Vederbos

383d68b2654ebd6597969375777444341587343

Eindelijk was hij er dan, deel 13 van de Volledige werken van Willem Frederik Hermans. Dit deel bevat beschouwend werk, en wel de bundels Ik draag geen helm met vederbos en Klaas kwam niet. Het heeft ruim een jaar geduurd voordat dit deel verscheen maar het was de moeite van het wachten waard.

Ik draag geen helm met vederbos bevat 34 stukken, eerder verschenen in o.m. Het Parool, Nieuwsnet en NRC Handelsblad. De stukken over de vaderlandse politiek zijn scherp geschreven maar zijn wel een sprong naar het verleden. Wie kent “glimpieper” drs. De Koning nog van de Anti Revolutionaire Partij? De stukken die mij echt interesseren zijn die over de kunstenaars, vaak schrijvers, van voorbije tijden. Zo heeft WFH een duidelijke mening over Lodewijk van Deyssel:

Schrijven over zelf zullen schrijven, over zelf niet geschreven hebben, komt veel minder voor en moet zonder overdrijving gevaarlijk worden genoemd…Er is me maar één voorbeeld bekend van een man die vrijwel niets anders gedaan heeft dan dit: Lodewijk van Deyssel (1864-1952). Lodewijk van Deyssel is een totaal uniek schrijver, omdat hij zich een leven lang gedwongen heeft tot schrijven (en ook niets anders kon dan schrijven) en toch zoveel geschreven heeft over het feit dat hij niet schrijven kon.

Nu ken ik maar één boek van Van Deyssel, Het Ik uit de Heroiesch-Individualistische dagboekbladen, en dat viel me al niet mee. Dit is het boek dat er bij WFH nog het best vanaf komt…

Prachtig zijn de portretten van Bordewijk en van Knut Hamsun. WFH heeft blijkbaar wat met “foute” schrijvers, want naast Hamsun is ook het portret van Céline fraai en in de bundel Klaas kwam niet komt ook de met de Duitsers collaborerende Henri Béraud nog voorbij.

Andere favorieten uit de bundel Ik draag geen helm met vederbos zijn het portret van de fotograaf Atget, waarvan een aantal fraaie foto’s zijn opgenomen en het verhaal over Gerrit Achterberg. Ik heb diens gedichten allemaal gelezen en kan mij bij WFH aansluiten; soms prachtig, soms volslagen onbegrijpelijk maar blijvend interessant.

Tot slot van deze bundel heb ik genoten van de bijdrage over de gevallen vrouwen. Cléo de Mérode, Liane de Pougy, Caroline Otéro; het zijn illustere namen uit de Belle Epoque die WFH uit de vergetelheid trekt. De dagboeken van Liane de Pougy (volgens WFH de mooiste vrouw van haar tijd; daar slaat hij de plank mis, dat is natuurlijk Cléo de Mérode) heb ik inmiddels in bestelling staan.

liane_de_pougy_pss-ghika[1]

 Liane de Pougy 

1572772723_76aea5e9dd[1]

Cléo de Mérode

De bundel Klaas kwam niet bevat ook een scala aan intrigerende portretten. Een kleine greep: de schilder Fernand Khnopff, de ondergewaardeerde Vondel-vertaler Jean Stals, Friedrich Nietzsche (bedeeld met 6 hoofdstukken), H.P. Lovecraft met zijn gruwelverhalen en Henri Béraud; verrader, maar schreef een grootse roman over dik zijn, genaamd Le Martyre de l’obèse.

Verder staan er prachtige stukken in over boekvertalingen, de moeilijkheden en (on)mogelijkheden hierbij. Waarom zijn Nederlandse schrijvers niet beroemd in het buitenland? WFH schrijft:

Wanneer er beweerd wordt dat een Nederlands boek buiten de grenzen van het vaderland in de winkels ligt, is dit veelal overdreven. Het betekent in de regel niet veel anders dan dat de Stichting ter Bevordering van de Vertaling van Nederlands Letterkundig Werk Bonae Litterae Neerlandicae Patriae et Orbi een kolossale som betaald heeft aan iemand die slecht Nederlands kent om een Nederlands boek te vertalen in zijn eigen moedertaal die hij ook slecht kent. En dat het aldus ontstane onleesbare produkt in het buitenland is uitgegeven door een uitgever die het ook geen lor kan schelen.

Scherpe stukken, vaak onderbouwd met een enorm arsenaal aan feiten. Exemplarisch is het hoofdstuk waarin de Privé-domeinuitgave Nr. 71 Friedrich Nietzsche; Uit mijn leven volledig gefileerd wordt. WFH toont feilloos aan dat er talloze fouten inzitten, met als toppunt dat “herder” doodleuk vertaald wordt als “hert”. Ik ga naarstig op zoek naar dit deel…

Het laatste dat ik er wil uitlichten is het verhaal over de schilderes Marie Bashkirtseff. Zij gaf al vroeg blijk van een grote intelligentie. Zij las veel, danste, was mooi en tekende en schilderde niet onverdienstelijk. Zij hield echter ook een dagboek bij en wel omdat ze niet wilde sterven “zonder een spoor te hebben nagelaten”. Zij moet wat voorvoeld hebben; ze stierf op 24-jarige leeftijd aan tuberculose. Op het kerkhof van Passy te Parijs is zij begraven in een enorme Byzantijnse kapel. Een keuze uit haar dagboeken zijn ook verschenen bij Prive-domein, nummer 215. Ik hoop dat deze correct zijn vertaald.

Weer een lange recensie, maar dat komt door mijn enthousiasme voor deze bundels. Ik lees wel commentaren dat mensen het gevit en gedram uit Parijs (zijn toenmalige woonplaats) wel eens zat zijn. Ik heb daar nog helemaal geen last van. WFH kent zijn klassiekers en ik denk dat menigeen diep zal moeten spitten om zijn polemieken te weerleggen. Als ze dat kunnen, hebben we weer een interessant boek erbij denk ik dan maar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: