Brendel

uitgerekend-ik---a.-brendel[0]

Uitgerekend ik; Gesprekken over muziek met Martin Meyer van Alfred Brendel is een uitstekend boek voor de geïnteresseerde muziekliefhebber. Nu ben ik niet helemaal objectief want ik heb niet voor niets het één en ander van deze Oostenrijkse pianist in de kast staan. Ik was al een liefhebber.

Dat neemt niet weg dat dit interview van zo’n 270 pagina’s zeer de moeite waard is. Brendel spreekt met Martin Meyer, chef cultuur van de Neue Zürcher Zeitung. Meyer is iemand met verstand van muziek, literatuur en kunst in het algemeen en dat is geen overbodige luxe als je tegenover Brendel zit.

Waar kouten de heren zoal over? Om te beginnen over literatuur en lectuur. Brendel is een belezen man en strooit te pas met citaten van de grote Midden-Europese schrijvers. Meyer vraagt hem onder meer hoe zijn wereldbeeld door zijn lectuur werd vormgegeven. Brendel antwoord:

Literatuur was voor mijn ervaring van de wereld altijd zeer belangrijk, en ik vind nog steeds dat men de wereld in wezen beter leert kennen door het lezen van de grote romans dan door het observeren van mensen.

Dat ben ik niet helemaal met hem eens maar de literatuur kan je zeker een eind op weg helpen, dat wel. Het is in ieder geval aardig om via de literatuur bij de muziek uit te komen. Brendel heeft zich gespecialiseerd in een aantal componisten. Haydn, Beethoven, Schubert, Liszt, Schumann en nog zo wat componisten worden belicht. Brendel geeft aan hoe hij de werken benadert en wat voor rol interpretatie speelt. Hij geeft een mooie toelichting bij de Beethovensonate No.12, Opus 26. Martin Meyer maakt eerst een opmerking:

Dat is de Sonate nr 12, met haar later ingevoegde scherzo, de treurmars en de finale, die weliswaar briljant maar ook ietwat vrijblijvend haar neerwaartse beweging volgt.

Ziet u, daar komt die ‘psychologische compositie’ tevoorschijn. Zou het werkelijk Beethovens bedoeling zijn geweest om de luisteraar na zo’n treurmars op een Cramer*-etude te trakteren? Volgens mij moet een vertolker daar tegen zichzelf zeggen: zo dom of zo nonchalant of zo cynisch was Beethoven niet; en daarom moet hij deze finale niet als een etude spelen, maar al een beetje in de zin van Chopins finale van de Sonate in bes-klein, die ook op een treurmars volgt – als een wind die over de grafzerken waait, maar wel een lauwe wind.

* bedoeld wordt een etude van Johann Baptist Cramer (1771-1858) wiens etudes nog steeds door pianisten in opleiding worden gebruikt – Koen

Bovenstaand fragment toont meteen aan hoe druk ik met zo’n boek kan zijn. Ik loop me een breuk naar mijn cd-kast om de voorbeelden te beluisteren, van Beethoven, Chopin en zelfs Cramer. Chopin? Daar deed Brendel bijna niets mee. Na het horen van Alfred Cortot die Chopins etudes speelt besluit hij dat hij dit aan Cortot moet laten (en ik zoek meteen Cortot op die Chopin vertolkt). Dat geldt ook voor de moderne componisten. Hij houdt er zeer van maar laat het aan de jongere garde. Rachmaninov vindt hij verder ‘pure tijdverspilling’ en Tsjaikovski een componist ‘zonder wie ik heel goed kan leven’.

Zulke uitspraken maken het leuk om te lezen. Hij is niet bang stelling te nemen. Kritiek reageert hij niet op, als een ‘pilaarheilige’ staat hij er boven. Gelukkig is Meyer terzake zeer kundig en is hij niet bang Brendel van repliek te dienen of hem tegen te spreken. Dat levert leuk materiaal op, maar is meteen het enige kritiekpunt. Als je muzikaal niet onderlegd bent (ik lees geen noot) dan wordt de discussie af en toe academisch. Ik wil best aannemen dat ‘Beethovens rinforzandis op zowel geaccentueerde noten kunnen slaan als aan het einde van een crescendo kunnen staan’, maar dat gaat mij iets boven de pet. Geïnteresseerden worden keurig verwezen naar Brendels geschreven essays waar hij dieper op deze materie ingaat.

Tenslotte wordt nog ingegaan op de schrijverscarrière van Brendel. Naast zijn essays over muziek schrijft hij poëzie en dat wordt uitgegeven ook. Er komt al met al een portret naar voren van een agnost in balans, die weloverwogen zijn woorden kiest maar ook de humor niet schuwt. Hij zegt zelf:

Hoewel ik geen uitgesproken zonnig mens ben, had ik al met al geluk met mijn constitutie, met de mensen die me dierbaar zijn, met de mogelijkheid zowel te spelen en te schrijven alsook te kijken. Ik ben zelf een betrekkelijk harmonieuze scepticus.

Onderstaand het besproken fragment, de finale van Sonate No.12, de lauwe wind over de grafzerken. Oordeel zelf.

Vertaling: Willem Bruls

Advertenties
10 reacties
  1. Ik heb weinig verstand van klassieke muziek, daarom zou ik dit boek zelf niet aanschaffen, maar zijn uitspraken over literatuur vind ik wel interessant, want ik ben het wél eens met zijn mening over de waarde van literatuur.Enfin mooi onderwerp voor de bloggersbijeenkomst 🙂

  2. Koen de Jager zei:

    Lijkt me ook. Ik vind het knap als je zo met voorbeelden en citaten uit de wereldliteratuur kan strooien, zeker als je een interviewer tegenover je hebt zitten die dan nog weet waar het over gaat ook en doodleuk zijn eigen eruditie er tegenover stelt. Boeiend boek.

  3. Dit is één van de boeken die ik zeker nog lezen wil! Ben zelf ook een Brendelfan 🙂 zal eens kijken of ik een recensie-exemplaar voor E!M los kan peuteren… oh, misschien wil jij ook wel in mijn tijdschrift schrijven, trouwens? x

  4. Koen de Jager zei:

    Ik ben een behulpzaam type dus als er eens een artikel nodig is wil ik daar best naar kijken, zolang je maar voor ogen houdt dat ik een enthousiaste liefhebber ben en zeker geen musicoloog. Mijn enige verdienste op de piano is dat ik haarscherp de zwarte van de witte toetsen kan onderscheiden…

  5. Wat een leuke bespreking! Ik heb zelf ooit 5 jaar lang klassiek gitaarles gehad, ben gek op klassieke muziek, maar ben verder een hopeloze leek – en uitspraken waarin in één en dezelfde zin gesproken wordt van rinforzandis en geaccentueerde noten en crescendo vind ik toch tamelijk intimiderend.Maar ik ben het met Joke eens: zijn uitspraken over de literatuur zijn een mooi onderwerp voor onze bloggersbijeenkomst. Daar kunnen wij wel wat mee.

  6. Koen de Jager zei:

    Tamelijk intimiderend af en toe, maar toch ook zeer de moeite waard, juist omdat hij de kunsten van muziek en literatuur moeiteloos combineert. O ja, hij houdt van kitsch, dat vind ik dan ook wel weer apart. Mooi, klassieke gitaar! Laat er nou toevallig een gitaar in casakoen aanwezig zijn. Het wordt een leuke bijeenkomst 😉

  7. Koen de Jager zei:

    Dank je wel Hidde,ga ik ook zeker doen!groet,Koen

  8. Erik Scheffers zei:

    Hoi Koen, de schrijver Alfred Brendel kende ik nog niet, maar ik ben wel zeer onder de indruk van de pianist Alfred Brendel en dan met name van de complete pianosonates van Beethoven. Erg mooi, Erik

  9. Koen de Jager zei:

    Hey Erik, ik heb zijn Beethoven-sonates ook in huis, is inderdaad schitterend. Ik heb Daniël Barenboim ook hoog zitten in dat repertoire trouwens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: