De Ringen van Saturnus

Ik ben een fan van W.G. Sebald, zo betoogde ik hier en hier. De Ringen Van Saturnus vormt daar geen uitzondering op. De ondertitel luidt Een Engelse pelgrimage en het gaat dan ook om iemand die een voettocht maakt door het Engelse Suffolk in 1992.

Die iemand lijkt de schrijver te zijn maar dat wordt nergens expliciet vermeld. Het is ook geen reisverslag. Het is geen autobiografie, het is feit en fictie door elkaar heen en waar de een begint en de ander ophoudt is lastig uit elkaar te houden. Het maakt niet uit. Het is prachtig om mee te reizen met de wandelaar en hem te volgen op zijn overdenkingen en mijmeringen.

Overigens kwam het idee voor de optekening van dit verhaal tijdens een ziekenhuisopname van de verteller. Die was een jaar na het begin van de tocht opgenomen wegens vrijwel volledige immobiliteit;

In elk geval moest ik na mijn tocht niet alleen vaak terugdenken aan die heerlijke ongedwongenheid, maar ook aan het verlammende afgrijzen waardoor ik herhaaldelijk was overvallen wanneer ik de sporen van vernietiging zag die zelfs in dit afgelegen gebied tot ver in het verleden teruggingen.

Die vernietiging blijkt wel een thema dat in het hele boek terug is te vinden, in verschillende hoedanigheden. Ik houd van de gedachtensprongen van de verteller. Hij komt via de herinnering aan vrienden terecht bij Thomas Browne, een arts uit Norwich uit de zeventiende eeuw. Via Browne komen we uit bij het schilderij Van Rembrandt, De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp, waar deze Browne zomaar eens op zou kunnen figureren. Omdat Browne ook heeft geschreven over de mutaties der natuur leest u over de fabeldieren die Jorge Luis Borges beschreef in zijn Libro de los seres imaginarios, zoals de Baldanders die ook Simplicius Simplicissimus later tegen zou komen.

Een hoop namen en zou ik ze niet even toe moeten lichten? Nee, u komt ze ook zo tegen in het boek van Sebald, dus u weet maar waar het over gaat of u zoekt het op. In die zin doet het boek mij ook denken aan het boek Donau van Claudio Magris. Die maakte ook dergelijke uitstapjes gedurende een tocht en ook daar was ik erg over te spreken.

Als de verteller uitkomt bij de spoorbrug over de Blythe meldt hij ons dat de treinwagons die er overheen reden oorspronkelijk bedoeld waren voor de keizer van China. Dat mondt uit in een verhaal over de Taipingopstand in Zuid-China van 1850 tot 1864. Een grote burgeroorlog waarbij de vernietiging niet moeilijk is voor te stellen. Maar het leidt ook tot een verhaal over de zijde-industrie en de teelt van de zijderups. Dat is een verhaal dat aan het eind van het boek weer terugkomt. Subtiele verwijzingen naar verhangingen met een zijden strop vind je weer elders in het boek. Sebald doet dat vaker, onderwerpen terug laten komen in verhalen die in eerste instantie los van elkaar staan.

Een gesprek met de Nederlander Cornelis de Jong in Southwold over de suikerindustrie in Indië trekt natuurlijk direct mijn aandacht gezien mijn eerdere artikel over die industrie. In Ilketshall St. Margaret rust hij uit op het kerkhof en begint meteen een verhaal over de predikanten daar;

Een van de predikanten van Ilketshall St. Margaret was Reverend Ives, een wiskundige en hellenist van enig aanzien, die met zijn vrouw en dochter in Bungay woonde en van wie is overgeleverd dat hij in het schemeruur graag een glas kanariechampagne dronk. Men schrijft het jaar 1795. In de zomermaanden komt er regelmatig een jonge Franse edelman op bezoek, die voor de verschrikkingen van de Revolutie naar Engeland is gevlucht.

Kanariechampagne? Ik kon het niet vinden en dat heb ik vaker met Sebald. Verzint hij nu iets of niet? Maar goed, de Franse edelman identificeert u aan zijn geschrift Herinneringen van over het graf als François René de Chateaubriand; zijn naam volgt pas veel later. Bovenstaande is wel het recept voor dit boek. De wandelaar komt ergens aan, ziet iets of denkt aan iets en er volgt een prachtig geschreven en erudiet verhaal. Over Joseph Conrad en het Belgische wanbeleid in de Congo, over het wel en wee van de haring of over de zijdeteelt in Duitse vorstendommen of all places.

Dat laatste lijkt dan een voorbeeld van een verbluffend staaltje kennis of onderzoek over de materie. De Beierse staatsraad Joseph von Hazzi (1768-1845) heeft inderdaad een Lehrbuch des Seidenhaus für Deutschland gepubliceerd en zo staan er nog wat leerzame handboeken over de materie in. Ook de topografie is op orde. Een kolonel uit een Gradiskaans regiment? Gradiska is een plaatsje in Bosnië-Herzegowina. Een Walachijs-Illyrisch grensregiment uit Carancebes? Richting Roemenië. Een Duits-Banaats regiment? De Banaat is ook richting Roemenië. Ik zoek het allemaal uit en ik houd daar erg van. Het is een prachtig reisverhaal, geschiedenisverhaal en een reis tussen feit en fictie in een mooie stijl opgeschreven. Lees het aandachtig en u mist zinnen als deze niet, het zou jammer zijn;

De grootste geslachten hebben nauwelijks drie eiken overleefd.

Vertaling: Ria van Hengel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: