs lucifers gebruikt om tot de juiste afgelegde afstanden te komen. Het fanatisme spat er van af.

Maar het mooiste van dit boek is om het verloop van de koers te volgen. Wanneer ga ik aanvallen, wanneer laat ik iemand lopen, de geheime pacten die af en toe gesloten worden, de sprintjes om een paar tientjes bonus, het is wielrennen op zijn best. Wielrennen op een ander niveau dan de grote tenoren, gewoon, met verkeer op de weg;

De wind blaast tranen uit mijn ogen. Ik denk: ‘Jòngens jongens.’ Ik moet een auto inhalen, durf niet, ik ben er ineens toch langs. Een tegenligger. Hij mist me. Reilhan gaat me voorbij, onhoudbaar, ineengedoken, ver naar achteren gezeten, mooi. Geen sprake van dat ik zijn wiel zou kunnen houden. Ik kijk hem na, hoe hij op volle snelheid bochten in zeilt waarvan ik kan zien dat hij ze niet kan overzien. Ik hou mijn hart voor hem vast, wachtend op de willoze bonk van een rennerslichaam tegen een auto, maar dan zie ik hem weer, in de lus beneden me.

De schrijver rijdt een mooie race en het komt zowaar tot een eindsprint. Die gaan normaal heel snel, maar hier wordt die sprint op prachtige wijze eindeloos langzaam neergezet zodat de processen van geest en lichaam zowat tastbaar worden. Voor de einduitslag van de koers moet u echt het boek zelf even lezen.

Advertenties

9462251762.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Na de aanslagen in Parijs werd het boek van schrijver/journalist Arthur van Amerongen, Brussel: Eurabia deel I en II ineens verrassend actueel. Deel I bestond al en werd in 2008 uitgebracht, deel II kwam vorig jaar uit als e-book en de papieren bundeling is haastig uitgebracht naar aanleiding van de actuele gebeurtenissen.

Voor deel I dook de auteur een jaar lang onder in de Brusselse wijk de Marollen. Hij wilde verslag doen van de islamgemeenschap en uitvinden hoe radicalisering tot stand komt en wat mensen er toe drijft om aanslagen te plegen. Directe aanleiding is de zelfmoord-aanslag van de Belgische Muriel Degauque die zich in Bagdad opblies. Het helpt natuurlijk dat Van Amerongen Arabisch spreekt en zijn studies in die richting heeft afgerond. Over zijn begintijd daar;

Iedere dag stond ik voor dag en dauw op en oefende de salat, het gebed en de woedoe, de rituele reiniging die eraan voorafgaat. Ik at halal, was geheelonthouder geworden en voelde me op mijn zevenenveertigste fitter dan ooit.

Want zo ver gaat hij. Hij gaat na wat er nodig is om zich te bekeren tot de islam en schrijft zich in aan de Al-Khaira-academie in Brussel. Hij bestudeert de koran, gaat gesprekken aan met moslims in de wijken en woont vele lezingen bij. Hoe meer hij zich in de materie verdiept, des te harder vallen de schellen van zijn ogen. Lezingen ontaarden vaak in scheldpartijen tegen het Westen, de boekhandels liggen vol met opruiende lectuur en de bekende druppel is het als hij, in nabijheid van zijn vriendin, in elkaar wordt geslagen.

Waar hij eerst sympathiek tegenover de islam stond, wordt Van Amerongen een verklaard tegenstander ervan. De multiculturele samenleving is mislukt en er wordt openlijk gesproken van een tikkende tijdbom.

Van Amerongen schrijft zijn verhaal vlot en hij spaart zichzelf daarbij niet. Zijn verslavingsgevoeligheid voor drank en drugs speelt als altijd een prominente rol. Hij trekt bovendien scherpe parallellen tussen zijn eigen streng calvinistische opvoeding en het moslim-extremisme;

Aanvankelijk vond ik het een warm geloof, gedreven door naastenliefde, broederschap en onbaatzuchtigheid. Maar in Brussel was ik, naarmate ik me meer in de islam verdiepte, verbitterd geraakt. De islam was het Ware Geloof, er was geen enkel begrip voor andere religies…De kerkgemeenschap waarin ik opgroeide, predikte diezelfde intolerantie en superioriteit…In al mijn naïviteit had ik gehoopt dat de islam mij rust zou schenken, maar het tegendeel was waar.

Waar deel I nog een zoektocht was, is deel II veel uitgesprokener. De mening is gevormd (Terug naar kalifaat Molenbeek) en hier worden de voorbeelden uitgewerkt. No-go area’s, islamknuffelaars, Mocro Wars en Syrië-gangers, Van Amerongen zit bovenop de actualiteit, maar nu fulminerend vanuit zijn eigen ervaringen. Hoewel ik het niet helemaal met hem eens ben (het blijft een kwestie van een minderheid die het voor de meerderheid verstiert) heeft de man natuurlijk wel een punt. Bewijs is geleverd bij de laatste aanslagen, waar de daders uit het milieu kwamen waar Van Amerongen, op zijn eigen wijze, al voor gewaarschuwd had.

772c8f1d560d84f5930394d5877437641414141
Omdat ik een verzamelaar ben van het werk van Willem Frederik Hermans, zal hij zo af en toe eens voorbij komen. Nu deel 3 van zijn volledige werken met de romans De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen.

In De donkere kamer van Damokles leven we mee met Henri Osewoudt. Deze drijft in de Tweede Wereldoorlog een sigarenwinkel en raakt verwikkeld bij allerlei verzetsactiviteiten. Dat begint als zijn dubbelganger, ene Dorbeck, bij hem binnenstapt en hem vraagt om verzetswerk te doen. Dat is niet het minste werk want hij moet ook mensen liquideren. Zijn vrouw en zijn moeder worden opgepakt en zelf wordt hij gevangen genomen, ontsnapt weer en probeert uit handen van de Duitsers te blijven.

Genoeg ingrediënten voor een pakkend verhaal en dat is het dan ook. Als Osewoudt aan het eind van de oorlog wordt gearresteerd door de geallieerden, blijken alle bewijzen voor zijn verzetsdaden verdwenen en zijn dubbelganger Dorbeck al helemaal. Heeft deze überhaupt wel bestaan? Hermans vertelt het verhaal in vlotte stijl en dat is meteen de kracht van dit boek. Er gebeurt altijd iets, je hoeft je geen moment te vervelen. Hoewel de roman zo’n 400 pagina’s telt zijn de hoofdstukken kort en leest het snel weg.

Dat laatste is prettig, want het is ook wel een donker verhaal. Alle acties van Osewoudt lijken te mislukken en het is de vraag of hij zich telkens uit de nesten weet te werken. Als je weet dat het ontwikkelen van foto’s een grote rol speelt hierin (waar toch steeds weer wat anders op staat dan verwacht), dan is de contaminatie van de titel ook meteen verklaard.

De tweede roman, Nooit meer slapen, is een lichter verhaal, waar toch wat parallellen in zitten met de eerste roman. De student Alfred Issendorf gaat op expeditie naar het uiterste noorden van Noorwegen. Het gaat erom dat hij wil bewijzen dat de gaten in het landschap daar veroorzaakt zijn door meteorietinslagen.

Hij gaat hiervoor op pad met de Noor Arne, maar door een misverstand, of koppigheid van Alfred, raken ze elkaar kwijt. Hij moet zich een paar dagen alleen redden en ziet af. De miljoenen muggen, weinig eten en een ruig landschap spelen hem parten. Alfred weet Arne terug te vinden, maar het is geen vrolijk weerzien, lees daar vooral het boek voor.

Hij vindt ook geen bewijzen voor zijn onderzoek, maar hoort, net voor zijn vertrek nog wel de knal van een meteoriet-inslag. Bij thuiskomst krijgt hij van zijn moeder manchetknopen, gemaakt van meteoriet. Die had zijn overleden vader hem ooit willen geven vroeger. Dan is de cirkel van zijn falen wel rond. Daar zitten ook de parallellen met De donkere kamer van Damokles. In beide gevallen zijn de hoofdpersonen welwillend en vol goede moed, maar zijn de verhalen doordrenkt van kleine en grotere mislukkingen. Waarom dan toch een lichter verhaal? De zon gaat niet onder tijdens Alfred’s bezoek en dat brengt een heel aparte sfeer met zich mee, mooi neergezet door Hermans.

Overigens zijn de uitgebreide commentaren achter in het boek de moeite waard. Zo wist ik niet dat de oerversie van De donkere kamer van Damokles door Hermans was geschreven in een dummy van Multatuli’s Woutertje Pieterse uit 1950. Door een toeval is deze versie bewaard gebleven en pas in 2004 op een veiling verkocht.

Een prachtige inkijk op het ontstaan van de roman Nooit meer slapen geeft het online Literatuurmuseum, waar foto’s van Hermans te zien zijn uit Noorwegen. Voor de liefhebbers!