Kraai

67007292674769d592b32325377444341587343

Jawel, ik had mijn bedenkingen voordat ik aan Kafka op het strand van Haruki Murakami begon. Ik was er niet van overtuigd of magisch realisme in combinatie met de psychoanalytische Oost-Westerse denkwijze van Murakami mijn kopje thee wel was. Welnu, alle schroom kon snel overboord. Er komen potsierlijke zaken voor in dit verhaal, maar op één of andere manier zijn ze logisch en onvermijdelijk.

Zestien kinderen gaan met hun lerares de bergen in en vallen daar in katzwijm, op de lerares na. Ze komen allemaal weer bij, op één na. Hij ontwaakt later en is blanco, weet niets meer, maar wordt één van de hoofdpersonen in dit verhaal. Het is Nakata, een man die praat met katten en daar verder niet teveel achter zoekt:

Nakata knikte en was even stil. Toen zei hij: “Hebt u er in dat geval bezwaar tegen, heer kat, dat Nakata u aanspreekt met heer Otsuka?”.
“Otsuka?”, de kater keek de man verbluft aan. Wat voor ding is dat? Waarom ben ik een Otsuka?”.
“O, alstublieft, het heeft helemaal niets te betekenen. Het kwam zomaar ineens bij Nakata op. Dingen zijn zo slecht te onthouden als ze geen naam hebben, dus heeft hij u gewoon een willekeurige toebedacht.”

De andere hoofdfiguur is Kafka Tamura. Vijftien jaar en weggelopen van huis, op de vlucht voor de uitspraak van zijn vader; “Je zal je vader vermoorden en slapen met je moeder en zuster”.

Kafka en Nakata ontmoeten elkaar niet maar hun levens zijn met elkaar verbonden. Beiden reizen ze naar het westen. Kafka gaat werken in een bibliotheek en wordt bijgestaan door Oshima, de man die vrouw is. Hij wordt voorgesteld aan de directrice van de bibliotheek, mevrouw Saeki. Zij was het die vroeger bekend is geworden met het lied “Kafka op het strand”. Toevallig (of juist niet..), hij heet ook Kafka, zij het dat hij zijn voornaam zelf gekozen heeft.

Nakata weet niet waarom, maar hij moet ook naar het westen en krijgt daarbij hulp van de truckchauffeur Hoshino. Gaandeweg ontvouwt zich een verhaal waarin het lijkt of Kafka Tamura zijn vader al heeft omgebracht. Of was het toch Nakata, die Johnnie Walker moest ombrengen omdat hij alle katten dreigde te doden voor hun kattenzieltjes? Kafka wordt ’s nachts bezocht door de vijftienjarige mevrouw Saeki en wordt verliefd op haar. Of wordt hij toch verliefd op zijn moeder? Waarom regent het bloedzuigers? Waarom staat Colonel Sanders (u weet wel, het gezicht van Kentucky Fried Chicken) te pooieren in een achterbuurt voordat hij Hoshino de weg wijst naar de sluitsteen? De sluitsteen, die voorkomt in één van de coupletten van “Kafka op het strand”? Door dit alles heen wordt Kafka achtervolgd door de jongen die Kraai wordt genoemd en die als een soort geweten Kafka van commentaar voorziet. (Kafka is Tsjechisch voor kraai. Eigenlijk voor kauwtje, maar laten de vertalers dat maar uitvechten)

Het lijkt een duister geheel en dat is het ook. Murakami speelt met tijd, met Oosterse en Westerse symbolen en met de gevoelens van bestaande en niet-bestaande personen. Toch schrijft hij het in een zeer heldere stijl op. Ik heb geen moment het gevoel gehad een onbegrijpelijk verhaal te zitten lezen. De verhaallijnen van de twee hoofdpersonen, hoe verbonden ook met elkaar, blijven duidelijk gescheiden en dat leest prettig. De dialogen, hoe vreemd de situatie ook, zijn levendig. Luister naar Hoshino en Colonel Sanders:

“In elk geval, wat wil je van me?”
“Zin in een lekkere meid?”
“Ooo!” zei de jonge Hoshino, “Nou snap ik het. Jij staat te pooieren, opa. Vandaar dat je dat malle kloffie aanhebt.”
“Nou moet je niet raaskallen, Hoshi-boy. Ik ben geen imitatie, ik ben de échte Colonel Sanders. Ik wil niet dat daar misverstanden over bestaan!”
“O ja? Als jij de echte Colonel Sanders bent, wat sta je dan in een achterbuurt van Takamatsu met meiden te leuren? Als ik zo beroemd was als jij en iedereen betaalde mij voor elk brokkie kip waar m’n naam op staat dan wist ik het wel. Dan lag ik nou naast het zwembad van mijn villa in Amerika te genieten van een onbezorgde oude dag”.
“Er zit een kink in de wereld”.
“Hè?”
“Jij weet dat natuurlijk niet, maar daar hebben we de drie dimensies aan te danken – aan die kink. Dus als je wil dat alles altijd recht is, moet je in de wereld gaan wonen die met een driehoek is aangelegd”.
“Nou, opa, die wartaal die jij uitslaat is niet voor de poes!”

En dat is het leuke. Er gebeuren rare dingen, maar dat vinden de hoofdpersonen zelf ook. Je kan samen met ze op zoek gaan naar de oplossing. Geen boek om te vrezen, maar om achter elkaar uit te lezen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: