archiveren

Tagarchief: Zuid-Afrika

f81497eca8306f3593549315867444341587343

Het zingende gras van Doris Lessing is geen dik boek, ruim 200 pagina’s, maar ik heb veel aantekeningen gemaakt voor het aanhalen van citaten.Om de paar pagina’s vond ik wel een passage die de moeite waard was.

 

Zegt dat iets over hoe ik het boek vond? Ja en nee. Het is een prachtig verhaal, maar af en toe bekroop mij ook een naargeestig gevoel. Ik had zin om eens wat hoofdpersonen een ferme trap onder het achterste te geven.
 

Hoe komt dat zo? Het is het verhaal van Mary Turner om te beginnen. Ze wordt aan het begin van het verhaal gevonden. Vermoord, aangetroffen op de voorwarande van haar huis op het Zuid-Afrikaanse platteland. Mozes, de zwarte huisbediende wordt gearresteerd.

 

Het verhaal is de voorbode tot die moord en start met de jeugd van Mary. Ze is de dochter van een altijd dronken stationschef en een verbitterde moeder. Dat leven weet ze te ontvluchten door naar de stad te trekken. Ze krijgt een degelijke baan en bouwt een vriendinnenclub op. Trouwen doet ze niet. Als ze merkt dat haar vriendinnen hierover achter haar rug om verhalen over vertellen is ze teleurgesteld en stort ze zich bijna hals-over-kop in een huwelijk met Dick Turner.

 

Dick is een boer die keihard werkt om een stukje land rendabel te maken. Mary zegt haar baan op en vertrekt met hem naar zijn eenvoudige huis om daar het geluk te zoeken. Het valt haar niet mee. Feitelijk wordt ze teruggeworpen op het eenvoudig bestaan van haar ouders. Ze moet leren omgaan met de zwarte huisbedienden. Ze leert de bediendentaal ‘keukenkaffers’ maar snapt het spel niet. De ene na de andere bediende vertrekt. Dick ziet het met lede ogen aan.

 

Het is een gecompliceerde relatie tussen die twee. Mary is verveeld, kaffert de inboorlingen uit, verspilt water. Dick wordt hier kwaad over bindt weer in en betuigt spijt, wat Mary weer voldoening schenkt. Dat alles onder de genadeloze zon die zowat door het boek heen brandt:

 

Langzamerhand werd de hitte een obsessie voor haar. De hittegolven, die van het ijzeren dak op haar neersloegen, matten haar genadeloos af – ondermijnden haar weerstand. Zelfs de honden, die het niet zo gauw te kwaad kregen, lagen bewegingloos op de warande…toen zij zich er van overtuigd had, dat de inboorling niet thuis was, kleedde zij zich uit en goot het water over zich uit…De neerstortende druppels vielen op de poreuze stenen en verdampten met een sissend geluid.

 

Ook het gestel van Dick wordt ondermijnd. Hij loopt malaria op en heeft af en toe zware koorts. Mary moet noodgedwongen het land op om de inboorlingen aan het werk te houden. Ze neemt de sjambok mee een gebruikt hem zelfs een keer. Zij verwondt een sterke werker die het voorval niet zal vergeten.

 

De zaken gaan slecht. Dick doet niet aan verantwoord beleid maar stort zich van het ene probeersel in het andere. Mary ziet dat, confronteert hem er mee maar Dick is koppig. Mary ziet een welvarende toekomst in rook opgaan. Ze loopt zelfs weg maar wordt door Dick teruggehaald. Niemand wil haar overigens nog hebben in de stad.

 

De relatie blijft moeizaam. Het stel bemoeit zich ook niet met hun omgeving dus populair zijn ze niet. De ruzies blijven en Mary blijft moeite hebben met de bedienden. Op een dag haalt Dick maar een landsman naar huis die moet bedienen. Niemand anders wil nog. U raadt het, het is de man die door Mary met de zweep is bewerkt. Het is echter een harde en correcte werker. Hoewel Mary niets van hem moet hebben en hem steeds schoffeert, laat hij zich niet van de wijs brengen. Ze merkt dat er wat verandert als ze hem ziet als hij zichzelf wast:

 

De herinnering aan die zwarte, dikke nek met al dat witte schuim, de machtige zwarte rug, die zich over de emmer boog, prikkelde haar en wond haar op. Zij wilde niet overwegen, dat haar woede, haar hysterie in iets wortelden wat zij zelf niet begreep. Neen, zij besefte alleen, dat het formele patroon van de verhouding tussen blank en zwart, tussen mevrouw en bediende, hier verbroken en doorkruist werd door een persoonlijke relatie.

 

Uiteindelijk houden Dick en Mary het niet vol. Charlie Slatter, de rijke buurman aast op het land van Dick. Hij stelt voor om het te kopen, en Dick als opzichter aan te stellen. Niet zozeer uit liefdadigheid maar

 

Hij gehoorzaamde de levenswet van de blanken in Zuid-Afrika en deze wet luidt als volgt: Gij zult niet toestaan, dat de levensstandaard der blanken beneden een zeker punt daalt, opdat de neger niet bemerke, dat hij niet minder dan de blanke is.

 

Helaas, de uitkomst van het verhaal is al bekend. Mozes is niets vergeten…

 

Het is een prachtig boek. De armoede en wanhoop van het stel wordt sterk neergezet en het verval van beiden is schrijnend om te zien. Zoals gezegd, je zou ze eens bij de lurven willen pakken om ze op het juiste spoor te zetten. De omgang met de inboorling (ik laat deze weinig vleiende term staan omdat ze consequent zo gebruikt wordt) is tenenkrommend maar tekenend voor die tijd en plaats. Een zondoorstoofde vertelling.

 

Vertaling: Paul van Kampen

 

Zie voor andere besprekingen Boekenwijs en Anna’s Leesreis

9057592142.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_

Ik leerde van de dichtbundel Kleur komt nooit alleen van Antjie Krog door Michael Zeeman. Hij was er enthousiast over en ik deel dat. Het is een overdonderend werk, niets meer dan dat.

Eigenlijk las ik de bundel twee maal. Eerst het gedicht in het Nederlands, daarna hetzelfde gedicht in het Afrikaans. Dat moet, want het voegt iets toe. Het is een zangerige taal met een eigen idioom. Het geeft de woorden een eigen lading mee:

Ze gooien stenen door de ruit
niet huilen Nontuthuzelo, zeg je
een mens sterft maar één keer
kom doe de bonen in de pan

hulle gooi klippe deur die venster
moenie huil nie Nontuthuzelo, sê jy
’n mens sterf net eenmaal
kom sit die boontjies in die pot

Bovenstaande geeft voor mij aan dat alleen een Nederlandse vertaling niet voldoet, dat doet afbreuk aan het werk, maar het is wel erg handig om de strekking goed te begrijpen. Hulde voor de uitgave daarom. Waarom vind ik deze bundel zo mooi?

Het zijn gedichten die onverbloemd weergeven waar het om gaat. Krog is geen mooipraatster, alles komt recht uit het hart, onverbloemd. Ze is betrokken bij haar land en continent. Was als studente al een voorvechtster voor gelijke rechten voor zwart en blank. Volgens Wikipedia stond de pers al bij haar ouders op de deurmat toen ze in de schoolkrant schreef:

Gee vir my ’n land waar swart en wit hand aan hand
vrede en liefde kan bring in my mooi land

In die geest is deze bundel ook geschreven. Soms dondert en davert het zoals in het wrange Klaaglied:

geruisloos draf die dood deur die donker
draf die kappende, dolwende, snuiwende dood
(daar’s gister en môre, maar nóú is ondraaglik)
in die gouddonker hart van Rwanda
– (die skitterswart hart van almal)
kap ’n panga die tande dwars in sy gesig
kloof ’n panga haar vagina tot ravyn
skil ’n panga die kleintjie se kop soos ’n ui
die heuwels word wakker in ’n droesem van bloed
en die onwelvoeglike spektakel van been

Nooit eerder heb ik de gruwelen van Rwanda zo horen verwoorden; het gaat door merg en been. Maar Krog kan ook heel klein schrijven, intiem. Dat is misschien nog wel mooier dan de uithalen van hierboven:

sj-sj
stil maar
soet
slaap sag
slaap heel
en swart gekantel

kindertjie myne

kindertjie natgebore nou

Het gaat over mensen, over liefde, over oorlog en over het land zelf. Geen lofzang op de Afrikaanse verten, wel over het soms angstaanjagende landschap:

’n landskap soos dié maak my bang
reeds tussen Brandkaros en Bloedrif steek dit jou onder de klip

Tot mijn verrassing was ik toch niet helemaal onbekend met het werk van Krog. Toen ik aan het prachtwerk Skryfode (Schrijfode) toekwam las ik een frase die ik kende, al heb ik mijn hersens gepijnigd waarvan. Ik weet het niet, maar het was blijven hangen en zal blijven hangen, omdat het zo verschrikkelijk mooi is:

ek wil weet waar slaap hy vannag?

hier of daar
bogronds of onder
ek wil terug na die plekke waar ek onstwee gemaak het
iets in my het opgegroei om jou te vind
en op daardie moment het pyn klank geword
wat van toe af duur
tot nou toe
moenie weggaan nie
ooit van mij nie

fe969be2ea68e28592f59385877444341587343

Adriaan van Dis en Zuid-Afrika zijn met elkaar verbonden. Zijn recente uitzendingen over zijn reizen in dat land maakten mij nieuwsgierig naar zijn laatste roman Tikkop.

Na jaren keert Mulder terug naar het vissersdorpje waar Donald, inmiddels arts, is blijven wonen. Mulder neemt zijn intrek in een klein huisje, tussen de bevolking. Dat valt hem niet mee, de omgeving is armoedig:

Het pad versmalde en daalde, links en rechts lagen opgehoopte netten, slierten zeewier, landbouwplastic, lege flessen. Alsof de zee zijn vuil tot ver in het dorp had uitgebraakt. De huizen voelden klam. Hij hoorde gestommel achter gesloten luiken, tetterende radio’s, huilende baby’s. Hier en daar moest hij over brakke plassen springen. Het rook naar stront en pis…Hoe langer hij liep, hoe meer hij zag verkrotten…Een vrouw stond verdwaasd voor een open raam, haar baby lag onbeschermd in de zon. Een jongeman waggelde naar buiten, van het donker in het licht, druk in gesprek met zichzelf. Mulder was te ver gegaan, hij keek bij de armoe binnen en zag dingen die hij niet had mogen zien.

Hij is niet gewenst. Jeugd loopt rond met prikstokken, altijd klaar om banden lek te steken. Zijn laptop bewaart hij in de wasmachine, tegen diefstal. Hij probeert wat contact te maken met zijn buren, maar het verloopt stroef.Donald, de arts, woont in en groter huis, samen met zijn Franse echtgenote. Zij heeft het wel gezien, Donald zal moeten kiezen tussen haar en Zuid-Afrika. Donald wil blijven, maar ook hij heeft het moeilijk en wordt niet geaccepteerd. Zijn banden worden lek gestoken, deursloten worden met hars gevuld en stenen vliegen door de ruiten. Samen proberen ze herinneringen terug te halen en reizen ze langs de paden van vroeger, onherkenbaar veranderd. Mulder, de zoekende verbeteraar en Donald, zoon van een grote meneer tijdens de Apartheid.

Ze ontmoeten Charmein en haar zoon Hendrik. Charmein is een hoer en haar zoon een tikkop, verslaafd aan tik, de lokale speed. Ze nemen uiteindelijk Hendrik onder hun hoede en proberen hem te laten afkicken. Dat valt ze niet mee en het leidt tot spanningen tussen Mulder en Donald.

Van Dis heeft een prachtig boek geschreven. Het gaat over het land en zijn geschiedenis, het gaat over de vriendschap tussen twee kameraden die zoeken wat er nog over is van die vriendschap. Het gaat over de huidige, soms uitzichtloze situatie van de vissers met de dwingende quota die ze opgelegd krijgen en het gaat over de liefde voor de taal. Van Dis laat Donald uitleggen:

Kijk, hier is mijn taal ontstaan: een basterttaal, gevoed door slaaf en boer. Geen taal kon de schoonheid en pijn zo raak benoemen. ‘Ik kan niet zonder,’zei Donald ernstig. ‘Daarom het ek teruggekom, na die bron, na die Kaap, waar ek my ore laat wandel.’

Het verhaal over het verblijf in het vissersdorp, de uitstapjes en discussies tussen Mulder en Donald worden afgewisseld met herinneringen uit het verleden. Uiteindelijk is de ontferming over Hendrik, de verslaafde zoon van Charmein, de proeve die veel goed moet maken. Het is geen afgerond verhaal, het is een lange overpeinzing over Zuid-Afrika, opgetekend in een mooie stijl door Van Dis. Zijn foto op de achterkant geeft het voor mij mooi weer.