Blue Note Records

9082074915.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Naast al die Franse chansons (zie mijn vorige besprekingen) ben ik ook al enige tijd bezig om een andere oude liefde weer op te pakken, de jazzmuziek. Dat heeft te maken met de aanschaf van een nieuwe platenspeler en met mijn idee dat ik jazzmuziek bij uitstek geschikt vind voor dat medium.

Bovendien houd ik van de albumhoezen van dat genre en met name die van het label Blue Note. Toen ik dit boek van Richard Havers zag hoefde ik dan ook niet lang na te denken. Blue Note, the finest in jazz since 1939 vertelt het verhaal van de geschiedenis van dit beroemde jazzlabel. Bovendien staan er een groot aantal beroemde albums in die worden besproken en staan per album de tracks en de bezetting erbij van de artiesten die op de albums spelen. Tenslotte staan er talloze prachtige foto’s in, in veel gevallen ook de contactafdrukken die gemaakt zijn voor de soms iconische hoezen.

De geschiedenis van Blue Note begon overigens niet in New Orleans of in New York, maar in het Duitsland aam het begin van de vorige eeuw. Alfred Lion, oprichter en drijvende kracht achter Blue Note werd in Berlijn geboren in 1908 als Alfred Loew en maakte daar kennis met de jazz in de clubs van die tijd. Hij zou naar Amerika gaan en daar Blue Note oprichten. Zijn Berlijnse jeugdvriend Frank Wolff zou zich bij hem aansluiten.

Hun eerste succes boekten ze met de opname van Summertime door saxofonist en klarinettist Sidney Bechet. Ze onderscheidden zich door een plaat uit te brengen op een 78-toerenplaat van 12 inch in plaats van de gebruikelijke 10 inch. Zo kon er meer muziek op de plaat. Wat ze ook beter dan andere maatschappijen deden was een uitgekiende marketing, een neus voor succes hebben en het trouw blijven aan hun eigen manifest;

Blue Note Records is opgericht ter ondersteuning van compromisloze expressies van hot jazz of swing. Directe en eerlijke hot jazz is een uiting van gevoel, een muzikale en sociale uiting, en Blue Note Records is geïnteresseerd in het vastleggen van zijn impuls, niet in alle sensationele en commerciële opschik eromheen.

Dit is geen manifest opgesteld door accountants of advocaten, maar door liefhebbers. Winst maken is niet het doel, mooie muziek vastleggen bij uitstek wel. Natuurlijk zijn er successen nodig, maar die werden gebruikt om minder gangbaar repertoire te financieren. Blue Note had het geluk een uitmuntende opnametechnicus te vinden, Rudy van Gelder, die talloze opnames tot in detail voorbereidde en uitvoerde. Eerst vanuit zijn huiskamer, later in een speciaal gebouwde studio. Ook de beroemde hoesontwerpen waren in goede handen, bij Reid Miles. Er staan veel voorbeelden in dit boek en dat is een feest voor het oog.

De besproken albums zijn voor een liefhebber vaak bekende titels, maar Havers beschrijft ze op een dermate enthousiaste manier dat ik ze weer met nieuwe oren beliusterd heb. Iemand die minder bekend is met het genre wordt ongetwijfeld enthousiast gemaakt om te gaan luisteren. De verhalen van die opnamesessies zijn mooi om te lezen, zoals toen Alfred Lion de geniale maar manische pianist Bud Powell thuis uitnodigde;

Bij het ontbijt de volgende ochtend raakte Bud zo over zijn toeren van Lions kat dat hij een mes pakte en het dier probeerde te doden; de poging mislukte.

Vaak bekende titels, maar nog veel meer onbekende titels dus het boek was voor mij één grote ontdekkingstocht door de jazzgeschiedenis. Dan is internet een zegen, want al die albums zijn te beluisteren. Zo ontdekte ik de trompettist Clifford Brown. Havers schrijft;

Brown is zo briljant in zijn loopjes, met volle, ronde tonen die de geest oproepen van zijn held Fats Navarro, die een paar jaar daarvoor was gestorven, en zo verlokkelijk. De snelheid van zijn spel en de manier waarop de ideeën in nummers als ‘Carvin’ The Rock’ uit zijn toeter komen tuimelen, is adembenemend…

Je leest mee hoe opnames of hoezen tot stand komen (de enkels op Sonny Clark’s album Cool Struttin’ zijn van de vrouw van Alfred Lion) of waarom een bekend album als Blue Train van John Coltrane zo bijzonder is. Ik ken natuurlijk de jazzinstrumenten als saxofoon, trompet, drums en piano, wist wel iets van de vibrafoon van Lionel Hampton, maar minder van dwarsfluiten en orgels in dit genre en op dit moment staat een vers aangeschafte elpee op van organist Jimmy Smith, Groovin’ At Smalls’ Paradise volume 1, met werkelijk fenomenale muziek.

Blue Note Records moet mee in de vaart der volkeren. Het wordt ingelijfd bij grotere maatschappijen, leidt een tijdje een slapend bestaan in de jaren tachtig maar wordt nieuw leven ingeblazen. Er volgen verzamelalbums uit het immense archief, het Verre Oosten blijkt een onverzadigbare liefhebber en er worden nieuwe artiesten gecontracteerd. De nieuwe presiedent van Blue Note, Don Was (wellicht kent u hem van de band Was Not Was) is een liefhebber pur sang en hij is trouw aan het manifest, dat nog steeds geldt. Heeft hij vertrouwen in een artiest, dan mag die zijn of haar gang gaan, zoals de trompettist Ambrose Akinmusire. Don Was daarover;

Toen ik die set ging opnemen, probeerde hij te beschrijven wat hij in zijn hoofd hoorde, maar hij vond de juiste woorden niet. Ik wist niet waar hij het over had. Ik heb een enorm respect voor hem. Ik wist dat hij een plan in zijn hoofd had, maar ik begreep in de verste verte niet wat hij wilde. Uiteindelijk probeerde ik het hem niet langer onder woorden te brengen…Het was meer van ‘doe het maar gewoon. Je hoeft het niet te beschrijven.’

Het is een prachtig vormgegeven boek met een schat aan informatie, met maar één storende fout, dat op te veel plaatsen de trompettist Lee Morgan wordt aangeduid als Lee Morgel. Verder is het aan absolute aanrader voor iedere jazzliefhebber.

4 reacties
  1. Hoi Koen, weer een prachtige bespreking! Hoewel ik nooit naar Jazz luister, heb ik wel ooit gehoord van Blue Note, dankzij een paar vrienden die naar allerlei soorten muziek luisteren waar ik niet zo van houd. Je mag onderhand wel een boek uitgeven van alle besprekingen die je in de loop van jaren van boeken over muziek of muzikanten hebt geschreven. Altijd zeer leesbaar, ook als ik helemaal niets met de muziek heb (Herman of Nina Hagen om er maar twee te noemen). Groetjes, Erik

    • Dank je wel Erik, ik ben nu eenmaal een muzikale omnivoor 😃 en het is wat mij vaak erg enthousiast maakt dus het gaat meestal vanzelf

  2. Hoi Koen, achter Herman moet natuurlijk Brood staan, maar dat had je vast al geraden. Groetjes, Erik

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: