archiveren

Maandelijks archief: november 2017

be84eb29790c569592b56375251444341587343
Lambert Giebels heeft een uitgebreide biografie geschreven over de eerste president van Indonesië. Soekarno Nederlandsch onderdaan is het eerste deel en beschrijft de periode van 1901 tot 1950. Bijna 500 pagina’s dik en deel twee, dat de jaren 1950 tot 1970 beschrijft is nog net wat dikker. Het is dan ook niet alleen een biografie van Soekarno, het is ook de biografie van Indonesië zelf. Nu heb ik een beetje in dat land rondgereisd dus ik las dit boek met belangstelling.

Soekarno was een intelligente leerling die zich al snel voor politiek begon te interesseren. Hij werd gevormd door de eerste nationalistische partij, de Sarekat Islam, wiens voorzitter nog even zijn schoonvader werd. Hij schopte het tot ingenieur, maar zou al zijn tijd besteden aan politiek. Zijn doel was een onafhankelijk Indonesië en hij voorspelde al een grote oorlog in de Pacific, die voor Indonesië van belang zou kunnen zijn. Hij kon aardig voorspellen….

Hij kon ook aardig praten. Hij was een charismatische man die wel steeds driestere uitspraken deed, waardoor hij uiteindelijk gevangen gezet werd door het Nederlands gezag. Het valt ook te begrijpen waar zijn aversie tegen die Hollanders vandaan kwam. Uitspraken van Gouverneur-generaal De Jonge, een stereotype kolonialist, hielpen niet echt;

‘My predecessor made too many promises. I always preface my remarks to the nationalists with one sentence: “We the Dutch have been here for three hundred years; we shall remain here for another three hundred years. After that we can talk.”‘

In de gevangenis zien we ineens een andere kant van Soekarno. Hij schrijft maar liefst vier smeekbrieven om onder zijn straf uit te komen. Uiteindelijk wordt hij verbannen naar het eiland Flores. Daar schrijft hij de Pantja Sila, de vijf zuilen die tot op heden de staatsfilosofie van Indonesië vormen.

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Nederland heeft ineens een stuk minder te vertellen en Soekarno zoekt de samenwerking met de bezettingsmacht, met de Japanners. Daar komen ook de termen vandaan waardoor hij niet in een best daglicht staat bij ons. Collaborateur, de Indonesische Mussert enzovoort. Dat heeft twee kanten natuurlijk. Hij zocht de meest pragmatische weg naar onafhankelijkheid. Nederland ging hem die niet geven. Aan de andere kant zorgde hij voor tienduizenden arbeiders voor de Japanners, waarvan hij wist dat het gros niet zou terugkomen. Dat nam hij op de koop toe.

Ondertussen was Soekarno al aan zijn derde huwelijk toe, met de veel jongere Fatmawati. Giebels weet hierover zelfs een cliffhanger te schrijven;

Fatmawati had een vooruitziende blik. Maar als Soekarno de moeder van vier van zijn kinderen later inruilt voor de ervaren courtisane Hartini, zal hij ontdekken dat het dorpsmeisje uit Benkoelen zich heeft ontwikkeld tot een sterke persoonlijkheid, die het hem danig lastig zou maken, tot en met zijn politieke val toe.

Kijk, zo krijg ik zin om verder te lezen. Er volgt dan ook genoeg. De onafhankelijkheidsverklaring en het anarchisme van de Bersiap-periode. Dat laatste hield in het paraat staan ten opzichte van iedereen die “Merdeka” of vrijheid in de weg zou staan. Er volgden pogroms op de Chinese inwoners die er van verdacht werden met de Nederlanders te heulen. De Nederlanders voerden hun politionele acties uit en arresteerden Soekarno weer. Deze werd vernederd wat zijn haat alleen maar meer voedde. Hij kreeg uiteindelijk huisarrest bij het Tobameer op Sumatra, een oord waar hij overigens veel bewegingsvrijheid had en op zijn wenken bediend werd. Uiteindelijk werd hij na een wapenstilstand vrijgelaten en zou hij in 1945 de eerste president van Indonesië worden.

Een dik boek maar het is vlot geschreven, ik heb het achter elkaar uit gelezen. Het duizelt je af en toe wel van de partijen en organisaties die worden opgericht en weer ten onder gaan, maar daar kan je vrij makkelijk overheen lezen. Ik ga niet te lang wachten met deel twee.

9400403100.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Sapiens, Een kleine geschiedenis van de mensheid door Yuval Noah Harari kwam ik tegen op het blog van Jacqueline en verder in iedere boekwinkel waar ik binnen liep. Door de lovende bespreking werd ik nieuwsgierig en ook ik ben enthousiast.

Je moet het maar aandurven om die geschiedenis in een kleine 450 pagina’s weer te geven. Hij doet dat aan de hand van drie grote revoluties. De cognitieve revolutie die 70.000 jaar terug begon, de agrarische revolutie van zo’n 12.000 jaar terug en de wetenschappelijke revolutie die pas 500 jaar terug op gang kwam. Het boek vertelt wat voor impact die revoluties op de mens en haar mede-organismen hadden.

Maar het boek begint bij het begin en drukt ons meteen met de neus op de feiten:

Homo sapiens zag zichzelf lange tijd liever los van het dierenrijk…Maar zo zit het gewoon niet. Of we het nu leuk vinden of niet, wij zijn leden van een grote, opvallend lawaaiige familie, namelijk die der grote mensapen…De chimpansees staan het dichtst bij ons. Nog maar zes miljoen jaar geleden kreeg een vrouwelijke mensaap twee dochters. Eentje werd de voorouder van alle chimpansees, de andere is onze eigen grootmoeder.

Hoofdstuk voor hoofdstuk wordt uit de doeken gedaan hoe we gekomen zijn tot waar we nu staan. Opvallend is dat we vooral heel veel niet weten. Zo weten we niet goed of de homo sapiens de neanderthalers heeft vervangen, of dat ze naast elkaar hebben geleefd. Er zijn verschillende theorieën over. Nieuwe manieren van denken en communiceren kenmerkten de cognitieve revolutie. Harari legt uit waarom de sapiens-taal zo speciaal was, dat hij ons in staat stelde de wereld te veroveren.

Waar wij zo’n 2,5 miljoen jaar lang planten verzamelden en jaagden op dieren, veranderde dit zo’n 10.000 jaar terug met de overgang naar landbouw. Wij gingen dieren domesticeren en Harari laat haarscherp zien dat zij de grootste slachtoffers van deze revolutie zijn.

De auteur maakt talloze uitstapjes naar andere onderwerpen, zoals het geloof, normen en waarden en samenwerkingsverbanden. Ook hier zitten mooie eye-openers tussen. De zinsnede uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring bijvoorbeeld, dat alle mensen gelijk zijn geschapen en door hun Schepper begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten, wordt biologisch even geduid:

Volgens de wetenschappelijke discipline die we biologie noemen zijn mensen niet ‘geschapen’. Ze zijn geëvolueerd. En ze zijn absoluut niet geëvolueerd als ‘gelijken’…Evolutie is gebaseerd op verschillen, niet op gelijkheid…Volgens de biologie zijn mensen niet alleen niet geschapen, maar er is ook geen ‘Schepper’ die hen met wat dan ook ‘begiftigd’. Er is alleen een blind evolutionair proces zonder enig doel dat leidt tot de geboorte van individuen.

Ook het Franse “vrijheid, gelijkheid en broederschap” kent zo’n contradictie. Gelijkheid impliceert immers het inperken van vrijheden van personen, anders krijgen we de rijken nooit gelijk aan de armen. Verfrissend om te lezen.

Harari stelt zichzelf voortdurend vragen. Hij doet steeds een stap terug om het grote geheel te overzien. Waar was die Franse revolutie nu goed voor? Opgewekte Fransen waren na die revolutie nog net zo opgewekt en depressieve Fransen nog net zo depressief (“Biologen zouden de Bastille nooit bestormd hebben”).

Dan de wetenschappelijke revolutie. In een paar honderd jaar hebben we zo’n vooruitgang geboekt dat zelfs ‘de dood’ wordt aangemerkt als een technisch probleem. Nog even en we kunnen eeuwig leven, dodelijke ongelukken daargelaten. De economische vooruitgang wordt beschreven en het belang van geld. Het wordt ineens heel duidelijk hoe makkelijk een bank kan omvallen.

Toch is Harari niet onverdeeld positief over onze prestaties;

Tot slot kunnen we onszelf alleen feliciteren met de ongekende successen van moderne sapiens als we het lot van alle andere diersoorten volkomen buiten beschouwing laten. De hooggewaardeerde materiële rijkdom die ons behoedt voor ziekte en honger is grotendeels vergaard over de ruggen van laboratoriumaapjes, melkkoeien en lopendebandkippen…Als we ook maar een tiende geloven van wat dierenrechtenactivisten beweren, dan zou de moderne industriële landbouw weleens de grootste misdaad uit de geschiedenis kunnen zijn.

Hij is niet bang stelling te nemen want het is zelfs zijn eindconclusie; dat het sapiensregime op aarde weinig heeft voortgebracht om trots op te zijn. Wellicht dat hij wat lichtpunten geeft in de opvolger van dit boek, Homo Deus, Een kleine geschiedenis van de toekomst.

Vertaling; Inge Pieters

9023454588.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Toen was hij er ineens; de vuistdikke biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, door Onno Blom. Ik wist dat hij er aan zat te komen, dat Blom er 10 jaar aan had gewerkt en ik keek er wel naar uit. Waarom? Ik heb maar één boek van Wolkers gelezen en twee films gezien die op zijn boeken zijn gebaseerd. Maar ik was bekend met zijn kunstwerken en ik heb het altijd een markant figuur gevonden, hij was vaak in de media te vinden. Daarom wilde ik die kleine 1000 pagina’s graag lezen.

Toch had het boek bijna niet nu verschenen, er was nogal wat om te doen. Blom zou op de biografie promoveren, maar het manuscript werd in eerste instantie afgewezen door de promotiecommissie. Blom zou te dicht bij zijn hoofdpersoon zijn gebleven en te weinig de tijdsgeest hebben beschreven waarin Wolkers acteerde. Dat is een opvatting, maar de manier van schrijven van Blom is dat ook, dus werd de commissie ontbonden en werd er een nieuwe aangesteld, die wel akkoord ging (overigens geheel volgens de regels). Voilà, het boek kon toch uitgebracht worden, tien jaar na het overlijden van Wolkers.

Blom had de opdracht van Wolkers zelfs gekregen en had de beschikking over zijn uitgebreide archief. Wolkers bewaarde werkelijk alles. Uit het boek wordt duidelijk dat iedere ontmoeting, gebeurtenis of gesprek input vormde voor zijn kunst. Een beeld, boek, artikel, toneelstuk, gedicht, schilderij, hij was van veel markten thuis. Wolkers ging zelfs zover dat hij ongezien een bandrecorder liet meelopen bij gesprekken met zijn ouders, geliefden en zelfs op begrafenissen, om zo puur mogelijke reacties te verkrijgen.

Hieruit volgt ook dat veel van zijn werk een sterk autobiografisch karakter heeft. Zijn leitmotieven zijn ook helder; een liefde voor de natuur, een afkeer van het geloof, fascinatie voor de dood en een ongebreidelde seksuele drift. Bij dat laatste nam hij in zijn boeken geen blad voor de mond, hij noemde alles bij naam, precies zoals we dat in het echt ook doen, zo was zijn redenatie. Hij gooide ‘en passant’ de seksuele moraal er wel even mee om in de tijd dat zijn boeken verschenen.

Zo’n dik boek geeft uiteraard een stortvloed aan informatie. De chronologie wordt keurig gehandhaafd. Er is uitgebreid aandacht voor zijn jeugd en opleiding. Dat geeft een goed beeld van hoe hij tot zijn werken komt. Zijn huwelijken en kinderen spelen ook een grote rol, zeker de dood van zijn dochtertje Eva. Wolkers is niet monogaam en heeft een voorliefde voor jonge vrouwen. Welke relatie hij ook heeft, zij zal andere vrouwen moeten gedogen. Zijn laatste liefde, Karina, kon hier het beste mee omgaan.

Zijn beelden en sculpturen waren alom geliefd en zijn boeken waren dat ook. Bij het publiek dan. Hij was tijdenlang de best verkopende auteur van het land, maar ieder boek kreeg steevast vernietigende kritieken van een vast clubje. Dat was het enige wat een beetje een opsomming werd in dit boek. Het volgende boek, goed verkocht, veel kritiek, verongelijkte Wolkers, volgend boek, goed verkocht enzovoort.

Maar, het leest verder geweldig weg, ik heb mij geen moment verveeld. Wolkers komt naar voren als een authentiek mens. Apart, maar bevlogen en op vele vlakken autodidact. Het moest wel allemaal volgens zijn spelregels. Zo was zijn ex-vrouw Annemarie Nauta verbolgen over het feit dat Olga uit Turks Fruit op haar gebaseerd was. Wolkers had hier zijn eigen verhaal bij;

‘Ik heb natuurlijk autobiografische elementen gebruikt, maar Turks Fruit is een roman, geen autobiografie. Ik heb veel vrouwen gekend en een aantal vrouwenfiguren in elkaar geschoven, gecombineerd tot Olga. Eén echte complete Olga heeft nooit bestaan’. 

Maar tegen regisseur Paul Verhoeven had hij een ander verhaal opgehangen:

‘We waren geschokt’ zegt Verhoeven. ‘Of een deel van de bodem onder ons vandaan was getrokken. Wij dachten allemaal écht dat Olga dood was. En nu bleek ze te leven…En Wolkers had ons toch maar mooi al die tijd de leugen laten verkondigen dat Olga dood was. Daar hebben we echt van moeten bijkomen.’

Het boek staat vol met dergelijke verhalen en je volgt zijn ontwikkeling van tomeloze kunstenaar tot de broze oude man die hij uiteindelijk werd. Broos, maar vol liefde voor zijn tweeling en zijn vrouw. Broos, maar blijvend scherp, zoals toen hij last had van wondroos; ‘Jan Peter Balkenende had dat ook’, zei Wolkers, ‘maar die had het verdiend.’

Wolkers, een grote robuuste vent met aparte trekjes maar een oorspronkelijk mens, die een dergelijke biografie wat mij betreft verdient. Ik mis hier geen tijdsgeestbeschrijvingen. Een gevoelsmens ook en laat ik daarmee afsluiten, als hij beseft dat hij verhuist, weg van het huis waar zijn dochter Eva is overleden;

Van alle plekken in huis waaraan hij herinneringen had, maakte er één hem nog altijd radeloos en misselijk van verdriet. Het was de plek op de muur waar de handjes van Eva hadden gestaan. ‘Godverdomme ja, tiny little finger-prints,’ schreef hij in Een roos van vlees. ‘Het was chocoladepasta. Ze had allebei haar handjes tegen de muur gedrukt. Misschien heb ik haar er wel een standje voor gegeven. Ik probeerde ze weg te wassen nadat ze was doodgegaan. Het ging niet.’