archiveren

Maandelijks archief: februari 2010

e373b901e72efbc597846705351444341587343

De Boekhandel van Boudewijn Büch is een kort verhaal, geschreven ter gelegenheid van de verhuizing van boekhandel Scheltema Holkema Vermeulen van Spui 10, Amsterdam, naar het Koningsplein 20. Het is indertijd niet in de handel gebracht.

Meneer Wisse drijft een boekhandel in een klein dorp. Het is een vreemde man; drankzuchtig en nors.

Vaak is hij aan het eind van de dag niet meer in staat de klanten fatsoenlijk te woord te staan. Zijn personeel houdt het nooit lang bij hem uit. Niemand weet waarom hij de grote vaart heeft verlaten als kapitein en dit verruild heeft voor een boekhandel.

Toch is het de beste boekhandel van het dorp. Er zijn er nog twee, één met voornamelijk rommskatholiek-verantwoorde lectuur en één gedreven door een ex-N.S.B-er en daar koop je niet.
Als Boudewijn met zijn vader een boek koopt bij Wisse merkt hij dat zijn vader meneer Wisse kent. Hij vraagt ernaar en hoort het verhaal over Wisse. Dat voert uiteindelijk terug tot de oorlog:

“Weet je jongen, de mensen denken dat de oorlog voorbij is maar in de hoofden van vele mensen is de oorlog pas begonnen na 5 mei 1945.”

“Bij u ook?” vroeg ik dapper.
“Daar wil ik niet over spreken,” antwoordde hij bits.

Dertig jaar na het kopen van dat boek volgt het definitieve verhaal over Wisse en zijn vader. Er was iets met dat boek dat leidt tot lotsverbondenheid van boekhandelaar, lezer en boekenverkoper. Mooi toch? Lees daarvoor het verhaal, want anders heb ik hier het 18 pagina’s lange boek al volledig geciteerd. Leuk verhaal voor tussendoor, waar Büch zelfs Goethe nog weet in te passen.

Advertenties

e2da39b3ed9bd1d593554355651444341587343

Gimmick! van Joost Zwagerman heeft gezorgd voor de doorbraak van deze schrijver bij een groter publiek. Het is het verhaal van Walter van Raamsdonk, ‘Raam’ voor intimi, die zich als schilder staande probeert te houden in de yuppen- en kunstenaarsscene. Hij is net verlaten door Sammie en kan dat moeilijk verkroppen. Zijn productie ligt stil, hij probeert toch subsidies los te peuteren met andermans werk en kan zo weer een tijdje vooruit.

Met zijn vrienden Groen en Eckhardt loopt hij de deur plat bij Gimmick!, een nachtclub in Amsterdam en bezoekt hij exposities van collega’s.

Het toneel beperkt zich niet tot Amsterdam. Er wordt afgereisd naar Florence, naar Tenerife en naar New York. Overal volgt eigenlijk hetzelfde stramien. Coke snuiven, sex met wie maar wil, een vechtpartij en ongebreidelde drankzucht. Een scene die zich afspeelt na de opening van de expositie The Amsterdam Dream:

Ik legde echt de aller-, allerlaatste lijn van die avond en deelde een paar peppillen met Groen die hoofdschuddend toekeek hoe Dolfijn vlak naast ons staarde naar wat ze had uitgekotst en vervolgens haar lippen afveegde…Er ging een laaghangende kroonluchter aan diggelen. De zwarte kanjer beet een ober in z’n hand. “Misschien voel ik me toch niet zo goed,” zei ik. “Weet jij misschien of dat een goeie combinatie is, tranquilizers en cocaïne? En ecstacy? Plus whiskey?”.

Enzovoort enzovoort. Het is geen verhaal met een mooie lijn, het is een tijdsbeeld. Onverbloemd taal- en drugsgebruik en expliciete sex maken dit tot een rauwrealistisch boek, zoals de omslag zegt bij monde van Carel Peeters in Vrij Nederland. Dat vind ik nou wel weer meevallen. Het boek en de film Trainspotting van Irvine Welsh komt meer in de buurt van wat ik onder rauwrealistisch versta. Het boek was voor mij niet meer dan een aardig tijdsbeeld, naar boven gehaald door een serie als “Moonlighting” met Bruce Willis en Cybill Shepherd en een (door mij) vergeten artiest als Scritti Politti. Het doet mij niet meteen naar de winkel rennen voor meer Zwagerman. Als dat zonde is hoor ik het wel.

b3dbc0d2899abd2593432705741444341587343

De Woeste Hoogte door Emily Brontë is een opmerkelijk boek. We hebben twee landgoederen met twee families en die kunnen soms wel, soms niet met elkaar overweg. Een prima uitgangspunt voor een soapserie, desnoods een uitvergoot Nederlands drama. In dit geval is het de grondstof voor een Engelse klassieker over een allesverterende passie en onbereikbare liefde.

Niet direct een boek dat ik als eerste uit de kast trek, maar dit was geenszins verspilde tijd.

De familie Earnshaw woont op het landgoed Wuthering Heights. Als de heer Earnshaw een weesjongen, Heathcliff meeneemt naar huis, begint het gedonder. Zoon Hindley heeft een hekel aan hem, dochter Catherine loopt met hem weg. Dat neemt dadelijk enorme proporties aan:

Mijn liefde voor Heathcliff is als de eeuwige rotsen eronder – als een bron van nauwelijks zichtbaar geluk, maar het is noodzakelijk. Nelly, ik ben Heathcliff!

Ze loopt ook letterlijk weg met hem, want ze gaan beiden naar het andere landgoed, Thrushcross Grange, waar de familie Linton woont. Catherine wordt daar gebeten door een hond en blijft er enige tijd. Heathcliff mag niet blijven, hij is van te laag allooi. Als Catherine terugkomt op Wuthering Heights zijn haar manieren danig bijgeschaafd en hoeft ze Heathcliff ook niet meer. Hij verdwijnt voor een periode van drie jaar.

Catherine trouwt ondertussen met Edgar Linton en gaat wonen op Thrushcross Grange. Als Heathcliff terugkomt zorgt hij ervoor dat hij Catherine regelmatig bezoekt en die visites lopen over van emotie en passie:

“Je gaat niet, zeg ik je”.

“Eén uur maar,” smeekte hij dringend.
“Nog niet voor een minuut,” antwoordde ze.
“Het moet – Linton zal zo wel boven komen,” hield de verschrikte indringer aan. Hij wilde opstaan en zich uit de greep van haar vingers losmaken – maar hijgend klemde ze zich aan hem vast; er lag een waanzinnige vastberadenheid op haar gezicht.
“Nee!”gilde ze. “Oh, ga niet, ga niet! Het is de laatste keer! Edgar zal ons geen kwaad doen, Heathcliff, ik ga sterven! Ik ga sterven!”

Catherine en Edgar krijgen een dochter, Cathy. Catherine sterft bij de geboorte. Heathcliff trouwt met de zus van Edgar, Isabella en zij krijgen ook een kind, zoon Linton. De hoofdrolspelers laten één voor één het leven en als Isabella de geest geeft moet Linton bij Heathcliff wonen. Hij had daarvoor nooit naar zijn zoon omgekeken. Cathy, de dochter van Catherine en Edgar wordt op haar beurt weer verliefd op de zwakke Linton, maar die maakt het ook niet lang. Uiteindelijk blijft Cathy over met Hareton, de zoon van Hindley Earnshaw en worden de familiebanden alsnog aangehaald.

Het zijn maar twee families en twee locaties waar het verhaal zich afspeelt. Het verhaal wordt verteld door huishoudster Nelly Dean aan een huurder, de heer Lockwood. Ik moest er even in komen door al die personages maar het verhaal neemt je al snel mee. Het draait eigenlijk allemaal om de relatie tussen Catherine en Heathcliff, waarbij de laatste het interessantste karakter is. Ruw en meedogenloos voor iedereen, inclusief zichzelf. Zijn obsessie voor Catherine beheerst het verhaal tot op het eind.

Wat het verhaal razend boeiend maakt is dat het geschreven is door Emily Brontë. In het nawoord van vertaalster José van Vonderen lezen we dat Emily een vrouw was met een gereserveerd karakter. Zij leefde geïsoleerd en schuwde ieder contact met vreemden. Driemaal slechts heeft ze haar woonplaats Haworth verlaten. Toch heeft ze een verhaal weten te componeren over een hartstochtelijke liefde, over enorme haat en alle spanningsvelden die daartussen liggen. Indrukwekkend.

aee3582c04ae0d959784b385451444341587343

Ik moest mijzelf er even toe zetten om aan Jane Eyre te beginnen van Charlotte Brontë. Volgens mij sta ik niet bekend om mijn hoogromantische inborst, alhoewel beekjes mij niet genoeg kunnen murmelen en het uitspansel mij niet purper genoeg kan zijn. Toch heb ik mij aan dit, naar verluid, hoogromantisch meesterwerk gezet en daar heb ik voorwaar geen spijt van.

Jane is een wees en is opgenomen in het gezin van de familie Reed. Daar is de familie niet blij mee, maar moeder heeft dit nu eenmaal beloofd aan vader op zijn sterfbed. Ze wordt als een Assepoester overal voor ingezet en ondervindt alleen maar spot en nijd. Als ze naar kostschool wordt gestuurd moet ze daar haar plek zien te veroveren. Het regime is streng en puriteins; slecht eten, hard werken en vernederingen behoren tot de dagelijkse kost. Uiteindelijk weet ze er lerares te worden maar het voldoet niet. Jane wil meer zien en ze plaatst een advertentie. Zo komt ze terecht als gouvernante op het landgoed Thornhill. Zij moet voor de opvoeding zorgen van Adèle, wiens voogd, mijnheer Rochester, vaak afwezig is maar sinds de komst van Jane zijn neus meer en meer laat zien.

Zoals dat hoort in oude Engelse landhuizen is het er niet pluis. Af en toe klinkt er een vreselijke gil door het huis. Het bed van Rochester staat in brand en Jane ziet ’s nachts iemand in haar kamer staan. Toch wil ze er aanvankelijk niet weg. Ze kan goed opschieten met het personeel, Adèle is dol op haar en ze gaat zich meer en meer hechten aan Rochester. Dat is uiteindelijk wederzijds en het gaat zover dat Jane ten huwelijk wordt gevraagd. Ze stemt toe en toch gaat het huwelijk niet door. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het geheim van Thornhill maar dat doen we hier maar niet uit de doeken.

Jane vertrekt en laat Rochester wanhopig achter. Jane is net zo wanhopig. Ze heeft niets meer en moet op de heide overnachten. Uiteindelijk wordt ze geholpen door het gezin Rivers. Ze krijgt een baan als lerares en het tij keert ten goede. Er blijken onvermoede familiebanden te bestaan, ze erft een som geld en is de onafhankelijke vrouw die ze uiteindelijk wilde zijn. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en ze vertrekt weer. Op zoek naar Rochester, die ze nooit heeft kunnen vergeten.

Bovenstaande biedt natuurlijk mogelijkheden te over voor een romantische sfeerroman, maar Jane Eyre is veel meer dan dat. Het draait om de zoektocht naar onafhankelijkheid van een vrouw. Dat gaat met vallen en opstaan, want Jane heeft twee verschillende kanten. Als meisje geeft ze al een volwassen reactie na de doodsangsten die ze heeft uitgestaan na een opsluiting in de rode kamer:

“Ik ben blij dat u geen familie van mij bent. Ik zal u nooit meer tante noemen zolang ik leef. Ik zal u nooit komen opzoeken als ik groot ben, en als iemand mij vraagt wat ik van u vind en hoe u mij behandeld hebt, zal ik zeggen dat ik misselijk word als ik alleen al aan u denk en dat u mij ellendig en gemeen behandeld hebt.”

“Hoe durf je dat te zeggen, Jane Eyre?”
“Hoe ik dat durf, mevrouw Reed, hoe ik dat durf? Omdat het de waarheid is.”

Die volwassenheid en standvastigheid laat ze later ook zien, soms tot wanhoop van anderen. Toch heeft ze ook een andere kant. Ze kan zich ook laten meeslepen door haar gevoel:

“Mijn toekomstige echtgenoot was bezig mijn hele wereld ter worden en meer dan de wereld, haast mijn hoop op de hemel. Hij stond tussen mij en iedere gedachte aan godsdienst, zoals een zonsverduistering tussen de mens en het volle zonlicht. Ik kon in die dagen God niet zien vanwege Zijn schepsel, van wie ik een afgod had gemaakt.”

Die worsteling zorgt voor een mooi spanningsveld door het hele verhaal heen. Voor de fijnproevers zitten er de nodige symboliek en subtiliteiten in het boek. Het huis waarin ze het naar haar zin heeft als gouvernante maar dat ze uiteindelijk wanhopig verlaat heet niet voor niets Thornhill. De plek waar ze uiteindelijk rust vindt en waar ze geld erft heet niet zomaar Marsh End (einde van het moeras). Uiteindelijk komt Jane gelouterd uit het verhaal en ze is bepaald niet de enige. Lees daarvoor het verhaal en laat je onbekommerd meeslepen. Ik vertrek vast naar de Woeste Hoogte van zus Emily Brontë.

380d58d9259c65859784a655751444341587343

Alleen de havens zijn ons trouw is een verzameling van schetsen en impressies van Jan Jacob Slauerhoff. Hij reisde vaak als scheepsarts mee naar Oost en West en verwerkte zijn ervaringen in poëzie, romans en korte verhalen.

Zijn reisproza is journalistiek van aard. Waar hij in zijn verhalen en gedichten de sfeer uitvergroot, geeft hij hier meer op zakelijke wijze weer wat hij ziet. Het gaat over de kusten, de plaatsen in het achterland maar ook over de mensen die hij ontmoet en de gebruiken van het land. Af en toe laat hij zich natuurlijk even gaan:

Maar neen, plotseling wijkt de groene oeverwal terug, het verschiet wiekt open en in de verte uit de blauwe, flauwgolvende zee rijzen twee hoge, rustig glooiende blauwe bergen op als twee eilanden, die op ’t water drijven, zó licht, dat ze er al half boven zweven. Als de kimverheffing ophoudt, lijkt het alsof twee grote blauwe golven zijn opgestuwd en staan gebleven, de hemel bereikend. Iets van de aanvang van de schepping.

Zo worden we meegenomen langs de kusten van China, Japan, Argentinië, Barbados, Trinidad, Venezuela, Marokko enzovoort. Lees over de badplaats Hoshigaura, de bloedfontein in Fez, de zingende duiker Johnnie Brown in Freetown, de naargeestigheid van Barbados en de tovenaar van Macao. Beleef een rechtszitting in Nigeria en reis mee per trein door Costa Rica.

Korte beschrijvingen in zo’n 166 bladzijden die heerlijk weglezen. Aardig om te zien dat Slauerhoff over een vooruitziende blik beschikte:

Ik geloof dat wij in een praatgraag tijdvak leven…Maar misschien komt er een tijd, dat iedere toerist zwijgend en zwetend bezig is met filmtoestellen, geluidopnemers en reproduktietoestellen, waarvan wij nu nog geen vermoeden hebben. En misschien komt het nog zover dat men geen toerist meer hoeft te zijn en alles thuis kan zien.

We leven nog steeds in een praatgraag tijdvak. Ik mag me daar af en toe graag aan onttrekken door de oorden op te zoeken waar Slauerhoff over schreef. Zie ook mij bericht over zijn poëzie.

ivanhoe-wordsworth-classics

Tja, denk je de ultieme ridderroman te gaan lezen, pakt dat toch anders uit dan je denkt. De ingrediënten uit Ivanhoe van Sir Walter Scott waren mij wel bekend. Riddertoernooien, Richard Leeuwenhart, Robin Hood, de belegering van een kasteel, heksenproces, alles is er voor een spetterend verhaal. Dat viel wat tegen.

Wij bevinden ons in het Engeland van de 12 eeuw. Normandiërs heersen en koning Richard Leeuwenhart zucht in een Oostenrijkse cel. Ivanhoe, een Saks, laat de Normandiërs op een toernooi alle hoeken van het veld zien. Dat doet hij voor de ogen van vrouwe Rowena, die met een andere Saks moet trouwen om een dynastie veilig te stellen. Zo gaat dat in die dagen. Op het toernooi verschijnt ook een mysterieuze zwarte ridder die Ivanhoe een handje helpt. Uiteindelijk raakt Ivanhoe gewond en verdwijnt naar een kasteel, onder de goede zorgen van een Jodin, Rebecca.

Het Saksische kasteel wordt bezet door een Normandiër en vervolgens belegerd door de zwarte ridder, van wie we eigenlijk al weten dat het Richard Leeuwenhart is. Robin Hood doet ook mee en ze nemen het kasteel in. Rebecca wordt ontvoer, dreigt als heks verbrand te worden en wordt uiteindelijk gered door Ivanhoe.

Dat is in een notendop het verhaal. Ik verwachtte een hoofdrol voor de titelheld, maar dat viel wat tegen. Hij deed zijn best op het toernooi, raakte vervolgens gewond en ligt tijdens de belegering van het kasteel op zijn bed. Hij is lange tijd niet te zien. Als hij uiteindelijk heldhaftig in het strijdperk treedt om Rebecca van de dood te redden verslaat hij zijn tegenstander, maar meer door geluk dan wijsheid. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Rebecca en haar vader Isaac worden mooi neergezet. Scott laat onverbloemd zien hoe men dacht over Joden en het Jodendom, het antisemitisme spat van de bladzijden af. De vader van Ivanhoe, Cedric, krijgt ook karakter. Hij verstoot eerst zijn zoon, staat pal achter zijn Saksische gedachtegoed en is uiteindelijk niet te beroerd om zich (weliswaar op uitdrukkelijk koninklijke wens) zich te verzoenen met zijn zoon.

De mooiste karakters zijn de eenvoudigste, Gurth de zwijnhoeder en Wamba de nar. Altijd trouw en vindingrijk en opvallend genoeg verricht Wamba zo’n beetje de meest ridderlijke daad van het verhaal als hij zichzelf opgeeft voor zijn meester Cedric. Deze is gevangen genomen en Wamba weet bij hem te komen en neemt zijn plaats in als gijzelaar:

“You are called wise men, sirs,” sais the Jester, “and I a crazed fool; but, uncle Cedric, and cousin Athelstane, the fool shall decide this controversy for ye, and save ye the trouble of straining courtesies any farther…I came to save my master, and if he will not consent – basta – I can but go away home again. Kind service cannot be chucked from hand to hand like a shuttlecock or stool-ball. I’ll hang for no man but my own born master”.

Dit geeft wat diepte aan zo’n figuur, meer dan als Ivanhoe Rebecca te hulp schiet. Dat is tenslotte zijn job. In de inleiding wordt verder “gewaarschuwd” voor de overdaad aan details, als zou de schrijver de kleding of festiviteiten beschrijven met een afvinklijstje naast zijn manuscript. Het is waar dat Scott heel veel bronnen heeft geraadpleegd en dat er een enorm notenapparaat mogelijk zou zijn. Dat valt in dit boek nogal mee. Ik heb ook niet zo’n last van uitgebreide beschrijvingen, ze voegen voor mij wel wat toe. Het geeft mij een beter beeld van de tijd.

Resumé: Ivanhoe is vrij kleurloos en onzichtbaar, de randfiguren zijn interessanter dan de titelheld. Het verhaal is vrij voorspelbaar maar het decor is uitvoerig beschreven en vind ik wel weer mooi. Ik zal me niet direct als een Don Quichot storten op de rest van de ridderliteratuur. De molens op Kinderdijk kunnen gerust zijn.