archiveren

Tagarchief: Geschiedenis

aa79a1a9122eaf7597769515851444341587343
Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen is een familiegeschiedenis van de auteur zelf. Nu moet niet iedere auteur zijn eigen familiehistorie gaan opschrijven, er moet wel wat te vertellen zijn. In dit geval is dat zo. De voorouders van Jansen blijken deel uitgemaakt te hebben van de heropvoedingsexperimenten in het Drentse Veenhuizen. Een oord waar landlopers en bedelaars met militaire orde en tucht in het gareel werden gebracht. 

Hoe komt een voorouder daar terecht? Tobias Braxhoofden kwam er in de 18e eeuw niet als landloper terecht, maar als toezichthouder. Invalide geraakt in de oorlog, moest hij een baan hebben en het verre Drente bood hem die mogelijkheid. De Gestichten herbergden niet alleen landlopers. Ook mensen die niet meer rond konden komen konden er terecht. De oprichter, Johannes van den Bosch, een generaal-majoor, had de kolonie gesticht naar eigen ideeën en idealen. Nobel, wellicht, maar de werkelijkheid zag er toch wat anders uit, getuige dit verslag:

Met pijn in het hart zag hij hoe er werd omgegaan met gezinnen die hun toevlucht tot de kolonie hadden genomen. Om ervoor te zorgen dat de kinderen een zedelijke opvoeding kregen, werden hele families meedogenloos uit elkaar getrokken. De mannen en vrouwen elk aan een kant van het gesticht, op de binnenplaats van elkaar gescheiden door een houten pallisade; de kinderen op de kinderzaal.

Vroeger was niet alles beter. De schrijfster gaat er ook naar toe, om te kijken waar haar voorouders verbleven. De sfeerbeschrijvingen in het boek zijn prachtig en er wordt verteld hoe moeilijk het was om te overleven. Om weg te komen uit de kolonie en hoe lastig het is om ‘buiten’ te overleven. Hoe een gezin toch weer terug moest omdat het niet lukte om zelf rond te komen. Het lukt de dochter van Tobias, Cato Brakshoofden, wel om met zes (!) kinderen naar Amsterdam te verhuizen. Ze moet het alleen doen, haar man is jong gestorven.

Na drieëndertig jaar in het Derde Gesticht was Cato niet veel luxe gewend, maar de overgang van de verstikkende zekerheid van Veenhuizen naar de vrijheid van de stad was wel erg groot.

Het blijkt erg moeilijk. Cato’s dochter, Helena, klopt later aan bij de bedeling. Haar man wordt als landloper weer opgebracht naar Veenhuizen. Helena’s dochter, Roza, is de oma van de schrijfster. Een nette huisvrouw, maar getrouwd met een alcoholist. Zij krijgen in Amsterdam een huis over het IJ, in een tuindorp. Maar ook zij moesten aankloppen bij de onderstand. Toch, hoe moeilijk ook de omstandigheden, keert langzaam aan het tij. Er kan gestudeerd worden en hoe armelijk het onderkomen ook, er wordt altijd een soort van stand opgehouden. Vooral de vrouwen, dat mag gezegd, tonen hier kracht en karakter. Eigenlijk is dit een boek dat gelezen dient te worden. Het was een voor mij onbekende geschiedenis. Tenslotte vind ik het motto van Orhan Pamuk uit Sneeuw mooi gekozen:

‘We zijn niet dom, alleen maar arm. (…)
   Dat is altijd door elkaar gehaald.’ 

7a0626c010d395d593734325867444341587343

Congo een geschiedenis van David van Reybrouck is een monumentaal verhaal van een kleine 600 pagina’s over de roerige geschiedenis van een Centraal-Afrikaans land.

 

De inleiding begint al sterk, waarin de schrijver Papa Nkasi ontmoet, de man die de omslag siert. In een land waarin de gemiddelde levensverwachting 45 jaar is, lijkt het er sterk op dat deze man meer dan 120 jaar oud is. De gesprekken met hem zijn een feest om te lezen.

 

Na wat beelden van Congo door de eeuwen heen begint de beschrijving in het eerste hoofdstuk in het jaar 1870. Sir Morton Stanley maakt een heroïsche doorsteek van oost naar west over de rivier de Congo en wordt later door de Belgische koning Leopold gevraagd om nogmaals een reis te maken in zijn dienst. De koning is ambitieus en is uit op een kolonie. Dit resulteert uiteindelijk in de stichting van de Vrijstaat Congo.


Er worden enorme winsten gemaakt met rubber, maar door wanbeleid wordt de koning gedwongen de Vrijstaat op te geven en gaat het Belgisch parlement de regie overnemen. Belgisch Congo is dan een feit. Van Reybrouck geeft een fascinerend beeld van die jaren, maar maakt het bijna tastbaar door zijn verhaal te larderen met verslagen van zijn bezoeken aan Congo:

 

Na een eind stappen zag ik in het gras een hoogst merkwaardig postmodern kunstwerk liggen…In een roestige stalen boot lag op zijn buik een bronzen mansfiguur van wel vier meter hoog. Het beeld herkende ik meteen: het was het triomfantelijke standbeeld van Stanley dat decennialang vanaf de heuvel van Ngaliema manhaftig over de rivier had uitgekeken…Het brede armgebaar waarmee hij eertijds de Congo omvademde, wees nergens meer naar. De vingers steunden enkel tegen de roestig stoomketel van het bootje.

 

De boten van Stanley liggen er nog. Tastbaarder kan geschiedenis niet zijn. Die geschiedenis omvat ook de exploitatie van Congo. Het land is rijk aan grondstoffen en er worden winsten gemaakt. De bevolking blijft arm. De wereldoorlogen hebben impact omdat grote mogendheden elkaar bestrijden. Mooi detail: de enige stem van een soldaat uit het Belgische leger uit de Eerste Wereldoorlog die bewaard is gebleven is van een Congolees.

 

Vanaf 1955 wordt de roep om onafhankelijkheid sterker. Er komen verkiezingen maar de onafhankelijkheid komt te snel. Belgen ontvluchten massaal het land en Congo blijft vleugellam achter. De president Kasavubu en eerste minister Patrice Lumumba zijn te onervaren. Even daarvoor heeft Van Reybrouck dan al een prachtige cliffhanger geschreven:

 

Dat beeld houden we even vast: Mobutu en Lumumba, samen op de brommer, twee nieuwe vrienden, de journalist en de bierverkoper, de een is 28, de ander 33. Lumumba zit achterop. Ze rijden door de warme lucht en praten luid om het geknetter van de uitlaat te overstemmen. Twee jaar later zal de een de ander mee helpen vermoorden.

 

Mobutu komt via een staatsgreep aan de macht. Hij blijkt een wreed dictator die geen problemen heeft met het ophangen van vier politici. Mobutu wist lang aan de macht te blijven. Hij wijzigde de naam van het land in Zaïre, schafte het meerpartijenstelsel af en eigende zich miljarden toe.

 

Uiteindelijk greep de rebellenleider Laurent-Désiré Kabila met zijn kindsoldaten de macht. Kabila, die in het verleden nog in de leer kon bij Che Guevara, maar door Che werd afgedaan als lui en omgemotiveerd. Kabila werd later vermoord door één van zijn kindsoldaten waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon, Joseph Kabila.

 

Van Reybrouck vertelt een duidelijk verhaal en wat zo aantrekkelijk is zijn de talloze feiten waarmee hij zijn verhaal kleurt. Che Guevara in Afrika, waarom Cubaanse muziek zo populair is en waarom het Belgisch kolonialisme heeft bijgedragen aan de spirituele dimensie van de reggae. Het staat er allemaal in en ik heb menig artiest opgezocht op Youtube.

 

Een mooi moment is als hij zijn vader introduceert die ook in Congo heeft gewerkt. Zijn vader is getuige van de moord op de vrouw van een Belgische mijnwerker, waarvan de beelden later in Time Magazine hebben gestaan, een aangrijpend verhaal.

 

De geschiedenis van Congo wordt doorgetrokken tot het heden. China heeft grote invloed in Congo en sluit grote contracten af met Congo. Er wonen Chinezen in Congo en andersom eveneens. De auteur vliegt mee met een aantal Congolezen naar Guangzhou in China. Zij kopen daar hun waar om het in eigen land met winst te verkopen. Zo eindigt het boek ook, met twee Congolese dames die zelfbewust over het verbrokkelde asfalt van de luchthaven hun land weer binnenstappen, voldaan over de lucratieve reis.

 

Het boek heeft al diverse prijzen in de wacht gesleept, zoals de AKO-literatuurprijs 2010, de Libris Geschiedenisprijs 2010, de Jan Greshoffprijs 2010 en onlangs nog de prijs voor ‘De Mooiste Boekomslag’. Ik kan mij er zeer wel in vinden.

 

Laatste update, vers van de pers: Van Reybrouck is met zijn boek Congo een geschiedenis ook genomineerd voor de M.J. Brusseprijs, een prijs die het beste Nederlandstalige journalistieke boek bekroont. 


mobutu3 

Mobutu Sese Seko (1930-1997)

3d2c71414378c7b5938727a5941444341587343

Wolf Hall van Hilary Mantel is een nogal lijvig werk over een bewogen periode in de Engelse geschiedenis. Het is het verhaal van koning Hendrik VIII, getrouwd met Catharina van Aragon. Zij kan hem geen troonopvolger schenken en hij wil van haar scheiden om te trouwen met Anne Boleyn.

 

Dat stuit op bezwaren van de katholieke kerk en Hendrik wil zich daarom van Rome losmaken. Daar heeft hij hulp bij nodig en hij vindt die in de eigenlijke hoofdpersoon van dit boek, Thomas Cromwell. Deze illustere figuur is van eenvoudige komaf maar weet zich op te werken tot één van de machtigste mannen aan de hofhouding van Hendrik.

 

Cromwell treedt in dienst bij kardinaal Wolsey en als deze in ongenade valt weet hij snel de gunst van Hendrik VIII te verkrijgen. Zijn invloed groeit maar hoe groot zijn macht werkelijk is, is ook voor zijn schoonzus niet duidelijk:

 

‘Ze zeggen dat je van plan bent…dat je de bisschoppen wilt breken en de koning hoofd van de Kerk wilt maken en dat je de inkomsten van de Heilige Vader wilt afpakken en aan Henry geven, dan kan Henry de wet voorschrijven zoals het hem belieft en zijn vrouw aan de kant zetten zoals het hem belieft en met lady Anne trouwen, en dan bepaalt hij wat zondig is en wat niet en wie er mogen trouwen. En prinses Mary, moge God haar bijstaan, wordt een bastaard, en het kind dat die vrouw hem schenkt, komt na Henry op de troon.’

 

Dit vat de inhoud van het boek wel zo’n beetje samen. Mantel werkt veel met dialogen en het is niet altijd duidelijk wie er aan het woord is. Meestal gaat het om Cromwell omdat het boek vanuit zijn perspectief wordt geschreven. Wat fascinerend is dat er zo verschillende kanten van hem aan het licht komen. We zien dat hij door zijn vader werd mishandeld, we maken hem mee als ‘family man’ die treurt over de dood van zijn vrouw, die anderen onder zijn hoede neemt en we zien hem als trouwe dienaar van Wolsey en later van Hendrik VIII. Maar met vriendelijkheid alleen red je het niet aan het hof dus heeft hij ook een andere kant. Als Harry Percy rechten denkt te doen gelden op Anne Boleyn, wordt hij door Cromwell hardhandig uit de droom geholpen:

 

‘Jullie hebben nooit onder een huwelijkseed verkeerd’, zegt hij. ‘Welke onzinnige beloften u ook hebt gedaan, ze betekenen niets voor de wet. Welke afspraak u ook meende te hebben, u had hem niet. En er is nog iets, mijnheer. Als u ooit nog met één woord rept over lady Annes vrijheid’ – een wereld van walging in dat ene woord – ‘dan krijgt u met mij, de Howards en de Boleyns te maken, en George Rochford zal niet zacht met u omspringen, mijnheer van Wiltshire zal u door het slijk halen en wat de hertog van Norfolk betreft, als hij ook maar de geringste insinuatie hoort tegen de eer van zijn nichtje, sleurt hij u uit het hol waarin u bent weggekropen en bijt hij uw kloten eraf.’

 

Exit Harry. Cromwell blijft een ongrijpbaar fenomeen en dat zal hij zelf gecultiveerd hebben. Zelfs zijn tegenstander Thomas More zei over hem,

 

Sluit Cromwell ’s morgens op in de diepste kerker, en als je dan ’s avonds terugkomt, zit hij op dikke kussens leeuwerikentongetjes te eten en zijn alle wachters hem geld schuldig.’

 

Voor iedereen met een beetje interesse voor de geschiedenis van Engeland, of voor eenieder die de serie The Tudors nog vers in het geheugen heeft biedt dit boek een prachtige inkijk in het leven aan het hof van Hendrik VIII. Naast Hendrik VIII en Thomas Cromwell geeft Mantel mooie portretten van de humanist Thomas More en Hendriks tweede vrouw Anne Boleyn.

Vertaling: Ine Willems

c38e236dc598930593356495551444341587343
Ik wist wel dat Geert Mak een begenadigd verteller was. In Europa had ik al gelezen van hem. Maar of het boek Hoe God verdween uit Jorwerd iets voor mij zou zijn, dat viel te bezien. Verhalen van Het Friese platteland, je moet er van houden, ik ben toch een stadsmens.

Alle schroom kan overboord, het is een fantastisch boek. Mak doet in zo’n 330 pagina’s uit de doeken hoe een Fries dorp zich heeft ontwikkeld door de tijd heen en lardeert dat met prachtige beschrijvingen:

In Jorwerd, zelfs in het moderne Jorwerd, bestond nog veel van wat de stad verloren had. Het rook er naar gras, rook, zaagsel, hooi, mest en aarde. De nachten waren er zwart, en de lucht stond nog vol sterren…Een storm was hier een avontuur, zoals je dat in de stad niet meer meemaakte. Een paar dagen na Peets begrafenis begon de wind over de vlakte te razen, de schapen gingen plat, de kont in de wind, en op sommige plaatsen kon je bijna niet meer lopen. Wolken joegen over de hemel als rook uit een fabrieksschoorsteen. Bomen en boerderijen stonden scherp gestoken tegen de donkergrijze lucht. In het dorp ratelden de dakpannen, bomen en lantarenpalen floten, plastic biobakken rolden over de weg. De lucht was vol onrust, en toen de kinderen uit school kwamen rende ze juichend over straat, de jassen halfopen, als bladeren lieten ze zich op de vlagen voortzeilen.

Mak verhaalt over de eerste boeren in het gebied, over de koeien die ze hielden (geel van kleur, de rood- en zwartbonten volgden veel later) en over de leegte en weidsheid van het land. Hij geeft aan dat tot het eind van de 18e eeuw het boerenbestaan erg traditioneel was. Boeren gebruikten in essentie nog dezelfde middelen als aan het begin van de jaartelling; ploeg, mest, irrigatie en de trekkracht van paarden en ossen. Daarna kwam er verandering. Dat had vooral te maken met de bevolkingsgroei. In de 19e eeuw nam het aantal Nederlanders toe van twee miljoen tot tien miljoen. Die moeten gevoed worden en dat had nogal wat gevolgen voor de landbouw. Een tweede verandering was het transport. Spoorwegen en transatlantisch transport werd fors uitgebreid en de Nederlandse runderexport vertwintigvoudigde ineens. Een andere factor van belang was de mechanisatie. Er volgde een keur aan machines waardoor boeren sneller en efficiënter konden werken, van welke de dorsmachine wel één van de belangrijkste was en later de melkmachine. Die bespaarden de boeren tijd én mankracht.

Mak schenkt ook veel aandacht aan de problemen van het boerenbestaan. Hij beschrijft de crisisjaren aan het eind van de 19e eeuw waarin veel boeren naar de stad trekken om niet meer terug te keren. Door alle machines wordt het stiller en stiller op het erf en in de stallen. De vroegere bedrijvigheid van familieleden die meehielpen en de broodnodige arbeiders en melkers verdween voor een stille efficiëntie. Rond de jaren vijftig van de twintigste eeuw was er zelfs sprake van De Grote Neergang. Notarissen begeleiden meer een meer boelgoeden en steeds meer boerenbedrijven verdwijnen. Er is sprake van schaalvergroting en er komen nieuwe standaarden voor wat grote en kleine bedrijven zijn. De koe blijkt onderhevig aan inflatie en boeren worden gedwongen tot grote investeringen, onder meer omdat de melkbussen verdwijnen en er daarom koeltanks voor de melk aangeschaft moeten worden. Kapitaal wordt steeds belangrijker en door alle efficiëntie ontstaat er overproductie; de bekende melkplas en boterberg. De ellende wordt groter en groter. Superheffingen, mestoverschotten en melkquota volgen, evenals een levendige handel in die quota. De mestoverschotten dienen opgeslagen te worden in mestsilo’s, de zoveelste investering.

De titel van het boek slaat op de ontkerkelijking van het platteland. Geloof heeft altijd een belangrijke rol gespeeld op het platteland. Een boer leeft met en in de natuur, maar is vaak overgeleverd aan de grillen ervan. Noodweer, droogte, muizenplagen, de boer moet het allemaal over zich heen laten komen. In de kerk kon steun worden gezocht in barre tijden of konden betere tijden afgesmeekt worden. Met de komst van kunstmest en allerhande bestrijdingsmiddelen kon de natuur voor een deel in toom worden gehouden en daarop volgde een stuk verlies van ontzag voor het hogere. De kerk werd minder bezocht.

Interessant is dat, ondanks de moeilijkheden en de voortschrijdende technieken, de Jorwerter boeren aan het eind van de twintigste eeuw nog steeds verhaalden over hun band met het land, de regen en het vee. Dat zijn gevoelens die niet enkel te verklaren zijn in termen van ‘overleven’ en ‘geld’ maar worden misschien het best verwoord door de uitspraak van de oude Tiennon, een negentiende-eeuwse Franse boer:

Als ik zag hoe mijn weiden weer groen werden; als ik geboeid de groei van mijn granen en mijn aardappels op de voet volgde; als ik zag dat mijn varkens groeiden, mijn schapen rond werden en mijn koeien gezonde kalveren kregen; als ik zag dat mijn vaarzen zich goed ontwikkelden en mooi werden, mijn ossen zich ondanks hun harde werken goed hielden, dat ze schoon waren, goed geknipt, de staart gekamd hadden zodat ik trots op ze kon zijn als ik met de andere pachters karrevrachten naar het kasteel bracht, dat de dieren die ik wilde verkopen goed in het vlees zaten: dan was ik gelukkig.

Je zou je zowat om laten scholen tot boer en spoorslags naar Jorwert vertrekken. Maar…het dorpse leven heeft zijn voors en tegens. Er is een grote mate van saamhorigheid, maar de sociale controle is moordend. Iedereen weet alles van elkaar, privacy is lastig, anonimiteit ontbreekt. Het scheelt ook of je Jorwerter bent of zogenaamde import. Je kan er jarenlang wonen, je bent nooit ‘van hier’. Ook dit wordt door Mak beschreven. De excentriekeling die rust zoekt, de yuppen met hun tweede huis en de goedwillenden die lid worden van iedere vereniging en die hard vechten voor hun plaatsje in de Jorwerter gemeenschap.

Het boek maakt duidelijk dat de tijd niet stil staat en dat ook een dorp als Jorwert hier in mee moet. Supermarkten verschijnen in naburige steden, openbaar vervoer verbetert en winkels verdwijnen. De moordende regelgeving maakt het steeds moeilijker voor boeren om het hoofd boven water te houden. Opvolging voor het bedrijf is er vaak wel, maar overname is geen vanzelfsprekendheid meer. Bedrijven die honderden jaren en door hele generaties in stand werden gehouden eindigen in het hier en nu. Toch houden velen vast aan hun tradties, zoals Lamkje die het met haar slagerij ook niet vol kon houden:

Het was datzelfde gevoel van eigenwaarde dat Lamkje dreef om haar lege slagerij nog altijd even netjes bij te houden als vroeger; de toonbank keurig schoon, daarop de rode weegschaal, daarachter de grote snijmachine en de gehaktmolen. Ze waren blijven staan, rood en statig in de wit betegelde ruimte, als een tribuut aan de overleden slager, een verzet tegen de tijd.

Wat mooi naar voren komt in dit boek is de dualiteit van het boerenbestaan en het leven in een dorp als Jorwert. Volop in de natuur, tussen gewas en levende have, eigen baas in eigen tijd, maar tegelijkertijd keihard werken op het land en tegen Europese regelgeving. Er is de rust en geborgenheid van het dorp, bij moeilijkheden worden er moeiteloos sociale vangnetten gespannen om elkaar te helpen maar tegelijkertijd is er de druk van de omgeving en zijn sociale controle. Mak heeft een mooie balans gevonden tussen persoonlijke verhalen van Jorwerters en het groter verband; hij zet hun belevenissen in een breder perspectief door ze af te zetten tegen de stadse moraal, tegen collega-boeren in het buitenland en tegen de Europese wet- en regelgeving. Het boek is een behoorlijke aanrader voor al diegeen die niet verder kijkt dan het stadse terras.

775d7d2ab5d50c7593570555777444341587343
Ik kocht naar aanleiding van de Week van de Klassieken het boek Keizers van Rome van Suetonius. Een handig overzicht van twaalf keizers, beginnend bij Julius Caesar en eindigend bij Domitianus. We hebben het dan over een regeerperiode van ongeveer 49 v. Chr. – 96 na Chr.

Het moet gezegd, na het lezen van dit boek valt Balkenende als “machthebber” ineens reuze mee. Caesar heb ik natuurlijk bestudeerd via de Asterix en Obelix, Nero had iets van doen met een brand in Rome, Caligula was uitzonderlijk wreed ten opzichte van zijn medemens maar daar bleef mijn kennis een beetje steken. Dit boek biedt een mooie chronologie, waarin ook minder bekende keizers als Galba, Otho, Vittelius en Vespasianus aan bod komen.

Suetonius is redelijk consistent in zijn beschrijvingen. Ieder hoofdstuk begint met een kort overzicht van het leven van de keizer tot aan de troonsbestijging. Daarna gaat het over het gedrag en de gewoontes tijdens de regeerperiode tot aan de dood van de keizer. Suetonius wordt wel vergeleken met zijn collega Tacitus, maar deze laatste was meer een geschiedschrijver die de keizers in grote, historische gebeurtenissen beschreef, waar Suetonius meer een biograaf is. Hij focust zich op de persoon en laat historische gebeurtenissen alleen een rol spelen als deze bijdragen tot meer kennis van het leven van het onderwerp.

Die levens waren nogal tumultueus. In veel gevallen verloopt de weg naar het keizerdom via vele veldtochten, openbare functies, stroopsmeerderij en kuiperijen. Het voert te ver om in een recensie alle keizers te beschrijven maar een aantal verhalen wil ik u niet onthouden.

Julius Caesar bijvoorbeeld had twee kanten. Hij is zo ver gekomen door een nietsontziende houding op het slagveld en door met ijzeren vasthoudendheid zijn doelen na te streven. Aan de andere kant stond hij bekend om zijn hang naar luxe en zijn verwijfde kleren. Een dappere ijdeltuit dus.

Augustus is zijn opvolger. Een man die trouw is in zijn vriendschappen; er vallen maar weinig mensen in ongenade. Toch dwingt hij zijn voormalig bondgenoot Marcus Antonius tot zelfmoord en vermoordt hij diens kinderen. En passant brengt hij ook Caesars zoon om. Hij voert een ijzeren tucht door in zijn leger. Suetonius schrijft:

Aan alle soldaten van het tiende legioen gaf hij oneervol ontslag wegens insubordinatie. Evenzo gaf hij andere legioenen die op hoge toon groot verlof vroegen hun ontslag met inhouding van de gebruikelijke toelage bij het verlaten van de dienst. Als bepaalde cohorten van hun plaats waren geweken, decimeerde hij die en gaf hij hun gerst te eten. Centurio’s die hun post hadden verlaten liet hij net als gewone soldaten ter dood brengen.

Hoewel je hiermee niet goed vrienden maakt sterft hij uiteindelijk een zachte dood, bijna 76 jaar oud.

Na Augustus en Tiberius volgt Caligula, ofwel “soldatenlaarsje”. Dit heerschap is het vreselijkste jongetje van de klas. Hij kondigt hongersnood aan en sluit de graanschuren. Hij laat talloze mensen martelen en voor de beesten gooien. Hij laat bergen goudstukken in een zaal storten om er zich in rond te wentelen en hij had een consulaat in petto voor zijn favoriete paard. De blaag is dan nog geen dertig jaar oud. Dat zal hij ook niet worden, hij wordt op zijn 29e vermoord.

Dan volgen Claudius en daarna Nero. Bij Nero lijken er ook een paar steken los. Zo hield hij van straatschenderij en sloeg ’s nachts, verkleed, mensen in elkaar, brak hij in winkels in en roofde ze leeg. Hij regeerde minder en minder en gaf steeds meer toe aan luxe:

Hij dobbelde om vierhonderdduizend sestertiën per oog van de dobbelsteen. Vissen deed hij met een net met gouden rand en draden van purper en scharlaken. Als hij op reis ging, had hij volgens de verhalen nooit minder dan duizend wagens bij zich. De hoeven van zijn muildieren waren met zilver beslagen en zijn muilezeldrijvers waren gekleed in wol van Canusium.

Nero was ook wreed. De pagina’s 344-346 worden gebruikt om te beschrijven wie er zoal uit zijn naaste omgeving werd omgebracht. Suetonius beschrijft zelfs hoe Nero de vrouw doodt van wie hij het meest gehouden heeft. Geen fijne verhalen.

Het laatste sextet keizers zijn de minder bekende keizers. Vaak omdat de regeerperiode kort is. Galba heeft maar 7 maanden geregeerd voordat hij door Otho vermoord wordt. Die roept zichzelf tot keizer uit, maar een andere veldheer Vitellius, was ook al tot keizer uitgeroepen in Germanië. Vitellius wint uiteindelijk en Otho pleegt zelfmoord. Met Vitellius loopt het zeer slecht af, hij wordt vreselijk gemarteld en in de Tiber gegooid. Vespasianus en Titus volgen en sterven beiden een natuurlijke dood. Domitianus tenslotte herstelt de traditie. Hij maakt zich weer ouderwets gehaat en geeft uitgebreid toe aan wreedheid en hebzucht waarvoor ook hij wordt vermoord.

Het is een boek waarin een hoop voorbij komt. Wat opvalt is vaak de consistente ontwikkeling van veel keizers. Vaak beginnen ze trouw, lankmoedig in hun oordeel, vergevingsgezind. Toch kunnen ze vaak op termijn geen weerstand bieden aan rijkdom en wreedheid. Dat zijn dus thema’s die frequent terugkomen. Suetonius is vaak stellig in zijn uitspraken. Hij stelt dat Nero de grote brand in Rome heeft veroorzaakt, waar Tacitus dit als een mogelijkheid of gerucht aangeeft. Anderzijds heeft Suetonius ook een onderzoekende aard en voert hij, zeker in het begin, verschillende brondocumenten aan waaruit hij zijn informatie haalt. Opvallend zijn de beschrijvingen van de vele voortekenen die keizers zien als hun dood wordt aangekondigd, zoals donderklappen bij heldere hemel, standbeelden die in tranen uitbarsten en ingewanden die “gelezen” worden. Als kind van zijn tijd stelt Suetonius geen vragen bij dergelijke voortekenen, hij vermeldt ze slechts. Het is een informatief boek, vol gruwelijke maar ook vermakelijke details. Het wordt duidelijk hoe de levens verlopen en hoe een opvolger aan de macht komt. Achterin het boek staat nog een overzicht van Romeinse ambten en termen, een namenregister, een stamboom van het Julisch-Claudische huis en een uitgebreid notenapparaat. Dit boek leent zich prima om nog eens na te slaan voor wat achtergrondinformatie.

160px-Nero_Glyptothek_Munich_321[1]

Keizer Nero

03f0278c881bb2359376e6f5741444341587343
Ik voelde mij sinds vorig jaar licht bezwaard nooit wat van Martin Bril te hebben gelezen. Dat maak ik bij deze goed. Precies een jaar na zijn dood kocht ik De Kleine Keizer. Het is een bundeling van verhalen die deels zijn verschenen in het Belgische dagblad De Morgen en in de Volkskrant.

Het zijn verhalen en anekdotes over een passie, Napoleon. Om zo’n onderwerp in een boekje van 193 pagina’s te beschrijven dwingt je tot fragmenten. Volledigheid is onmogelijk, maar volledigheid hoeft ook niet.

Bril wandelt aan de hand van een aantal thema’s en specifieke gebeurtenissen door het leven van Napoleon. Zo heeft hij het over Napoleon, gedefinieerd door de stilte om hem heen:

De stilte rond Napoleon.

Niemand durft iets te zeggen. Iedereen wacht op hem, altijd. En op heel wat schilderijen is die stilte ook te zien. Napoleon in Egypte. Zijn officieren op een afstandje. Napoleon bij Austerlitz: dommelend op een stoel bij een kampvuur. Zijn officieren op eerbiedige afstand…Alleen, en niet alleen, eenzaam tot in de kern…Een man, gedefinieerd door de stilte om hem heen – meesterlijk vind ik het.

Bril noemt verschillende schilderijen bij naam en ik heb ze allemaal opgezocht, het verhaal gaat zo meer leven. Hieronder het schilderij dat volgens de overlevering het meest op hem lijkt en één van de zeldzame afbeeldingen met een zweem van een glimlach. Hij heeft het verder over Napoleon in Gorinchem, over zijn vrouwen Josephine en Marie-Louise, zijn verbanningen naar Elba en Sint-Helena, over de Slag bij Waterloo. Maar hij haalt ook onbekendere verhalen naar boven, over de Nederlander Dirk van Hogendorp die zich in de hofhouding van Napoleon weet te wurmen, of over de koning van Rome, Napoleons zoon, die al vroeg aan de tering bezweek.

Bril komt met veel weetjes. Vizier, een wit paard van Naopleon, is nog steeds in opgezette vorm te bewonderen in het Musée de l’Armée in Parijs. Van de hoeven van Marengo, het paard waarop hij van en naar Moskou zou zijn gereden, maakten de Engelsen asbakken. Die dingen staan nog steeds in Buckingham Palace. Je hebt er niks aan maar ik vind het leuk om te weten.

Bronvermeldingen staan niet in het boek, we moeten Bril op zijn blauwe ogen geloven. Als hij schrijft dat Napoleon op weg naar Elba in een herberg gevonden wordt, zachtjes snikkend in een hoekje van de gelagkamer, dan moet hij dat hebben uit één van de honderden boeken die hij heeft gelezen over dit onderwerp. Hij krijgt het voordeel van de twijfel.

Soms is Bril breedsprakig. Als hij zegt dat er veel horeca op de Napoleonsbaan zit volgt een hele verhandeling over een brief van een administrateur van Feijenoord die in één van de uitspanningen aan de muur hangt. Geen idee wat het toevoegt. Ook spreekt hij zichzelf soms tegen, zoals op pagina 44:

Napoleon was een man van de zee, of op zijn minst een man van eilanden.

Veertien regels later, dezelfde pagina:

Hij was als eilander een man van het land, en helemaal niet van het water.

Maar laten dit kleine kanttekeningen zijn (vooruit, nog één op blz 133, “de wieg waarin de zoon van Napoleon werd geboren staat tentoongesteld” – dat zal een flinke wieg geweest zijn), ik heb mij toch prima vermaakt met dit luchtig werkje. Extra leuk voor mijzelf is dat Bril een ceremonie bijwoont bij Quatre-Bras, ter nagedachtenis aan de Nederlandse inbreng aan Engelse zijde, waar een oude bekende uit mijn diensttijd in Duitsland bij de Huzaren van Boreel, luitenant-kolonel Johan, een toespraak houdt. Alleen daarom al mag dit boek niet meer uit mijn kast.

Als mensen nog tips hebben voor onmisbare Napoleonboeken (er zijn er nogal wat) dan hoor ik het graag.

napoleon-study[1]

Jacques-Louis David: Napoléon dans son cabinet de travail aux Tuileries

0500251312.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Hoe ik aan het boek Panorama of the Enlightenment van Dorinda Outram ben gekomen is hier te lezen. Het is misschien niet het eerste boek dat ik uit de schappen zou sleuren, want anders dan bij de vroeger obligate geschiedenislessen heb ik nooit zo bij de Verlichting stilgestaan. Wat is dat dan, de Verlichting? Daar probeert dit boek een antwoord op te geven.

De Verlichting is een stroming die ontstond in, laten we zeggen de late 17e eeuw en die voortduurt tot de Franse Revolutie. Vaak wordt de term “Verlichting” afgedaan als een afrekening met de donkere tijd die men achter zich liet. Dat element heeft het wel in zich, maar Outram laat zien dat het toch wat complexer ligt. Ze geeft direct al aan dat er een aantal overkoepelende thema’s te herkennen zijn die in het boek terugkomen:

The Enlightenment’s struggle for definition in a global age is only one of several overarching themes which organize this book. A second, and no less important, one is that of the use of classical intellectual themes, ultimately drawn from the mythology of Greece and imperial Rome, to illustrate concerns of the eighteenth-century Enlightenment and to establish their legitimacy…The third major theme which emerges throughout this text is that of chronology. As there has never been any consensus on the nature of the Enlightenment, so too there has never been any agreement on its chronology. But we can say that contemporaries did recognize certain points in time which for them marked the difference between their own time and before.

Er zijn veel ontwikkelingen in die tijd en die worden uitgebreid toegelicht in het boek. Isaac Newton komt met zijn theorieën over licht en planetaire bewegingen, Diderot kwam met zijn magnum opus, de Encyclopédie en voor het eerst komt de term “Verlichting” in zwang. Dat uit zich op vele manieren en men vindt er geen sluitende definitie voor. In het boek wordt ingegaan op de betekenis van licht en zon in architectuur, de schilderkunst en de literatuur. Er wordt aangegeven dat de nieuwe wind van de Verlichting overal is terug te vinden. Er worden nieuwe werelden ontdekt, de koffie komt naar Europa en daarmee de koffiehuizen. Er wordt meer gediscussieerd en meer gelezen. Dieren zijn niet alleen maar voedsel of werkkrachten, ze worden meer en meer als huisdier gehouden. Huizen worden comfortabeler ingericht, ook met zaken die van ver komen. Er komen mensen uit Afrika of het Verre Oosten naar Europa. Er wordt veel geld verdiend door verre reizen te maken maar ook door, de keerzijde, een hoop slaven te verschepen naar nieuwe werelden.

Er worden niet alleen nieuwe werelden ontdekt, de mens ontdekt ook meer en meer zichzelf. Er wordt nagedacht over dromen, over gedrag en over gevoel en filosofen als Locke en Hume nemen hierin het voortouw.

De Verlichting werkt ook door in de architectuur en in de wetenschap. Met name op het gebied van de geneeskunde worden er grote stappen gemaakt. Het wordt allemaal toegelicht in duidelijke hoofdstukken.

Al met al is het een schitterend boek. De redactie is wat slordig geweest omdat op pagina 212 een zin wordt afgebroken onderaan de bladzijde die nergens verder gaat. Daar ontbreekt wat informatie. Dat gebeurt weer op pagina 229 waar het vervolg ineens op pagina 237 opduikt. Dat is slordig, maar wij kijken een gegeven boek niet in de bek. Een enorm pluspunt zijn de prachtige illustraties. Koop dit boek, niet spieken verder, en laat je bij iedere omslag verrassen door de meest fantastische afbeeldingen.

0500251312.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Op een eenmalige prijs in de Staatsloterij na win ik nooit wat. Dat geeft niets, want ik doe verder nergens aan mee. Totdat Boekengek uit Zwolle een prijsvraag uitschreef. Hierbij was het boek Panorama of the Enlightenment te winnen van Dorinda Outram. Een rijk geïllustreerd boek over de periode tussen ruwweg de late 17e eeuw en

de Franse revolutie. Alleen de voorkant nodigt al uit tot meer, dus ik besloot er toch enige effort in te steken.
Dat was niet voor niets, ik mag mij nu de gelukkige bezitter van het boek noemen, compleet met oorkonde. Trouwens, welke titel is er toepasselijker in deze donkere dagen voor Kerst dan één over (de) Verlichting? Leuke actie en een leuk besluit van het jaar, de bespreking van het boek verschijnt vanzelf een keer op dit blog. Iedereen alvast fijne dagen toegewenst!