archiveren

Geheugenverlies

111c541974589f1593030395377444341587343
Ik had Hersenschimmen van J. Bernlef al eens gelezen, maar nog niet zijn pendant Eclips. Hoe zat dat ook al weer dan? Hersenschimmen gaat over Maarten Klein, die kampt met een snel toenemend geheugenverlies. Dat wordt knap verteld door Bernlef en hier vertelt hij zijn verhaal in omgekeerde richting.

Kees Zomer zit in de auto als de eclips plotseling toeslaat. Daarmee opent het verhaal ook;

Ik moet naar rechts, van de weg af. Omdat de linkerkant van de wereld verdwenen is, plotseling weg. Daarom moet ik wel naar rechts, de kaarsrechte vaart in. De achterbumper slaat met een harde klap op de wallekant. Dan begint het zinken.

Hij zinkt, het kanaal en zijn geheugen in. Hij weet zich te redden, komt weer op de wal maar is alles aan de linkerkant kwijt. Hij ontmoet een aantal mensen zoals de zwerfster Toos, die hem al snel in de steek laat. Hij kan zich moeilijk bewegen en komt slecht uit zijn woorden. De muziek uit een transistorradio helpt hem langzaam wat woorden terug te vinden;

Ik draai aan de zenderknop tot ik de muziek hoor…’Kom op, dansen Kees!’ Maar dat durf ik niet, bang in een draaikolk terecht te komen waarin ik ook het restant van mijn lichaam zou kunnen kwijtraken…’Geëxcuseer,’ zeg ik. ‘Ik leef daarvoor nog te gering. Het was niet mijn bedoeling je affront te maken.’

Kees verblijft bij de inbrekers Cor en Karel die zich bruut van hem ontdoen. Daarna wordt hij gevonden door IJe, een oudere man die zich over hem ontfermt. Kees is nog steeds verward, maar hij merkt dat langzaam zich enige verbindingen weer beginnen te herstellen. Toch hapert het nog;

…al die losse flarden vormen niet langer een verhaal. Ze zwerven als losse scherven door mijn hoofd, willen zich niet samenvoegen tot wat je het verloop van een dag zou kunnen noemen. 
Ja, ik herinner mij. Het is beter dan het is geweest, toen het begon met helemaal niets, maar het is niet genoeg. Want als er geen onderlinge verbanden meer bestaan, geen volgorde, zijn je herinneringen waardeloos.

Als hij bij een boekhandelaar binnenstapt, nog steeds redelijk verward, begint het toch steeds meer te dagen. Hij was al als vermist opgegeven en hoe het afloopt, lees dat vooral zelf. Als pendant van Hersenschimmen is het boek de moeite waard om te lezen.

ab96767a73edd27593148345177444341587343

Ik weet niet of ik Hersenschimmen van J. Bernlef nu een mooi boek moet noemen, een treurig boek of (lekker veilig) een knap geschreven boek. Het is het allemaal. Het is één van die boeken waarvan ik de titel kende maar die ik natuurlijk nooit gelezen had. De laatste tijd ben ik wat meer van dat soort boeken gaan lezen en dat bevalt prima. Vooruit, ik was onder de indruk van dit boek.

Maarten Klein is gepensioneerd en woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de kust boven Boston. Zijn kinderen Kitty en Fred zijn al even de deur uit en wonen in Nederland. Zoals zo vaak staat hij voor het raam, te wachten op de schoolgaande jeugd die verderop in de bus stapt. Hij verwondert zich erover dat ze zo laat zijn. Het is zondag, dat was hij vergeten. Vanaf dit moment ontvouwt zich een verhaal, verteld vanuit Maarten, waarin hij te kampen heeft met een snel toenemend geheugenverlies. In het begin zit hem dat in kleine dingen, zoals wanneer hij thee drinkt met Vera:

Ik drink de thee. Opeens raak ik geïrriteerd. Ik sta op. ‘Ik moet even naar het toilet.’ Dat zei ik altijd op mijn werk. Thuis zeg ik altijd gewoon ‘naar de wc’. Het nuanceverschil valt haar natuurlijk direct op.

Maarten merkt dat hij zich meer en meer in situaties bevindt die hij niet onder controle heeft. Er komen herinneringen van vroeger boven, aan zijn vader, aan de oorlog en aan school. Als hij terugdenkt hoe hij van de juf eens een potlodendoos moest pakken uit de kast in de gang, merkt hij dat hij thuis ineens op een keukenstoel in het washok staat. Hij komt op verschillende tijden zijn bed uit, het besef van tijd vervliegt.

Het gaat in snel tempo van kwaad tot erger. Maarten vertrekt naar vergaderingen van het bedrijf waar hij al lang niet meer werkt. Breekt deuren open om naar buiten te gaan en vraagt bij herhaling naar lang overleden huisdieren. Vera ziet het aan en haalt een dokter erbij. Samen proberen ze herinneringen op te halen.

Als Vera aan een hulp vertelt wat haar gevoelens zijn bij het gedrag van Maarten wordt dit prachtig beschreven door Bernlef:

‘Ruim veertig jaar ben ik met hem getrouwd. En dan opeens dit. Meestal gaat zoiets langzamer, geleidelijk. Maar bij hem is het opeens begonnen. Ik voel me erdoor overvallen. Het is wreed en onrechtvaardig. Ik kan soms zo woedend en opstandig worden als ik zie hoe hij naar me kijkt als uit een andere wereld. En dan weer ben ik alleen maar droevig en wil ik hem zo graag begrijpen. Of ik praat maar met hem mee en dan schaam ik me later. Ik ben blij dat jij er bent want het wordt me soms echt te veel. Dan kan ik het echt niet meer aanzien. Nu kan ik er tenminste soms even uitlopen.’

Even is het stil. Ik voel de tranen langs mijn oogleden op mijn wangen lopen.

Dat is het schrijnende. Er zijn momenten van helderheid, maar die worden steeds schaarser. Maarten denkt meer en meer in fragmenten en zo wordt het verhaal ook verteld. Uiteindelijk kan hij niet meer thuis blijven en wordt hij meegenomen:

Meubels, piano, een heel interieur, een hele kamer wankelt en kantelt aan mij voorbij. Vera staat bij de deur. ‘Vera!’ Ik wil overeind komen, scheef hangend mijn armen naar haar uitstrekken. ‘Vera!’ Lig vast, geboeid. Ze dragen me de deur door en ik roep haar, ‘Vera!’, maar ik zie haar niet meer…

De hersenschimmen zijn alom tegenwoordig nu. De helderheid verdwijnt meer en meer. Ik begrijp beter wat mensen doormaken die dit moeten meemaken. Bernlef heeft een aangrijpend boek geschreven.