Antwerpen

9403134216.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
Omdat ik zeer te spreken was over zijn vorige boek, Aan de rand van de wereld, was ik ook benieuwd naar het laatste boek van historicus Michael Pye. Dat gaat over de gloriejaren van de stad Antwerpen en dan hebben we het eerste vraagstuk al te pakken. Wat zijn die gloriejaren? Voor de één zijn dat misschien de eerste zestig jaar van de vorige eeuw waarin de vier landstitels van FC Antwerp behaald werden, maar Pye kijkt er iets anders tegenaan;

Mijn boek begint met de komst van de Portugese schepen met specerijen en eindigt met de beeldenstorm en de lange naweeën daarvan. Voor mij is glorie de tijd waarin de stad haar eigen karakter en individualiteit kon uitdragen, en meer was dan de zoveelste stip op de kaarten die Karel V graag liet maken om te laten zien tot waar zijn heerschappij zich uitstrekte.

Pye schrijft in 300 pagina’s een aantal hoofdstukken die verschillende facetten belichten van een stad in de zestiende eeuw. Begonnen als een plaats aan een rivierhaven, groeide Antwerpen uit tot de noordelijke pendant van Venetië, een grootmacht op een kruispunt van handelsroutes. Er werden veel talen van over de hele wereld gesproken en de plaatselijke arts Jan van Gorp besloot daar eens in te duiken;

Hij probeert na te gaan welke taal Adam en Eva ooit hebben gesproken, waarna hij die taal probeert te vinden te midden van alle talen die op de wereld gesproken worden. Uiteraard is het de taal met de eenvoudigste, kortste woorden, en dan blijkt, niet geheel tot onze verrassing, dat de gehele mensheid ooit de taal van Brabant heeft gesproken.

Dit is wel exemplarisch voor de schrijfwijze van Pye. Met voorbeelden van bestaande mensen een beeld schetsen van verschillende facetten van de stad en haar bewoners. Hij pakt een schilderij van Pieter Aertsen, De Vleesstal, om de stad Antwerpen te beschrijven en de monopoliepositie van de vleeshouwers. De muziekindustrie licht hij toe door componist en uitgever Tielman Susato. Over uitgevers gesproken, die werken nauw samen met drukkers en Christoffel Plantijn is misschien wel de beroemdste drukker, ook actief in Antwerpen. Zijn verhaal staat in dit boek.

Als je leest over hoe de pest heeft huisgehouden dan vallen de overeenkomsten met het huidige Corona-tijdperk meteen op. Gelukkig is de wetenschap nu meer ontwikkeld en hoeven wij de slechte lucht niet met rozenwater te zuiveren of jeneverbes in onze huizen te branden. Kunst en handel is een ander interessant verhaal. Er werd kunst op bestelling gemaakt in plaats van uit roeping en Joos van Cleve zag hier handel in;

Van Cleve tekende de afbeelding in de sterke lijnen van een houtsnede. Vaak stond aangegeven welke kleur waar gebruikt moest worden, een soort schilderen op nummer avant la lettre.

Wie handel zegt, zegt geld en dat maakt een groot deel uit van dit boek. De beurs om te beginnen. Er werd een nieuw beursgebouw neergezet en dat diende tot voorbeeld voor andere landen. Het was zaak om als handelaar gezien te worden op die beurs, gewapend en wel. Ontbrak je, dan kon het wel eens slecht met je gaan. Onder het luiden van de klok gingen de handelaren in optocht naar de beurs toe. Ook het concept geld kreeg een andere lading. Muntstukken waren er al lang natuurlijk, maar nu was geld niet langer fysiek aanwezig. Bankier en koopman Erasmus Schetz probeerde het aan de grote filosoof Desiderius Erasmus uit te leggen, maar het lukte hem niet;

Schetz moest Erasmus vertellen dat er geld in munten bestond en geld op papier, en dat de waarde van beide kon veranderen, dat andere mensen het verschil tussen de geldmarkten konden ‘aanwenden tot hun eigen voordeel en uw nadeel.’

Vervolgens gaat Pye verder met het verhaal van Gaspar Ducci, die zich dat nieuwe concept heel goed eigen maakte, maar toch vervelend aan zijn einde kwam. Zo laveert Pye door de stad en zijn geschiedenis en dat leest best lekker door. Er is nog veel meer te vertellen, want Antwerpen is belegerd, kende zijn eigen inquisitie en beeldenstorm en raakte uiteindelijk in rustiger vaarwater, zoals diplomaat Sir Dudley Carleton in 1616 bemerkte. Het zag er allemaal prima onderhouden uit maar;

Hij vond het er wel stil, zelfs op werkdagen, zag het gras dat in de straten groeide, schooljongens die met hun jezuïtische leraar in het oude Engelse handelshuis zaten. Het statige Hanzehoofdkwartier stond leeg. ‘In de hele tijd dat we daar waren, heb ik nooit meer dan veertig personen tegelijk in een hele straat gezien…’

Ik was niet lang geleden in Antwerpen maar stil is het niet meer. Dit boek lijkt me een prima opmaat naar de roman van Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw, die ook het Antwerpen uit de zestiende eeuw als decor heeft.

Vertaling; Pon Ruiter en Annemie de Vries

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: