archiveren

Maandelijks archief: april 2012

cbd03743cd58214597741416177444341587343

Tom Lanoye mocht zich voor dit jaar vastbijten in het Boekenweekgeschenk en de novelle Heldere hemel is hiervan het resultaat. Ik vind het de laatste jaren geen straf om het Boekenweekgeschenk te lezen en dit jaar is het niet anders.

De uitkomst van het verhaal is al bekend. Er stort een Russische straaljager op een Belgisch huis en daar komt een jongen bij om. Het gaat dus om het verhaal wat leidt tot dat drama. Dat doet Lanoye knap.

Waarom knap? Dat ga ik niet literairtechnisch onderbouwen, maar Lanoye weet mij te boeien met zijn verhaal. Dat begint al in het eerste hoofdstuk, na de korte proloog. Andrej hangt aan zijn parachute in het luchtruim. Zijn kist hield er mee op, hij volgde de voorschriften maar hij hing koud in de lucht of de motoren sloegen weer aan het het toestel verdween voor zijn onbemande solovlucht. En Andrej hangt. Alleen en in ongenade.

In België wordt een vrouw opgebeld door haar man. Hij heeft haar bedrogen met de ex van hun zoon en hij vertelt haar dat hij bij haar weg gaat. Zij wonen in een haciënda in lintbebouwing in het Belgische platteland. Zij wil er niet wonen, het was zijn droom. Nu is het voorbij. De ex komt haar opzoeken en dat levert een boeiende confrontatie op.

Het huiselijk drama wordt afgewisseld met beelden van de redaktiekamer waar men nieuws ruikt en van de controlekamer van waaruit het vliegtuig nauwlettend gevolgd wordt. De toenmalige spanning van de Koude Oorlog wordt mooi voelbaar gemaakt:

Dat mysterieuze Russische vliegtuig mocht straks in de barre werkelijkheid neerstorten op hun gepantserde en met beton beveiligde hoofden, met God weet welke lading – zij zouden het overleven. Hij en zijn Daisy, de Democraat en de Republikein, plus het kruim van het erzamelde personeel. In tegenstelling tot de rest van het personeel, alsook iedereen in een straal van tientallen kilometers. Dus ook de school in Watermael-Bosvoorde waar de beide kinderen van Daisy op dit moment hun les opdreunden.

De nadruk ligt echter op het echtelijk drama. De echte pineut van het verhaal, de zoon, speelt slechts een marginale rol. Hij komt uiteindelijk thuis om zijn gitaar te halen. Zijn moeder reed net weg in haar auto, maar moet wachten op een tractor. Ze kijkt achterom naar haar huis, waar haar zoon is. Je weet dat het onheil nadert en dat wordt prachtig beschreven. Toch maar even de laatste zin dan, als de zoon nog even zijn electrische gitaar aanslaat. Wil je dit boekje nog lezen, hier stoppen:

Hij slaat het beginakkoord aan en geniet van de hemels vette galm, luider dan ooit.
Hij zal hem missen.
   Deze zolder. 

Ik vind dat mooi.

PS: wie zich nog afvraagt wat [lanwa:] betekent voor op de cover, er staat dus “Lanwa”, met een kleine l, waarvan de rechterhaak met dubbele punt een smiley vormt. Het is een glimlachend verzoek van Lanoye om zijn naam goed uit te spreken.

e042ea8641b8c50592b59345a41444341587343

Toen ik op het blog van Anna van Gelderen las over het boek De Cello Suites van Eric Siblin moest dit boek aangeschaft worden. Onvermijdelijk. Als muziekliefhebber en Bach-liefhebber in het bijzonder wil je hier over lezen.

Het is het verhaal van een popmuziekrecensent die terecht komt bij een uitvoering van de cellosuites van Johann Sebastian Bach. Hij wordt gegrepen door de muziek en begint een zoektocht naar de geschiedenis van de cello suites. Die geschiedenis valt uiteen in drie verhaallijnen. Over het verloren gegane manuscript van de Bach-suites, over Pablo Casals, de beroemde cellist die de suites hun bekendheid gaf en over Siblins fascinatie voor de suites en de kracht die ze vandaag de dag nog bezitten.

Het verhaal is opgebouwd zoals de muziek zelf en bestaat uit zes suites, onderverdeeld in hoofdstukken die overeenkomen met de verschillende delen uit een suite. Leuk gevonden, maar ik heb mij er geen moment mee bezig gehouden. De geschiedenis van Bach, Pablo Casals en de zoektocht van de auteur gaan moeiteloos in elkaar over en het geheel leest vlot weg.

Lees de geschiedenissen vooral zelf. Ik vond zelf de zoektocht van de auteur het meest interessant, zeker omdat ik me ook in de suites heb verdiiept. Daarom vond ik het volgende citaat opvallend:

Intussen geldt de muziek niet meer als te zware kost voor de doorsneeluisteraar.

Daar was ik het niet mee eens. Waar de Bach-cantates, klavierwerken, vioolconcerten en Brandenburgse concerten fluitend en dartelend tot mij kwamen zag ik altijd op tegen de donkere cello suites. Een ander citaat doet recht aan hoe ik toen over het instrument dacht:

De cello…deed me denken aan een zwoegende boer uit een middeleeuws strijkerskoninkrijk, primitief en ruwgebolsterd, bij lange na niet onwikkeld genoeg voor de verfijnde muziek die hij nu speelde.

Voeg daarbij de niet ideale opname die ik in mijn bezit had; ik had een aardige noot te kraken. Maar ik schafte mij de muziek aan, kocht de transparante (en nog steeds favoriete) opname van Jaap ter Linden op Harmonia Mundi en er ging een wereld voor me open. Niets meer, niets minder. Ik koester ze nog steeds.

Daarom is het leuk om het enthousiasme van Siblin te volgen in zijn zoektocht naar de suites. Hij licht toe dat de suites, een ijkpunt voor iedere cellist, wellicht niet eens voor cello zijn geschreven. Misschien voor de luit, misschien voor de violoncello piccolo. Er zijn tegenwoordig versies voor piano, saxofoon, banjo en noem maar op, soms van verbazend goede kwaliteit. De suites nodigen nog steeds uit tot experimenten. De Nederlandse cellist Pieter Wispelwey wil de cellosuites een aantal malen volledig opnemen, als toetssteen voor waar hij staat in zijn ontwikkeling. De suites leven nog steeds.

Er is geen origineel in Bach’s handschrift, we moeten het doen met afschriften. Daarom mogen we dromen dat de originelen misschien ooit nog eens gevonden worden. In wat voor een staat, dat weet niemand. Bach gebruikte een inkt dat het papier aanvreet. Toch is dat ook niet al te erg, zoals Siblin aanmerkt:

Dus als Bachs originele manuscript van de cellosuites nog ergens ligt, is het ook hoogstwaarschijnlijk bezig uit elkaar te vallen en zijn de geheimen die het bevat langzaam aan het verpulveren, zodat cellisten, luitisten, violoncello-piccolospelers en zelfs luisteraars zich gedwongen zullen zien hun eigen weg in de muziek te vinden.

Dat lijkt me nu juist het leukste dat er is.

Vertaling:  Frits van der Waa